• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De verzekeringsbranche – 4.1. Literatuuronderzoek

    4. VERZEKERINGSFRAUDE DOOR CRIMINELE GROEPEN?

    4.1. Literatuuronderzoek

    Naar de werkwijzen van criminele groepen op het gebied van
    verzekeringsfraude is weinig onderzoek gedaan. Op basis van
    Amerikaans onderzoek wordt vermoed dat de verzekeringswereld de
    interesse heeft van in groepen samenwerkende individuen die de
    solvabiliteit van de gehele branche aantasten. De belangrijkste
    dreiging voor de verzekeringsbranche gaat echter nog altijd uit van
    individuele frauderende burgers. Uit een onderzoek van Sanborn en
    Marziano bleek dat met 25% van de ingediende schadeclaims zou
    worden gefraudeerd. Het totale schadebedrag van alle, zelfs de
    kleinste, vormen van bedrog wordt in de Verenigde Staten geschat op
    15 miljard dollar. Deze schade wordt door middel van een verhoging
    van de premies met 25% op alle verzekerden afgewenteld (Dixon,
    1994, p. 329).

    Wittkmper, e.a. (1990, p. 3) constateren dat brand- en
    inbraakverzekeringen, transportverzekeringen en met name
    autoverzekeringen de terreinen zijn waarop professioneel werkende
    verzekeringsfraudeurs actief zijn. In het geval van
    autoverzekeringsfraude gaat het om gefingeerde autodiefstallen, het
    smokkelen van gestolen auto’s naar het buitenland en het claimen
    van de schades door de diefstallen, maar ook om gefingeerde of
    opzettelijk veroorzaakte ongelukken met of schade aan auto’s.
    Verder zijn uit verzekeringsoogpunt diefstal van containers of
    diefstal van vrachtwagenopleggers, diefstal van kunstvoorwerpen (op
    bestelling) en vormen van witte-boorden criminaliteit relevant
    (Wittkmper, e.a., 1990, p. 77).

    In de literatuur worden gevallen van maritieme fraude gemeld
    zoals de beruchte Salem affaire (Mller en Adler, 1985; Brice,
    1991). In diverse wetenschappelijke artikelen over maritieme fraude
    worden telkens gevallen aangehaald van schepen die op volle zee
    zouden zijn verdwenen of doelbewust om de verzekeringspenningen tot
    zinken zijn gebracht (Mller en Adler, 1985; Heslop, 1988; Bose en
    Gunn, 1989; Bauer, 1987). Echter ook in deze studies wordt bij
    herhaling gemeld dat er geen betrouwbare cijfers zijn te vinden
    over de omvang van fraude met schepen en ladingen. Studies die de
    werkelijke omvang van maritieme fraude, in het bijzonder martieme
    verzekeringsfraude, vaststellen of schatten, zijn er niet. In 1985
    meldde het International Maritime Bureau 110 onderzochte gevallen
    van fraude met een totale schade van ongeveer 170 miljoen dollar.
    De schattingen zijn dat dit ongeveer 2% van het totaal aantal
    fraudezaken omvat (Bose and Gunn, 1989). Welk aandeel Nederland
    daarin heeft is onbekend. De wetenschappelijke literatuur blijft in
    gebreke of kan slechts een aantal buitenlandse voorbeelden geven
    (Hoogeboom, 1995). Volgens Clarke (1989, p. 10) wordt fraude
    dikwijls gepleegd in het eerste jaar van de polis, in de meeste
    gevallen zelfs in de eerste paar maanden.

    Het is nauwelijks mogelijk exact aan te geven in hoeverre en hoe
    vaak verzekeringsmaatschappijen slachtoffer zijn van in scene
    gezette delicten. Duidelijk is wel dat fraudes met zowel auto- als
    transportverzekeringen voorkomen. Het wegvallen van de Europese
    binnengrenzen is in dit verband een ontwikkeling waarmee rekening
    moet worden gehouden (Wittkmper, e.a. 1990, p. 78).


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken