Onderzoek CID-administratie Kennemerland – Inhoud administratieMarch 1, 1999
3.2. Inhoud administratie
3.1.1. Ontwikkeling informatie huishouding RCID Kennemerland
Ingevolge de Basisregeling regionale samenwerking politie en de CID-regeling 1986 werd de CID van de gemeentepolitie Haarlem aangewezen als regionale CID voor de regio Kennemerland. Eén en ander hield in een lokale CID-functie met daarnaast een regionale taak. Van deze regio maakten ook deel uit de CID’en van Haarlemmermeer, IJmuiden, Bloemendaal en Zandvoort.
Het toenmalige hoofd van de CID Haarlem werd aangewezen als RCID-coördinator.
In de periode C.J.Mefles (1989 tot 1 januari 1991) werd de CID uitgebouwd tot in totaal 31 personeelsleden. Deze mensen werden formatief toegewezen aan het centrumkorps Haarlem. De formatie bestond uit het OT Haarlem/ Zaanstad, misdaadanalisten, administratieve krachten en CID-rechercheurs.
lees meer
Onderzoek CID-administratie Kennemerland – Onderzoek aangetroffen administraties/ registratiesMarch 1, 1999
3.3. Onderzoek aangetroffen administraties/ registraties
De overgedragen administratie betrof een geautomatiseerde en een handmatige administratie. Daarnaast werden zeven ordners met observatierapporten, één kasboek en zes ordners, betrekking hebbende op de Regeling tip-, toon- en voorkoopgelden administratie, 16 floppy’s welke door Langendoen bij de korpsleiding in bewaring waren gegeven en zeven floppy’s met tapverslagen e.d. in ontvangst genomen.
Bij het onderzoek van de registraties, zoals deze gevoerd werden binnen de RCID Kennemerland, is de volgende indeling aangehouden:
1 CID-register:
a. verzameling CID-informatierapporten;
b. registratie van CID-subjecten;
c. een registratie van CID-acties;
d. verstrekkingenbestand en
e. persoonsdossier;
lees meer
Onderzoek CID-administratie Kennemerland – BevindingenMarch 1, 1999
3.4. Bevindingen
* Uit het onderzoek bleek dat in de periode van C.J. Mefles en Langendoen de CIDinformatie slecht met andere rechthebbenden werd gedeeld. Informatie van nationaal of internationaal belang werd zeer beperkt in- of doorgezonden. De CID-administratie werd voornamelijk voor intern gebruik gehouden. Opgemerkt dient te worden dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig het in- of doorzenden van CID-informatie door een aantal andere CID’en ook matig geschiedde;
* De RCID Kennemerland levert zijn subjecten sinds maart 1995 (periode-Woest) aan bij de NCID ten behoeve van de landelijk bevraagbare CIDSI. De verplichting voor het aanleveren van subjecten geldt vanaf de inwerkingtreding van de CID-regeling 1986. De RCID Kennemerland is pas sinds maart 1995 geautoriseerd voor het gebruik van de CIDSI;
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – InleidingMarch 1, 1999
4. FEITELIJKE SITUATIE EN WERKWIJZE KENNEMERLAND
4.0. Inleiding
In hoofdstuk II is ingegaan op de ontwikkeling van het CID-werk. Het beschreef de totstandkoming van CID’en, de regelgeving, de CID-structuur, de functie en de cultuur en het heeft een referentiekader verschaft waartegen het functioneren van de RCID Kennemerland kan worden afgezet.
In hoofdstuk IV worden de feitelijke situatie en de werkwijze van de RCID Kennemerland beschreven. Ingegaan wordt op de organisatorische omstandigheden, werksfeer, aansturing, omgang met informanten en opsporingsmethoden.
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Organisatorische omstandigheden KennemerlandMarch 1, 1999
4.1. Organisatorische omstandigheden Kennemerland
In paragraaf 4.1. worden de organisatorische omstandigheden van de RCID Kennemerland beschreven. Hierbij wordt aandacht besteed aan de opbouw en omvang van deze RCID vanaf 1990, de personele bezetting en leiding in die periode. Tevens wordt de sollicitatieprocedure rond de vacature ‘adjudant Inwinning’ belicht. Met betrekking tot Van Vondel worden zijn ontslagprocedure, zijn ‘part-time’ werkzaamheden voor de RCID Kennemerland en zijn werkzaamheden voor de politie, die hij uitvoerde nadat hij met ontslag was gegaan, beschreven. In deze paragraaf wordt tevens een beschrijving gegeven van de toerusting van de medewerkers van de RCID. Hierover werden slechts in beperkte mate gegevens in de administratie van Kennemerland aangetroffen.
Verder wordt besproken welke werkafspraken er waren voor personeel van de RCID Kennemerland met betrekking tot de tijdsbesteding ten behoeve van het IRT.
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – VerantwoordelijkhedenMarch 1, 1999
4.2. Verantwoordelijkheden
4.2.1. Verantwoordelijken in de politielijn Kennemerland
Tot 1 februari 1992 was de Haarlemse korpsleiding verantwoordelijk voor de werkzaamheden van de CID in het Haarlemse korps (en dus ook, ingevolge de CID-regeling van 1986, voor de regionale CID).
Straver hield zich voor de IRT-affaire ( periode tot eind 1993) alleen bezig met de beheersmatige aspecten van de CID. Inhoudelijk hield hij zich bezig met de vraag op wat voor criminaliteit de CID zich diende te richten.
De operationele aansturing van de CID liet Straver over aan zijn recherchechef en de beoordeling van proportionaliteit en subsidiariteit aan het OM, met name aan de CID-OVJ. Voor wat betreft de verantwoordelijkheid voor activiteiten ten behoeve van het IRT, was Straver van mening, dat deze thuishoorde bij de korpsleiding en het OM in Utrecht en in de laatste fase van het IRT, in Amsterdam. Op basis van de afspraak dat de onderzoeken van het IRT van de korpsen zouden worden afgeschermd, heeft Straver zich niet inhoudelijk bezig-gehouden met deze onderzoeken.
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Werksfeer en aansturing RCID KennemerlandMarch 1, 1999
14.3. Werksfeer en aansturing RCID Kennemerland
In iedere organisatie is de werksfeer van invloed op de werkzaamheden van de medewerkers. In deze paragraaf wordt ingegaan op de werksfeer zoals deze was bij de CID Haarlem/RCID Kennemerland in de periode 1990 tot en met 1995 waarbij ook aandacht wordt besteed aan het OT dat formeel deel heeft uitgemaakt van de (R)CID.
In het tweede gedeelte van deze paragraaf wordt stilgestaan bij de wijze waarop de aansturing van de (R)CID heeft plaatsgevonden. Aansturing is belangrijk binnen een organisatie omdat het de vertaling is van het vastgestelde beleid naar de uitvoering door medewerkers en de controle daarop. Besproken wordt de wijze waarop de runners van de (R)CID werden aan-gestuurd. Daarnaast wordt de aansturing van de (R)CID vanuit het OM en het politiemanagement besproken.
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – InformantenMarch 1, 1999
4. Informanten
In hoofdstuk II is de ontwikkeling van het werken met informanten en de groei naar infiltratie beschreven.
Een groot deel van deze paragraaf wordt besteed aan de beschrijving van de daadwerkelijke werkzaamheden van de RCID met betrekking tot haar informanten. Zo wordt een aantal facetten van de wijze van runnen van informanten door de RCID Kennemerland uitvoerig belicht.
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – OpsporingsmethodiekenMarch 1, 1999
4.5. Opsporingsmethodieken
In deze paragraaf wordt beschreven hoe de RCID Kennemerland sturend omging met de informatie, die van de diverse informanten werd ontvangen. Deze sturing gebeurde onder andere door het toekennen van de evaluatiecodering ‘B4′, de afhandelingscodering ’00’ en het gebruik van de ‘U-bocht constructie’.
Tevens wordt in deze paragraaf een aantal door de RCID gebruikte opsporingsmethodieken beschreven, zoals doorlevering en inkijkoperaties. De RCID Kennemerland maakte gebruik van gecreëerde personen en bedrijven, van identiteiten van bestaande personen, van valse identiteitspapieren en van afgeschermde voertuigen en communicatie-apparatuur.
lees meer
Feitelijke situatie en werkwijze Kennemerland – Samenwerking met anderenMarch 1, 1999
4.6. Samenwerking met anderen
Door de RCID Kennemerland werd een aantal samenwerkingsverbanden aangegaan met andere politie-instanties. De samenwerkingsverbanden met het voormalige IRT, de RCID Rotterdam Rijnmond, de RCID Gooi en Vechtstreek en de RCID Dordrecht worden elders in deze rapportage uitvoerig besproken.
In deze paragraaf wordt de samenwerking van de RCID Kennemerland beschreven met sommige andere RCID’en in Nederland, voorzover deze samenwerking verder ging dan de normale gegevens-uitwisseling tussen RCID’en. Tevens wordt de samenwerking met de FIOD beschreven.
lees meer
Container-trajecten – InleidingMarch 1, 1999
5. CONTAINER-TRAJECTEN
5.0 Inleiding
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe met betrokkenheid van de RCID Kennemerland containers met soft drugs werden doorgelaten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen:
doel en inhoud van het theoretisch concept van deze methode;
de uitvoeringspraktijk van de methode zoals toegepast door de RCID Kennemerland en de uitvoering van de concrete containertrajecten.
In hoofdstuk 1 is beschreven welk uitgangspunt is gehanteerd om van betrokkenheid van de RCID Kennemerland te kunnen spreken. Het doorlaten van drugs werd door de RCID Kennemerland niet uitsluitend als methode toegepast ten behoeve van het IRT. Ook in andere trajecten en ten behoeve van andere politieregio’s werd het middelgebruikt.
Container-trajecten – Theoretisch concept methodeMarch 1, 1999
5.1. Theoretisch concept methode
Zoals in hoofdstuk II werd beschreven evolueerde de Nederlandse aanpak van de verdovende middelenhandel eind jaren ’80 onder invloed van het buitenland. Zowel de stationering van Nederlandse liaisons in het buitenland als de aldaar toegepaste tactieken zorgden voor nieuwe informatie en impulsen voor de Nederlandse opsporingspraktijk. Samenwerking tussen CRI en buitenlandse opsporingsdiensten, de kennis die daarover binnen de politie werd verspreid en een innovatief CID-traject in Dordrecht, waarbij werd toegestaan dat soft drugs op de markt verdwenen, gingen vooraf aan de toepassing van de methode van gecontroleerd doorlaten van drugs, door de RCID Kennemerland. Op het Dordtse traject wordt later teruggekomen.
lees meer
Ten GeleideMarch 1, 1999
Ten Geleide
Rapporten van de rijksrecherche worden over het algemeen niet gepubliceerd. Gelet op de publiciteit rond het instellen en uitvoeren van het onderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland en de vele betrokkenen en belanghebbenden daarbij, kon het niet anders dan dat dit rijksrecherche-rapport wel openbaar gemaakt zou worden.
Veel is al bekend geworden vanuit het rapport van de PEC. Met de voorzitter en vice-voorzitter van deze commissie zijn, lopende het onderzoek, vrij intensieve contacten onderhouden. Tussen de beide politieministers en de PEC werd immers, gelet op de be palingen van de wet op de parlementaire enquête, in febmari 1995 afgesproken dat ‘de commissie, in de persoon van haar voorzitter of bij ontstentenis de vice-voorzitter, alle gegevens die ter kennis komen van de commissie, haar medewerkers of de onde rzoeksgroep Fijnaut kan verifiëren door kennisname van niet-geanonimiseerde en niet-gecodeerde gegevens.
lees meer
Lijst van meest voorkomende namenMarch 1, 1999
Lijst van meest voorkomende namen
Augusteijn, A.W.P.
Chef CID van KTR, daarvoor van het IRT
Baarle, B. van
Korpschef Limburg Noord, vanaf de oprichting tot juli 1993 algemeen teamleider IRT, werkzaam bij de gemeentepolitie Utrecht
Bakker, G.J.C.M.
Teamleider FIOD Haarlem, voor januari 1994 plv.teamleider
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>