• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • IX – De verzekeringsbranche – 2.1. Aard en omvang van de verzekeringsbranche

    2. DE VERZEKERINGSBRANCHE

    2.1. Aard en omvang van de verzekeringsbranche

    Dankzij het Nederlandse verzekeringswezen worden wij in staat
    gesteld een onzekere kans op mogelijk niet te dragen financile of
    persoonlijke risico’s in te ruilen tegen de zekerheid van
    premiebetaling (Welwezen, 1995, p. 3). Dit principe wordt
    verzekeren genoemd: een vorm van onderlinge risicodeling waarbij
    essentile kenmerken de toekomstige onzekere gebeurtenis, de
    risico-overdracht en een bepaalde mate van solidariteit zijn.
    Verzekeraars verplichten zich door middel van een
    verzekeringsovereenkomst tot het geheel of gedeeltelijk overnemen
    van de financile risico’s die samenhangen met het (al dan niet)
    optreden van zo’n onzekere gebeurtenis. Sociale verzekeringen
    (zoals de arbeidsongeschiktheidsverzekering, ziekengeldverzekering,
    en ouderdomsverzekering) hebben een verplichtend karakter,
    particuliere verzekeringen kunnen vrijwillig worden aangegaan. In
    het eerste geval is de prijs van de verzekering meestal afhankelijk
    van de hoogte van het inkomen, in het tweede geval is de prijs van
    de verzekering afgeleid van de hoogte van het risico (Welwezen,
    1995, p. 5). In beide instanties treedt de verzekeraar op als
    producent van diensten. De verzekeraar is daarmee een belangrijke
    schakel in het Nederlandse stelsel van sociale voorzieningen.
    Tegelijkertijd zijn verzekeraars echter ook risicodrager: de
    verzekeringnemer neemt het risico van een toekomstige onzekere
    gebeurtenis over (Assurantie Jaarboek, 1994, p. 5).

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 1. INLEIDING

    1. INLEIDING:

    ACHTERGROND EN OPZET VAN DE STUDIE

    In Nederland komen de materile lasten van de criminaliteit voor
    het grootste deel voor rekening van de verzekeringsmaatschappijen.
    Burgers, bedrijven en instellingen verzekeren zich om schades te
    herstellen en om verdwenen spullen te vervangen. De
    verzekeringsmaatschappijen hebben in de loop van tientallen jaren
    een zeer groot kapitaal aan verzekeringsgelden opgebouwd ter
    dekking van de verzekeringsuitkeringen. Dit grote kapitaal vormt in
    principe een aantrekkelijk doelwit voor criminele groepen. Door
    middel van allerlei fraudes of door afpersing en intimidatie zouden
    criminele groepen zich een deel van dat kapitaal op illegale wijze
    kunnen toeigenen. Diverse, door de verzekeringsmaatschappijen zelf
    in wereld gebrachte persberichten maken melding van grote verliezen
    die verzekeringsmaatschappijen met enige regelmaat lijden als
    gevolg van de (inter)nationale georganiseerde misdaad. Recentelijk
    stelde een bestuurder van de ING-bank in een toelichting op de
    presentatie van het jaarverslag: Het is een nationale sport
    geworden om de verzekeringen op te lichten. Niet alleen door
    individueel verzekerden, maar ook door de georganiseerde
    misdaad
    (De

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – LITERATUUR

    LITERATUUR

    R. Arnold, Crime and insurance: a functional approach, in
    European Journal on Criminal Policy and Research, Jaargang
    3, 1995, p. 20-29
    R.G. Bauer, A short history of maritime fraud, in Tulane
    Maritime Law Journal
    , jaargang 12, 1987, p. 11-18 M. Bose en C.
    Gunn, Fraud, Alwin & Hyman, London, 1989
    G. Brice, Unexplained losses in marine insurance, in Tulane
    Maritime Law Journal
    , jaargang 16, 1991, p. 105-129
    Centraal Bureau voor de Statistiek, Assurantie Jaarboek
    1994
    , Kluwer Bedrijfswetenschappen, Deventer, 1995 M. Clarke,
    The control of insurance fraud, in The British Journal of
    Criminology
    , jaargang 30, 1990, p. 1-23 M. Clarke, Insurance
    fraud, in The British Journal of Criminology, jaargang 29,
    1989, p. 1-19 M. Dixon, Insurance fraud: US Initiatives, in V.C.
    Nakajima, N. Molchanova en B.E. Tem (eds.), Paper 12th
    international symposium on Economic Crime
    , University of
    Cambridge, 1994, p. 328-335 M.G. Faure, De grenzen der
    verzekerbaarheid rechtseconomisch bekeken, in Welwezen,
    jaargang 25, 1995 C. J. C. F. Fijnaut en J. Wansink (red.),
    Verzekering en Criminaliteit, Gouda Quint, Arnhem, 1989 J.
    Heslop, International maritime fraud, Corruption and reform,
    jaargang 3, 1988, p. 119-124 B. M. Hilberts, Het is in het algemeen
    belang dat aangifte wordt gedaan van interne fraude, in E.G.M. van
    Schie, en J.R. Nas (red.), Verzekeringsfraude: inzichten in
    preventie, controle en repressie
    , Vakgroep Psychologie
    Universiteit Twente, Enschede, 1994, p. 71-76

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – 5. CONCLUSIES

    5. CONCLUSIES

    We hebben in het voorgaande al in zekere zin geconcludeerd dat
    de in hoofdstuk 1 geformuleerde onderzoeksvragen voor wat betreft
    de verzekeringsbranche niet kunnen worden beantwoord.
    Desalniettemin kan op basis van het voorgaande een aantal
    voorzichtige conclusies worden getrokken. Door de grote onderlinge
    concurrentie in de verzekeringsbranche lijken de
    acceptatievoorwaarden voor sommige verzekeringen steeds soepeler te
    worden. Hierdoor ontstaat er meer gelegenheid tot frauderen.
    Verzekeringsmaatschappijen nemen veel schades als gevolg van fraude
    voor lief. Zij gaan er vanuit dat dit onlosmakelijk met de branche
    is verbonden en dat hierover tegenover de klant niet al te moeilijk
    moet worden gedaan. Vaak vertoont men deze klantgerichte houding
    met name bij hogere schades (van grote ondernemingen) en niet bij
    kleinere schades (van kleine bedrijven en individuele burgers).
    Moeilijk doen impliceert namelijk voor de betreffende maatschappij
    een slechte naam in de verzekeringsmarkt. Het CIS en
    branche-organisaties geven aan dat zij – voorzover zij dat weten en
    uitspreken – over het algemeen niet te maken hebben met criminele
    groepen. Er zou alleen sprake zijn van een toename van het aantal
    fraudes door individuele klanten van verzekeringsmaatschappijen,
    maar deze toename wordt niet met openbare gegevens gestaafd. Wel
    worden diverse malen kleine assurantiebemiddelingsbedrijven genoemd
    vanwege hun kwetsbaarheid voor benvloeding van of overname door
    criminele groepen. De ECD wijst ook op deze kwetsbaarheid.

    lees meer

    IX – De verzekeringsbranche – VOORWOORD

    Gerben Bruinsma Universiteit Twente

    VOORWOORD

    De verzekeringsmaatschappijen klagen al jaren steen en been over
    het feit dat zij de financile gevolgen van de toenemende
    criminaliteit voor hun rekening moeten nemen. In diverse
    publikaties melden vertegenwoordigers van
    verzekeringsmaatschappijen dat Nederlandse burgers het niet zo nauw
    meer nemen met het indienen van een schadeclaim. Zij zouden
    majoreren, fingeren of valse claims indienen om wat geld te
    verdienen ten koste van een onpersoonlijk slachtoffer. Als gevolg
    van fraudes op grote schaal zijn de verzekeringsmaatschappijen
    gedwongen de premies elk jaar weer te verhogen om de toenemende
    uitgaven op te kunnen vangen.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 5. DE GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE AFVALVERWERKINGBRANCHE

    5. DE GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE
    AFVALVERWERKINGBRANCHE

    Vanaf het moment dat de publieke opinie en de overheid meer oog
    hebben gekregen voor de belasting van economische activiteiten voor
    de fysieke omgeving, is een groot aantal wetgevingsvoorstellen door
    de opeenvolgende kabinetten ter goedkeuring naar het parlement
    gestuurd. Het doel van deze wetgeving was de bescherming van het
    milieu tegen allerlei schadelijke praktijken waardoor de volgende
    generaties in ieder geval zouden kunnen leven in een leefbaar
    milieu.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 4.2. Soorten milieucriminaliteit

    4.2. Soorten milieucriminaliteit: de officile cijfers

    Om de aard en de omvang van milieucriminaliteit in kaart te
    brengen kan men te rade gaan bij de officile statistieken die door
    het CBS jaarlijks worden gepubliceerd. Verdeeld over de diverse
    soorten milieuwetten is in tabel 4 van de bijlage te zien dat de
    meeste overtredingen van de milieuwetten onder de
    Bestrijdingsmiddelenwet vallen. Het minste aantal zaken staat
    vermeld onder de Wet inzake de luchtverontreiniging. Er kan worden
    aangenomen dat de door de CBS gepresenteerde cijfers nauwelijks een
    betrouwbare en valide afspiegeling van het werkelijke aantal
    overtredingen van milieuwetten bieden. Ook de stijging van het
    aantal milieudelicten van het jaar 1993 ten opzichte van de
    voorafgaande jaren hoeft niet in overeenstemming te zijn met een
    werkelijke stijging. Het is aannemelijk te veronderstellen dat die
    stijging voor het grootste deel is toe te schrijven aan een
    registratie-effect als gevolg van een grotere aandacht van politie
    en justitie voor milieuzaken. Het is ook mogelijk dat feitelijk een
    toename in wetsovertredingen ten opzichte van het milieu heeft
    plaatsgevonden, maar dit is niet uit de cijfers af te leiden.
    Voorts is uit deze officile cijfers van het CBS niet op te maken of
    er sprake is van lichte of van zware milieucriminaliteit. Deze
    vermenging van kleine en grote milieudelicten maakt deze cijfers
    voor dit deelrapport al direct ongeschikt als maat voor de aard en
    de omvang van zware milieucriminaliteit.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 4.1. De definiring van zware milieucriminaliteit

    4. DE AFVALCRIMINALITEIT

    4.1. De definiring van zware milieucriminaliteit

    De belangrijkste milieudelicten zijn verwoord in de Hinderwet,
    de Wet geluidshinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de
    Afvalstoffenwet, de Wet chemische afvalstoffen, de Wet
    milieubeheer, de Visserijwet, de Bestrijdingsmiddelenwet en de Wet
    verontreiniging oppervlaktewater. Milieucriminaliteit is
    criminaliteit die heeft te maken met het milieu. Het milieu kan
    worden omschreven als de fysieke, levende en niet-levende omgeving
    van de mens. Het gaat daarbij om overtredingen van de
    miliewetgeving en milieuregelgeving waardoor schade ontstaat aan de
    fysieke, levende en niet-levende omgeving van de mens. In de
    ambtelijke literatuur veel omschrijvingen van het begrip
    milieucriminaliteit in de ambtelijke literatuur te vinden.
    Vele instanties zijn betrokken die allemaal vanuit een bepaald
    perspectief of normatief kader naar milieucriminaliteit kijken. Een
    belangrijk aspect van deze literatuur is dat vrijwel altijd het
    bijvoeglijk naamwoord zware aan het woord milieucriminaliteit wordt
    toegevoegd. Hiermee wordt aangegeven dat het milieu ernstig schade
    wordt toegebracht wanneer de regels worden overtreden en dat de
    volksgezondheid op korte of lange termijn groot gevaar loopt of zal
    lopen. In een enkel geval wordt in de omschrijving van
    milieucriminaliteit ook de economische schade gerekend die aan de
    samenleving wordt toegebracht (Holtackers, 1995).

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 3.3. De economische situatie van de afvalverwerkingsbranche

    3.3. De economische situatie van de
    afvalverwerkingsbranche

    In de afvalbranche bestaan grote verschillen tussen de
    hoeveelheid aangeboden soorten afval en de verwerkingscapaciteit
    van de afvalverwerkingsbranche (VROM, 1995, 20). In deze vrij jonge
    economische sector is er ook nog geen evenwicht tussen vraag en
    aanbod. Enerzijds leiden deze verschillen tot fricties in de markt
    die illegale verwerking van afval in de hand werken, anderzijds tot
    grotere winstmogelijkheden voor bedrijven die van die fricties
    handig gebruik weten te maken. Zo sluit de verwijderingscapaciteit
    nog steeds niet aan op het afvalaanbod, waardoor niet altijd de
    meest geigende wijze van verwijdering wordt of kan worden
    toegepast. Als gevolg daarvan moeten ook grote hoeveelheden afval
    worden gexporteerd naar het buitenland. Maar het omgekeerde is ook
    het geval. De capaciteit voor het schoonmaken van verontreinigende
    grond is groter dan het binnenlandse aanbod vervuilde grond. Deze
    frictie leidt derhalve tot de invoer van verontreinigende grond uit
    het buitenland. Een overcapaciteit van stort in de afvalbranche en
    een tekort aan reinigingsinstallaties kan leiden tot een grotere
    stort in plaats van een noodzakelijke verbranding of destillatie.
    Als laatste kan worden genoemd dat voor diverse soorten afval niet
    of nauwelijks verwerkingstechnieken operationeel zijn (batterijen)
    waardoor noodgedwongen naar een andere, minder geschikte
    verwerkingstechniek moet worden uitgezien. Zo wordt vliegas
    verwerkt in beton of asfalt, maar omdat het aanbod de vraag
    overtreft blijft stort als enig alternatief over. De afvalmarkt is
    sterk in beweging. De kleinere, van oudsher familiebedrijven zullen
    steeds grotere concurrentie gaan ondervinden van kapitaalkrachtige
    bedrijven, die proberen monopolieposities in de afvalketen te
    krijgen (zie ook .5.8). Hoe meer onderdelen van die afvalketen een
    bedrijf in bezit heeft, des te groter zijn de winstkansen voor het
    bedrijf en des te moeilijker dat bedrijf door de overheid is te
    controleren. De grote bedrijven zullen de kleinere na verloop van
    tijd uit de markt drukken omdat de afvalverwerking aan steeds
    hogere milieu-eisen moet voldoen. En die eisen in de
    milieuwetgeving hebben tot gevolg dat grotere investeringen nodig
    zijn om verwerkingsinstallaties te laten bouwen. De overheid kan
    daaraan tegemoet komen door via allerlei subsidies te verstrekken
    de kleinere bedrijven te steunen, maar deze praktijk zal als gevolg
    van de TCR/TCA-affaire in de toekomst vermoedelijk minder vaak
    voorkomen.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 3.2. De afvalketen en de aard en de omvang van afvalstromen in Nederland

    3.2. De afvalketen en de aard en de omvang van afvalstromen in
    Nederland

    Al deze branche-ondernemingen houden zich bezig met de
    verwerking van afvalstromen binnen de zogenaamde afvalketen. Deze
    afvalketen moet worden geplaatst binnen de context van de
    afvalproduktie. De industrie heeft voor de produktie van goederen
    grondstoffen en energie nodig. Als reststof van die produktie
    blijft afval over. Zowel producent als consument produceert afval.
    Dit afval kan worden onderscheiden in (1) huishoudelijk afval, (2)
    bedrijfsafval, (3) chemisch afval, (4) bouw- en sloopafval en (5)
    radio-actief afval. Al dat afval wordt ingezameld, gesorteerd
    (gescheiden) om vervolgens te worden verbrand, gestort of via
    compostering en recycling weer geschikt te maken voor grondstof of
    energie voor produktie. In figuur 1 is te zien dat binnen dit
    afvalproduktieproces vier fasen kunnen worden onderscheiden: (1)
    het aanbod van afval, (2) de logistiek van het afval, (3) de
    verwerking van het afval en ten slotte (4) de afzet van het afval.
    Afval wordt geproduceerd door burgers, bedrijven en instellingen.
    Zij bieden dat afval aan in de vorm van huishoudelijk afval,
    bedrijfsafval, puin, grond en slib. Dit afval wordt ingezameld op
    stortplaatsen waarna het afval vervolgens, als het gaat zoals is
    afgesproken met de overheid, wordt gesorteerd en voor verdere
    overslag wordt gezorgd. Voor de uitvoering van deze drie fasen
    vormt transport een onmisbare schakel. Na de overslag kan worden
    besloten het afval voor langere tijd te storten, direct te
    verbranden of te recyclen (bewerken voor hergebruik; denk hierbij
    aan composteren). In de verwerkingsfase kan afval wederom worden
    verplaatst naar een andere bewerkingsvorm. Afval kan eerst worden
    gestort om daarna, wanneer er voldoende capaciteit is, te worden
    verbrand. Het afval dat is bewerkt voor hergebruik (recycling) kan
    vervolgens worden afgezet aan de industrie, landbouw of andere
    produktiebedrijven om daar dienst te doen als nieuwe grondstof voor
    produktie. Figuur 1: De afvalketen met afvalstromen en financile
    stromen

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 3.1. Soorten bedrijfstakken in de afvalverwerkingsbranche

    3. ORGANISATIE EN STRUCTUUR VAN DE
    AFVALVERWERKINGSBRANCHE

    3.1. Soorten bedrijfstakken in de
    afvalverwerkingsbranche

    Uit gegevens van het jaar 1992 komt naar voren dat er – op basis
    van informatie afkomstig van de Handelsregisters van de Kamers van
    Koophandel – in Nederland 594 bedrijven zijn die zich bezig houden
    met de afvalstroom chemisch afval en 747 bedrijven die bij de
    verwerking van niet-chemische afvalstroom zijn betrokken
    (Andersson, Elffers en Felix, 1992). Na aftrek van bedrijven die in
    beide afvalstromen actief zijn, resteren er tussen de 900 en 1000
    bedrijven in deze branche.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 2. DE MILIEUBRANCHE

    2. DE MILIEUBRANCHE

    De milieubranche is in een korte tijd uitgegroeid tot een
    complexe en onoverzichtelijke bedrijfstak. De milieubranche is een
    legale economische sector in Nederland die nog altijd flink in
    beweging is en daardoor moeilijk is af te bakenen. Deze branche is
    een verzamelnaam van bedrijven en instellingen die zich op de een
    of andere manier bezighouden met of handelen in de preventie, de
    verwijdering en het schoonmaken van het milieu van het afval dat
    wij in Nederland met z’n allen (en internationaal) elk jaar weer
    produceren. Voorts worden daaronder ook verstaan die
    branche-onderdelen die bijzondere dieren en planten onttrekken uit
    hun natuurlijke omgeving en daarmee handelen. Van den Berg c.s.
    (1995, 29) onderscheiden onder andere de volgende deelmarkten van
    de milieumarkt:

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – LITERATUUR

    LITERATUUR

    M. V. C. Aalders, Het handhavingsvraagstuk, in P. Glasbergen,
    (red.), Milieubeleid. Een beleidswetenschappelijke
    inleiding
    , VUGA, ‘s-Gravenhage, 19944, p. 289-319.
    M. V. C. Aalders, Handhaving en zelfregulering, in Justitile
    Verkenningen
    , jaargang 20, 1994, p. 47-69.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES

    7. SAMENVATTING EN CONCLUSIES

    De afvalbranche heeft zich in Nederland in relatief korte tijd
    kunnen ontwikkelen van een marginale bezigheid naar een krachtige
    economische sector. De omzet is groot en er valt veel geld te
    verdienen aan de restanten van de welvaartsmaatschappij. Afval is
    een inelastisch goed waardoor de bedrijven in zekere zin zelf de
    prijs voor de verwerking kunnen bepalen. Het milieubeleid van de
    Nederlandse overheid heeft aan de ene kant geleid tot het
    opschroeven van de eisen die aan de verwerking van het afval werden
    gesteld en aan de andere kant heeft zij aangestuurd op een
    verregaande vorm van zelfregulering en privatisering zonder voor
    een adequaat controlesysteem te zorgen. Bepaalde condities in de
    afvalverwerkingsbranche hebben zich jarenlang redelijk ongestoord
    kunnen ontwikkelen waardoor een gelegenheidsstructuur is ontstaan
    die een voedingsbodem voor zware milieucriminaliteit vormt. Er zijn
    veel instanties bij betrokken die door de branche-organisaties en
    handige afvalverwerkers tegen elkaar worden uitgespeeld. In deze
    branche zijn bedrijven actief die een monopoliepositie in de
    afvalketen nastreven. Daarmee kan de prijs van afvalverwerking
    worden verhoogd en kunnen (overheids)controles worden
    bemoeilijkt.

    lees meer

    IX – De afvalverwerkingsbranche – 6.2. De zaakanalyses van de afvalverwerkingsbranche

    6.2. De zaakanalyses van de afvalverwerkingsbranche

    Na de Tweede Wereldoorlog hebben zich op aarde grote
    milieurampen voltrokken die de mensen met de neus op de (ernstige)
    feiten drukten. Een deel van die rampen kan worden toegeschreven
    aan ongelukken die het gevolg zijn van menselijk falen. Soms is het
    een direct gevolg van onverschilligheid of onkunde. Voor een ander
    deel is opzet aanwezig om met criminaliteit geld te verdienen. In
    Nederland hebben wij niet met grote milieurampen zoals met de
    Torrey Cannion te maken gehad maar werden wij in de jaren zeventig
    wel geconfronteerd met enkele fikse bodemverontreinigingen in
    woonwijken (in Hengelo) en op oude stortplaatsen en
    fabrieksterreinen.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>