• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Inhoudsopgave infozine identificatieplicht

    1 Identificatieplicht onderzocht
    2 Niets te verbergen…
    3 Administratieve apartheid
    4 Getuige
    5 bezoeker
    6 Iets te verbergen…
    7 Veilgheidsspiraal
    8 Redelijkheid of willekeur?
    9 Drugsgebruiker
    10 Demonstrant
    11 Ausweiß bitte
    12 Tonen of dragen?
    13 ‘Hangjongere’
    14 Bijrijder
    15 Identificatieplicht in Engeland, Frankrijk en België versterkt racisme
    16 Toekomst van de bewakingsstaat
    17 Voetbalsupporter
    18 Recreant
    19 AZ undercover
    20 Feestganger
    21 Scholier
    22 Mag ik uw papieren even zien?
    23 Fietser
    24 Hondenbezitser
    25 Toeschouwer

    Identificatieplicht onderzocht

    In de loop van 2005 besloot Buro Jansen & Janssen onderzoek te doen naar uitvoering van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. Dit besluit was mede een gevolg van de stroom verhalen die sinds 1 januari 2005, de dag dat de wet in werking trad, op gang was gekomen. We besloten vooral verhalen te verzamelen, zowel actief als passief. In een jaar tijd hebben wij honderden (op dit moment rond de 350) ervaringen gedocumenteerd. Deze ervaringen lopen uiteen, van mensen die ons een email sturen met een kort verhaal dat ze gecontroleerd zijn, tot uitgebreide telefoon en email uitwisseling. Ook zijn wij op pad gegaan om dak-, en thuislozen en druggebruikers te vragen naar hun ervaringen. De verhalen in deze krant zijn exemplarisch voor de ervaringen van deze en vele andere mensen. Wij pretenderen geen wetenschappelijk onderzoek te hebben uitgevoerd. De verzamelde getuigenissen zijn dan ook geen echte steekproef.

    lees meer

    Niets te verbergen…. Mag ik u papieren even zien?

    Mag ik u papieren even zien? Hoe vaak krijgt u die vraag voorgelegd? Gewone stervelingen hebben veelal geen last van het gezag en roepen dan ook onbezorgd, laat ze maar controleren, want: ‘ik heb toch niets te verbergen’ . Maar, mensen die toch al in de verdrukking zitten, hebben een minder zorgeloos bestaan. Zij krijgen herhaaldelijk dubbele boetes opgelegd, zo blijkt. In het voorjaar van 2005 spraken wij met ongeveer honderd druggebruikers en dak- en thuislozen. We waren geschokt over de wijze waarop deze mensen werden behandeld in het kader van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht (WUID). Ze kregen vaak twee boetes, één voor doelloos rondhangen of een ander voorwendsel en één voor het niet kunnen tonen van een legitimatiebewijs. Dat dit geen incident was, werd ons al snel duidelijk.

    lees meer

    Administratieve Apartheid

    Van vreemdelingentoezicht naar hangjongeren. De Nederlandse politiek gaat uiteindelijk akkoord met de uitgebreide identificatieplicht

    Vanaf het najaar 2005 hebben wij verhalen van individuen verzameld over de uitvoeringspraktijk van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht (WUID of WUI). Een wet die vooral kort na de invoering het gesprek van de dag was bij menig Nederlander. De WUID stelt verplicht dat ‘iedereen van 14 jaar en ouder een geldig identiteitsbewijs kan tonen’ (folder van het Ministerie van Justitie). De wetgeving op het gebied van de identificatieplicht kent een lange geschiedenis van hevig verzet vooral in de jaren tachtig en negentig.

    lees meer

    Wie: S. B., Wat: getuige, Wanneer: november 2005, Waar: Wageningen, Gelderland

    Het verhaal: Er was een ongeluk gebeurd op een rotonde. Een fietser was aangereden door een auto. De bestuurder van de auto had geen voorrang verleend. Er bleek geen EHBO’er aanwezig te zijn, dus ik verleende de eerste hulp. De fietser klaagde over pijn in de rug en heup en transpireerde vreselijk. In het ziekenhuis bleek later dat hij scheurtjes in een rugwervel had. Ik stabiliseerde het slachtoffer en kalmeerde hem. Na enige tijd verscheen de politie die geen aandacht aan het slachtoffer besteedde. De agent in kwestie zei nog: ‘O, het is weer zo’n buitenlandse student’. Toen de ambulance was gearriveerd lieten de ziekenbroeders de man rechtop zitten. Dit was uitermate pijnlijk voor het slachtoffer. Een van de agenten vroeg op dat moment naar zijn identiteitspapieren. Hij verging van de pijn en zei dat ze in de binnenkant van zijn jaszak zaten. Ik zei dat dit niet het moment was om te vragen naar zijn legitimatie, maar een van de agenten zei dat hij volgens de wet zijn papieren bij zich hoorde te dragen. De agent haalde daarop de binnenzak van het slachtoffer leeg, vond geen identiteitsbewijs en propte alles weer terug. Hierna deelde hij het slachtoffer mee dat hij een bekeuring kreeg voor het niet bij zich dragen van zijn identiteitspapieren. Dit vertelde hij ook aan de bestuurder van de auto. Ik was met stomheid geslagen.

    Wie: C. B., Wat: bezoeker, Wanneer: augustus 2005, Waar: Schiphol, Noord Holland

    Het verhaal: Ik zat in de aankomstenhal van Schiphol te wachten op een vriend. Ik wilde hem met de auto ophalen. Een agent sprak mij aan en vroeg of ik mee wilde lopen. Hij vroeg mij naar mijn identiteitspapieren. Ik had die niet bij me. Mijn rijbewijs lag nog in mijn auto die in de parkeergarage van Schiphol stond. Wel had ik een bankpasje bij me. Dat was niet voldoende. Ik werd geboeid en meegenomen naar de post van de marechaussee waar ik een boete kreeg. De agent vertelde mij dat me gevraagd was mij te legitimeren omdat er een vlucht uit Suriname op Schiphol aankwam. Dat was ook de reden dat om mij heen vooral gekleurde bezoekers van Schiphol werd gevraagd naar hun identiteitspapieren. Op het bureau van de Marechaussee heb ik mijn autosleutels overhandigd zodat de beambten mijn rijbewijs konden halen. De marechaussee heeft toen ook mijn auto doorzocht.

    Iets te verbergen …

    In ons onderzoek hebben wij passief en actief verhalen van mensen verzameld. In totaal zijn dat er rond de 500 geworden en nog steeds bellen en schrijven mensen ons hun ervaringen.

    Is dit veel? In het licht van het aantal boetes dat in het kader van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht wordt uitgeschreven, zo rond de 100.000, is 500 weinig. Wij kunnen dan ook geen harde conclusies trekken. De verhalen die in deze krant zijn opgenomen zijn exemplarisch voor de klachten die mensen bij ons hebben gemeld. In de loop van ons onderzoek kwamen wij tot de conclusie dat er wel veel mensen worden bekeurd, maar dat betrekkelijk weinig mensen klagen. Veel mensen weigeren wel hun boete te betalen en laten de zaak voor de rechter komen. Bij een dubbele bekeuring is het duidelijk dat er een overtreding is begaan waarvoor een burger wordt aangehouden. Op het moment dat je door rood licht fietst en wordt aangehouden is de kans groot dat je tegen twee boetes aanloopt als je geen legitimatie bij je hebt of wilt tonen.

    lees meer

    Veiligheidsspiraal

    “De regering is van oordeel dat de bestaande beperkte identificatieplichten niet meer toereikend zijn. Daarom moeten deze worden uitgebreid opdat de bestrijding van de criminaliteit en de rechtshandhaving doeltreffender zullen worden”.

    Met deze nogal stellige overtuiging opende de Minister van Justitie de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel op de uitgebreide identificatieplicht.

    Een stelligheid over een aanpak van criminaliteit die ook in belangrijke nota’s zoals ‘Naar een veiliger samenleving’  is terug te vinden. Niet vreemd dat bij de uitvoering identificatieplicht en de nota ‘naar een veiliger samenleving’ als twee handen op een buik werken.

    lees meer

    Redelijkheid of willekeur?

    Redelijkheid is het sleutelwoord bij de uitoefening van het werk van de politieagent op het gebied van de identificatieplicht. Voormalig minister van Justitie Donner zei tijdens de behandeling in de vaste Kamercommissie van Justitie: ‘Zou er een draagplicht zijn, dan zou de politie redelijkerwijs kunnen zeggen: er was niks aan de hand, maar wij vermoedden dat die persoon geen identiteitsbewijs bij zich had, dus dan is het een redelijke uitvoering van onze taak om dat te controleren.’ Veel mensen hebben de indruk dat zij gecontroleerd worden zonder dat daar een duidelijk reden of aanleiding voor is. De politie mag echter alleen naar je identiteitspapieren vragen als daar aanleiding toe is. In de praktijk is het echter zo dat de politieagent je naar je identiteit kan vragen en dat je als burger daar aan dient te voldoen.

    lees meer

    Wie: R.P., Wat: druggebruiker, Wanneer: mei 2005, Waar: Amsterdam, Noord Holland

    Het verhaal: Ik bewaar die gele papiertjes (boetes, red.) allemaal en geef ze aan de mensen van Belangenvereniging voor Druggebruikers (MDHG), zij gaan er mee naar een advocaat om te kijken of ze me kunnen helpen. Ik weet niet wat ik er mee moet doen. In de maand februari (2005) heb ik zoveel boetes gekregen dat ik ze niet meer kon tellen. Op 30 januari een boete voor het door rood licht wandelen (20 euro) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 31 januari een boete voor het slapen op de openbare weg (95 euro), het openlijk gebruiken van drugs (moet voorkomen) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 1 februari een boete voor het voor handen hebben van de middelen om drugs te gebruiken, dit zijn niet de drugs zelf (moet voorkomen) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 2 februari een boete voor het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs in de metro (50 euro). Op 3 februari een boete voor het slapen in de metro (moet voorkomen) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 4 februari een boete voor het voor handen hebben van de middelen om drugs te gebruiken, dit zijn niet de drugs zelf (moet voorkomen) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 10 februari een boete voor het zonder redelijk doel ophouden in de stopera (45 euro) en het niet kunnen tonen van een identificatiebewijs (50 euro). Op 12 februari een boete voor bedelen. Op 17 februari een boete voor bedelen, en ga zo maar door. Ik kreeg elke keer twee boetes, bijvoorbeeld voor het doelloos rondhangen in de Stopera, het gemeentehuis van Amsterdam, en het niet kunnen tonen van mijn legitimatiebewijs.

    Wie: Jose van L., Wat: demonstrant, Wanneer: november 2005, Waar: Den Haag, Zuid-Holland

    Het verhaal: Er was een spoeddebat over de nazorg van de slachtoffers van de brand in het cellencomplex op Schiphol. Wij demonstreerden met zeven mensen. Op onze spandoeken stond te lezen ‘vluchtelingen vrij’ en ‘stop opsluiting van vluchtelingen’. Eerst kwam de beveiliging van de Tweede Kamer polshoogte nemen. Deze belde meteen de politie. Een van de demonstranten ging nog bij de portier van de Tweede Kamer vragen of Marijke Vos, toenmalig woordvoerster voor Groenlinks, elf witte rozen in ontvangst kon nemen. Toen de politie arriveerde werd ons het demonstreren onmogelijk gemaakt. Eerst werd om onze vergunning gevraagd en vervolgens dienden alle demonstranten hun identiteitsbewijzen te tonen. Drie demonstranten zijn uiteindelijk gearresteerd omdat zij geen gevolg gaven aan de bevelen van de politie.

    Ausweiß bitte

    De legitimatieplicht is in Nederland nooit populair geweest. Eigenlijk is dat niet zo vreemd, want dankzij die legitimatieplicht kon de Duitse bezetter in de Tweede Wereldoorlog honderdduizend joden selecteren, deporteren en in concentratiekampen vernietigen. Het in 1936 door de Nederlandse ambtenaar Jacobus Lambertus Lentz opgezette bevolkingsregister stond aan de basis van het systeem van persoonsbewijzen dat de Duitsers invoerden. Lentz hielp ook tijdens de oorlog actief mee. Volgens dr. Loe de Jong, de geschiedschrijver van de Tweede Wereldoorlog, maakte Lentz vervolgens  ‘een nauwelijks goed na te maken persoonsbewijs dat onzes inziens de bezetter en speciaal de Sicherheidsdienst een groter dienst heeft bewezen dan welke Nederlander ook’.

    lees meer

    Tonen of dragen?

    Tijdens de behandeling van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht zei voormalig Minster Donner van Justitie over het identiteitsbewijs: ‘Of het gedragen wordt, interesseert mij niet’.

    Een opmerkelijke uitspraak voor een minister die continu benadrukte dat het dragen van een paspoort Nederland een stuk veiliger zou maken  en bovendien de politie beter zou doen functioneren. Even voor de goede orde vermelden wij hier de letterlijke tekst van de wet. Hoofdstuk II van de uitgebreide identificatieplicht betreft de toonplicht. De tekst luidt: ‘Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8a Politiewet 1993, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden.’

    lees meer

    Wie: J. S., Wat: ‘hangjongere’, Wanneer: augustus 2006, Waar: Apeldoorn, Gelderland

    Het verhaal: Ik had honger op een maandagavond in augustus en kuierde rond 23.00 uur naar de snackbar bij het winkelcentrum. Ik kocht een kroketje en ging buiten op de stoep van de snackbar staan wachten op mijn bestelling. We stonden met een aantal jongens daar te wachten, duikt er plots een agent op. De beambte vroeg om onze identiteitspapieren terwijl daar geen reden voor was. Ik had mijn paspoort thuis laten liggen, 100 meter verderop. Ik vroeg nog of ik het kon halen, maar nee ik kreeg een boete.

    Wie: M.B., Wat: bijrijder, Wanneer: september 2006. Waar: Sliedrecht, Zuid Holland

    Het verhaal: Ik reed met mijn broer en een vriend in de auto naar huis. Het was ’s avonds laat en we passeerden een politieauto. De politieauto kwam ons achterna en sommeerde ons te stoppen. De agent die bij de auto kwam controleerde mijn autopapieren. Er was niets aan de hand, mijn autopapieren waren in orde, ik reed niet te hard en had geen openstaande boetes. Toen de agent mijn papieren teruggaf vroeg hij naar de identiteitspapieren van mijn “bijrijder”, mijn broer. Ik vond dit vreemd en vroeg om uitleg. Ik kreeg van meneer de agent te horen dat ik me er niet mee moest bemoeien. De agent zei dat volgens de nieuwe wet iedereen verplicht is zich te legitimeren. Ik vroeg of er sprake was van verdachten, een verdachte situatie of getuigen. Toen ik daarop geen antwoord kreeg, vroeg ik aan de beambte of ik zijn legitimatiebewijs kon zien dat hij bij zich hoort te dragen en op verzoek moet tonen, zoals  staat omschreven in de ambtsinstructie artikel 2. De politieagent vond mij heel erg bijdehand en stond op het punt te ontploffen. Ik toonde toen mijn identiteitskaart van de opsporingsdienst waar ik werk en heb de agent om zijn dienstnummer gevraagd om de volgende dag mijn beklag te doen bij zijn chef. Als ik mijn identiteitskaart niet had laten zien was ik waarschijnlijk tegen een boete aangelopen. De agent had zich waarschijnlijk mooi ingedekt, iets dat in het vakjargon ambtselastiek heet. Toen ik de volgende dag zijn chef belde kreeg ik eerst te horen dat de agent correct had gehandeld, vervolgens dat ik me zou ophouden op een industrieterrein (iets dat niet waar was) en ten slotte gaf de chef mij toch gelijk toen ik meldde dat ik een opsporingsambtenaar ben. Er is puur op uiterlijk gecontroleerd. Drie mensen met een buitenlands voorkomen in een auto en meteen wordt niet alleen de chauffeur maar ook de passagiers gecontroleerd. Ik vind het allemaal erg vreemd.

    << oudere artikelen