IX – De wildlifebranche – LITERATUURJanuary 1, 1999
LITERATUUR
AID, Controlestaten NMF, 1991.
M. V. C. Aalders, Het handhavingsvraagstuk, in P. Glasbergen
(red.), Milieubeleid. Een beleidswetenschappelijke
inleiding, VUGA, ‘s-Gravenhage, 19944, p. 289-319.
M. V. C. Aalders, Handhaving en zelfregulering, in Justitile
Verkenningen, jaargang 20, 1994, p. 47-69. H. Abadinsky,
Organized crime, Nelson-Hall, Chicago, 19913. E.
A. I. M. van den Berg en W. Waelen, Politie en
milieuhandhaving, Gouda Quint, Arnhem, 1991. E. A. I. M. van
den Berg en A. Hahn, Politie, partners en milieu. Woorden en
daden, Gouda Quint, Arnhem, 1992.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 4. CONCLUSIESJanuary 1, 1999
4. CONCLUSIES
In deze studie van beperkte omvang zijn drie vragen gesteld:
1. welke criminele groepen maken zich schuldig aan de illegale
handel in bedreigde dieren- en plantesoorten? 2. Op wat voor
manieren wordt deze vorm van illegale handel gepleegd?
3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale handel besteed?
Om deze vragen te beantwoorden is daaraan voorafgaand de
organisatie en de structuur van de wildlifebranche uit de doeken
gedaan. De handel is grotendeels gebaseerd op de grote vraag uit
het westen (Europa, de Verenigde Staten), het Midden-Oosten en
Japan. De prijs van de verhandelde dieren komt tot stand onder
invloed van vraag en aanbod (zeldzaamheid en beschikbaarheid) van
de planten en dieren. Voorts moet een prijs worden betaald voor de
risico’s bij het vervoer. Er bestaan geen goede officile cijfers
over de legale en de illegale handel. Dat het op wereldschaal om
grote aantallen gaat mag duidelijk worden aan de
hand van de enorme achteruitgang in het bestand aan exotische
dieren en planten. Zoals gezegd, diverse mondiaal bekende
organisaties wijzen op de omvang van de illegale handel in
beschermde dier- en plantesoorten, maar voor Nederland wordt de
omvang daarvan, als wij bij de cijfers blijven, sterk overdreven.
De meeste gemporteerde dieren en planten worden door hobbyisten
afgehaald bij de winkels of via advertenties in dieren- en
plantenmagazines aangeboden aan de liefhebber. De daders in
Nederland behoren niet tot een of andere groene mafia, maar zijn
eigenaren van (kleine) dieren- en plantewinkels van stad en
platteland en leden van hobbyclubs. Zij importeren tussen de legale
handel illegale exemplaren naar Nederland. De internationale handel
loopt via netwerken van individuele personen met behulp van moderne
communicatiemiddelen. Internationale makelaars bemiddelen in deze
handel. De daders maken gebruik van allerlei zwakke plekken in de
internationale wetgeving, in het internationale wildlifebeleid en
van de gebrekkige samenwerking tussen opsporingsinstanties in
buiten- en binnenland. De opbrengsten worden voornamelijk bebruikt
om de eigen dierenwinkel in de markt te houden. De afscherming van
hun illegale activiteiten is erop gericht om ontdekking en
opsporing te voorkomen. Het mengen van illegale met legale vrachten
per boot of per vliegtuig is een belangrijke en veel gebruikte
smokkelmethode. De aanvoer verloopt via de haven Rotterdam en het
vliegveld Schiphol. Verder wordt door de dader vaak een dubbele
administratie bijgehouden om controles te bemoeilijken. De pakkans
bij illegale smokkel mag klein worden genoemd.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 3.3. Zaakanalyse in de
wildlifebrancheJanuary 1, 1999
3.3. Zaakanalyse in de wildlifebranche
Door de CRI zijn ons vijftien dossiers met betrekking tot
wildlifecriminaliteit ter beschikking gesteld (CRI-AID, 1994). Deze
zaken bevinden zich vrijwel alle in de pro-actieve fase van het
opsporingsonderzoek, met uitzondering van n die zich in de fase van
het gerechtelijk vooronderzoek bevindt. Hoewel de meeste
regiokorpsen de bestrijding van milieucriminaliteit hoog in het
vaandel hebben staan en zelfs als prioriteit
hebben gesteld, is het feitelijke aantal opsporingsonderzoeken naar
de illegale wildlifehandel zeer beperkt. Voor een deel heeft dat te
maken met de relatieve onbekendheid bij de politiekorpsen en het OM
met dit soort strafzaken. Bovendien beschikt de politie over weinig
kennis van deze handel. Als laatste mogelijkheid mag natuurlijk
niet worden uitgesloten dat er zich in Nederland gewoon niet veel
wildlifecriminaliteit voordoet (zie vorige paragraaf).
lees meer
IX – De wildlifebranche – 3.2. Soorten van criminele
activiteitenJanuary 1, 1999
3.2. Soorten van criminele activiteiten
Om de illegale handel in wildlife produkten vorm te geven moeten
verschillende soorten criminele handelingen worden verricht: 1) het
smokkelen van dieren en/of planten; 2) het valselijk opmaken of
vervalsen van vereiste CITES-documenten en het gebruik daarvan en
3) het omkopen van overheidsvertegenwoordigers. De smokkel
van levende dieren vereist veel vernuft, creativiteit en kennis bij
de smokkelaars. Handelaren moeten goed op de hoogte zijn van de
CITES-lijsten. Zij moeten beschikken over kennis van het produkt
(tropische vissen, reptielen, vogels, katachtigen en primaten), zij
moeten op de hoogte zijn van de zwakke plekken in het
internationale wildlife- beleid, de internationale wetgeving en van
de verschillen daarin tussen landen en, ten slotte, van de
opsporingsinstanties en hun werkwijzen.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 3.1. De officieel geregistreerde
wildlifecriminaliteitJanuary 1, 1999
3.1. De officieel geregistreerde wildlifecriminaliteit
In Nederland bestaan geen afzonderlijke
CBS-criminaliteitsstatistieken in de rubriek wildlife. De
werkelijke omvang van de smokkel en illegale handel in Nederland is
derhalve onbekend. Als indicatie voor de omvang kunnen de
opbrengsten van de controles aan de landsgrenzen dienen. De douane
controleert in samenwerking met de AID de import van wildlife.
Wildlifevrachten die op Schiphol aankomen en voor de Nederlandse
markt bestemd zijn, worden door de AID de ene keer aan de hand van
de papieren gecontroleerd en de andere keer door middel van een
grondige inspectie wanneer vermoedens bestaan over illegale
zendingen. In 1990 werden 5.344 op het oog legale wildlifevrachten
naar Nederland vervoerd, in 1991 7.038 en in 1992 was het aantal
vrachten toegenomen tot 7.060.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 3. CRIMINALITEIT IN DE WILD-LIFE
HANDELJanuary 1, 1999
3. CRIMINALITEIT IN DE WILD-LIFE HANDEL
Volgens de CRI-AID (1994) bedraagt de omvang van de illegale
handel in planten en dieren ongeveer 30% van de totale
internationale wildlife handel. Australische schattingen spreken
echter van een veel hoger percentage, namelijk 50%. Een groot deel
van de internationale wildlifehandel betreft de illegale handel in
niet bedreigde plant- en diersoorten. Of deze cijfers enigszins met
de werkelijkheid overeenkomen is moeilijk te zeggen. Deze cijfers
over de omvang van de smokkel zijn niet erg betrouwbaar omdat
internationale statistieken ontbreken en de meeste smokkel zich in
het verborgene afspeelt. Enerzijds kan het gebrek aan goede
informatie tot gevolg hebben dat de illegale handel in de
landelijke statistieken wordt onderschat, dan wel overschat.
De genoemde aantallen slangen (10 miljoen) dat jaarlijks illegaal
naar de afnemers zouden worden gesmokkeld, kunnen juist zijn, maar
zijn zeer waarschijnlijk overdreven. Ook het internationale
CITES-bureau moet geregeld gissen naar de omvang van de illegale
wildlife. Internationaal moet het smokkelen van deze bedreigde
dieren en planten wel worden aangenomen omdat biologen bij
tellingen steeds minder dier- en plantsoorten waarnemen. Van den
Berg e.a. (1995) noemen een bedrag van ruim 3 miljard gulden per
jaar dat internationaal zou worden omgezet bij de smokkel van
wildlife dieren en planten. De winsten worden door de CRI (1992) en
andere organisaties per exemplaar zeer hoog genoemd. De inkoop van
een schildpad kost bijvoorbeeld 5 dollar en de verkoop brengt
ongeveer 200 dollar per stuk op. Voor bijzondere roofvogels wordt
grif 20.000 gulden neergelegd, terwijl de stropers of de lokale
bevolking met 100 gulden of minder genoegen moeten nemen. In
hoeverre deze informatie juist is kan niet goed worden
beoordeeld.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 2. ACHTERGRONDEN VAN DE
WILDLIFEBRANCHEJanuary 1, 1999
2. ACHTERGRONDEN VAN DE WILDLIFEBRANCHE
Duizenden jaren geleden begonnen mensen in West-Azi en in het
Midden-Oosten wilde dieren tot huisdieren te maken. Honden, geiten,
varkens, runderen, schapen en paarden waren de eerste
gedomesticeerde dieren die met het oog op de voedselvoorziening, de
huiden en het vervoer in gevangenschap werden gehouden. Eeuwen
later werden wilde dieren vaker als gezelschapsdier gehouden. De
rijke vorstenhuizen, farao’s, keizers en andere
hoogwaardigheidsbekleders namen wilde dieren als statussymbool op
in hun huishouding. In Rome vochten 2.000 jaar geleden christenen
en slaven voor hun leven tegen wilde dieren terwijl duizenden
toeschouwers van het geboden spektakel genoten.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 1. INLEIDINGJanuary 1, 1999
-
1. INLEIDING:
- ACHTERGRONDEN EN OPZET VAN HET ONDERZOEK
Recentelijk is een nieuwe, aantrekkelijke illegale markt ontdekt
waar met crimineel gedrag geld valt te verdienen. Die markt bestaat
uit het illegaal weghalen van allerlei bedreigde en beschermde
dieren en planten uit hun natuurlijke omgeving om ze vervolgens met
grote winst te verkopen aan klanten uit de westerse wereld die om
diverse redenen willen pronken met het bezit van exotische dieren
of planten. Als de berichten in de media waar zijn, dan is hierin
in de afgelopen jaren op internationale schaal een levendige handel
ontstaan. De handelaren bekommeren zich niet om het behoud van de
natuur en verrijken zich ten koste van flora en fauna van landen
als Madagaskar, Nigeria, Indonesi, Brazili, om maar enkele
leveranciers te noemen. Reptielen, papegaaien, apen, schildpadden
worden uit hun natuurlijke omgeving weggeroofd en vervolgens onder
veelal erbarmelijke omstandigheden per schip of per vliegtuig naar
het rijke westen op transport gezet. Veel dieren sterven voor zij
hun eindbestemming hebben bereikt of anders spoedig nadat zij bij
de natuurliefhebber in een te kleine kooi zijn neergezet en
ondeskundig zijn verzorgd. Deze illegale handel in planten en
dieren wordt ook wel de groene drugshandel genoemd omdat hierin
veel geld valt te verdienen. Volgens diverse berichten in de media
en in politievakbladen zou deze wildlifebranche volledig in handen
zijn van de georganiseerde misdaad. De verdiensten zouden volgens
diverse schattingen enorm zijn. Organisaties als het Wereld Natuur
Fonds en Greenpeace hebben de noodklok geluid over het
leegplunderen van de natuur. Hoe exotischer een dier of een plant
en hoe zeldzamer, des te groter de bedragen die door klanten worden
betaald. Weliswaar bestaan er internationale verdragen op dit
gebied maar de illegale handel in dieren en planten zou nog steeds
blijven groeien en wel in zo’n aard en omvang dat vele dier- en
plantesoorten op korte termijn met uitsterven worden bedreigd. Al
deze berichten vormen voldoende reden om in Nederland na te gaan
wat de eventuele betrokkenheid van de georganiseerde misdaad in de
wildlifebranche is. In deze deelstudie staan de volgende drie
onderzoeksvragen centraal: 1. welke criminele groepen maken zich in
Nederland schuldig aan de illegale handel in bedreigde dier- en
plantsoorten? 2. Op wat voor manieren wordt deze vorm van illegale
handel gepleegd? 3. Hoe worden de opbrengsten uit deze illegale
handel besteed? Om deze drie vragen te kunnen beantwoorden is als
volgt te werk gegaan. Eerst is een aantal gesprekken
gevoerd met experts op het gebied van de wildlifehandel. Vervolgens
is bestaand statistisch materiaal geraadpleegd waarmee vermoedelijk
de omvang van deze vormen van illegale handel kan worden geschat.
Daarnaast is gebruik gemaakt van vijftien dossiers over pro-actieve
opsporingsonderzoeken die afkomstig zijn van diverse regiokorpsen
en van de CRI. Bovendien stelde de CRI enkele andere analyses en
dossiers over de genoemde onderwerpen ter beschikking. Ten slotte
is door de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij informatie ter beschikking
gesteld over de aard en de omvang van de uitgevoerde controles op
dit gebied. Dit deelrapport is als volgt opgebouwd. In het volgende
hoofdstuk worden de achtergronden van de wildlifebranche
geschilderd. Wij beperken ons noodgedwongen tot het beschrijven van
enkele facetten van deze internationale markt. Daarna wordt de
handelsketen beschreven. Vervolgens komt in het derde hoofdstuk de
officieel geregistreerde criminaliteit op het gebied van de
wildlife aan bod. In .3.2 wordt ingegaan op de manieren waarop deze
illegale handel in dieren en planten wordt uitgevoerd (de smokkel).
In de daarop volgende paragraaf (3.3) worden aan de hand van het
analyseschema de daders beschreven en de wijze waarop zij hun
criminele activiteiten organiseren op basis van de dossiers van de
Nederlandse politie. Het rapport wordt afgesloten met enkele
conclusies.
lees meer
IX – De wildlifebranche – VOORWOORDJanuary 1, 1999
Gerben Bruinsma Universiteit Twente
VOORWOORD
Wanneer wij de berichten in de media mogen geloven is de
georganiseerde misdaad tegenwoordig actief betrokken bij de
plundering van de natuur. Zeldzame dieren en bijzondere
plantesoorten worden geroofd uit hun natuurlijke omgeving en met
grote winsten verkocht aan klanten afkomstig uit het rijke westen
en uit het Midden-Oosten. De handel is zo sterk gegroeid dat vele
beschermde dieren en planten door deze criminele activiteiten met
uitsterven worden bedreigd.
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 4.3. Soorten verzekeringen en
fraudesJanuary 1, 1999
4.3. Soorten verzekeringen en fraudes
In hoofdstuk 2 hebben we de volgende typen verzekeringen
onderscheiden: levensverzekeringen en hypotheken,
motorrijtuigenverzekeringen, zorgverzekeringen zoals verzekeringen
tegen ongevallen en ziekte, transportverzekeringen voor zee-, wegen
luchtvaarttransport, brandverzekeringen, inboedelverzekeringen en
reisverzekeringen. Van al deze typen verzekeringen zullen we hierna
aangeven wat er op basis van de literatuur, de zaakanalyses en de
interviews bekend is over de omvang van fraude en de eventuele
betrokkenheid van criminele groepen hierbij.
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 4.2. De zaakanalysesJanuary 1, 1999
4.2. De zaakanalyses
Om de vraag te beantwoorden of de georganiseerde misdaad actief
is in de verzekeringsbranche, hebben wij de beschikking gekregen
over drie soorten gegevens: 1) de politile bronnen; 2) de gegevens
van de Economische Controle Dienst (in het bijzonder het WABB-team)
en 3) de gegevens van het CIS, de schade registrerende instantie
van de gezamenlijke verzekeringsmaatschappijen.
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 4.1.
LiteratuuronderzoekJanuary 1, 1999
4. VERZEKERINGSFRAUDE DOOR CRIMINELE GROEPEN?
4.1. Literatuuronderzoek
Naar de werkwijzen van criminele groepen op het gebied van
verzekeringsfraude is weinig onderzoek gedaan. Op basis van
Amerikaans onderzoek wordt vermoed dat de verzekeringswereld de
interesse heeft van in groepen samenwerkende individuen die de
solvabiliteit van de gehele branche aantasten. De belangrijkste
dreiging voor de verzekeringsbranche gaat echter nog altijd uit van
individuele frauderende burgers. Uit een onderzoek van Sanborn en
Marziano bleek dat met 25% van de ingediende schadeclaims zou
worden gefraudeerd. Het totale schadebedrag van alle, zelfs de
kleinste, vormen van bedrog wordt in de Verenigde Staten geschat op
15 miljard dollar. Deze schade wordt door middel van een verhoging
van de premies met 25% op alle verzekerden afgewenteld (Dixon,
1994, p. 329).
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 3. VERZEKERINGSFRAUDE NADER
GEANALYSEERDJanuary 1, 1999
3. VERZEKERINGSFRAUDE NADER GEANALYSEERD
Onder verzekeringsfraude wordt verstaan het verrichten van een
handeling bij de totstandkoming en/of bij de uitvoering van een
verzekeringsovereenkomst, die erop is gericht een uitkering te
verwerven waarop geen recht bestaat, of zich een
verzekeringsdekking te verschaffen onder vals voorwendsel.
Verzekeringsfraude kan worden gepleegd door de direct bij de
uitvoering van de verzekeringsovereenkomst betrokkenen, of door
intermediairen (tussenpersonen, assuradeuren en expertisebureaus)
of gevolmachtigden. In het eerste geval is sprake van
externe fraude, in het tweede geval van interne
fraude ( Westerman, 1992, p.103). Naast dit onderscheid kan
verzekeringsfraude worden getypeerd op basis van vier criteria: (1)
het tijdstip waarop fraude wordt gepleegd, (2) de aard van de
fraude, en (3) het type fraudeurs dat de fraude pleegt (Westerman,
1994) en (4) de soort verzekering waarom het gaat. Fraude kan in de
eerste plaats betrekking hebben op het tijdstip in de
afwikkeling van de overeenkomst tussen verzekeraar en
verzekeringnemer. Er kan gefraudeerd worden ten tijde van het
sluiten van de overeenkomst, tijdens de aangifte van het
schadevoorval en tijdens het claimen van een schadevergoeding.
Gedacht kan worden aan het frauderen met de provisie (door een
verzekeringsagent), met het geven van een verkeerde voorstelling
van zaken met betrekking tot de verzekering (maatschappij) en door
het onderdrukken of vervalsen van informatie die relevant is voor
de beoordeling van de polisaanvraag (verzekeringnemer). Bovendien
kan er worden gefraudeerd met de omvang en hoogte van de geleden
schade, er kan opzettelijk schade worden geleden om voor vergoeding
in aanmerking te komen of een schadeclaim kan worden voorgewend
(Wittkmper, 1990, p. 24).
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 2.3. Ontwikkelingen in de
verzekeringsbrancheJanuary 1, 1999
2.3. Ontwikkelingen in de verzekeringsbranche
Behalve op de particuliere markt kunnen verzekeraars actief zijn
op de zakelijke markt (verzekeringen voor bedrijfsleven en
overheid), de financile markt (verzekeraars als beleggers) en de
schademarkt. In de loop der jaren werden verzekeraars uit
concurrentie-overwegingen gedwongen in te springen in de behoefte
aan nieuwe verzekeringsvormen. Door concessies te doen aan de
beschikbaarheid, de verkrijgbaarheid en de
betaalbaarheid ontstond meer ruimte in het totaal aan
verzekeringsmogelijkheden (zie hierna). Expansie werd ook gezocht
in het versoepelen van het acceptatiebeleid waardoor meer mensen in
de gelegenheid werden gesteld verzekeringsovereenkomsten aan te
gaan. Tegelijkertijd werd de vraag naar de verzekerbaarheid
relevant: ondanks de vlucht die het aanbod van verzekeringen nam,
werd de vraag naar het vastleggen van grenzen actueel. Bepaalde
onverwachte gebeurtenissen blijken onverzekerbaar. Dat komt in de
eerste plaats doordat niet voor alle verzekeringsbehoeften
verzekeringen worden aangeboden (beschikbaarheid). In de
tweede plaats stellen verzekeraars bepaalde verzekeringen niet of
slechts onder beperkende voorwaarden ter beschikking aan een kleine
groep mensen (verkrijgbaarheid). Tenslotte zijn sommige
verzekeringsvormen voor bepaalde groepen niet betaalbaar door de
hoge premiestelling (betaalbaarheid) (Welwezen, 1995, p. 6).
De mate van onverzekerbaarheid wordt benvloed door de mogelijkheid
het risico in te schatten dat door het afsluiten van een
verzekering wordt ondervangen (Faure, 1995, p. 24). Volgens de
verzekeringsbranche wordt als gevolg van veranderingen in de
maatschappij zoals individualisering, de voortschrijdende
wetenschap (en informatie-technologie), vergrijzing en toenemende
criminaliteit onverzekerbaarheid een optie waarmee ter dege
rekening moet worden gehouden. De vraag naar wat nog wel en wat
niet meer verzekerbaar is, staat in schril contrast met de
toegenomen toegankelijkheid van verzekeringen voor mensen uit alle
lagen van de bevolking.
lees meer
IX – De verzekeringsbranche – 2.2. De organisatie van de
verzekeringsbrancheJanuary 1, 1999
2.2. De organisatie van de verzekeringsbranche
Binnen de verzekeringsbranche zijn verschillende
(semi-)overheidsorganisaties en vele particuliere
(belangen)organisaties actief (Assurantie Jaarboek, 1994, p. 15).
Belangenbehartigers van de verzekeraars, pensioenfondsen, sociale
verzekeringsorganen, tussenpersonen, gevolmachtigde agenten,
experts, de overheid en de Verzekeringskamer zijn alle
verantwoordelijk voor een specifiek facet binnen de
verzekeringsbranche (Assurantiegids, 1994, p. 15-25). Het Verbond
van Verzekeraars, de centrale overkoepelende bedrijfstakorganisatie
van het Nederlands verzekeringsbedrijf voor zowel schadeals
levensverzekeraars, behartigt de algemene en specifieke belangen
van het levens- en schadeverzekeringsbedrijf en cordineert de
verschillende belangen van de diverse branches.
Verzekeringsmaatschappijen die bij het Verbond zijn aangesloten,
zijn tevens lid van de geassocieerde verenigingen. Deze
verenigingen behartigen de belangen op het gebied van specifieke
verzekeringsbranches (levens- of motorrijtuigenbelasting). Een
onderdeel van de belangenbehartiging krijgt gestalte door de rol
die het Verbond speelt in CAO-onderhandelingen. Het Verbond treedt
namens de verzekeringsmaatschappijen (werkgevers) op als
gesprekspartner van de vakbonden. Het cordineren van contacten
tussen verzekeringsmaatschappijen en de nationale en internationale
overheden, consumentenorganisaties en andere maatschappelijke
instellingen is een tweede taak van het Verbond. In de derde plaats
zet het Verbond zich in voor de bevordering en instandhouding van
de goede naam van het verzekeringsbedrijf. Het ingestelde
klachteninstituut waarborgt een correcte afhandeling van bezwaren
en geschillen tussen verzekerden en andere benadeelden en de
verzekeringsmaatschappij. Tenslotte is het Verbond van Verzekeraars
op centraal niveau, samen met de Stichting Centraal Informatie
Systeem (CIS) en enkele brancheverenigingen, betrokken bij de
ontwikkeling van instrumenten en indicatoren waarmee
verzekeringsfraude kan worden herkend n voorkomen (Westerman, 1994,
p. 61). Bij het CIS worden dagelijks ongeveer 10.000
schademeldingen geregistreerd. Het CIS registreert slechts en voert
volgens eigen zeggen geen analyses uit op de databestanden.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>