• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Overige trajecten – Het Saptraject

    6.1. HET SAPTRAJECT

    6.1.0. Inleiding

    In dit onderdeel van de rapportage wordt ingegaan op de activiteiten die de CID Haarlem/RCID Kennemerland heeft verricht tussen 1990 en 1996 in samenwerking met een vruchtesapfabrikant, die in dit rapport wordt aangeduid als Sapman.

    In april 1995 meldde Sapman zich bij de CRI en verklaarde vanaf eind 1991 contact te hebben met Van Vondel en later ook met Langendoen. Aan Van Vondel verstrekte Sapman vanaf eind 1991 informatie over de produktie van vruchtesapconcentraten in Marokko en het vervoer van dit produkt naar Nederland. Nadat Sapman in 1992 een vruchtesapfabriek in België was begonnen, leerde hij begin 1993 Langendoen, eerst onder zijn pseudoniem, kennen. In deze rapportage zal niet de naam waarvan Langendoen gebruik maakte genoemd worden. Die naam wordt aangeduid met ‘Alias’. Op verzoek van Van Vondel en Alias richtte Sapman begin 1994 de vruchtesapfabriek Delta Rio in Ecuador op. Ondanks dat Van Vondel en Langendoen, aldus Sapman, miljoenen guldens in zowel de fabriek in België als in Delta Rio hadden geïnvesteerd moest Delta Rio van Langendoen en Van Vondel in september 1994 gesloten en verkocht worden. Sapman, die deze beslissing niet kon begrijpen, begon wantrouwen ten opzichte van Van Vondel en Langendoen te krijgen. Hij lichtte vervolgens de CRI in. Door de CRI werd Sapman, na een korte oriëntatie, in contact gebracht met de rijksrecherche.

    Tijdens het onderzoek van de rijksrecherche zijn de verklaringen van Sapman, waar mogelijk, gecontroleerd en is onderzocht of en zo ja, waarom Van Vondel en Langendoen de fabriek in België financieel hebben gesteund en Delta Rio in Ecuador hebben laten oprichten.

    lees meer

    Overige trajecten – Sigaretten-transporten

    6.2. SIGARETTEN-TRANSPORTEN

    6.2.0. Inleiding

    Op 24 januari 1994 was een vrachtauto van het transportbedrijf B te Duitsland betrokken bij een ongeval, waarbij de lading sigaretten op straat terecht kwam. Dit was de aanleiding voor een onderzoek door de Zoll Fahndung in Düsseldorf, omdat men fiscale fraude vermoedde. Het onderzoek leidde uiteindelijk tot de aanhouding van B in Duitsland. B verklaarde, dat hij sedert meer dan 20 jaar intensieve contacten had met Duitse douaneambtenaren, te weten Obaron, Böttcher en Brandl, die hem als informant hadden gerund. Ook verwees hij naar zijn frequente contacten met de Fiod-ambtenaar Cees de Jongh, met wie hij sedert ongeveer 1989 in diverse onderzoeken samenwerkte en door wie hij gerund zou zijn.

    lees meer

    Overige trajecten – XTC-Engeland-traject

    6.3 XTC-ENGELAND-TRAJECT

    6.3.0. Inleiding

    In het kader van het onderzoek dat het Fort-team heeft ingesteld naar het functioneren van de CID van het regionale politiekorps Kennemerland in de periode van 1990 tot heden werd eveneens de betrokkenheid van de genoemde dienst onderzocht met betrekking tot een zogenoemd XTC-traject.

    lees meer

    Overige trajecten – Cocaïne

    6.4. COCAINE

    6.4.O. Inleiding

    In deze paragraaf worden 4 trajecten beschreven waarbij sprake is van betrokkenheid van de RCID Kennemerland in relatie tot het in Nederland invoeren van partijen cocaïne. Daarnaast wordt informatie over cocaïne-handel weergegeven waarin de RCID Kennemerland een rol speelt. De beschikbare gegevens over dit onderwerp waren niet compleet (te krijgen). Dit had tot gevolg dat in een aantal zaken geen duidelijk beeld kan worden gegeven en dat een aantal vragen vooralsnog onbeantwoord blijft.

    lees meer

    Overige trajecten – XTC-labs

    6.5. XTC-LABS

    6.5.0. Inleiding

    Tijdens het horen van het hoofd van de RCID Gelderland Noord-Oost, dat plaatsvond in het kader van het inventariseren van de samenwerking tussen de RCID Kennemerland en andere RCID-en, deelde deze mee dat op dat moment een zekere zich in voorlopige hechtenis bevond. was aangehouden ter zake vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Bij zijn verhoren had hij te kennen gegeven informant te zijn van de CID Haarlem.

    lees meer

    Overige trajecten – Liquidaties

    6.6. LIQUIDATIES

    6.6.0. Inleiding

    In het kader van het feitenonderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland, werd een groot aantal gesprekken gevoerd met mensen in diverse disciplines. Hierbij kwam een aantal (soms vage) geruchten ter sprake, waardoor de indruk werd gewekt, dat er mensen geliquideerd waren omdat zij als informant voor de regiopolitie Kennemerland werkzaam waren geweest. Ook werd in deze geruchten gesuggereerd, dat de politie mogelijk van liquidaties op de hoogte zou zijn geweest, maar hieraan niets zou hebben gedaan.

    lees meer

    Overige trajecten – Bedreigingen

    6.7. BEDREIGINGEN

    6.7.0. Inleiding

    Na het opheffen van het IRT in december 1993 was te voorzien dat er moeilijkheden zouden kunnen ontstaan met informanten. Eén informant, de zgn. ‘IRT-groei-informant’, had voor een criminele groepering de taak om de import van drugs te realiseren. Door het opheffen van het IRT met daaraan gekoppeld het niet meer op relatief eenvoudige wijze kunnen binnenhalen van containers waarin drugs waren verborgen, zou binnen het criminele milieu zijn dubbelrol snel duidelijk kunnen worden.

    lees meer

    Overige trajecten – Ambtelijke Integriteit

    6.8. AMBTELIJKE INTEGRITEIT

    6.8.0. Inleiding

    In de administratie van de RCID Kennemerland zijn CID-informatierapporten aangetroffen waaruit zou kunnen blijken dat voorafgaande aan de grootschalige toepassing van de Deltamethode althans één van de informanten/infiltranten kon beschikken over (een) corrupte douaneambtena(a)r(en). Deze ambtena(a)r(en) zou(den) behulpzaam geweest kunnen zijn bij het binnenbrengen van niet gecontroleerde partijen verdovende middelen.

    Om de Deltamethode goed te laten verlopen was de medewerking noodzakelijk van de douane, die op verzoek van de politie de containers, waarin drugs verborgen zaten, niet controleerde.

    lees meer

    Financiën – Inleiding

    7. FINANCIEN

    7.0. Inleiding

    In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de financiën die betrekking hebben op door de CID Haarlem/RCID Kennemerland ontwikkelde activiteiten.

    In het eerste gedeelte worden de zogenaamde formele geldstromen aangeduid. Achtereenvolgens passeren de revue de inkomsten die dienden ter dekking van exploitatiekosten algemeen in paragraaf 7.1 en inkomsten die dienden ter dekking van exploitatiekosten inzake opsporingsonderzoeken, nader onderscheiden in ‘BOP’-gelden, vermeld in paragraaf 7.2 en ‘Regeling tip-, toon- en voorkoopgelden’, in paragraaf 7.3.

    lees meer

    Financiën – Formele financiering

    7.1. Formele financiering

    Bij de aanvang van het onderzoek naar de financiering van de activiteiten van de RCID Kennemerland, zoals in dit rapport in voorgaande hoofdstukken beschreven, is uitgegaan van twee mogelijke geldstromen, te weten de formele en de informele geldstromen. Uitgangspunt daarbij was dat inzicht verkregen diende te worden in de belangrijkste binnenkomende formele geldstromen van de gemeentepolitie Haarlem/regiokorps Kennemerland, alvorens een uitspraak zou kunnen worden gedaan over mogelijke informele geldstromen.

    Op basis van inzicht in de omvang van de belangrijkste binnenkomende formele geldstromen, zoals ook aangegeven in de diverse financiële verantwoordingen van de gemeentepolitie Haarlem/regiokorps Kennemerland, is getracht vast te stellen welke gelden daarvan zijn aangewend ten behoeve van de CID Haarlem/RCID Kennemerland.

    lees meer

    Financiën – BOP regeling

    Financiën – BOP regeling

    7.2. BOP regeling

    In het kader van de formele geldstromen, die mogelijk kunnen zijn aangewend binnen de CID Haarlem/ RCID Kennemerland, is onderzoek gedaan naar de door het gemeentepolitie Haarlem/regiopolitie Kennemerland ingediende BOP-aanvragen (regeling Bijzondere Opsporingskosten Politie 1989) in het ressort Amsterdam. Hiertoe is overleg gevoerd met Helsdingen, commissaris van politie en Opdam, beiden werkzaam bij het parket PG te Amsterdam.

    Onderzocht zijn de via hen beschikbaar gestelde overzichten van de verstrekte BOP gelden binnen het ressort Amsterdam over de periode 1989 tot en met 1995. Soortgelijke overzichten zijn ook ontvangen van de Directie Politie van het ministerie van justitie.

    Tevens is de toepassing van de ter zake relevante regelgeving beoordeeld.

    7.2.1. Bevindingen

    Met betrekking tot de toepassing van de regelgeving kan worden geconcludeerd dat:

    * in de meeste gevallen waarin een BOP-toekenning is gedaan aan het gemeentepolitie Haarlem/regiopolitie Kennemerland niet is voldaan aan de ressortelijke gedragslijn BOP aanvragen 1991, hetgeen betekent dat vaak geen tussentijdse rapportages werden vervaardigd terwijl afrekeningen nog al eens zeer laat werden ingediend;

    * de dossiers van het parket PG niet in alle gevallen volledig waren;

    * in sommige gevallen geen convenant aanwezig was en

    * er in strijd met de regelgeving met BOP-gelden diverse investeringsgoederenzijn aangeschaft, waarvan op generlei wijze door het parket PG te Amsterdam een registratie werd bijgehouden. Het parket heeft niet nagegaan of dergelijke investeringen op een adequate wijze in de korpsadministratie werden verantwoord, noch heeft zij hiervoor regelingen getroffen.

    Met betrekking tot eventuele financieringen kan worden geconcludeerd dat:

    * (voor zover kon worden opgemaakt uit de door het parket PG en het ministerie van justitie verstrekte ressortelijke gegevens) waarschijnlijk geen gelden vanuit de BOP-budgetten zijn gebruikt in het kader van de onderzochte informele activiteiten van de CID Haarlem/ RCID Kennemerland en

    * dat alle door het parket PG te Amsterdam uitbetaalde BOP-gelden zijn verantwoord in de financiële administratie van het korps Haarlem/ Kennemerland.

    Financiën – ‘Regeling tip-, toon- en voorkoopgelden’ en overige uitkeringen/baten

    7.3. ‘Regeling tip-, toon- en voorkoopgelden’ en overige uitkeringen/baten

    Voorts werd onderzoek gedaan naar de omvang en de verantwoording van gelden welke in het kader van de ‘Regeling tip-, toon- en voorkoopgelden’ of anderszins aan de CID Haarlem/RCID Kennemerland ter beschikking zijn gesteld.

    In dat kader zijn overzichten beoordeeld welke werden ontvangen van het ministerie van justitie.

    Bij het onderzoek werd tevens gebruik gemaakt van administratieve gegevens, ontvangen van de afdeling Financieel Economische Zaken (FEZ) van de regiopolitie Kennemerland. Vervolgens zijn het CID-kasboek en de bescheiden van de CID, zoals die aan het team ter beschikking zijn gesteld voorwerp van onderzoek geweest. De volledigheid van deze aangeleverde gegevens kon overigens niet worden beoordeeld.

    Tenslotte is aandacht besteed aan enkele algemene kwaliteitseisen die van toepassing dienen te zijn op een financiële registratie.

    lees meer

    Financiën – Overzichten investeringen Langendoen

    7.4. Overzichten investeringen Langendoen

    Het Fort-team kreeg de beschikking over door Langendoen opgemaakte overzichten met bij lagen waarop betalingen, investeringen en aanschaffingen zijn gemuteerd.

    De overzichten zijn niet op alle onderdelen even duidelijk. Niet duidelijk is bijvoorbeeld of er naast vermelde investeringen nog andere gelden zijn ontvangen. Uit verklaringen kan worden opgemaakt dat naast de informant, waarop in deze overzichten mogelijk wordt geduid nog tenminste door één andere informant gelden aan de RCID ter beschikking zijn gesteld ten behoeve van CID operaties.

    lees meer

    Dutch Desk Europol 1998

    1. ALGEMEEN EDU EUROPOL / EUROPOL

    In de loop van 1998 werd het Europol verdrag door de nog resterende 3 landen (Italië, Griekenland en België) geratificeerd. Hierdoor kon EDU/Europol formeel per 01 -10-1998 worden omgezet naar een organisatie op verdragsrechtelijke basis welke als rechtspersoon kan optreden, te weten Europol. Duidelijk mag zijn dat dit als een mijlpaal mag worden gezien in de ontwikkeling van deze organisatie. Doordat aan een aantal formaliteiten nog niet kon worden voldaan, onder andere het afsluiten van bilaterale overeenkomsten tussen Nederland en de overige 14 lidstaten over de formele status van de liaison functionarissen, kon Europol nog niet officieel met haar eigen werkzaamheden aanvangen in 1998.

    lees meer

    Over de grens

    Het Nederlands vreemdelingenbeleid, ingebed in het Europese, is gericht op weren en reduceren van aantallen van vluchtelingen en andere immigranten. Het is kortzichtig en gebaseerd op korte termijndenken. Er wordt in aantallen gedachten, een fictieve indeling in ‘echte’ dus ook ‘onechte’ vluchtelingen moet die quota legitimeren. Er wordt niet zorgvuldig gestudeerd op duurzame oplossingen van grondoorzaken van migratie. En het aantal vluchtelingen op wereldschaal neemt ondertussen toe.

    Nederland verzorgt dit afschrikbeleid samen met haar Schengen- en Europese Unie partners. Er wordt heel wat heen en weer geharmoniseerd om vooral niet voor elkaar onder te doen. In dit tijdperk van maatregelen tegen immigratie ziet het leven voor vluchtelingen, uitgeprocedeerden en andere ongedocumenteerden en mensen zonder verblijfsvergunning er somberder uit dan ooit. Justitie houdt in haar beleid krampachtig mythes in stand om het vreemdelingenbeleid te legitimeren, zoals die van de ‘echte’ vluchteling. Justitie maakt wat rekensommen over vluchtelingen en mikt voor het overgrote deel op rigoreuze verwijderingsmogelijkheden. Justitie beweert dat het aantal asielzoekenden afneemt sinds introductie van haar afschrik- en afschuifing-strumenten. Nederland is dan ook zo’n beetje vol met maatregelen tegen immigratie.

    Een rijtje Hollandse nieuwe.
    binnenland
    **intensiveren van het binnenlands vreemdelingentoezicht en opvoeren van quota voor op te sporen illegalen: méér politie, méér racistische en razzia-achtige controles, méér cellen, méér politie, enzovoorts;
    **het afsluiten van collectieve voorzieningen voor illegalen, door registratie in het Vreemdelingen Administratie Systeem en de Gemeentelijk Basis Administratie waarbij bestanden aan elkaar gekoppeld zijn;
    **de aanstaande invoering van de Koppelingswet, die recht op voorzieningen koppelt aan een verblijfsstatus;
    **controles op grond van de Wet op de Identificatieplicht (WID);
    **aanmeldcentra ter selectie en afschrikking van vluchtelingen;
    **terug-, en overnameovereenkom-sten met landen van herkomst, het tot veilig verklaren van voor vluchtelingen onveilige landen, de wet veilige derde landen, het leggen van claims op vluchtelingen die uit één van de andere Schengenlanden komen, en vluchtelingen volgens Schengen-afspraak te deporteren naar buiten het Schengen gebied;
    **het experimenteren met afhande-ling als ‘kansloos’ betitelde asielzaken in een overlegmodel tussen justitie en rechtshulpverleners; beslissingen vallen buiten de rechter om, dit spaart Justitie tijd en geld uit;
    **het dumpen van en verdere opvang ontzeggen aan afgewezen vluchtelingen die hun procedure afwachten in ROA-woningen. Ook uit Aanmeldcentra worden kanslozen op straat gedumpt.

    grensgebied
    **intensiveren van het Mobiel Toezicht Vreemdelingen, de vliegende marechaussee-brigades aan de oost- en zuidgrenzen van Nederland, méér marechaussee voor méér grenskon-trole. Prioriteit is het onderscheppen van vluchtelingen. De statistieken van het MTV laten hoge cijfers zien van teruggestuurde buitenlandse mensen.
    Terwijl er voor Schengen-burgers en andere ingezetenen van de Europese Unie, én voor de handel open grenzen zijn, zijn ze afgesloten voor immigranten.
    Binnen dit MTV zijn afspraken ‘over de grens’ met politie van buurlanden.

    buiten Schengen/EU
    **door het afsluiten van grenzen ontstaan vluchtelingenkampen aan de buitengrenzen van Europa. Verzamelplekken van mensen wier vluchtpogingen gestrand zijn, die niet terug kunnen en die tussen wal en schip vallen. Van daaruit hopeloze nieuwe vluchtpogingen, mensen trachten zee en rivier te trotseren waarbij niet geringe aantallen zijn verdronken.

    landen van herkomst
    **de lange arm van de marechaussee die controles uitoefent bij vliegtuigen bij in- en uitstappen;
    **kopieverplichting en bij verzaken daarvan sankties voor vliegtuigmaat-schappijen;
    **aanmeldcentra aan de oost- en zuidgrenzen van Nederland en binnenkort een derde op Schiphol, alwaar de vooruitgeschoven justitiepost in feite het aanmeldcentrummodel uitvoert.

    **enzovoorts, de maatregelen worden in hoog tempo op elkaar gestapeld.

    Het gevangennemen en uitzetten van mensen zonder verblijfsvergunning is dan ‘het sluitstuk van het vreemdelingenbeleid’. Aan het begin en aan het eind kun je in detentie verdwijnen.
    Bij start van de asielprocedure kan een vluchteling de toegang tot Nederland worden geweigerd. Tot voor kort verdween deze dan in het ‘grenshospitium’, gevangenschap in afwachting van een beschikking. Deze maatregel is tijdelijk uitgeschakeld, het ‘grenshospitium’ fungeert nu als Huis van Bewaring voor illegalen.
    Op het einde van de rit kun je als afgewezen vluchteling of illegaal in vreemdelingenbewaring worden gezet voor uitzetting.
    Nederland wordt zo’n beetje volgebouwd met grote gevangenissen voor vluchtelingen en illegalen. Het jongste experiment op dit gebied wordt het verwijderingskamp Ter Apel. Daar worden vluchtelingen die tot op heden zoals dat hoort vrij rondlopen, straks domweg gedetineerd. Ook het bij het Huis van Bewaring gevoegde AZC heeft een karakter van extra beveiliging, etmaals-registratie en intensievere controle door meer formatieplaatsen.

    Gevangenissen zijn instrumenten ter afschrikking van immigraten. Vreem-delingenbewaring kan tegenwoordig in tegenstelling tot een tijd terug, meer dan een half jaar duren. De juridische basis ervoor, artikel 26 Vreemdelingenwet, schrijft evenals het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, voor, dat er zicht zou moeten zijn op spoedige uitzetting. Tenslotte is vrijheidsberoving een uiterst zwaar middel. Bovendien zitten mensen geïsoleerd van de samenleving en rechteloos opgesloten.
    Ook hoor je steeds meer het begrip ‘openbare orde’ als basis voor gevangenschap. Dan wordt een kansloos geachte vluchteling die bv. geen papieren heeft als potentiële onderduiker gezien en dus in bewaring gezet, een suggestieve beschuldiging.
    Dat het aantal asielverzoeken verminderd is, zegt in de aard der zaak niets over het aantal hierheen gevluchte immigranten. Velen zullen namelijk buiten de procedures omgaan, wetend dat zij geen eerlijke asielkans krijgen en hun eigen vonnis tekenen als zij officieel asiel aanvragen. Dit betekent een toename van het aantal geïllegaliseerden. Vluchtelingen worden illegaal gemaakt, op straat of stations gedumpt en verdwijnen in het niets, maar zijn hier wél en moeten zien te overleven. Sommigen kloppen bij ons soort organisaties aan, velen doen een beroep op hun landgenoten hier. Vele geïllegaliseerden blijven ‘onzichtbaar’ terwijl de statistieken hen als ‘uitgezet’ aanmerken.

    De toekomst zal laten zien dat gedwongen migratie zich niet kan laten vangen in beheersingsnetten. Vele immigranten zullen buiten die vangnetten om proberen hier te komen en zullen daar veel voor over hebben zolang tegenstellingen in de herkomstlanden niet zijn opgelost.
    Het is absurde onverantwoorde struisvogelpolitiek om als rijk Westers land te gaan staan juichen over het verminderde aantal asielverzoeken, terwijl de aantallen vluchtelingen en vluchtmotieven in de wereld toenemen.

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>