• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (24/31)

    107

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (23/31)

    106

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (22/31)

    105

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (21/31)

    104

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (20/31)

    103

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (19/31)

    102

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (18/31)

    101

    Advies mr. J.K. Franx d.d. 20-10-1994 oververschoningsrechten (17/31)

    100

    IX – De illegale handel in nucleair materiaal – LITERATUUR

    LITERATUUR

    H. Abadinsky, Organized Crime, Nelson-Hall, Chicago,
    19913. CBO, Landelijke inventarisatie criminele
    groeperingen 1995
    , CRI, Zoetermeer, 1995 CRI, Risico analyse
    afvalmarkt
    , CRI, Zoetermeer, 1992.

    lees meer

    IX – De illegale handel in nucleair materiaal – 3. CONCLUSIES

    3. CONCLUSIES

    In deze studie van beperkte omvang zijn drie vragen gesteld:
    1. welke criminele groepen maken zich schuldig aan de illegale
    handel in nucleair materiaal? 2. Op wat voor manieren wordt deze
    vorm van illegale handel gepleegd?
    3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale handel besteed?
    De illegale handel in nucleair materiaal lijkt aan Nederland
    voorbij te gaan. Er bestaat ook weinig aanleiding deze handel via
    Nederland te laten verlopen, wanneer de markt voornamelijk in het
    Midden-Oosten, Zuid-Amerika en in Azi ligt. Er zijn geen
    aanwijzingen dat in Nederland zoiets als een atoommafia of zelfs
    maar een serieus te nemen handel in dit materiaal bestaat. Zelfs de
    Duitse berichten over de illegale handel moeten met enig wantrouwen
    worden bejegend. Zij moeten eerder worden opgevat als een manier om
    de publieke opinie te benvloeden en niet als betrouwbare informatie
    over de werkelijke aard en omvang van de illegale handel in
    nucleair materiaal.

    lees meer

    IX – De illegale handel in nucleair materiaal – 2. DE ILLEGALE HANDEL IN NUCLEAIR MATERIAAL

    2. DE ILLEGALE HANDEL IN NUCLEAIR MATERIAAL

    De handel in nucleair materiaal is doorgaans direct verbonden
    met de hoogste politieke, militaire en ambtelijke echelons van
    landen en vormt sinds de Tweede Wereldoorlog een van de meest
    geheimzinnige en gevoelige onderdelen van de internationale
    buitenlandse politiek. Nucleair materiaal is noodzakelijk voor
    landen om kernwapens te produceren en het bezit van kernwapens is
    van evident belang voor de interstatelijke betrekkingen en voor de
    wereldvrede. De betrokkenheid van centrale inlichtingendiensten bij
    deze militaire produktie is vanzelfsprekend en valt buiten het
    domein van dit deelrapport. Wel van belang is een nieuwe
    ontwikkeling waarover de laatste tijd met enige regelmaat in de
    media wordt gerept. Deze betreft de toenemende bemoeienis van de
    georganiseerde misdaad met deze handel. Met name zou er sprake zijn
    van de verkoop van nucleair materiaal door Russische criminele
    organisaties aan andere landen in de wereld (Schmidbauer, 1995;
    Mller, 1995). Wanneer deze verontrustende berichten waar zijn, dan
    is het voor landen, die thans internationaal worden geboycot omdat
    zij het non-proliferatieverdrag niet hebben ondertekend, mogelijk
    buiten alle controle om aan verrijkt uranium of plutonium te komen.
    Met deze grondstoffen zijn deze landen in staat zelf kernwapens te
    ontwikkelen en te produceren. Het nucleair materiaal zou afkomstig
    zijn van kerncentrales uit Oost-Europa die het nucleaire materiaal
    aan Russische mafiagroepen leveren. De Russische mafia zou als
    makelaar fungeren of als koper-verkoper deze handel organiseren. De
    meeste berichten over deze illegale handel in nucleair materiaal
    stammen uit Duitsland. Mller (1995) bericht over een stijging in
    Duitsland van 5 vermeende of echte illegale nucleaire
    handelsactiviteiten in 1992 naar 241 gevallen in 1994. Hiervan
    werden 240 zaken nooit opgelost. In 1994 kwamen in Duitsland 182
    gevallen van illegale smokkel van radio-actief materiaal ter kennis
    van de politie (Volkskrant, 1995). De grootste vangst van Duitsers
    van illegaal nucleair materiaal (verrijkt uraan) in Duitsland is
    drie kilo Noot in 1994 (Mller, 1995).
    Wat was het geval. In 1994 ontstond in de Bondsrepubliek grote
    consternatie over de ontdekking van een staaf plutonium door de
    geheime dienst. Drie koeriers uit Moskou met in hun bezit 363 gram
    verrijkt plutonium werden op het vliegveld van Mnchen aangehouden.
    De staaf plutonium zou afkomstig zijn van een Russische
    kerncentrale. De kerncentrale zou als gevolg van slechte
    economische ontwikkelingen, verwaarlozing, technische onkunde en
    corrupte technici en ambtenaren nucleair materiaal leveren aan
    politiek extremistische groepen en aan de georganiseerde misdaad.
    Doordat de BND (Inlichtingendienst van Duitsland) via
    undercover-agenten het gerucht in Europa had laten verspreiden dat
    er grote interesse zou zijn voor een omvangrijke
    plutoniumtransactie was een Russische criminele groep met een
    interessant aanbod gekomen. Tijdens een Lufthansavlucht zou de
    transactie worden geregeld.

    lees meer

    IX – De illegale handel in nucleair materiaal – 1. INLEIDING

    Gerben Bruinsma Universiteit Twente

    1. INLEIDING:

    ACHTERGRONDEN EN OPZET VAN HET ONDERZOEK

    Een nieuwe ontwikkeling waarover de laatste tijd met enige
    regelmaat in de media wordt gerept, betreft de bemoeienis van de
    georganiseerde misdaad met de illegale handel in nucleair
    materiaal. Met name zou er sprake zijn van handel in nucleair
    materiaal dat door Russische criminele organisaties via het westen
    aan andere delen van de wereld wordt aangeboden (Schmidbauer, 1995;
    Mller, 1995). Wanneer deze verontrustende berichten waar zijn, dan
    is het voor landen die het non-proliferatieverdrag niet hebben
    ondertekend mogelijk buiten alle internationale controle om aan
    verrijkt uranium of plutonium te komen. Daarmee zijn deze landen in
    staat zelf kernwapens te ontwikkelen en te produceren. Het nucleair
    materiaal zou afkomstig zijn van kerncentrales uit Oost-Europa die
    wegens geldgebrek, desinteresse en een tekort aan gekwalificeerd
    personeel kwetsbaar zijn voor Russische mafiagroepen. Corrupt
    personeel van de (verouderde) kerncentrales zou nucleair
    (afval)materiaal verkopen aan degene die interesse toont. De
    Russische mafia zou als makelaar deze illegale handel organiseren.
    De meeste berichten over de illegale handel in nucleair materiaal
    stammen uit Duitsland. In deze deelstudie staan de volgende drie
    onderzoeksvragen centraal: 1. welke criminele groepen maken zich
    schuldig aan de illegale handel in nucleair materiaal? 2. Op welke
    manieren wordt deze vorm van illegale handel gepleegd? 3. Hoe
    worden de opbrengsten uit deze illegale handel besteed? Deze studie
    gaat over de illegale handel in nucleair materiaal. Aan de hand van
    een aantal zaken zal worden besproken of van een atoommafia in
    Nederland sprake is. De basis van de empirische analyses wordt
    gevormd door enkele dossiers die door de CRI en diverse
    regiokorpsen ter beschikking zijn gesteld. Het rapport wordt
    afgesloten met enkele conclusies.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – LITERATUUR

    LITERATUUR

    AID, Controlestaten NMF, 1991.
    M. V. C. Aalders, Het handhavingsvraagstuk, in P. Glasbergen
    (red.), Milieubeleid. Een beleidswetenschappelijke
    inleiding
    , VUGA, ‘s-Gravenhage, 19944, p. 289-319.
    M. V. C. Aalders, Handhaving en zelfregulering, in Justitile
    Verkenningen
    , jaargang 20, 1994, p. 47-69. H. Abadinsky,
    Organized crime, Nelson-Hall, Chicago, 19913. E.
    A. I. M. van den Berg en W. Waelen, Politie en
    milieuhandhaving
    , Gouda Quint, Arnhem, 1991. E. A. I. M. van
    den Berg en A. Hahn, Politie, partners en milieu. Woorden en
    daden
    , Gouda Quint, Arnhem, 1992.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 4. CONCLUSIES

    4. CONCLUSIES

    In deze studie van beperkte omvang zijn drie vragen gesteld:
    1. welke criminele groepen maken zich schuldig aan de illegale
    handel in bedreigde dieren- en plantesoorten? 2. Op wat voor
    manieren wordt deze vorm van illegale handel gepleegd?
    3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale handel besteed?
    Om deze vragen te beantwoorden is daaraan voorafgaand de
    organisatie en de structuur van de wildlifebranche uit de doeken
    gedaan. De handel is grotendeels gebaseerd op de grote vraag uit
    het westen (Europa, de Verenigde Staten), het Midden-Oosten en
    Japan. De prijs van de verhandelde dieren komt tot stand onder
    invloed van vraag en aanbod (zeldzaamheid en beschikbaarheid) van
    de planten en dieren. Voorts moet een prijs worden betaald voor de
    risico’s bij het vervoer. Er bestaan geen goede officile cijfers
    over de legale en de illegale handel. Dat het op wereldschaal om
    grote aantallen gaat mag duidelijk worden aan de
    hand van de enorme achteruitgang in het bestand aan exotische
    dieren en planten. Zoals gezegd, diverse mondiaal bekende
    organisaties wijzen op de omvang van de illegale handel in
    beschermde dier- en plantesoorten, maar voor Nederland wordt de
    omvang daarvan, als wij bij de cijfers blijven, sterk overdreven.
    De meeste gemporteerde dieren en planten worden door hobbyisten
    afgehaald bij de winkels of via advertenties in dieren- en
    plantenmagazines aangeboden aan de liefhebber. De daders in
    Nederland behoren niet tot een of andere groene mafia, maar zijn
    eigenaren van (kleine) dieren- en plantewinkels van stad en
    platteland en leden van hobbyclubs. Zij importeren tussen de legale
    handel illegale exemplaren naar Nederland. De internationale handel
    loopt via netwerken van individuele personen met behulp van moderne
    communicatiemiddelen. Internationale makelaars bemiddelen in deze
    handel. De daders maken gebruik van allerlei zwakke plekken in de
    internationale wetgeving, in het internationale wildlifebeleid en
    van de gebrekkige samenwerking tussen opsporingsinstanties in
    buiten- en binnenland. De opbrengsten worden voornamelijk bebruikt
    om de eigen dierenwinkel in de markt te houden. De afscherming van
    hun illegale activiteiten is erop gericht om ontdekking en
    opsporing te voorkomen. Het mengen van illegale met legale vrachten
    per boot of per vliegtuig is een belangrijke en veel gebruikte
    smokkelmethode. De aanvoer verloopt via de haven Rotterdam en het
    vliegveld Schiphol. Verder wordt door de dader vaak een dubbele
    administratie bijgehouden om controles te bemoeilijken. De pakkans
    bij illegale smokkel mag klein worden genoemd.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 3.3. Zaakanalyse in de wildlifebranche

    3.3. Zaakanalyse in de wildlifebranche

    Door de CRI zijn ons vijftien dossiers met betrekking tot
    wildlifecriminaliteit ter beschikking gesteld (CRI-AID, 1994). Deze
    zaken bevinden zich vrijwel alle in de pro-actieve fase van het
    opsporingsonderzoek, met uitzondering van n die zich in de fase van
    het gerechtelijk vooronderzoek bevindt. Hoewel de meeste
    regiokorpsen de bestrijding van milieucriminaliteit hoog in het
    vaandel hebben staan en zelfs als prioriteit
    hebben gesteld, is het feitelijke aantal opsporingsonderzoeken naar
    de illegale wildlifehandel zeer beperkt. Voor een deel heeft dat te
    maken met de relatieve onbekendheid bij de politiekorpsen en het OM
    met dit soort strafzaken. Bovendien beschikt de politie over weinig
    kennis van deze handel. Als laatste mogelijkheid mag natuurlijk
    niet worden uitgesloten dat er zich in Nederland gewoon niet veel
    wildlifecriminaliteit voordoet (zie vorige paragraaf).

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>