Onderzoek Fort-team – Teamsamenstelling en teambeheerMarch 1, 1999
1.2. Teamsamenstelling en teambeheer
Het heeft vele weken gekost voordat het Fort-team op de gewenste personele sterkte was en over de voor het onderzoek minimale functionaliteiten beschikte. Voor een deel had dit te maken met de geringe omvang van de totale rijksrecherche (ca. 45 rechercheurs), de geografische spreiding over het land van deze dienst en het feit dat de rijksrecherche slechts generalistische rechercheurs kent. Gedegen kennis van CID-werk ontbreekt bij de rijksrecherche, misdaadanalisten zijn niet aanwezig en dat geldt ook voor grondige kennis van financiële onderzoeksmethoden. Ook het gedurende langere tijd in (een groter) teamverband werken komt zeer weinig bij de rijksrecherche voor. Alleen het, in de tachtiger-jaren, verrichte onderzoek naar fraude bij het algemeen burgerlijk pensioen fonds (ABP-affaire) kan qua omvang en tijdsduur enigszins worden vergeleken, alhoewel daar sprake was van een strafrechtelijk onderzoek. Een geautomatiseerd, ondersteunend administratiesysteem voor recherche-onderzoeken (en de bijbehorende kennis daarvan) was ook niet bij de rijksrecherche aanwezig en bleek elders moeilijk verkrijgbaar.
lees meer
Onderzoek Fort-team – InleidingMarch 1, 1999
1. ONDERZOEK FORT-TEAM
1.0. Inleiding
Het verrichten van een feitenonderzoek naar de activiteiten van een criminele inlichtingen-dienst is bijna een ‘mission impossible’. Kenmerk van vele activiteiten van een dergelijke dienst is immers de afscherming van die activiteiten; het voorkomen dat niet-betrokkenen, ook externe onderzoekers, zicht daarop kunnen krijgen. Reden van die afscherming is gelegen in de noodzaak degene die informatie verstrekt of handelingen ten behoeve van de politie verricht, onbekend te laten zijn. Lukt dat niet dan zullen nog weinigen bereid zijn informatie te verstrekken over criminele activiteiten waaraan grote financiële en persoonlijke belangen verbonden zijn. Wanneer bekend wordt dat een bepaald persoon dergelijke informatie ver-strekt heeft kan dat immers levensbedreigende situaties opleveren.
lees meer
EpiloogMarch 1, 1999
Epiloog
In het onderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland zijn niet alle feiten boven water gekomen. Sommige twijfels zijn gebleven, nieuwe twijfels zijn ontstaan. Een exrunner van deze RCID gaf nog recent ‘off the record’ aan dat pas als hij het achterste van zijn tong zou laten zien de rijksrecherche een beeld zou krijgen van wat er werkelijk aan de hand was geweest. “Daar hebben jullie nu nog geen notie van.”
Dat stemt onbehaaglijk. Ook onbevestigde informatie uit de criminele wereld over de werkelijke rol van de zgn. ‘groei-informant’ geeft aanleiding tot scepsis. Vraagtekens rond de huidige activiteiten van Van Vondel versterken deze.
lees meer
Samenvattende bevindingenMarch 1, 1999
SAMENVATTENDE BEVINDINGEN OVER HET FUNCTIONEREN VAN DE RCID KENNEMERLAND TUSSEN 1990 en 1995.
Hoofdbevindingen
*De RCID Kennemerland is te karakteriseren als een ongeorganiseerde dienst, waaraan geen leiding werd gegeven en waarop geen enkele inhoudelijke controle werd uitgeoefend.
*Basisregels m.b.t. het runnen van informanten en infiltranten zijn bij de RCID Kennemerland veelvuldig en in grove mate geschonden.
lees meer
BesluitMarch 1, 1999
Besluit 
Lijst met gehanteerde Douane-begrippenMarch 1, 1999
Lijst met gehanteerde Douane-begrippen
1.Bill of Lading
2. Aankomstbericht
3. Interchange
4. T-1 dokument
5. Factuur douane-expediteur 1.
6. IM-4 invoeraangifte
7. Handelsfactuur betreffende levering goederen
ad 1)Het cognossement, ook wel Bill of Lading genoemd, is een gedagtekend geschrift waarin de vervoerder verklaart dat hij bepaalde goederen in ontvangst heeft genomen teneinde deze te vervoeren (over zee) naar een aangewezen bestemmingsplaats en aldaa r uit te leveren aan een aangewezen persoon of diens order en waarin staat aangegeven onder welke voorwaarden de uitlevering zal geschieden.
lees meer
Lijst van meest gehanteerde begrippenMarch 1, 1999
Lijst van meest gehanteerde begrippen
Informant:
Iemand die, onder waarborging van diens anonimiteit, anders dan als getuige, aan een opsporingsambtenaar, al dan niet gevraagd, inlichtingen verstrekt over een gepleegd of nog te plegen strafbaar feit. (definitie CTC 1 – 11 – 1995)
Infiltrant:
De politiefunctionaris of burger die, al dan niet onder de dekmantel van een aangenomen identiteit, onder gezag van het Openbaar Ministerie en onder regie van de politie, (het criminele milieu binnendringt en) in het criminele milieu toepasselijke hand elingen verricht of zal gaan verrichten, dan wel aan een (criminele) Organisatie goederen of diensten levert, ten behoeve van de opsporing en vervolging van gepleegde of nog te plegen strafbare feiten. (definitie CTC 1-11-1995)
N.B.: Met name de grens tussen infiltrant en informant is van belang. De wijze van optreden is hiervoor bepalend. De infiltrant pleegt in het milieu toepasselijke handelingen; dat zijn (relevante) handelingen die het strafbare gedrag in het milieu in o verheersende mate kunnen beïnvloeden.
lees meer
Lijst van afkortingenMarch 1, 1999
Lijst van afkortingen
AG Advocaat-Generaal
ARI Afdeling Recherche Informatie van de CRI
AT Arrestatie team
lees meer
SchemaMarch 1, 1999
Schema 
SchemaMarch 1, 1999
Schema 
VoorkantMarch 1, 1999
Voorkant 
Lijst van meest voorkomende namenMarch 1, 1999
Lijst van meest voorkomende namen
Augusteijn, A.W.P.
Chef CID van KTR, daarvoor van het IRT
Baarle, B. van
Korpschef Limburg Noord, vanaf de oprichting tot juli 1993 algemeen teamleider IRT, werkzaam bij de gemeentepolitie Utrecht
Bakker, G.J.C.M.
Teamleider FIOD Haarlem, voor januari 1994 plv.teamleider
lees meer
Ten GeleideMarch 1, 1999
Ten Geleide
Rapporten van de rijksrecherche worden over het algemeen niet gepubliceerd. Gelet op de publiciteit rond het instellen en uitvoeren van het onderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland en de vele betrokkenen en belanghebbenden daarbij, kon het niet anders dan dat dit rijksrecherche-rapport wel openbaar gemaakt zou worden.
Veel is al bekend geworden vanuit het rapport van de PEC. Met de voorzitter en vice-voorzitter van deze commissie zijn, lopende het onderzoek, vrij intensieve contacten onderhouden. Tussen de beide politieministers en de PEC werd immers, gelet op de be palingen van de wet op de parlementaire enquête, in febmari 1995 afgesproken dat ‘de commissie, in de persoon van haar voorzitter of bij ontstentenis de vice-voorzitter, alle gegevens die ter kennis komen van de commissie, haar medewerkers of de onde rzoeksgroep Fijnaut kan verifiëren door kennisname van niet-geanonimiseerde en niet-gecodeerde gegevens.
lees meer
Financiën – Recapitulatie mogelijke informele geldstromenMarch 1, 1999
7.6. Recapitulatie mogelijke informele geldstromen
In deze paragraaf zal een overzicht worden gegeven van alle tot op dit moment bekende informele geldstromen. Hierbij wordt in eerste instantie een totaaloverzicht gegeven van de informele geldstromen die blijken uit de door Langendoen bij de PEC afgegeven investeringsoverzichten en andere vastgestelde investeringen (7.6.1). Daarna zal een totaal-overzicht worden gegeven van de gemaakte kosten in container-trajecten (7.6.2). Vervolgens zal een totaaloverzicht worden gegeven van de informele geldstromen vastgesteld in de administratie van de Belgische sapfabriek en de daarmee direct dan wel indirect samen-hangende bankrekeningen (7.6.3).
Afgesloten zal worden met een totaal recapitulatie van de aangetoonde informele geldstromen (7.6.4).
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>