• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De wildlifebranche – 3.2. Soorten van criminele activiteiten

    3.2. Soorten van criminele activiteiten

    Om de illegale handel in wildlife produkten vorm te geven moeten
    verschillende soorten criminele handelingen worden verricht: 1) het
    smokkelen van dieren en/of planten; 2) het valselijk opmaken of
    vervalsen van vereiste CITES-documenten en het gebruik daarvan en
    3) het omkopen van overheidsvertegenwoordigers. De smokkel
    van levende dieren vereist veel vernuft, creativiteit en kennis bij
    de smokkelaars. Handelaren moeten goed op de hoogte zijn van de
    CITES-lijsten. Zij moeten beschikken over kennis van het produkt
    (tropische vissen, reptielen, vogels, katachtigen en primaten), zij
    moeten op de hoogte zijn van de zwakke plekken in het
    internationale wildlife- beleid, de internationale wetgeving en van
    de verschillen daarin tussen landen en, ten slotte, van de
    opsporingsinstanties en hun werkwijzen.

    Van smokkel zijn de volgende manieren bekend: men verbergt
    dieren of planten in de reisbagage (altijd kleine aantallen), in
    postpakketten, in voertuigen als auto’s en vrachtauto’s, in
    containers op schepen. De belangrijkste en meest voorkomende
    smokkelmethode is het plaatsen van de illegale vracht tussen een
    legale zending van dieren of planten die sterk lijken op de
    gesmokkelde exemplaren. Over het algemeen is het zo dat de smokkel
    in kleine aantallen gebeurt door kleine dierenhandelaren of door
    toeristen die terugkomen van een exporterend land. Dat wijst op een
    vorm van kleine criminaliteit Noot , terwijl grotere
    smokkelpartijen eerder op professionele daders duiden.

    Valselijk opgemaakte of vervalste CITES-documenten zijn nodig om
    de dieren en planten te importeren. Vervalsen kan gebeuren door de
    in- en doorvoer documenten onjuist in te vullen. Onjuist invullen
    kan plaatsvinden door met de soortnaam te knoeien, door de
    aantallen te veranderen, door op de documenten kweekexemplaren te
    vermelden terwijl het om in het wild gevangen exemplaren gaat, door
    het land van herkomst van de plant- en diersoorten te veranderen en
    ten slotte door niet de juiste soort of typenaam op de documenten
    te vermelden.

    Omdat de smokkel van illegale wildlifevrachten doorgaans plaats
    vindt tussen legale vrachten is dat voor de controlerende
    opsporingsinstanties zeer lastig vast te stellen. Bovendien is de
    vaststelling van de geldigheid van de CITES-documenten nog altijd
    niet eenvoudig, ondanks het feit dat het centrale
    CITES-secretariaat een gids heeft samengesteld van alle geldige
    CITES-documenten. Bij problemen of ernstige vermoedens wordt een
    aangetroffen document ter verificatie naar het landelijke
    CITES-bureau of naar het centrale CITES-bureau in Lausanne gestuurd
    of naar het CITES-bureau van het land van herkomst. In ongeveer 20%
    van alle vrachten wordt navraag gedaan bij een van deze bureaus. De
    Europese landen kennen weer hun eigen certificatenstelsel. De
    inspecterende ambtenaar moet goed op de hoogte zijn en kennis
    hebben van de diverse CITES-lijsten, en bovendien de tienduizenden
    soorten en typen dieren en planten kunnen herkennen en van elkaar
    onderscheiden.

    Om de dieren en planten het land uit te smokkelen is de
    medewerking noodzakelijk van douanepersoneel, politici en
    ambtenaren en vliegveldpersoneel van het exporterende land. In
    allerlei CRI-notities wordt gemeld dat corruptie en omkoping in die
    landen gebruikelijk is om de illegale activiteiten af te schermen
    en de benodigde documenten te leveren. In Nederland zijn geen
    concrete aanwijzingen dat douane-ambtenaren of AID-inspecteurs of
    andere opsporingsambtenaren direct betrokken zijn bij of worden
    verdacht van medewerking aan de illegale wildlifehandel.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken