Criminele geheime agentenApril 9, 1999
Aflevering 14 van 9 april 1999
Criminele geheim agenten
De politie mag van de politiek niet meer met criminele burgerinfiltranten werken. De politie is echter niet het enige overheidsapparaat dat criminele burgers als infiltrant inzet. Dat doet de BVD ook. Maar het wordt de BVD vooralsnog niet verboden met criminele burgerinfiltranten te werken. Dat is volgens mij een probleem, met name omdat dan niet valt uit te sluiten dat de BVD ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten zal doen wat de politiek de politie thans verbiedt.
Het is een feit van algemene bekendheid dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten hun kennis voor het grootste deel halen uit openbare bronnen. Er wordt gezegd dat inlichtingen- en veiligheidsdiensten en dus ook de BVD hun kennis voor 80 tot zelfs 95% uit open bronnen halen. De rest van de informatie verzamelt de BVD deels door het onderscheppen van (gecodeerd) berichtenverkeer, deels door de inzet van informanten en geheim agenten. Blijkens artikel 21 van het wetsontwerp over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dat bestaande praktijk formaliseert, zijn de inlichtingen- en veiligheidsdiensten bevoegd tot de inzet van `natuurlijke personen’ (lees: burgerinformanten en -agenten) om gericht gegevens te verzamelen `omtrent personen en organisaties die voor de taakuitvoering van een dienst van belang kunnen zijn’.
lees meer
Inhoudsopgave Dossier Europol 2April 1, 1999 - bron: Buro Jansen & Janssen
In deze brochure wordt een laagje van de geheimzinnigheid rond Europol afgeschraapt. Op basis van openbare en minder openbare bronnen en documenten. Naast de oprichting van Europol wordt ook gekeken naar tal van andere initiatieven tot Europese politiesamenwerking, waarin Europol steeds als een spin in het web opduikt. Op de achtergrond blijken de kaarten keer op keer geschud.

Terwijl parlementariërs zich het hoofd buigen over verdragsteksten waarvan de inkt nauwelijks droog is, is men op Europees niveau al weer drie stappen verder. Dat is het verhaal van Europol. Onder het aanroepen van het spook van de georganiseerde criminaliteit worden bevoegdheden opgerekt en sneuvelen burgerrechten. Er vormt zich een machtig Europees politie- en inlichtingenapparaat dat de touwtjes strak in eigen handen heeft en een eigen agenda voert. Maar in het moderne Europa ben je een kniesoor als je daar over zeurt.
lees meer
Wat het daglicht niet kan velenApril 1, 1999 - bron: Europol Dossier 2
Internationale samenwerking in de praktijk
Europese politiesamenwerking vond ook plaats voordat Europol in het leven werd geroepen. De ervaringen die daarmee opgedaan zijn, geven inzicht in de alledaagse werkelijkheid van dergelijke samenwerking. Daarmee maakt het tastbaarder wat Europol in de praktijk zal gaan betekenen.
De Parlementaire Enquete Commissie Opsporingsmethoden heeft in haar onderzoek aandacht besteed aan de internationale politiesamenwerking. Uit het onderzoek blijkt dat er nogal ruim met de regels van uitwisseling van informatie en het inzetten van infiltranten wordt omgegaan.
Er blijkt nauwelijk controle te zijn op uit het buitenland verkregen informatie. Een zeer groot deel van de informatie-uitwisseling blijkt via informele kanalen te lopen. De Belgische professor. dr. Brice De Ruijver heeft ook onderzocht hoe informele politienetwerken in Europa functioneren. Net als de van Traa-commissie ondervond hij dat ‘het elkaar bellen’ om na te gaan of er ergens informatie over bepaalde mensen aanwezig is, de gewoonste zaak van de wereld is. Als dat zo blijkt te zijn, worden de bewijsstukken alsnog via de officiële weg (rechtshulpverzoek) opgevraagd. lees meer
Moeilijk te metenApril 1, 1999 - bron: Europol Dossier 2
Georganiseerde criminaliteit
De legitimatie voor de oprichting van Europol, en andere vormen van politiële en justitiële samenwerking, ligt in de bedreiging van de georganiseerde, grensoverschrijdende criminaliteit. Vanaf het einde van de jaren tachtig wordt deze trom steeds veelvuldiger beroerd.
Nu bestaat er geen Europese definitie van georganiseerde criminaliteit. Ook in wetenschappelijke kringen worden er verschillende definities gehanteerd.
Daarnaast is het een cruciale vraag hoe érg het nu eigenlijk precies is gesteld met de georganiseerde criminaliteit. De ingrepen in persoonlijke vrijheden en rechten, de ontbrekende democratische en juridische controle op Europol, het wordt uiteindelijk allemaal gelegitimeerd en geaccepteerd onder verwijzing naar de enorme bedreigingen van de georganiseerde criminaliteit. Er wordt weliswaar door politici veel en hard geroepen dat de georganiseerde criminaliteit een omnipotente bedreiging vormt voor alles dat ons lief is, maar daarmee is het nog niet wáár. Ook is daarmee de vraag niet beantwoordt of de all-out attack die men tegen het fenomeen wenst te lanceren, de beste en geeigende manier is. Om maar niet te spreken over het rijtje burgerrechten dat en passent sneuvelt. Bovendien blijkt keer op keer dat een oprekking van de bevoegdheden naar méér doet smaken. Onlangs pleitten de politiechefs ervoor om de bevoegdheden die ze zich in het kader van de strijd tegen de georganiseerde, of ‘zware’ criminaliteit hadden verworven, uit te breiden naar allerlei andere vormen van criminaliteit. lees meer
Politie zonder verdachtenMarch 30, 1999
Bij de officiële opening van het Europolkantoor in Den Haag in maart 1995, bood minister van Justitie Winnie Sorgdrager de Europese politiedienst een boompje aan. “Ik hoop en verwacht dat de jonge loot Europol zich zal ontwikkelen tot een sterk en volwassen onderdeel van ons Verenigd Europa” duidde de minister de symboliek. (1)
lees meer
De totstandkoming van Europol: Niet fraai, maar het kon nou eenmaal niet andersMarch 29, 1999
De totstandkoming van Europol Sinds de jaren zeventig wordt in Europa samengewerkt door de nationale politie- en inlichtingendiensten. De samenwerking had een sterk informeel karakter. Met de verdergaande Europese integratie werd deze samenwerking meer geformaliseerd. Onder de naam Trevi kreeg het overleg een regelmatig karakter en werd de invloed van deze samenwerking op het nationale beleid van de Lidstaten groter. De formalisering van de samenwerking leidde er niet toe dat er meer openbaarheid of democratische controle tot stand kwam. De samenwerking was intergouvernementeel: een onderlinge zaak van de regeringen, waar nationale parlementen niets over te zeggen hebben.
Met de ondertekening van het Verdrag van Maastricht (december 1991) werd een belangrijke stap gezet om de Europese samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken te intensiveren. In het Verdrag van Maastricht verklaarden de Europese regeringsleiders politie- en justitiezaken tot een kwestie van ‘gezamenlijk belang.’ De samenwerking kreeg een officieel plekje binnen de structuren van de Europese Unie. De Europese Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ-Raad) werd het orgaan waarin de samenwerking haar beslag kreeg.
Toch bleef de samenwerking een vreemde eend in de Europese bijt. De instituten van de Europese Unie, zoals de Europese Commissie, het Europese Parlement en het Europese Hof van Justitie, kregen geen zeggenschap over de politie- en justitiesamenwerking, omdat de samenwerking intergouvernementeel bleef.
lees meer
Wat mag europol: Carte BlancheMarch 28, 1999
Met de ondertekening van het Europol-verdrag wordt de inhoud openbaar. Naast de Kamerleden kunnen nu ook pers en publiek lezen wat er in hun naam is afgesproken door de Nederlandse regering. De kritiek is fors, zowel binnen als buiten het parlement.
Een gedeelte van de kritiek richt zich op de vele onduidelijkheden in het verdrag. Europol gaat zich bij uitstek bezig houden met de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit in Europa. Maar er valt nergens een definitie van georganiseerde criminaliteit te lezen. Uit de praktijk in de verschillende landen blijkt dat er geheel verschillende definities worden gehanteerd.
Tegelijkertijd staat op verschillende plekken in het verdrag te lezen dat Europol zich ook mag bezighouden met misdaden die ‘gerelateerd’ zijn aan de misdrijven waarvoor Europol officieel bevoegd is. Voorts kan de JBZ-Raad besluiten de taakvelden verder uit te breiden of nieuwe definities toe te voegen. Europol lijkt zich dus met vrijwel alles te kunnen (gaan) bezighouden.
lees meer
operationeel, pro-actief, effectief, executief: Actieplan georganiseerde criminaliteitMarch 27, 1999 - bron: Europol Dossier 2
Europol is niet het enige project waarin de Europese politiesamenwerking vorm krijgt. Sterker nog: terwijl de verschillende nationale parlementen zich buigen over de ratificatie van het Europol-verdrag, zijn de Europese leiders al weer een paar stappen verder. Er worden volop plannen gesmeed om de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit verder te intensiveren en het mandaat en de bevoegdheden van Europol uit te breiden. De politieke druk, vooral vanuit Duitsland, om de Europese politiesamenwerking een nieuwe impuls te geven komt tot uiting tijdens de Europese Top van Dublin in 1996.
lees meer
Internationale samenwerking in de praktijk: Wat het daglicht niet kan velenMarch 26, 1999
Europese politiesamenwerking vond ook plaats voordat Europol in het leven werd geroepen. De ervaringen die daarmee opgedaan zijn, geven inzicht in de alledaagse werkelijkheid van dergelijke samenwerking. Daarmee maakt het tastbaarder wat Europol in de praktijk zal gaan betekenen.
De Parlementaire Enquete Commissie Opsporingsmethoden heeft in haar onderzoek aandacht besteed aan de internationale politiesamenwerking. Uit het onderzoek blijkt dat er nogal ruim met de regels van uitwisseling van informatie en het inzetten van infiltranten wordt omgegaan.
lees meer
De European Drugs Unit: Kijkje in de keukenMarch 25, 1999
De European Drugs Unit (EDU) werd, op basis van een Ministerial Agreement tussen de Europese ministers van Justitie, opgericht in 1993. Het is de voorloper van Europol. De EDU wordt omschreven als een ‘niet-operationeel team voor de uitwisseling en de analyse van informatie, verband houdend met illegale drugshandel, de daarbij betrokken criminele organisaties en de daarmee samenhangende activiteiten in het kader van het witwassen van zwart geld die twee of meer Lid-staten raken.’
lees meer
Georganiseerde criminaliteit: Moeilijk te metenMarch 24, 1999
De legitimatie voor de oprichting van Europol, en andere vormen van politiële en justitiële samenwerking, ligt in de bedreiging van de georganiseerde, grensoverschrijdende criminaliteit. Vanaf het einde van de jaren tachtig wordt deze trom steeds veelvuldiger beroerd. Nu bestaat er geen Europese definitie van georganiseerde criminaliteit. Ook in wetenschappelijke kringen worden er verschillende definities gehanteerd.
lees meer
Dossier Europol 2March 23, 1999
Dossier Europol 2 EURO-POLITIE MAG ALLES
Bureau Jansen en Janssen en Stichting Eurowatch hebben een brochure samengesteld over de Europese politiedienst Europol.
In deze brochure wordt uit de doeken gedaan hoe Europol tot stand is gekomen en hoe zowel het Nederlandse als het Europese parlement vrijwel buitenspel hebben gestaan. Op basis van unieke documenten wordt een kijkje in de keuken van Europol geboden.
lees meer
Brochure Europol 2March 21, 1999
Inhoud
1 Politie zonder verdachten
Inleiding
4 operationeel, pro-actief, effectief, executief
bijlages
I Wat het daglicht niet kan velen
II Kijkje in de keuken
III Moeilijk te meten
Georganiseerde criminaliteit
lees meer
Politie zonder verdachtenMarch 20, 1999 - bron: Europol Dossier 2
Inleiding
Bij de officiële opening van het Europolkantoor in Den Haag in maart 1995, bood minister van Justitie Winnie Sorgdrager de Europese politiedienst een boompje aan. “Ik hoop en verwacht dat de jonge loot Europol zich zal ontwikkelen tot een sterk en volwassen onderdeel van ons Verenigd Europa” duidde de minister de symboliek. (1) lees meer
Totstandkoming van europol: Niet fraai, maar het kon nou eenmaal niet andersMarch 19, 1999
Sinds de jaren zeventig wordt in Europa samengewerkt door de nationale politie- en inlichtingendiensten. De samenwerking had een sterk informeel karakter. Met de verdergaande Europese integratie werd deze samenwerking meer geformaliseerd. Onder de naam Trevi kreeg het overleg een regelmatig karakter en werd de invloed van deze samenwerking op het nationale beleid van de Lidstaten groter. De formalisering van de samenwerking leidde er niet toe dat er meer openbaarheid of democratische controle tot stand kwam. De samenwerking was intergouvernementeel: een onderlinge zaak van de regeringen, waar nationale parlementen niets over te zeggen hebben.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>