Wild West in de polder; Buitenlandse speurders rechercheren er vrolijk op losMay 28, 2001
Gepubliceerd in: De Groene Amsterdammer 8 maart 2001
Jelle van Buuren
Buitenlandse politieambtenaren spelen een steeds grotere rol in Nederlandse opsporingsonderzoeken. De controle op deze buitenlandse agenten blijkt echter te rammelen, zo constateerde de commissie van Traa al in 1996. Op aandringen van de Tweede Kamer beloofde de minister van Justitie met nieuwe regels te komen voor de in Nederland gestationeerde buitenlandse verbindingsofficieren. Die nieuwe regels zijn er nog steeds niet. Toch ligt er al sinds mei 1998 op het Ministerie van Justitie een geheim rapport over de problemen met het toezicht op de buitenlandse liaison officers. Waarom blijven die nieuwe regels uit? En wat staat er eigenlijk in dat geheime rapport? De Groene wist de hand te leggen op het explosieve rapport en de richtlijn voor buitenlandse liaison officers.
lees meer
Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en ICTMay 27, 2001
6.7 Inlichtingen- en veiligheidsdiensten en ICT
6.7.1 EuropaJelle van Buuren6.7.2 NederlandWillem WagenaarGepubliceerd in Handboek Recht en Informatietechnologiefebruari 2001
6.7.1 Europa
Jelle van Buuren
6.7.1.1. Inleiding
Binnenlandse veiligheid is de hoeksteen van de nationale soevereiniteit. Overdracht van nationale bevoegdheden op dit gebied naar het niveau van de Europese Unie zal hoogstens het sluitstuk van vergaande politieke integratie vormen – als het er al ooit van komt. In het proces van Europese integratie blijkt de nationale soevereiniteit immers keer op keer op bepaalde terreinen springlevend. De samenwerking tussen politie en justitie blijft gedomineerd door nationale prerogatieven. Voor inlichtingen- en veiligheidsdiensten geldt dat eens te meer. Internationale regulering van bevoegdheden van inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bijvoorbeeld door internationale verdragen, is om dezelfde reden niet te verwachten.
Er vindt echter wel vergaande samenwerking plaats tussen Europese inlichtingen- en veiligheidsdiensten (ivd’s), zowel op het terrein van beleidsafstemming als op het terrein van operationele samenwerking. Hierbij past wel meteen een kanttekening. Het sterk soevereine karakter van ivd’s bepaalt in hoge mate het karakter van de samenwerking. In de wereld van de ivd’s is er sprake van opportunisme, of vriendelijker gezegd: quid pro quo. Waar de belangen samenvallen werkt men samen, waar de belangen uiteenlopen werkt men niet samen, of is men elkaars concurrent.
lees meer
De dierenrechtenpraatgroep van de BVDMay 26, 2001
gepubliceerd in Ravage nr 6, 27 april 2001 door OBIV
Op zondag 25 maart, midden in de MKZ-crisis gaat een groot deel van de grootste Nederlandse varkensslachterij in Boxtel in vlammen op. Naar later blijkt een, wat uit de hand gelopen, actie van het Dierenbevrijdingsfront. In diezelfde periode probeert de BVD een informant te werven in Nijmegen. De jongeman moet infiltreren in kringen van radicale dierenrechtenactivisten. De beoogde informant zou voor de BVD echter niet de daders van acties als in Boxtel – liefst van tevoren – hoeven aan te wijzen. Of toch?
lees meer
Op jacht naar links, Interessante internetzakenMay 1, 2001 - bron: Eveline Lubbers
Ravage
In april waren er een aantal interessante Internet zaken, die een vraag gemeen hadden: wie bepaalt er wat er mag op Internet – en kan de rechter bepaalde informatie, of het linken ernaar, zomaar verbieden? Essentiele kwesties dus, als je bedenkt dat het wereldwijde web bestaan bij de gratie van verbindingen die mensen leggen met elkaars pagina’s. lees meer
De dierenrechttenpraatgroep van de BVDApril 27, 2001 - bron: OBIV
Ravage # 6
Op zondag 25 maart, midden in de MKZ-crisis gaat een groot deel van de grootste Nederlandse varkensslachterij in Boxtel in vlammen op. Naar later blijkt een, wat uit de hand gelopen, actie van het Dierenbevrijdingsfront. In diezelfde periode probeert de BVD een informant te werven in Nijmegen. De jongeman moet infiltreren in kringen van radicale dierenrechtenactivisten. De beoogde informant zou voor de BVD echter niet de daders van acties als in Boxtel – liefst van tevoren – hoeven aan te wijzen. Of toch? lees meer
Parool: Verdachten zonder naam langer in celApril 24, 2001
Het Parool 24/04/2001
(Van onze politieke redactie)
DEN HAAG
Verdachten die hun naam niet zeggen, mogen langer worden vastgehouden. Tot verrassing van enkele Kamerleden mag de politie al sinds februari het sofinummer gebruiken om achter hun identiteit te komen. Ook door verdachten te scheren mag de politie proberen ze herkenbaar te maken. Verdachten die hun naam niet zeggen, mogen voortaan twaalf uur in plaats van zes uur worden vastgehouden.
Van alle verdachten mag het sofinummer worden gebruikt om hun gegevens te controleren. Nu gaat het in dertig procent van de gevallen nog mis, omdat namen verkeerd worden opgegeven of opgeschreven. Het sofinummer staat sinds enige tijd vermeld op rijbewijs en paspoort, iets wat sommige Kamerleden gisteren tijdens het debat naar hun documenten deed grijpen om het te controleren.
lees meer
Peperspray-dossierMarch 30, 2001

Als het aan de politie-lobby ligt staat Nederland aan de vooravond van de introductie van een nieuw politiewapen: peperspray. Na twee onderzoeken door TNO is de politiek nu om. Peperspray wordt waarschijnlijk in 2001 ingevoerd als politiewapen.
Peperspray is echter veel minder onschuldig dan het lijkt. Uit praktijkervaringen en experimenten in het buitenland blijken er zeer veel haken en ogen aan het gebruik van peperspray te zitten. Om te voorkomen dat peperspray zonder verdere discussie wordt ingevoerd heeft Buro Jansen & Janssen haar bevindingen over het middel gebundeld in een dossier en op deze website gezet.
lees meer
Belgische getuigenisMarch 29, 2001
“Mijn gezicht stond in brand.” Getuigeverklaring uit België
“M’n longen klapten dicht, ik kon geen lucht meer krijgen. Ik kreeg een onwaarschijnlijk brandend gevoel in m’n luchtpijpen. Nooit meer, echt nooit meer wil ik zoiets meemaken.” Peter Terrijn van het Forum van Vredesaktie deed in februari mee aan een symbolische actie voor het Paleis van Justitie in Brussel. Hij werd het slachtoffer van het nieuwe wapen van de Belgische politie: peperspray. De actie richtte zich tegen een wetsvoorstel dat criminele organisaties verbiedt. Een toneelstukje voor het oog van de camera’s moest de gevreesde gevolgen uitbeelden. Als agenten vermomde actievoerders sloegen een groep demonstranten – die met bordjes twintig politieke organisaties uitbeeldden- in elkaar om hen vervolgens te arresteren. Toen het ad hoc ‘Crimineel Netwerk’ na afloop hun spullen bij elkaar raapte, verscheen een echte politieman ten tonele. Hij wilde een van de actievoerders arresteren, wat enig duw en trekwerk opleverde. Te hulp geschoten collega’s aarzelden niet en sloegen er meteen op los. Een van de agenten trok zijn busje peperspray en spoot enkele actievoerders van dichtbij in het gezicht. “Geradbraakt, het leek de hel wel. Je maakt een soort doodstrijd mee”. Klaas Maertens was een van de andere slachtoffers die plotseling bespoten werd. “Op dat moment besefte ik niets meer. M’n gezicht stond in brand, het slijm stroomde m’n neus en het vocht m’n ogen uit. Ik kreeg geen zuurstof meer en raakte zo in paniek dat ik bijna onder een rijdende auto terecht ben gekomen.”

lees meer
17 argumenten tegen pepersprayMarch 28, 2001
17 argumenten tegen een nieuw politiewapen
Voor de opvulling van het gat tussen de wapenstok en het pistool lijkt zich eindelijk een oplossing aan te dienen. Peperspray, een goedje gefabriceerd van het extract uit cayennepeper en geleverd in handzame spuitbusjes, moet de politie nieuwe mogelijkheden geven onwillige arrestanten tijdelijk uit te schakelen – zonder blijvend letsel toe te brengen. Vanuit de politie is een stevige lobby op gang gekomen om het middel in te voeren, wat niet wil zeggen dat alle politiemensen onverdeeld voor zijn. De politiek was tot nu toe terughoudender: de ministers vroegen om nader onderzoek door TNO.
Inmiddels zijn er twee onderzoeken van TNO verschenen. In 1997 kwam het eerste TNO-rapport uit, een uitgebreid literatuuroverzicht van buitenlands onderzoek naar de geschiktheid van dit wapen als geweldsmiddel bij de politie. Het tweede TNO-rapport met aanvullend onderzoek naar eventuele gevaren voor mensen met longaandoeningen (op basis van experimenten met cavia’s) is van november 1998.
lees meer
Wat is peperspray?March 27, 2001
Peperspray is een extract van bepaalde soorten pepers (Capsicum Annuum of Capsicum Frutescens). Deze pepers zijn onder andere bekend als basis voor Tabasco en Chili. Het extract wordt Oleoresin Capsicum (OC) genoemd en bevat een aantal bestanddelen die zorgen voor het hete effect van pepers, onder andere capsaïne. OC heeft een concentratie die ongeveer 600 keer zo heet is als een gewone peper, en is hierdoor een ontstekingopwekkende stof. Wanneer iemand ermee in aanraking komt leidt dit direct tot een aantal ontstekingsreacties van de huid, ogen en keel. Het slachtoffer sluit de ogen en is voor korte tijd blind, de huid geeft een zeer heftig brandend gevoel. Je gaat hoesten, kokhalzen en krijgt een gevoel van misselijkheid. De reaktie hierop is zo heftig dat de betrokkene de controle over het lichaam volledig verliest. Naast deze reflexmatige reacties levert het middel ook nog een enorme pijn op. Na een half uur tot drie kwartier zijn de directe effecten verdwenen. Naar gevolgen op de langere termijn is veel onderzoek gedaan.

lees meer
Lobby en Besluitvorming tot nu toeMarch 26, 2001
Vurige pleidooien
De vraag om invoering van peperspray als nieuw politiewapen komt niet uit de lucht vallen. Al jaren is er sprake van een gat tussen de wapenstok en het vuurwapen, dat opgevuld moet worden. Oplossingen zijn tot nu toe niet gevonden. Een overzicht van de lobby voor invoering van peperspray en de besluitvorming tot nu toe.
Eind 1996 verscheen het rapport ‘Onder Schot’, een studie naar het vuurwapengebruik van de politie in de periode van 1978-1995, waaruit duidelijk werd dat politieagenten hun dienstwapen vaak onnodig en onjuist gebruiken. In een symposium over dit rapport van Jan Naeyé aan de Vrije Universiteit in Amsterdam werd peperspray genoemd als een van de middelen die dreigen met een vuurwapen, en eventueel gebruik ervan, moet voorkomen.
Sindsdien is de lobby voor invoering goed op gang gekomen, de Rotterdamse politie nam het voortouw.
lees meer
Het eerste TNO-onderzoekMarch 25, 2001
Steekpenningen, medische risico’s en méér geweldgebruik
Tekortkomingen van het TNO-onderzoek en aanvullingen
In verschillende landen is onderzoek gedaan naar de geschikt heid van peperspray als wapen en de risico’s van het gebruik. De Verenigde Staten was het eerste land waar peperspray werd ingevoerd, de meeste evaluatie-onderzoeken komen dan ook daar vandaan. Het is interessant om een aantal rapporten naast elkaar te leggen, enerzijds onderzoeken die de invoering van peperspray als politiewapen ondersteunen, anderzijds evaluaties van praktijksituaties.
De vier onderzoeken die we onder de loep nemen zijn:
– Het TNO-onderzoek dat Peperspray onderzocht heeft op ge schiktheid als wapen voor de Nederlandse politie;
– Het zogenaamde Ward-report dat voor de FBI aanleiding was peperspray in Amerika als politiewapen te introduceren;
– Het Lumb/Friday-rapport dat onderzocht wat de invloed van de introductie van peperspray is op geweldgebruik door de poli tie;
– Het Duke-rapport dat kijkt naar de medische effecten van peperspray op agenten die met het middel moeten trainen.
Uit deze beschouwing blijkt dat het TNO literatuuronderzoek verre van objectief is, en voor een belangrijk deel gebaseerd op het Ward FBI-rapport waarvan de objectiviteit recentelijk serieus in twijfel is getrokken (het kwam met behulp van steekpenningen uit de peperspray-industrie tot stand). De praktijkevaluaties laten zien dat er wel degelijk medische risico’s zijn aan de inzet van peperspray, en dat het geweld gebruik na invoering zeker niet vermindert. Integendeel.
lees meer
TNO onderzoek naar gevaar voor astmaticiMarch 24, 2001
Cavia’s gaan niet dood van een beetje peperspray
Peperspray vormt geen verhoogd risico voor mensen met astmatische longaandoeningen, rekeninghoudend met bepaalde gebruiksvoorwaarden. Dat heeft TNO vastgesteld na uitgebreid dierexperimenteel onderzoek – en onder voorbehoud van vertaling van de proefdiergegevens naar de mens.
TNO deed dit onderzoek als vervolg op de literatuurstudie naar ervaringen met dit geweldsmiddel bij politie in het buitenland, dat in januari van dit jaar uitkwam. Met dit proefdierenonderzoek dat in november 1998 werd gepresenteerd lijkt de lobby voor invoering weer een stapje verder te zijn.
lees meer
Ervaringen met peperspray in het buitenlandMarch 23, 2001
Ervaringen met peperspray in het buitenland Meer dan 15 busjes leeggespoten op een demonstrant Ervaringen met peperspray in het buitenland
Het houden van tests met vrijwilligers vindt de minister van binnenlandse zaken vooralsnog niet nodig. TNO dringt aan op zulk onderzoek om meer duidelijkheid te verkrijgen over de risico’s van peperspray.
Niet nodig “gezien de reeds bestaande positieve ervaringen met peperspray bij de politie van diverse landen”, schrijft minister Peper in een begeleidende brief bij het TNO rapport aan de Tweede Kamer.
Hoe ‘positief’ die ervaringen waren blijkt uit een rondgang langs landen waar peperspray al langer wordt gebruikt.
lees meer
Literatuurlijst dossier pepersprayMarch 22, 2001
Onderzoek
Het eerste TNO rapport.
Toxicologische evaluatie van Pepper Spray als mogelijk wapen voor de Nederlandse politie.
Dr. R.W. Busker en Dr. H.P.M. van Helden / TNO Prins Maurits Laboratorium, 1996
Het tweede TNO rapport.
Experimenteel onderzoek naar de veiligheid van Pepper Spray in de met ovalbumine gesensibiliseerde cavia
Busker R.W. en van Helden, H.P.M. e.a. / TNO Prins Maurits Laboratorium, 1998
Het Ward rapport.
Chemical Agent Research Oleoresin Capsicum (OC)
door Monty B. Jett / U.S. Department of Justice, Federal Bureau of Investigation, 1989
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>