• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De illegale handel in nucleair materiaal – 2. DE ILLEGALE HANDEL IN NUCLEAIR MATERIAAL

    2. DE ILLEGALE HANDEL IN NUCLEAIR MATERIAAL

    De handel in nucleair materiaal is doorgaans direct verbonden
    met de hoogste politieke, militaire en ambtelijke echelons van
    landen en vormt sinds de Tweede Wereldoorlog een van de meest
    geheimzinnige en gevoelige onderdelen van de internationale
    buitenlandse politiek. Nucleair materiaal is noodzakelijk voor
    landen om kernwapens te produceren en het bezit van kernwapens is
    van evident belang voor de interstatelijke betrekkingen en voor de
    wereldvrede. De betrokkenheid van centrale inlichtingendiensten bij
    deze militaire produktie is vanzelfsprekend en valt buiten het
    domein van dit deelrapport. Wel van belang is een nieuwe
    ontwikkeling waarover de laatste tijd met enige regelmaat in de
    media wordt gerept. Deze betreft de toenemende bemoeienis van de
    georganiseerde misdaad met deze handel. Met name zou er sprake zijn
    van de verkoop van nucleair materiaal door Russische criminele
    organisaties aan andere landen in de wereld (Schmidbauer, 1995;
    Mller, 1995). Wanneer deze verontrustende berichten waar zijn, dan
    is het voor landen, die thans internationaal worden geboycot omdat
    zij het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend, mogelijk
    buiten alle controle om aan verrijkt uranium of plutonium te komen.
    Met deze grondstoffen zijn deze landen in staat zelf kernwapens te
    ontwikkelen en te produceren. Het nucleair materiaal zou afkomstig
    zijn van kerncentrales uit Oost-Europa die het nucleaire materiaal
    aan Russische mafiagroepen leveren. De Russische mafia zou als
    makelaar fungeren of als koper-verkoper deze handel organiseren. De
    meeste berichten over deze illegale handel in nucleair materiaal
    stammen uit Duitsland. Mller (1995) bericht over een stijging in
    Duitsland van 5 vermeende of echte illegale nucleaire
    handelsactiviteiten in 1992 naar 241 gevallen in 1994. Hiervan
    werden 240 zaken nooit opgelost. In 1994 kwamen in Duitsland 182
    gevallen van illegale smokkel van radio-actief materiaal ter kennis
    van de politie (Volkskrant, 1995). De grootste vangst van Duitsers
    van illegaal nucleair materiaal (verrijkt uraan) in Duitsland is
    drie kilo Noot in 1994 (Mller, 1995).
    Wat was het geval. In 1994 ontstond in de Bondsrepubliek grote
    consternatie over de ontdekking van een staaf plutonium door de
    geheime dienst. Drie koeriers uit Moskou met in hun bezit 363 gram
    verrijkt plutonium werden op het vliegveld van Mnchen aangehouden.
    De staaf plutonium zou afkomstig zijn van een Russische
    kerncentrale. De kerncentrale zou als gevolg van slechte
    economische ontwikkelingen, verwaarlozing, technische onkunde en
    corrupte technici en ambtenaren nucleair materiaal leveren aan
    politiek extremistische groepen en aan de georganiseerde misdaad.
    Doordat de BND (Inlichtingendienst van Duitsland) via
    undercover-agenten het gerucht in Europa had laten verspreiden dat
    er grote interesse zou zijn voor een omvangrijke
    plutoniumtransactie was een Russische criminele groep met een
    interessant aanbod gekomen. Tijdens een Lufthansavlucht zou de
    transactie worden geregeld.

    Een jaar later, in april 1995, bleek deze vondst echter het werk
    te zijn van de Duitse inlichtingendienst zelf ( Der
    Spiegel
    ). Alles bleek verzonnen en geregisseerd door de BND,
    die ook de spelers had geleverd. De Duitse inlichtingendienst had
    met deze spectaculaire actie de publieke opinie en de
    verantwoordelijke politici willen wijzen op de grote gevaren die de
    veiligheid van Westeuropese landen bedreigen wanneer vrijelijk
    nucleair materiaal in omloop zou zijn of komen. Landen als Libi,
    Iran, Irak en Syri, die een onstabiele factor in de wereldpolitiek
    vertegenwoordigen en een bedreiging voor de wereldvrede vormen,
    zouden op deze wijze in staat zijn nucleair materiaal in hun bezit
    te krijgen. Criminele groepen uit het GOS zouden aan deze landen
    via West-Europa leveren.

    In Nederland was al eerder sprake geweest van een geval van
    illegaal vervoer van nucleair afval. De Duitse politie had de
    Nederlandse autoriteiten daarop opmerkzaam gemaakt. In een plaats
    in het zuiden van Nederland was in januari 1993 een bestelauto
    gestolen met daarin een houten kist bevattende een container met
    een radio-actieve bron. Nader onderzoek bleek echter niets op te
    leveren dat op de aanwezigheid van nucleair materiaal wees. Dit is
    correct, want Iridium 192 dat in de kist werd aangetroffen, is geen
    nucleair materiaal.

    In een andere zaak in het zuiden van Nederland werd de politie
    op de hoogte gesteld van het bestaan van een in Nederland
    woonachtige Russische groep die zich inliet met veelsoortige
    criminele activiteiten, zoals EU-fraude (melkpoeder, vlees), de
    handel in drugs en ook de illegale handel in nucleair materiaal.
    Uit de omvangrijke geldstromen die tussen Rusland en Nederland heen
    en weer vloeiden en de aankoop van dure panden hier te lande werd
    opgemaakt dat de in beeld gekomen groepering een bruggehoofd vormt
    voor een grotere organisatie in Rusland. De verdenking dat de groep
    handelt in plutonium, is gebaseerd op een aanbieding van 40 gram
    waarover de politie is getipt (wat volgens kenners een enorme
    hoeveelheid is). Voor zover bekend zijn hiervoor geen afnemers
    gevonden. Gelet op deze onwaarschijnlijk grote hoeveelheid
    plutonium, mag deze zaak eerder onder de categorie geruchten worden
    geplaatst. In een andere zaak in het zelfde deel van Nederland werd
    informatie bekend dat een groep Limburgers die zich gewoonlijk met
    de produktie van en handel in XTC inliet, tevens met een aanbieding
    van verrijkt uranium kwam. Een nadere bestudering van de
    circulerende documenten door specialisten wees uit dat het
    onmogelijk om hoog verrijkt uranium kon gaan. De politie heeft de
    zaak verder laten rusten. Rond de kerst 1994 kregen een
    politiekorps en de BVD wederom lucht van een aanbieding van
    nucleair materiaal. Men wist beslag te leggen op een monster dat in
    het milieu in omloop was. Uit testen in de centrifuge van het
    atoomcentrum te Petten bleek de uranium in kwestie allesbehalve
    hoogwaardig. Het ging om een nepaanbieding. Dezelfde criminele
    groep blijkt overigens nog steeds actief te zijn in Nederland.
    Hoewel er feitelijk in Nederland geen verkopen van verrijkt uranium
    of plutonium zijn geconstateerd, heeft de Nederlandse overheid
    besloten tot de oprichting van een centraal cordinatiepunt voor de
    handel in nucleair materiaal. In dit cordinatiepunt werken
    verschillende opsporingsdiensten samen. De oprichting van een
    centraal cordinatiepunt inzake de illegale handel in nucleair
    materiaal is mede het gevolg van verontruste berichten in de media
    (de Telegraaf) dat NL zou behoren tot de top 3 van de atoommafia.
    Dat dit centraal cordinatiepunt is ondergebracht bij de ECD heeft
    te maken met de taak die deze dienst heeft op het gebied van de
    naleving van de non-profileratie verdragen. De BVD is uit hoofde
    van zijn taak vanzelfsprekend betrokken bij de opsporing van (de
    illegale handel in) nucleair materiaal. De veronderstelling dat
    Nederland een belangrijk handelscentrum voor nucleair materiaal zou
    zijn, is goeddeels terug te voeren op een aantal vondsten in
    Duitsland en op de enorme politile en justitile aandacht voor het
    onderwerp aldaar. De Bundesnachrichtendienst die een groot aantal
    rechercheurs voor de bestrijding van deze vorm van georganiseerde
    criminaliteit heeft vrijgemaakt, heeft gesuggereerd dat er weinig
    redenen zijn te veronderstellen dat de handel in stoffen die vallen
    onder de Non-Proliferatieverdragen, zou ophouden bij de
    Duits-Nederlandse grens. Er moet echter worden getwijfeld aan de
    juistheid van deze suggestie. Hoewel als gevolg van de traditie van
    Nederland als handelsnatie enige betrokkenheid bij de illegale
    distributie van nucleair materiaal niet uitgesloten moet worden
    geacht, dient de vraag zich aan waarom ons land als tussenstation
    zou worden gebruikt bij de handel tussen ex-Sovjets en de
    belangrijkste afzetgebieden, zoals Pakistan, Irak en Brazili. Het
    ligt veeleer voor de hand dat de Russische leveranciers
    rechtstreeks zaken doen met de afnemers, in plaats van te opteren
    voor een omweg via ons land, met alle
    risico’s van dien.
    De conclusie is dat concrete aanwijzingen ontbreken dat zich op
    Nederlands grondgebied enige illegale handel van betekenis in
    nucleair materiaal voltrekt. Derhalve kan ook geen aantoonbare
    betrokkenheid van de georganiseerde misdaad worden gemeld.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken