• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • IX – De wildlifebranche – LITERATUUR

    LITERATUUR

    AID, Controlestaten NMF, 1991.
    M. V. C. Aalders, Het handhavingsvraagstuk, in P. Glasbergen
    (red.), Milieubeleid. Een beleidswetenschappelijke
    inleiding
    , VUGA, ‘s-Gravenhage, 19944, p. 289-319.
    M. V. C. Aalders, Handhaving en zelfregulering, in Justitile
    Verkenningen
    , jaargang 20, 1994, p. 47-69. H. Abadinsky,
    Organized crime, Nelson-Hall, Chicago, 19913. E.
    A. I. M. van den Berg en W. Waelen, Politie en
    milieuhandhaving
    , Gouda Quint, Arnhem, 1991. E. A. I. M. van
    den Berg en A. Hahn, Politie, partners en milieu. Woorden en
    daden
    , Gouda Quint, Arnhem, 1992.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 4. CONCLUSIES

    4. CONCLUSIES

    In deze studie van beperkte omvang zijn drie vragen gesteld:
    1. welke criminele groepen maken zich schuldig aan de illegale
    handel in bedreigde dieren- en plantesoorten? 2. Op wat voor
    manieren wordt deze vorm van illegale handel gepleegd?
    3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale handel besteed?
    Om deze vragen te beantwoorden is daaraan voorafgaand de
    organisatie en de structuur van de wildlifebranche uit de doeken
    gedaan. De handel is grotendeels gebaseerd op de grote vraag uit
    het westen (Europa, de Verenigde Staten), het Midden-Oosten en
    Japan. De prijs van de verhandelde dieren komt tot stand onder
    invloed van vraag en aanbod (zeldzaamheid en beschikbaarheid) van
    de planten en dieren. Voorts moet een prijs worden betaald voor de
    risico’s bij het vervoer. Er bestaan geen goede officile cijfers
    over de legale en de illegale handel. Dat het op wereldschaal om
    grote aantallen gaat mag duidelijk worden aan de
    hand van de enorme achteruitgang in het bestand aan exotische
    dieren en planten. Zoals gezegd, diverse mondiaal bekende
    organisaties wijzen op de omvang van de illegale handel in
    beschermde dier- en plantesoorten, maar voor Nederland wordt de
    omvang daarvan, als wij bij de cijfers blijven, sterk overdreven.
    De meeste gemporteerde dieren en planten worden door hobbyisten
    afgehaald bij de winkels of via advertenties in dieren- en
    plantenmagazines aangeboden aan de liefhebber. De daders in
    Nederland behoren niet tot een of andere groene mafia, maar zijn
    eigenaren van (kleine) dieren- en plantewinkels van stad en
    platteland en leden van hobbyclubs. Zij importeren tussen de legale
    handel illegale exemplaren naar Nederland. De internationale handel
    loopt via netwerken van individuele personen met behulp van moderne
    communicatiemiddelen. Internationale makelaars bemiddelen in deze
    handel. De daders maken gebruik van allerlei zwakke plekken in de
    internationale wetgeving, in het internationale wildlifebeleid en
    van de gebrekkige samenwerking tussen opsporingsinstanties in
    buiten- en binnenland. De opbrengsten worden voornamelijk bebruikt
    om de eigen dierenwinkel in de markt te houden. De afscherming van
    hun illegale activiteiten is erop gericht om ontdekking en
    opsporing te voorkomen. Het mengen van illegale met legale vrachten
    per boot of per vliegtuig is een belangrijke en veel gebruikte
    smokkelmethode. De aanvoer verloopt via de haven Rotterdam en het
    vliegveld Schiphol. Verder wordt door de dader vaak een dubbele
    administratie bijgehouden om controles te bemoeilijken. De pakkans
    bij illegale smokkel mag klein worden genoemd.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 3.3. Zaakanalyse in de wildlifebranche

    3.3. Zaakanalyse in de wildlifebranche

    Door de CRI zijn ons vijftien dossiers met betrekking tot
    wildlifecriminaliteit ter beschikking gesteld (CRI-AID, 1994). Deze
    zaken bevinden zich vrijwel alle in de pro-actieve fase van het
    opsporingsonderzoek, met uitzondering van n die zich in de fase van
    het gerechtelijk vooronderzoek bevindt. Hoewel de meeste
    regiokorpsen de bestrijding van milieucriminaliteit hoog in het
    vaandel hebben staan en zelfs als prioriteit
    hebben gesteld, is het feitelijke aantal opsporingsonderzoeken naar
    de illegale wildlifehandel zeer beperkt. Voor een deel heeft dat te
    maken met de relatieve onbekendheid bij de politiekorpsen en het OM
    met dit soort strafzaken. Bovendien beschikt de politie over weinig
    kennis van deze handel. Als laatste mogelijkheid mag natuurlijk
    niet worden uitgesloten dat er zich in Nederland gewoon niet veel
    wildlifecriminaliteit voordoet (zie vorige paragraaf).

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 3.2. Soorten van criminele activiteiten

    3.2. Soorten van criminele activiteiten

    Om de illegale handel in wildlife produkten vorm te geven moeten
    verschillende soorten criminele handelingen worden verricht: 1) het
    smokkelen van dieren en/of planten; 2) het valselijk opmaken of
    vervalsen van vereiste CITES-documenten en het gebruik daarvan en
    3) het omkopen van overheidsvertegenwoordigers. De smokkel
    van levende dieren vereist veel vernuft, creativiteit en kennis bij
    de smokkelaars. Handelaren moeten goed op de hoogte zijn van de
    CITES-lijsten. Zij moeten beschikken over kennis van het produkt
    (tropische vissen, reptielen, vogels, katachtigen en primaten), zij
    moeten op de hoogte zijn van de zwakke plekken in het
    internationale wildlife- beleid, de internationale wetgeving en van
    de verschillen daarin tussen landen en, ten slotte, van de
    opsporingsinstanties en hun werkwijzen.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 3.1. De officieel geregistreerde wildlifecriminaliteit

    3.1. De officieel geregistreerde wildlifecriminaliteit

    In Nederland bestaan geen afzonderlijke
    CBS-criminaliteitsstatistieken in de rubriek wildlife. De
    werkelijke omvang van de smokkel en illegale handel in Nederland is
    derhalve onbekend. Als indicatie voor de omvang kunnen de
    opbrengsten van de controles aan de landsgrenzen dienen. De douane
    controleert in samenwerking met de AID de import van wildlife.
    Wildlifevrachten die op Schiphol aankomen en voor de Nederlandse
    markt bestemd zijn, worden door de AID de ene keer aan de hand van
    de papieren gecontroleerd en de andere keer door middel van een
    grondige inspectie wanneer vermoedens bestaan over illegale
    zendingen. In 1990 werden 5.344 op het oog legale wildlifevrachten
    naar Nederland vervoerd, in 1991 7.038 en in 1992 was het aantal
    vrachten toegenomen tot 7.060.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 3. CRIMINALITEIT IN DE WILD-LIFE HANDEL

    3. CRIMINALITEIT IN DE WILD-LIFE HANDEL

    Volgens de CRI-AID (1994) bedraagt de omvang van de illegale
    handel in planten en dieren ongeveer 30% van de totale
    internationale wildlife handel. Australische schattingen spreken
    echter van een veel hoger percentage, namelijk 50%. Een groot deel
    van de internationale wildlifehandel betreft de illegale handel in
    niet bedreigde plant- en diersoorten. Of deze cijfers enigszins met
    de werkelijkheid overeenkomen is moeilijk te zeggen. Deze cijfers
    over de omvang van de smokkel zijn niet erg betrouwbaar omdat
    internationale statistieken ontbreken en de meeste smokkel zich in
    het verborgene afspeelt. Enerzijds kan het gebrek aan goede
    informatie tot gevolg hebben dat de illegale handel in de
    landelijke statistieken wordt onderschat, dan wel overschat.
    De genoemde aantallen slangen (10 miljoen) dat jaarlijks illegaal
    naar de afnemers zouden worden gesmokkeld, kunnen juist zijn, maar
    zijn zeer waarschijnlijk overdreven. Ook het internationale
    CITES-bureau moet geregeld gissen naar de omvang van de illegale
    wildlife. Internationaal moet het smokkelen van deze bedreigde
    dieren en planten wel worden aangenomen omdat biologen bij
    tellingen steeds minder dier- en plantsoorten waarnemen. Van den
    Berg e.a. (1995) noemen een bedrag van ruim 3 miljard gulden per
    jaar dat internationaal zou worden omgezet bij de smokkel van
    wildlife dieren en planten. De winsten worden door de CRI (1992) en
    andere organisaties per exemplaar zeer hoog genoemd. De inkoop van
    een schildpad kost bijvoorbeeld 5 dollar en de verkoop brengt
    ongeveer 200 dollar per stuk op. Voor bijzondere roofvogels wordt
    grif 20.000 gulden neergelegd, terwijl de stropers of de lokale
    bevolking met 100 gulden of minder genoegen moeten nemen. In
    hoeverre deze informatie juist is kan niet goed worden
    beoordeeld.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 2. ACHTERGRONDEN VAN DE WILDLIFEBRANCHE

    2. ACHTERGRONDEN VAN DE WILDLIFEBRANCHE

    Duizenden jaren geleden begonnen mensen in West-Azi en in het
    Midden-Oosten wilde dieren tot huisdieren te maken. Honden, geiten,
    varkens, runderen, schapen en paarden waren de eerste
    gedomesticeerde dieren die met het oog op de voedselvoorziening, de
    huiden en het vervoer in gevangenschap werden gehouden. Eeuwen
    later werden wilde dieren vaker als gezelschapsdier gehouden. De
    rijke vorstenhuizen, farao’s, keizers en andere
    hoogwaardigheidsbekleders namen wilde dieren als statussymbool op
    in hun huishouding. In Rome vochten 2.000 jaar geleden christenen
    en slaven voor hun leven tegen wilde dieren terwijl duizenden
    toeschouwers van het geboden spektakel genoten.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – 1. INLEIDING

    1. INLEIDING:

    ACHTERGRONDEN EN OPZET VAN HET ONDERZOEK

    Recentelijk is een nieuwe, aantrekkelijke illegale markt ontdekt
    waar met crimineel gedrag geld valt te verdienen. Die markt bestaat
    uit het illegaal weghalen van allerlei bedreigde en beschermde
    dieren en planten uit hun natuurlijke omgeving om ze vervolgens met
    grote winst te verkopen aan klanten uit de westerse wereld die om
    diverse redenen willen pronken met het bezit van exotische dieren
    of planten. Als de berichten in de media waar zijn, dan is hierin
    in de afgelopen jaren op internationale schaal een levendige handel
    ontstaan. De handelaren bekommeren zich niet om het behoud van de
    natuur en verrijken zich ten koste van flora en fauna van landen
    als Madagaskar, Nigeria, Indonesi, Brazili, om maar enkele
    leveranciers te noemen. Reptielen, papegaaien, apen, schildpadden
    worden uit hun natuurlijke omgeving weggeroofd en vervolgens onder
    veelal erbarmelijke omstandigheden per schip of per vliegtuig naar
    het rijke westen op transport gezet. Veel dieren sterven voor zij
    hun eindbestemming hebben bereikt of anders spoedig nadat zij bij
    de natuurliefhebber in een te kleine kooi zijn neergezet en
    ondeskundig zijn verzorgd. Deze illegale handel in planten en
    dieren wordt ook wel de groene drugshandel genoemd omdat hierin
    veel geld valt te verdienen. Volgens diverse berichten in de media
    en in politievakbladen zou deze wildlifebranche volledig in handen
    zijn van de georganiseerde misdaad. De verdiensten zouden volgens
    diverse schattingen enorm zijn. Organisaties als het Wereld Natuur
    Fonds en Greenpeace hebben de noodklok geluid over het
    leegplunderen van de natuur. Hoe exotischer een dier of een plant
    en hoe zeldzamer, des te groter de bedragen die door klanten worden
    betaald. Weliswaar bestaan er internationale verdragen op dit
    gebied maar de illegale handel in dieren en planten zou nog steeds
    blijven groeien en wel in zo’n aard en omvang dat vele dier- en
    plantesoorten op korte termijn met uitsterven worden bedreigd. Al
    deze berichten vormen voldoende reden om in Nederland na te gaan
    wat de eventuele betrokkenheid van de georganiseerde misdaad in de
    wildlifebranche is. In deze deelstudie staan de volgende drie
    onderzoeksvragen centraal: 1. welke criminele groepen maken zich in
    Nederland schuldig aan de illegale handel in bedreigde dier- en
    plantsoorten? 2. Op wat voor manieren wordt deze vorm van illegale
    handel gepleegd? 3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale
    handel besteed? Om deze drie vragen te kunnen beantwoorden is als
    volgt te werk gegaan. Eerst is een aantal gesprekken
    gevoerd met experts op het gebied van de wildlifehandel. Vervolgens
    is bestaand statistisch materiaal geraadpleegd waarmee vermoedelijk
    de omvang van deze vormen van illegale handel kan worden geschat.
    Daarnaast is gebruik gemaakt van vijftien dossiers over pro-actieve
    opsporingsonderzoeken die afkomstig zijn van diverse regiokorpsen
    en van de CRI. Bovendien stelde de CRI enkele andere analyses en
    dossiers over de genoemde onderwerpen ter beschikking. Ten slotte
    is door de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van
    Landbouw, Natuurbeheer en Visserij informatie ter beschikking
    gesteld over de aard en de omvang van de uitgevoerde controles op
    dit gebied. Dit deelrapport is als volgt opgebouwd. In het volgende
    hoofdstuk worden de achtergronden van de wildlifebranche
    geschilderd. Wij beperken ons noodgedwongen tot het beschrijven van
    enkele facetten van deze internationale markt. Daarna wordt de
    handelsketen beschreven. Vervolgens komt in het derde hoofdstuk de
    officieel geregistreerde criminaliteit op het gebied van de
    wildlife aan bod. In .3.2 wordt ingegaan op de manieren waarop deze
    illegale handel in dieren en planten wordt uitgevoerd (de smokkel).
    In de daarop volgende paragraaf (3.3) worden aan de hand van het
    analyseschema de daders beschreven en de wijze waarop zij hun
    criminele activiteiten organiseren op basis van de dossiers van de
    Nederlandse politie. Het rapport wordt afgesloten met enkele
    conclusies.

    lees meer

    IX – De wildlifebranche – VOORWOORD

    Gerben Bruinsma Universiteit Twente

    VOORWOORD

    Wanneer wij de berichten in de media mogen geloven is de
    georganiseerde misdaad tegenwoordig actief betrokken bij de
    plundering van de natuur. Zeldzame dieren en bijzondere
    plantesoorten worden geroofd uit hun natuurlijke omgeving en met
    grote winsten verkocht aan klanten afkomstig uit het rijke westen
    en uit het Midden-Oosten. De handel is zo sterk gegroeid dat vele
    beschermde dieren en planten door deze criminele activiteiten met
    uitsterven worden bedreigd.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 4.3. Soorten verzekeringen en fraudes

    4.3. Soorten verzekeringen en fraudes

    In hoofdstuk 2 hebben we de volgende typen verzekeringen
    onderscheiden: levensverzekeringen en hypotheken,
    motorrijtuigenverzekeringen, zorgverzekeringen zoals verzekeringen
    tegen ongevallen en ziekte, transportverzekeringen voor zee-, wegen
    luchtvaarttransport, brandverzekeringen, inboedelverzekeringen en
    reisverzekeringen. Van al deze typen verzekeringen zullen we hierna
    aangeven wat er op basis van de literatuur, de zaakanalyses en de
    interviews bekend is over de omvang van fraude en de eventuele
    betrokkenheid van criminele groepen hierbij.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 4.2. De zaakanalyses

    4.2. De zaakanalyses

    Om de vraag te beantwoorden of de georganiseerde misdaad actief
    is in de verzekeringsbranche, hebben wij de beschikking gekregen
    over drie soorten gegevens: 1) de politile bronnen; 2) de gegevens
    van de Economische Controle Dienst (in het bijzonder het WABB-team)
    en 3) de gegevens van het CIS, de schade registrerende instantie
    van de gezamenlijke verzekeringsmaatschappijen.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 4.1. Literatuuronderzoek

    4. VERZEKERINGSFRAUDE DOOR CRIMINELE GROEPEN?

    4.1. Literatuuronderzoek

    Naar de werkwijzen van criminele groepen op het gebied van
    verzekeringsfraude is weinig onderzoek gedaan. Op basis van
    Amerikaans onderzoek wordt vermoed dat de verzekeringswereld de
    interesse heeft van in groepen samenwerkende individuen die de
    solvabiliteit van de gehele branche aantasten. De belangrijkste
    dreiging voor de verzekeringsbranche gaat echter nog altijd uit van
    individuele frauderende burgers. Uit een onderzoek van Sanborn en
    Marziano bleek dat met 25% van de ingediende schadeclaims zou
    worden gefraudeerd. Het totale schadebedrag van alle, zelfs de
    kleinste, vormen van bedrog wordt in de Verenigde Staten geschat op
    15 miljard dollar. Deze schade wordt door middel van een verhoging
    van de premies met 25% op alle verzekerden afgewenteld (Dixon,
    1994, p. 329).

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 3. VERZEKERINGSFRAUDE NADER GEANALYSEERD

    3. VERZEKERINGSFRAUDE NADER GEANALYSEERD

    Onder verzekeringsfraude wordt verstaan het verrichten van een
    handeling bij de totstandkoming en/of bij de uitvoering van een
    verzekeringsovereenkomst, die erop is gericht een uitkering te
    verwerven waarop geen recht bestaat, of zich een
    verzekeringsdekking te verschaffen onder vals voorwendsel.
    Verzekeringsfraude kan worden gepleegd door de direct bij de
    uitvoering van de verzekeringsovereenkomst betrokkenen, of door
    intermediairen (tussenpersonen, assuradeuren en expertisebureaus)
    of gevolmachtigden. In het eerste geval is sprake van
    externe fraude, in het tweede geval van interne
    fraude ( Westerman, 1992, p.103). Naast dit onderscheid kan
    verzekeringsfraude worden getypeerd op basis van vier criteria: (1)
    het tijdstip waarop fraude wordt gepleegd, (2) de aard van de
    fraude, en (3) het type fraudeurs dat de fraude pleegt (Westerman,
    1994) en (4) de soort verzekering waarom het gaat. Fraude kan in de
    eerste plaats betrekking hebben op het tijdstip in de
    afwikkeling van de overeenkomst tussen verzekeraar en
    verzekeringnemer. Er kan gefraudeerd worden ten tijde van het
    sluiten van de overeenkomst, tijdens de aangifte van het
    schadevoorval en tijdens het claimen van een schadevergoeding.
    Gedacht kan worden aan het frauderen met de provisie (door een
    verzekeringsagent), met het geven van een verkeerde voorstelling
    van zaken met betrekking tot de verzekering (maatschappij) en door
    het onderdrukken of vervalsen van informatie die relevant is voor
    de beoordeling van de polisaanvraag (verzekeringnemer). Bovendien
    kan er worden gefraudeerd met de omvang en hoogte van de geleden
    schade, er kan opzettelijk schade worden geleden om voor vergoeding
    in aanmerking te komen of een schadeclaim kan worden voorgewend
    (Wittkmper, 1990, p. 24).

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 2.3. Ontwikkelingen in de verzekeringsbranche

    2.3. Ontwikkelingen in de verzekeringsbranche

    Behalve op de particuliere markt kunnen verzekeraars actief zijn
    op de zakelijke markt (verzekeringen voor bedrijfsleven en
    overheid), de financile markt (verzekeraars als beleggers) en de
    schademarkt. In de loop der jaren werden verzekeraars uit
    concurrentie-overwegingen gedwongen in te springen in de behoefte
    aan nieuwe verzekeringsvormen. Door concessies te doen aan de
    beschikbaarheid, de verkrijgbaarheid en de
    betaalbaarheid ontstond meer ruimte in het totaal aan
    verzekeringsmogelijkheden (zie hierna). Expansie werd ook gezocht
    in het versoepelen van het acceptatiebeleid waardoor meer mensen in
    de gelegenheid werden gesteld verzekeringsovereenkomsten aan te
    gaan. Tegelijkertijd werd de vraag naar de verzekerbaarheid
    relevant: ondanks de vlucht die het aanbod van verzekeringen nam,
    werd de vraag naar het vastleggen van grenzen actueel. Bepaalde
    onverwachte gebeurtenissen blijken onverzekerbaar. Dat komt in de
    eerste plaats doordat niet voor alle verzekeringsbehoeften
    verzekeringen worden aangeboden (beschikbaarheid). In de
    tweede plaats stellen verzekeraars bepaalde verzekeringen niet of
    slechts onder beperkende voorwaarden ter beschikking aan een kleine
    groep mensen (verkrijgbaarheid). Tenslotte zijn sommige
    verzekeringsvormen voor bepaalde groepen niet betaalbaar door de
    hoge premiestelling (betaalbaarheid) (Welwezen, 1995, p. 6).
    De mate van onverzekerbaarheid wordt benvloed door de mogelijkheid
    het risico in te schatten dat door het afsluiten van een
    verzekering wordt ondervangen (Faure, 1995, p. 24). Volgens de
    verzekeringsbranche wordt als gevolg van veranderingen in de
    maatschappij zoals individualisering, de voortschrijdende
    wetenschap (en informatie-technologie), vergrijzing en toenemende
    criminaliteit onverzekerbaarheid een optie waarmee ter dege
    rekening moet worden gehouden. De vraag naar wat nog wel en wat
    niet meer verzekerbaar is, staat in schril contrast met de
    toegenomen toegankelijkheid van verzekeringen voor mensen uit alle
    lagen van de bevolking.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 2.2. De organisatie van de verzekeringsbranche

    2.2. De organisatie van de verzekeringsbranche

    Binnen de verzekeringsbranche zijn verschillende
    (semi-)overheidsorganisaties en vele particuliere
    (belangen)organisaties actief (Assurantie Jaarboek, 1994, p. 15).
    Belangenbehartigers van de verzekeraars, pensioenfondsen, sociale
    verzekeringsorganen, tussenpersonen, gevolmachtigde agenten,
    experts, de overheid en de Verzekeringskamer zijn alle
    verantwoordelijk voor een specifiek facet binnen de
    verzekeringsbranche (Assurantiegids, 1994, p. 15-25). Het Verbond
    van Verzekeraars, de centrale overkoepelende bedrijfstakorganisatie
    van het Nederlands verzekeringsbedrijf voor zowel schadeals
    levensverzekeraars, behartigt de algemene en specifieke belangen
    van het levens- en schadeverzekeringsbedrijf en cordineert de
    verschillende belangen van de diverse branches.
    Verzekeringsmaatschappijen die bij het Verbond zijn aangesloten,
    zijn tevens lid van de geassocieerde verenigingen. Deze
    verenigingen behartigen de belangen op het gebied van specifieke
    verzekeringsbranches (levens- of motorrijtuigenbelasting). Een
    onderdeel van de belangenbehartiging krijgt gestalte door de rol
    die het Verbond speelt in CAO-onderhandelingen. Het Verbond treedt
    namens de verzekeringsmaatschappijen (werkgevers) op als
    gesprekspartner van de vakbonden. Het cordineren van contacten
    tussen verzekeringsmaatschappijen en de nationale en internationale
    overheden, consumentenorganisaties en andere maatschappelijke
    instellingen is een tweede taak van het Verbond. In de derde plaats
    zet het Verbond zich in voor de bevordering en instandhouding van
    de goede naam van het verzekeringsbedrijf. Het ingestelde
    klachteninstituut waarborgt een correcte afhandeling van bezwaren
    en geschillen tussen verzekerden en andere benadeelden en de
    verzekeringsmaatschappij. Tenslotte is het Verbond van Verzekeraars
    op centraal niveau, samen met de Stichting Centraal Informatie
    Systeem (CIS) en enkele brancheverenigingen, betrokken bij de
    ontwikkeling van instrumenten en indicatoren waarmee
    verzekeringsfraude kan worden herkend n voorkomen (Westerman, 1994,
    p. 61). Bij het CIS worden dagelijks ongeveer 10.000
    schademeldingen geregistreerd. Het CIS registreert slechts en voert
    volgens eigen zeggen geen analyses uit op de databestanden.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>