• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • IX – De zeehaven Rotterdam en de luchthaven Schiphol – 4.3. De luchthaven Schiphol

    4.3. De luchthaven Schiphol

    4.3.1. De aard en omvang van smokkel van drugs

    Om het opsporen van drugsdelicten in de passagierslijn beter te
    organiseren is een samenwerkingsverband met de naam Schipholteam
    opgericht bestaande uit leden van de Marechaussee en de douane post
    surveillance Hoofddorp. Dit team heeft ook tot taak de nationale en
    internationale opsporingsinstanties assistentie te verlenen. Het
    team bestaat uit twee teamleiders, twee cordinatoren en 24
    rechercheurs. De hoeveelheden onderschepte drugs zijn op Schiphol
    beduidend lager dan in Rotterdam, voornamelijk in verband met het
    feit dat containersmokkel in grotere hoeveelheden plaatsvindt. Werd
    in Rotterdam in 1994
    ruim 188.000 kilo aangetroffen, in Schiphol werd ruim 2.000 kilo
    drugs onderschept. Kijken wij naar de soorten drugs die worden
    ontdekt dan komt het volgende beeld naar voren.
    Op Schiphol werd in het jaar 1994 ruim 705 kilogram
    marihuana in beslag genomen (in 1993: 1.068) kg. Vergeleken
    met de enorme hoeveelheden die in de Rotterdamse haven in
    containers worden aangetroffen vallen deze kilo’s in het niet. Dit
    bevestigt de veronderstelling dat in geval van marihuana, mede door
    de omvang, vervoer over zee de meest gekozen vervoersvorm is. De
    aangetroffen marihuana is afkomstig van landen als Nigeria en
    Jamaica. In 1994 waren in 51 van de 66 smokkelzaken met betrekking
    tot marihuana vluchten uit Nigeria betrokken. De meeste
    aanhoudingen vinden plaats in de maanden april/mei en oktober en
    december. In totaal zijn 35 (in 1993: 77) personen aangehouden
    waarvan 12 Engelsen, 8 Nigerianen, 7 Nederlanders en 2 Jamaicanen.
    De hashsmokkel via Schiphol kan worden vergeleken met die
    van marihuana. In 1994 werd 496 kilo in beslag genomen (in 1993:
    1.543 kg). De landen waarvan de hash afkomstig is, zijn Marokko,
    India en Pakistan. Er zijn in 1994 59 (in 1993: 69) verdachten
    aangehouden: uit Duitsland (11), Engeland (11), Marokko (10) en
    Nederland (5).

    Het grote aantal aangehouden verdachten rechtvaardigt de
    veronderstelling dat het hier gaat om gebruikers die vanuit hun
    vakantieland softdrugs voor eigen gebruik importeren dan wel om
    kleine handelaars die zelf per vliegtuig kleine hoeveelheden
    importeren. Voor de veronderstelling dat grote georganiseerde
    criminele groepen bij deze vormen van smokkel zijn betrokken, zijn
    geen aanwijzingen gevonden. De heronesmokkel via Schiphol
    blijkt volgens een analyse van het Schipholteam voor het merendeel
    te gaan om transito naar elders in de wereld. Het waren
    voornamelijk transitoreizigers die met herone werden aangetroffen.
    De 95.5 kilo die de Marechaussee en de douane in 1994 (in 1993: 78
    kg) hebben ontdekt waren afkomstig van Pakistan, Turkije en
    Nigeria. Opvallend is dat geen Chinezen werden aangehouden, terwijl
    deze groep actief bij de smokkel per vliegtuig is betrokken (zie
    het rapport van Fijnaut over Chinese triades). De 29 aangehouden
    verdachten (1993: 31) zijn voornamelijk Nederlanders (5),
    Nigerianen (5), Turken (4) en Duitsers (4). De meeste aanhoudingen
    vonden plaats in de maanden februari, mei en augustus. Op grond van
    de hoeveelheid inbeslaggenomen cocane en het aantal
    aangehouden verdachten kan worden gesteld dat voor wat betreft
    Schiphol cocane de meest gesmokkelde drug is. In totaal werd in
    1994.782 kilo (1993: 914 kg) in beslaggenomen, met als topmaanden
    juli, augustus en september (de vakantiemaanden). De cocane is
    afkomstig van Colombia, de Nederlandse Antillen en Suriname. Er
    zijn 210 verdachten aangehouden (1993: 277). De meesten zijn
    Antillianen (44), Nederlanders van Surinaamse herkomst (30) en
    Surinamers (17), Engelsen (13) en Colombianen (12). In 44 gevallen
    heeft het Schipholteam de cocane gecontroleerd afgeleverd,
    waarvan slechts in n zaak binnen Nederland en in de overige
    gevallen naar Europese landen Noot . In 1993 bedroeg dit
    aantal gecontroleerde doorleveringen 22 zendingen, waarvan 14
    zendingen met een onbekende hoeveelheid cocane en n met 107 kilo.
    Bij marihuana werd eenmaal gecontroleerd doorgeleverd (ruim 1.800
    kilo) en twee keer met onbekende hoeveelheid; bij hash betrof het
    een zending van 600 kg en drie zendingen waarvan de omvang onbekend
    was.

    De meeste aangehouden verdachten zijn koeriers die in opdracht
    van criminele groepen in de bronlanden of uit Nederland cocane op
    of in hun lichaam of in hun bagage meenemen. Meestal gaat het per
    keer om niet meer dan een paar kilo (maximaal zes). Het
    Schipholteam heeft meer tactische opsporingsonderzoeken verricht
    naar de groepen die voor deze smokkel verantwoordelijk kunnen
    worden gesteld. Antilliaanse en Surinaamse groepen en personen
    vormen hiervan de hoofdmoot. In .4.3.1.3 worden deze groepen nader
    bestudeerd aan de hand van ons analyseschema.

    4.3.1.1. De smokkel via koeriers
    Veel internationaal opererende criminele groepen maken gebruik van
    koeriers om de drugs per vliegtuig naar de plaats van bestemming te
    brengen. Deze drugs zijn vrijwel altijd harddrugs als cocane en
    herone omdat de winsten ook bij kleine hoeveelheden nog
    aantrekkelijk zijn. Een paar kilo levert op straat al snel
    tienduizenden guldens op. De kosten die moeten worden gemaakt, de
    vergoeding voor de koeriers, de vliegtickets en de verblijfskosten,
    zijn daarmee vergeleken laag. Bovendien wordt het risico van
    ontdekking in zijn geheel gelegd bij de koerier waardoor de
    criminele groep, afgezien van het verlies van de drug, buiten schot
    blijft. Tegen een relatief lage vergoeding worden de
    strafrechtelijke risico’s door de koerier gedragen. Dat die
    risico’s veelal zeer hoog zijn, is onlangs in de zaak van een
    Nederlandse zakenman in Singapore weer gebleken. De volgende casus
    geeft een doorsnee geval in Nederland aan. Het voorbeeld is
    afkomstig uit een dossier van een van de regiokorpsen van
    Nederland. Het betreft een zaak van twee Nederlandse koeriersters
    die met zes kilo cocane werden aangehouden op Schiphol.Op een
    verjaardagsfeestje werd een van beide vrouwen (midden twintig) door
    een onbekende aangesproken met het verzoek iets te smokkelen. In
    ruil daarvoor kregen de vrouwen f.7.000,- en een gratis 10-daagse
    vliegreis naar de Antillen aangeboden. Bij belangstelling moesten
    zij een bepaald semanummer bellen. De ene vrouw vroeg bedenktijd en
    overlegde de maand daarna
    met haar vriendin. Het geld en de reis waren uiteindelijk
    aantrekkelijker dan de eventuele risico’s. Na contact te hebben
    gezocht werden zij op een openbare plaats door dezelfde persoon
    benaderd en vervolgens naar een hen onbekende woning gebracht waar
    zij van een ander instructies kregen. De datum van de reis werd
    vastgelegd en zij ontvingen geld voor tickets. Naast de 10-daagse
    vliegreis werd ook een hotel geboekt. Na aankomst werden de twee
    vrouwen op het vliegveld afgehaald door een onbekende die hen met
    een busje naar het hotel bracht. Na een aantal dagen werden zij in
    het hotel door een onbekend meisje benaderd die hen meedeelde dat
    zij ‘s avonds op een bepaalde plaats moesten zijn voor verdere
    afspraken. Daar kregen zij te horen dat zij op hun hotelkamer
    moesten blijven omdat hen daar aangepaste kleding zou worden
    gebracht. De cocane diende onder de geprepareerde kleding op het
    lichaam te worden bevestigd. De terugreis geschiedde onder
    begeleiding op afstand. Deze begeleiding diende ter controle van
    beide dames. In de aankomsthal in Schiphol werden de vrouwen
    benaderd door een hen onbekende man die voor vervoer naar Amsterdam
    zorg droeg. Daar kregen zij op een werderom onbekend adres het
    restant van het hun beloofde geld en werd de cocane van hun lichaam
    verwijderd.

    Uit dit voorbeeld blijkt wel dat koeriers door criminele groepen
    worden gebruikt, of beter gezegd misbruikt, om de cocane of een
    andere drug te smokkelen. Het is vrijwel uitgesloten dat zij deel
    uitmaken van de smokkelende criminele groep. Alle
    voorzorgsmaatregelen zijn er op gericht de koerier zo min mogelijk
    te laten weten. Zij krijgen steeds met wisselende personen te maken
    die hun deelopdrachten geven en informatie verstrekken hoe in
    bepaalde situaties te handelen. De kennis die zij krijgen is
    gefragmenteerd en wordt door de organisatie bewust beperkt
    gehouden. Voor het werken met koeriers worden meerdere groepsleden
    ingeschakeld: voor de werving, de opdrachtgever in het land van
    werving, voor de betalingen en afspraken voor het transport, het
    controleren van de koeriers en het waken voor politie-infiltratie,
    de opvang in land van verzending, de opdrachten aldaar, de
    overdracht van de drugs, de begeleiding op het vliegveld en de
    begeleiding tijdens de vlucht, de opvang in Nederland, de
    uitbetaling. Smokkel door middel van koeriers is voor criminele
    groepen derhalve een arbeidsintensieve aangelegenheid.

    Er zijn vijf soorten smokkelmethoden waarvan koeriers die per
    vliegtuig reizen zich bedienen: 1. De slikkers, die cocane in de
    vorm van bolletjes inslikken. De cocane verlaat het lichaam langs
    natuurlijke weg;

    2. de duwers, die de cocane anaal dan wel vaginaal
    vervoeren.
    Voor methode 1 en 2 geldt dat deze moeilijk door de
    opsporingsinstanties te ontdekken is. Meestal is de hoeveelheid
    gesmokkelde drugs niet erg groot (tot 1 2 kilo).
    3. Drugs kunnen via speciaal geprepareerde kleding en ondergoed op
    het lichaam van koeriers worden gesmokkeld. Bijvoorbeeld door
    middel van een luier of een spijkerbroek; daarnaast wordt de herone
    of cocane ook wel direkt op het lichaam geplakt;

    4. in de bagage (koffers of handbagage) van de koeriers;
    5. drugssmokkel door de bemanning van vliegtuigen (piloten,
    werktuigbouwkundige, purser, sterwardess, en dergelijke). Omdat zij
    minder aan inspecties worden onderworpen en het controlerend
    personeel na verloop van tijd vaak persoonlijk kennen, lopen zij
    minder kans op luchthavens te worden aangehouden. Een aantal
    aanhoudingen op Schiphol van piloten, stewardessen en pursers in de
    afgelopen jaren heeft de opsporingsdiensten overigens weer op deze
    smokkelvariant attent gemaakt.

    Er bestaat geen wetenschappelijk onderzoek naar de achtergronden
    en de kenmerken van drugskoeriers, met uitzondering van de
    publikatie van Janssen (1994, p. 56-60). Zij rapporteert over een
    klein aantal Latijnsamerikaanse koeriersters die in Nederland zijn
    gedetineerd in de Bijlmerbajes. De meeste koeriersters komen uit
    Colombia en zijn of tussen de twintig en dertig jaar f tussen de
    veertig en de vijftig jaar oud, zij zijn veelal ongehuwd of gehuwd
    geweest, laag geschoold en hadden in het verleden voor hun detentie
    ooit wel eigen handeltjes in kleding of stoffen gehad. De
    Marechaussee heeft een beperkte analyse gemaakt van een aantal,
    niet representatieve, zaken waarin koeriers zijn aangehouden
    (Koninklijke Marechaussee, 1994). Er zijn 27 koeriers onderzocht om
    na te gaan of er speciale herkenbare eigenschappen hebben. Onder
    deze 27 koeriers, aangehouden in de periode van 1 januari 1994 tot
    en met augustus 1994, zijn 22 mannen en 5 vrouwen. De gemiddelde
    leeftijd was bijna 30 jaar, met als jongste 18 jaar en als oudste
    51 jaar. Bijna al deze koeriers vlogen met de KLM. Dit zegt
    overigens meer over de selectieve controle van de Marechaussee dan
    van de keuze van de koeriers voor een bepaalde maatschappij. Van de
    aangehouden koeriers vervoerde de grote meerderheid cocane en een
    klein deel herone. Cannabisprodukten werden niet aangetroffen.
    Twaalf vervoerden de drugs oraal, vier vaginaal, twee anaal en twee
    koeriers plakten bolletjes op hun lichaam. Van de aangehouden
    koeriers waren er slechts negen op doorvlucht naar andere
    bestemmingen. Koeriers werken vaak
    met tween en met een voor hen onbekende controleur die de smokkel
    in de gaten houdt en voorkomt dat de koerier verdwijnt met de
    drugs. Verdere achtergrondkenmerken werden niet onderzocht. De
    Engelse luchthavenpolitie van Heathrow onderzocht 55 Engelse zaken
    voor de Marechaussee. Opvallend bij dat onderzoek was dat het
    hierbij in de meeste gevallen cannabis betrof; 16 keer betrof het
    cocane. De meeste koeriers slikten (33x), gevolgd door anaal
    vervoer (19x). De meeste koeriers hebben weinig bagage bij zich en
    hebben een beroep dat niet bij de reis en de bestemming past
    respectievelijk zijn zonder beroep. De Engelse luchthavenpolitie
    pretendeert aan het gedrag van mensen betrokkenheid bij
    drugssmokkel te herkennen. Uit het feit dat de Engelsen India als
    meest voorkomende bronland noemen, Engelse staatsburgers de
    grootste groep aangehoudenen vormen en het de smokkel van cannabis
    betreft, kan worden afgeleid dat het voornamelijk gaat om
    gebruikers die voor eigen gebruik drugs meenemen. Professionele
    koeriers lijken in het Engelse onderzoek op Heatrow niet voor te
    komen.

    Dit laatste geldt ook voor de opsporingsdiensten op Schiphol.
    Behalve het gebruik van honden die zijn getraind op de herkenning
    van drugs, worden de observaties van passagiers uit bronlanden nog
    altijd op grond van intutie (verwoord in instructies) uitgevoerd.
    Zenuwachtig kijkende passagiers, of passagiers die wachten op
    onbekenden kunnen wijzen op drugsmokkel. Er is een Profilingsysteem
    van tickets, maar dat is zo ruim dat heel veel passagiers daaronder
    vallen (Koninklijke Marechaussee, 1995).

    Professionele criminele organisaties wisselen voortdurend van
    type koerier. Op grond van hun ervaringen met de opsporing zullen
    zij steeds een ander type koerier inzetten: de ene keer een jonge
    vrouw, dan weer een zakenman en het liefst hele gezinnen met kleine
    kinderen.

    4.3.1.2. De smokkel via vrachten en bagage
    Een andere smokkelmethode met betrekking tot cocane via Schiphol is
    het verstoppen van cocane tussen legale vrachten of in koffers van
    onwetende passagiers of van medeplichtigen. In principe alle
    soorten vracht kunnen bij de smokkel worden gebruikt. Zo werd op
    Schiphol een groep Surinamers aangehouden omdat zij tussen groenten
    een jaar lang cocane hadden gesmokkeld. Bovenkerk (1995, p. 167)
    beschreef op grond van het levensverhaal van Bettien M. onder
    andere hoe bedrijven worden ingeschakeld voor de smokkel van
    drugs:

    1. volkomen legale bedrijven die door criminele groepen,
    overigens zonder dat de bedrijfsleiding dat weet, worden gebruikt
    om drugs te verbergen tussen de vrachten van deze bedrijven; 2.
    legale bedrijven die door de eigenaren of bedrijfsleiding welbewust
    worden gebruikt voor smokkel (het voorbeeld van de groentehandel
    hiervoor);

    3. illegale bedrijven waarvan de winsten worden gebruikt om
    speciale legale faades op te bouwen; 4. volkomen illegale bedrijven
    die door criminele groepen zijn opgericht om te kunnen smokkelen.
    De grote hoeveelheden vracht die dagelijks op Schiphol aankomen
    maken een intensieve controle op de aanwezigheid van drugs vrijwel
    onmogelijk. De snelheid waarmee de goederen het terrein van
    Schiphol af moeten om te worden getransporteerd naar de afnemer,
    maakt het heel moeilijk voor de opsporingsinstanties alle vracht te
    inspecteren. De ervaring leert wel dat vrachten uit bepaalde landen
    of voor bepaalde bedrijven drugsgevoeliger zijn. De frequentie en
    de intensiteit van de inspecties zijn daarop wel afgestemd. Meestal
    bestaat de controle uit inspectie met drugshonden, maar die zijn
    niet langer dan 4 tot 5 uur per dag beschikbaar.

    Naast smokkelwaar tussen legale vracht kunnen drugs in de bagage
    van passagiers worden verborgen. Daarvoor hebben criminele groepen
    hulp nodig van binnenuit. Koffers van onwetende passagiers moeten
    in het land van vertrek worden opengemaakt om de drugs te plaatsen.
    Onwetende passagiers houden voor smokkelaars altijd een risico in,
    omdat nooit bekend is wat zij gaan doen, waar zij naar toegaan en
    hoe zij moeten worden gevolgd. Daarom wordt vaker een andere
    werkwijze toegepast. Op naam van passagiers die geen of heel weinig
    bagage hebben, wordt een koffer op de band gezet waarin drugs zijn
    verstopt. De koffer krijgt een vals bagagelabel en
    identificatienummer en wordt van een opvallende sticker voorzien.
    In het land van bestemming wordt de koffer door een andere
    medewerker van de groep van de band gehaald en met behulp van een
    pasje buiten de douane om naar buiten gebracht. Deze manier van
    smokkelen houdt wel in dat er luchthavenpersoneel op minimaal twee
    vliegvelden voor de smokkelaars werkzaam moeten zijn (zie verder
    hoofdstuk 5).

    4.3.1.3. Dossieranalyse: criminele groepen
    De dossiers van de Koninklijke Marechaussee die voor dit
    deelonderzoek ter beschikking zijn gesteld, maken na het nodige
    lees- en analysewerk duidelijk dat slechts de onderkant van de
    criminele netwerken door de
    Marechaussee (en vroeger de rijkspolitie) kan worden getraceerd.
    Het betreffen voornamelijk tactische opsporingsonderzoeken naar
    koeriers en medeplichtigen die werkzaam zijn op Schiphol en
    diensten verlenen aan criminele groepen. De criminele groepen die
    op de achtergrond aan de touwtjes trekken en de transporten
    organiseren blijven vrijwel altijd buiten het zicht van de
    Marechaussee. Dit zegt minder over de werkwijze van de Marechaussee
    (al heeft die er wel mee te maken), dan over de werkwijze van
    criminele groepen. Leidende figuren in die groepen of netwerken
    verzorgen nooit transporten maar laten dat over aan tijdelijk
    ingehuurde koeriers of kwetsbare personen met vitale functies op
    een vliegveld, waardoor met hun medewerking de smokkel soepel kan
    verlopen.

    De smokkel die de rijkspolitie en later de Marechaussee in het
    vizier krijgt, betreft voornamelijk cocane. De verdachten zijn
    vrijwel allemaal Surinamers en Antillianen. De verdachte
    medeplichtigen hebben dezelfde achtergrond. Dit beeld komt overeen
    met dat wat Bovenkerk en Fijnaut in hun deelrapport over etnische
    en buitenlandse groepen hebben geschreven. De koeriers en het
    luchthavenpersoneel worden in een aantal gevallen aangestuurd
    vanuit het land van oorsprong en wel door mensen uit het leger en
    de politie en in een klein aantal gevallen door in Nederland
    actieve criminele groepen. Vrijwel alle opgespoorde smokkellijnen
    op Schiphol lopen vanuit Suriname en de Nederlandse Antillen, die
    de cocane vanuit Colombia ontvangen. In vrijwel alle dossiers van
    de luchthaveninstanties en die van de regiokorpsen wordt melding
    gemaakt van corrupte douaniers, ambtenaren, inladers,
    luchthavenpersoneel en personeel van luchtvaartmaatschappijen
    uit deze twee bronlanden. Op de achtergrond zijn criminele
    groepen actief die verder onzichtbaar blijven voor de Marechaussee
    en de rijkspolitie. Een meer gedetailleerde kijk op de dossiers
    levert het volgende beeld op. Van de vijf dossiers van de
    Koninklijke Marechaussee die gaan over drugs smokkelende criminele
    groepen was er een ongeschikt voor dit deelrapport omdat het een
    zaak betreft van een groep Amsterdammers (13 mannen en vrouwen) en
    een Italiaan die cocane per auto smokkelden naar Itali. Schiphol
    had daarmee geen directe relatie. De andere dossiers betreffen
    allemaal zaken van Surinamers en Antillianen die cocane via
    Schiphol naar Nederland importeerden. En zaak speelde in 1992. De
    betreffende groep bestond uit acht Ghanezen en drie Surinamers die
    betrokken waren bij de smokkel van meerdere kilo’s cocane. De
    mannen waren in de leeftijd tussen de 22 en 39 jaar. Een Ghanees
    organiseerde vanuit Amsterdam de smokkel. De feitelijke regie vond
    plaats vanuit Suriname waar werd bepaald wanneer en hoeveel cocane
    werd gesmokkeld. De groep werkte met zes koeriers die de drugs
    vanuit Suriname of de Antillen (Aruba) meenamen en met een aantal
    Ghanezen die op Schiphol als schoonmaker of -maakster werkzaam
    waren. De laatsten verzorgden de opvang van de koeriers en het
    buiten Schiphol brengen van de cocane en de koeriers. De zaak kwam
    aan het rollen toen een Ghanese schoonmaakster met twee koeriers
    bij toeval door een particuliere beveligingsbeambte op een
    beschermd deel van het terrein op Schiphol werd aangetroffen
    terwijl alleen zij over een pas beschikte. Met deze pas kon zij
    deuren naar buiten openen. Bij een andere vlucht uit Suriname kon
    van deze groep een Surinamer worden aangehouden komende uit
    Paramaribo die in de aankomsthal 11 kilo cocane overhandigde aan
    een vrouw met een drie-jarig kind.

    In een zaak uit 1993 en 1994 speelde een KLM-loodsmedewerker van
    Surinaamse origine een hoofdrol Noot . Met behulp van
    twee Surinaamse medeplichtigen van 30 en 35 jaar oud smokkelde hij
    vanuit Curaao diverse kilo’s cocane. De cocane werd verstopt in een
    houten kist die door de verzender werd gemerkt. De loodsmedewerker
    haalde de kist van de pallet en bracht de drugs naar een handlanger
    buiten de luchthaven. In hetzelfde jaar werden tussen groenten, die
    uit Suriname naar Nederland werden gemporteerd, hoeveelheden cocane
    ontdekt. Achteraf bleek het te gaan om geregelde zendingen uit
    Suriname naar Surinaamse toko’s in Amsterdam. De winkels haalden de
    groenten op en moesten op een parkeerplaats langs de snelweg
    parkeren, waar medeplichtigen de cocane tussen de groenten vandaan
    haalden. Onbekend is wie de cocane in Suriname tussen de groenten
    plaatste. In Amsterdam zijn verscheidene Surinamers aangehouden in
    de leeftijd van rond de vijfendertig jaar oud.

    Een grote zaak kwam recentelijk in het nieuws toen de
    Marechaussee een smokkellijn vanuit Zuid-Amerika naar Amsterdam
    oprolde. De groep bestond uit een aantal Surinamers werkzaam in de
    KLM-bagagekelder op Schiphol en in Suriname en Curaao. Veel leden
    hadden antecendenten op het gebied van verdovende middelen. De
    koffers met cocane werden gemerkt verzonden vanuit die landen en in
    Nederland uit de bagageruimte verwijderd. In totaal schat de
    Koninklijke Marechaussee dat ongeveer 1.500 kilo cocane Nederland
    is binnengesmokkeld in zendingen van 15 kilo per keer. De methodiek
    was dat de koffer met cocane werd ingecheckt op naam van een
    passagier die geen bagage had. Dat viel niemand op en ook de
    betreffende passagier wist van niets aangezien de koffer tijdig van
    de band werd gehaald. De koffer kon worden herkend aan bepaald
    vrachtlabel. In andere gevallen werd met postzakken gewerkt of met
    koeriers (familieleden op vakantiereis). De groep smokkelaars had
    diverse medeplichtigen in de genoemde landen. De hoofdrolspeler op
    Schiphol beschikte over diverse corrupte contacten te Suriname,
    Curaao en Colombia. De cocane werd betrokken van het Medellnkartel.
    Per schip werd de cocane van Colombia naar Curaao vervoerd, alwaar
    de drugs in een hotel werden opgeslagen. Een enkele keer werd via
    Miami gevlogen om geen aandacht te trekken. In Curaao was een
    corrupte douanier voor de groep werkzaam en een medewerkster aan
    de
    incheckbalie (die wist welke passagier geen of weinig bagage bij
    zich had). Verder hielpen transportmedewerkers en familieleden die
    in de catering van een luchtvaartmaatschappij werkzaam waren. De
    groep had de hele vrachtketen vanuit Curaao tot op Schiphol in haar
    greep doordat overal medeplichtigen meewerkten zodat de drugs op
    cruciale momenten buiten de controle van politie en particuliere
    beveiliging kon blijven. Geweld werd niet geschuwd om groepsleden
    in het gareel te houden. Een groepslid dat voor zichzelf een
    smokkellijn wilde beginnen werd op hardhandige wijze afgestraft.
    Eenmaal buiten Schiphol werd de koffer naar een parkeerplaats
    gebracht, waar een handlanger van de groep die de bagage van de
    vliegtuigbemanningen afhandelde, de coke overnam. Vervolgens werd
    een deel van de cocane naar coffeeshops in Amsterdam gebracht dan
    wel naar Rotterdam. De verdiensten werden onder andere besteed aan
    het kopen van onroerend goed in Suriname of het daar laten bouwen
    van een woning. Verder werden mooie auto’s gekocht en werd met de
    opbrengsten een uitbundige levensstijl gevoerd. Uit de
    beschrijvingen van de analyse kan worden opgemaakt dat de zaken
    vooral betrekking hebben op verdachten die op Schiphol werkzaam
    zijn. Het gaat om smokkel van cocane. Schipholpersoneel speelt een
    ondergeschikte rol. De regie achter de schermen vindt vanuit
    Suriname plaats. De groepen maken gebruik van corrupte
    medeplichtigen die toegang hebben tot bepaalde gebieden en kennis
    hebben van de faciliteiten die de luchthaven biedt.

    4.3.2. De aard en omvang van mensensmokkel
    Noot

    De smokkel van mensen is voor criminele groepen aantrekkelijk om
    meer redenen. De betalingen die van wanhopige mensen kunnen worden
    verlangd zijn aanzienlijk. Doorgaans leggen mensen tussen de 5.000
    en 20.000 gulden neer om naar een land te worden gesmokkeld. De
    pakkans van smokkelaars is internationaal gezien zeer laag en de
    straffen die op mensensmokkel staan zijn bescheiden te noemen. (In
    Nederland is het fenomeen mensensmokkel aan de Koninklijke
    Marechaussee toegewezen in het kader van haar grensbewakingstaak.)
    Mensensmokkel vindt niet alleen via Schiphol plaats, maar ook via
    de weg per auto(bus). Van de totale omvang van mensensmokkel schat
    de Koninklijke Marechaussee dat een klein deel daarvan via Schiphol
    gaat.

    In een aantal gevallen worden illegalen eerst naar luchthavens
    in andere landen gevlogen om vervolgens via de weg Nederland binnen
    te komen. De Koninklijke Marechaussee heeft het Sluisteam op
    Schiphol opgericht dat de aard en de omvang van de mensensmokkel in
    het eerste jaar (1994) waarin de wet in werking is getreden in
    kaart heeft proberen te brengen (1995). Het team bestaat uit leden
    van de Marechaussee en de douane.

    Het Sluisteam geeft in zijn rapportage over 1994 aan dat op
    grote schaal mensensmokkel heeft plaats gevonden. Per dag werden
    ongeveer 10 tot 25 mensen illegaal Schiphol binnengesluisd (vandaar
    de naam van het team). De landen waarvan de illegalen afkomstig
    zijn, zijn China, het voormalig Joegoslavi, Roemeni, Ghana, Zare,
    Indonesi, Filippijnen, Rusland, Peru, Iran, Irak, Pakistan en
    India. De smokkel van mensen is niet alleen gericht op binnenkomst
    in Nederland, maar ook op vervoer door Nederland naar Canada en de
    Verenigde Staten. Schiphol fungeert in dat geval als transitohaven.
    Het Sluisteam heeft thans 775 personen in het politieregister
    opgenomen die op de een of andere manier iets met mensensmokkel te
    maken hebben. Ongeveer 325 daarvan zijn actief geweest op Schiphol.
    In een periode van 5 maanden (1 oktober 1994 tot en met 28 februari
    1995) zijn er door het rechercheteam 169 (waarvan 85% op Schiphol)
    onderzoeken verricht die hebben geleid tot 34 aanhoudingen. Tegen
    17 verdachten is het onderzoek nog gaande.

    Bij de Marechaussee is een groep bekend die in Twente actief was
    op het gebied van mensensmokkel. Deze groep heeft ook een tak die
    zich met de import van marihuana heeft beziggehouden (zie het
    deelrapport over de lokale situatie in Enschede). Het betrof een
    Pakistaan die samen met een groep andere Pakistaanse Sikhs uit
    India via Nederland over land en vervolgens per vliegtuig naar
    Engeland, de Verenigde Staten of Canada transporteerde. De
    asielzoekers waren afkomstig uit Duitsland, Belgi en Nederland. Zij
    betaalden flinke prijzen om naar het land van bestemming te worden
    gebracht. Voor het transport van illegalen kreeg de groep
    assistentie van personeel op Schiphol. Vanuit Sikhtempels in
    Rotterdam en Keulen werden valse en vervalste paspoorten naar
    Schiphol gebracht en ter plekke overhandigd aan de illegalen; of
    zij werden ook gebruikt om tickets te kopen en vluchten te boeken.
    Vanuit de lounge van Schiphol werden de Sikhs naar de vliegtuigen
    begeleid. Enkele groepsleden beschikten over een luchthavenpasje
    waardoor zij ongestoord in de beschermde gebieden van Schiphol
    konden komen. Zij begeleidden de Sikhs buiten de paspoortcontrole
    om. Onduidelijk is hoe de criminele groep was georganiseerd en wat
    de kenmerken van de leden waren. Behalve op deze ene groep heeft de
    Koninklijke Marechaussee weinig zicht op criminele groepen die
    achter de mensensmokkel zitten. Zo is geen enkele Chinese groep bij
    het rechercheteam bekend, terwijl uit diverse
    rapportages van de regiokorpsen in Nederland naar voren komt dat
    Chinezen zich actief met mensensmokkel zouden bezighouden om hen
    als illegale arbeidskrachten in de keukens van de Chinese
    restaurants in te zetten (zie het deelrapport van Fijnaut in
    verband met de Chinese groepen). De omstandigheden waaronder
    illegale Chinezen moeten werken zijn erbarmelijk en het kan jaren
    duren voordat zij hun schuld aan de criminele groepen hebben
    terugbetaald. Ook worden zij als verklikker ingezet om Chinese
    restauranthouders af te persen. In Duitsland is door het
    Bundeskriminalamt meer onderzoek verricht naar groepen die zich met
    mensensmokkel bezig houden (Sieber en Bgel, 1993). Om de smokkel
    van mensen te kunnen regelen moeten criminele groepen beschikken
    over een logistiek netwerk. Dit netwerk van medeplichtigen heeft
    men nodig om de vluchtelingen of de vrouwen voor de prostitutie te
    ronselen, om de reisroute uit te stippelen en te organiseren, het
    transport en de begeleiding van de reis, om de benodigde
    reispapieren, persoonsdocumenten te leveren en om de illegalen in
    het land van bestemming onder te brengen. Minimaal zijn ongeveer 10
    personen betrokken bij elk transport. Ieder lid vervult daarin een
    vaste rol en heeft een bepaalde taak uit te voeren. De meeste
    betrokkenen hebben geen vaste plaats in de groep maar verlenen,
    tegen een aantrekkelijke vergoeding, hand- en spandiensten aan de
    groep (denk hierbij aan kelners, portiers, taxichauffeurs, en
    dergelijke). De mensensmokkel wordt in het algemeen georganiseerd
    door groepen die uit hetzelfde land als de gesmokkelden afkomstig
    zijn. De werving van vrouwen voor de prostitutie vindt vaak in
    bordelen plaats onder prostituees, of in clubs, bars en discotheken
    waarbij hen een goede en goed betaalde baan voorgespiegeld wordt
    waarmee zij aan de armoede kunnen ontkomen. Het betreft zowel
    vrouwen die wetenschap hebben van wat hen te wachten staat, als
    vrouwen die hiermee volledig onbekend zijn. Eenmaal in Nederland of
    een ander westers land worden zij gedwongen in de prostitutie te
    werken. In Oost-Europa zijn zelfs voor de werving van vrouwen
    speciale bureaus voor dit doel in het leven geroepen. Sommige
    bureaus functioneren voor de buitenwereld als huwelijksbureau. Niet
    zelden gaat achter een huwelijksbureau, im- en exportbedrijf of een
    reisbureau een dekmantelbedrijf schuil van waaruit de smokkel wordt
    georganiseerd. Vluchtelingen bereikt men via mond-op-mond-reclame.
    Via contacten in hotels of reisagentschappen en opvangcentra kan
    men met de hulp van handlangers naar de organisatie worden
    gebracht.

    Mensensmokkel gaat altijd gepaard met andere strafbare feiten.
    Er wordt gebruik gemaakt van vervalste documenten, de handel
    daarin, er worden blanco reisdocumenten verhandeld en in een aantal
    gevallen worden tevens drugs gesmokkeld. Veelal gebeurt dat laatste
    in opdracht van de criminele groep als bijzondere voorwaarde om
    door deze groep Nederland binnen te worden gesmokkeld.

    Elke groep heeft de beschikking over een vervalser van
    reispapieren en andere bescheiden. Meestal zijn zij autodidact. Om
    de benodigde visa in ontvangst te nemen moet het paspoort van de
    gesmokkelde worden afgegeven om te worden vervalst of om de
    vereiste visa bij corrupt ambassadepersoneel te krijgen. Illegalen
    die een strafblad hebben moeten zich een geheel nieuwe identiteit
    aanmeten. Verder zijn er transporteurs en koeriers actief. De
    laatsten zorgen ervoor dat de paspoorten op de juiste plaats
    terecht komen en bij de juiste persoon. Transporteurs verzorgen de
    reis als chauffeur in het geval de reis per auto(bus) gaat en als
    begeleider wanneer het vliegtuig wordt gekozen. De route en het
    transportmiddel worden zo gekozen dat wordt voldaan aan twee
    voorwaarden. De aankomst in het land van bestemming moet met zo min
    mogelijk controlepunten gepaard gaan en de reis moet lonend zijn
    voor de criminele groep (veel mensen tegelijk + weinig reistijd +
    lage kosten). Om de grenscontroleurs om de tuin te leiden worden
    retourtickets gekocht. De doorvoer naar een ander land dan
    bijvoorbeeld Nederland gaat als volgt. Een lid van de groep koopt
    een enkele reis naar een willekeurige stad in de VS. De illegaal
    krijgt een retourticket. In de transitruimte wisselen de illegaal
    en het groepslid hun boardingkaart en ticket uit.

    In het land van bestemming worden de illegalen door de criminele
    groep opgevangen en vervolgens naar plaatsen elders (woningen,
    hotels) gebracht. De opvang verloopt met de minste risico’s wanneer
    de illegalen door personeel van een luchthaven buiten de controles
    om van het vliegveld kunnen worden gesluisd. Hulp van binnenuit
    heeft als voordeel dat (1) medeplichtigen beschikken over een pas
    die hun aanwezigheid op verschillende plekken op de luchthaven
    mogelijk maakt, (2) zij kennen de procedures en controles, en (3)
    zij zijn goed thuis in het land van bestemming en de plaats van
    aankomst.

    Uit de analyse van het BKA komt naar voren dat handelaren in de
    praktijk niet of nauwelijks solistisch opereren (Sieber en Bgel,
    1993). Vrijwel altijd zijn er meer daders bij betrokken. Weliswaar
    geeft een persoon bij aanhouding op heterdaad aan alleen te hebben
    gehandeld, maar daaraan mag weinig realiteitswaarde worden
    toegekend. In ieder geval reist men altijd in groepen, met
    vervalste of valse papieren. Soms worden mensen bewust
    achtergelaten in de internationale ruimte (zonder papieren en
    zonder de taal machtig te zijn) of worden illegalen wel met
    papieren op het vliegtuig gezet, maar worden de papieren tijdens de
    reis vernietigd. Als de illegale smokkel mislukt, dan wordt vrijwel
    zeker asiel aangevraagd. De criminele groep heeft de illegalen
    daarop voorbereid en hen enige informatie gegeven hoe te handelen
    wanneer zij voortijdig worden ontdekt.

    Luchtvaartmaatschappijen zijn in het kader van een verscherpt
    asielbeleid tegenwoordig verplicht de papieren
    van passagiers grondig op hun geldigheid te controleren op straffe
    van een hoge geldboete. Door een scherpere controle bij het
    inchecken, voor vertrek vanaf Schiphol, wordt het moeilijker zonder
    goede papieren te reizen. Hiermee trachten de autoriteiten te
    voorkomen dat mensen via Schiphol naar andere landen worden
    doorgesluisd. Het is onbekend wat de aard en de omvang van deze
    vorm van mensensmokkel is.


    vorige        
    volgende        
    inhoudsopgave en zoeken