• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • IX – De branche van het wegtransport – 11.5 Fraude door onjuiste benaming

    11.5 Fraude door onjuiste benaming

    Omdat over ieder produkt een ander belasting-pecentage moet
    worden betaald, kan het lonend zijn om hoog belaste goederen op
    papier voor te stellen als goederen waarop slechts een lage
    belasting hoeft te worden betaald. Dat kan subtiel: 1000 CC-motoren
    worden vermomd als 250 cc-motoren. Heel wat minder subtiel is een
    ander praktijkvoorbeeld: een zending mahonieschors – om
    kerststukjes van te maken – bevat in werkelijkheid sigaretten.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11.4 Grootschalige belastingfraude

    11.4 Grootschalige belastingfraude

    Op goederen zoals sigaretten, alcohol en hoogwaardige apparatuur
    (computers, stereo’s) rusten, bij invoer, hoge accijnzen en andere
    belastingen. Maar bij doorvoer hoeven deze bedragen uiteraard niet
    te worden betaald. Ook hier wordt er vaak met het land van
    bestemming gerommeld. Een voorbeeld: sigaretten uit de VS
    komen in Rotterdam aan. De formele bestemming is Noord-Afrika, dus
    hoeven er geen heffingen te worden betaald. De sloffen komen echter
    toch op de Europese markt terecht. Daar komt de Nederlandse fiscus
    gemiddeld pas acht maanden later achter, wanneer blijkt dat de
    documenten niet aangezuiverd zijn. De partij is nooit in
    Noord-Afrika aangekomen en is dus zoek. Soms blijken de stempels
    van de grensposten te zijn
    vervalst. Duidelijk is, dat in deze gevallen de werkelijke
    goederenstroom en de officile route volgens het document niets met
    elkaar van doen hebben. Aansprakelijk voor de schade is de
    aanvrager van het douanedocument, meestal een expediteur. Die
    probeert de claim te verhalen op zijn opdrachtgever. Soms heeft de
    transporteur de documenten zelf geregeld en draait voor de schade
    op. Maar ook als dat niet het geval is, loopt de
    transportondernemer schade: vooral als de fraude onderweg wordt
    ontdekt. Een genterviewde van de werkgeversorganisatie vertelt dat
    hij regelmatig signalen krijgt van – vooral – kleine ondernemers
    die navraag doen over een bepaalde opdrachtgever. Ze zijn gevraagd
    om een vracht te verzorgen op totaal onbekend terrein, bijvoorbeeld
    om computers te brengen naar Oost-Europa, terwijl dat bedrijf
    normaliter andere produkten naar andere bestemmingen rijdt. Volgens
    de woordvoerder is dat een signaal dat fraudeurs op zoek zijn naar
    een naeve vervoerder die om een opdracht verlegen zit. Transport en
    Logistiek Nederland raadt een dergelijke opdracht altijd af. Maar
    vaker bellen de ondernemers niet van tevoren met hun
    werkgeversorganisatie, zegt de woordvoerder. En dan is de kans
    groot dat het bedrijf in de val wordt gelokt: in het land van
    bestemming wordt de chauffeur in een caf of onderweg aangesproken
    door een aardige Pool of Rus die voor honderd mark aanbiedt de
    transportpapieren in orde te maken. De chauffeur spreekt de taal
    nauwelijks en is allang blij. Hij krijgt valse stempels. Op de
    terugweg wordt hij aangehouden door de douane en die zet de wagen
    vast: de invoerrechten moeten worden betaald plus 150 % boete, de
    wagen moet blijven staan en dat kost staangeld, de chauffeur moet
    naar Nederland reizen en al wat dies meer zij. Een klein
    transportbedrijf is dan in n klap failliet, vertelt de
    genterviewde. Voorbeelden uit de praktijk van de sigarettensmokkel
    wijzen opvallend vaak in de richting van Itali en Zwitserland. De
    fraude wordt dan vanuit Itali bestuurd en via Zwiterserland
    uitgevoerd. Als er Nederlanders betrokken zijn, is dit vaak in de
    rol van tussenpersoon als vervoerder of expediteur. De
    tabaksfabrikanten spelen een dubieuze rol, want zij profiteren van
    de smokkel: zij verkopen grote partijen aan duistere
    tussenhandelaren en zien hun omzet stijgen – doordat de lage prijs
    van hun produkt op de zwarte markt voor een grote afname zorgt,
    terwijl de winstmarges gelijk blijven (De Volkskrant, 6 mei
    1995).

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11.3 Landbouwfraude

    11.3 Landbouwfraude

    Veel landbouwprodukten genieten bescherming binnen de EU. Omdat
    ze buiten de EU goedkoper zijn, moet er over de invoer van deze
    produkten een heffing worden betaald. Deze heffing hoeft niet te
    worden betaald over goederen die alleen maar door de EU reizen,
    maar niet op deze markt komen. Met deze produkten wordt vaak
    gerommeld met het land van bestemming. Een voorbeeld: Er
    worden in Polen runderen aangekocht met als officile bestemming
    Algerije. Ze vertrekken onder T1-status richting Spanje, alwaar ze
    per schip verder vervoerd moeten worden. Omdat ze alleen maar door
    de EU reizen, hoeft de landbouwheffing op runderen niet te worden
    betaald. In werkelijkheid worden ze al in Duitsland uitgeladen,
    gekeurd, gewogen en geoormerkt. De koeien reizen als Duitse
    runderen verder naar Frankrijk onder T2-status. Voor vervoer tussen
    twee bestemmingen binnen de EU hoeft immers geen belasting te
    worden afgedragen. In Frankrijk worden de koeien geslacht en
    vervolgens worden de biefstukken naar een land buiten de EG
    verkocht en vangt de verkoper belasting-restitutie. Er is nu op
    drie manieren fraude gepleegd: 1) de landbouwheffing is ontdoken
    (in dit geval voor 6 miljoen gulden)

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11.2 Expediteurs

    11.2 Expediteurs

    De transportdocumenten worden tegen betaling opgemaakt door
    douane-expediteurs, meestal in opdracht van een verlader,
    soms rechtstreeks van fabrikanten. Sommige verladers of
    transportondernemers maken zelf hun documenten op, maar dit komt
    niet vaak voor. De expediteur regelt het vervoer van A naar B, van
    vliegtuig tot schip tot vrachtwagen. Voor het vervoer over de weg
    schakelt de expediteur n of meer transportbedrijven in. Per
    douane-document moet een borgsom gestort worden, maar
    expeditie-bedrijven hebben een doorlopende borg uitstaan. Wanneer
    de papieren niet aangezuiverd worden, is de expediteur
    verantwoordelijk tegenover de fiscus voor de misgelopen
    belastinggelden of ten onrechte betaalde subsidies. Wanneer er geen
    bewijs komt dat de goederen de EU hebben verlaten, klopt de
    Nederlandse belastingdienst bij de expediteur aan met een naheffing
    voor de misgelopen gelden. In 1994 kregen twintig expediteurs een
    dergelijke rekening in de bus; zo moesten twee grote bedrijven
    samen meer dan honderd miljoen ophoesten. De branche-organisatie
    van expediteurs Fenex schat dat de fiscus op deze manier jaarlijks
    zo’n 1,5 miljard aan belastinginkomsten misloopt. Sommige
    expediteurs huren een bewakingsbedrijf in voor gevoelige
    transporten; een bewakingsagent rijdt dan in zijn personenwagen
    achter de vracht aan en houdt het douane-document gescheiden van de
    wagen. Het komt ook voor dat werknemers van het expeditie-bedrijf
    met hun neus op het laden en lossen staan. Verder schijnen sommige
    expeditie-bedrijven camera’s in hun kantoor hebben hangen, waarop
    het moment dat de chauffeur de papieren inklaart op film wordt
    vastgelegd. Volgens Fenex, die deelneemt aan de pas opgerichte
    werkgroep Fraudepreventie, is het de georganiseerde misdaad die
    slim inspringt op de onoverzichtelijkheid van de open grenzen en zo
    de expediteurs een loer draait. Maar zijn alle expediteurs wel zo
    onschuldig? En welke rol spelen de plaatselijk overheden? We
    bespreken nu verschillende varianten in subsidie-, belasting- en
    accijnsfraude.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11.1 Documenten

    11.1 Documenten

    Binnen de EU rijden wagens doorgaans op de zogenaamde
    T-documenten (=Transit). Deze documenten bestaan uit vijf
    bladzijden en bij vertrek uit Nederland wordt het eerste blad bij
    de douane achtergelaten. Deze formulieren zijn alleen geldig binnen
    de EU en bij overschrijding van een buitengrens moeten nieuwe
    vervoersdocumenten worden opgemaakt. Bovendien stuurt de douanepost
    aan de EU-buitengrens het laatste blad van het formulier op naar de
    Nederlandse douane, zodat bewezen is dat de vracht de EU heeft
    verlaten. Een lading kan vervoerd worden onder status 1 of status
    2. Een T1-status betekent dat de EU-belasting over de vracht
    nog niet is afgedragen. Tijdens doorvoer, wanneer de vracht binnen
    de EU blijft, hoeft deze heffing niet te worden betaald. Pas bij
    het verlaten van de EU houdt de fiscus de hand op. Een
    T2-status betekent dat de heffingen en belastingen over de
    lading al zijn afgedragen, of ze in het geheel niet hoeven te
    worden betaald, omdat de goederen binnen de EU blijven.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 11. EUROFRAUDE IN DE VERVOERSBRANCHE

    11. EUROFRAUDE IN DE VERVOERSBRANCHE

    Het wegvallen van de Europese binnengrenzen maakt de controle op
    het transport moeilijker en daarmee het gesjoemel met heffingen,
    subsidies en belastingen gemakkelijker. Voorheen werden aan de
    Nederlandse grens documenten aangemaakt die bewezen dat een lading
    goederen het land was binnengekomen of had verlaten, en daarmee was
    de kous af. Invoerrechten, accijnzen of subsidies werden hier (bij
    wijze van spreken) afgerekend. Maar tegenwoordig passeren de
    vrachtauto’s doorgaans zonder controle de Nederlandse grenzen. Voor
    goederen waarover belastingen dienen te worden betaald of subsidies
    kunnen worden ontvangen, moet achteraf worden bewezen dat de
    goederen inderdaad op de plaats van bestemming zijn aangekomen en
    dus recht hebben op belastingrestitutie of subsidiegeld. Het geheel
    van alle fraude-vormen waarbij er sprake is van misbruik van
    Europese regels, subsidies en belastingen noemen we Eurofraude. In
    het rapport van H. van de Bunt over illegaal optreden in legale
    bedrijfstakken en sectoren – ook in deze serie – wordt er eveneens
    aandacht aan deze vorm van criminaliteit geschonken.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 10. CRIMINALITEIT IN DE VERVOERSBRANCHE

    10. CRIMINALITEIT IN DE VERVOERSBRANCHE:

    CAO-FRAUDE EN WURGCONSTRUCTIES

    Wanneer de legale oplossingen een noodlijdend bedrijf geen
    uitkomst meer bieden, kunnen minder legale werkwijzen worden
    aangewend om het hoofd boven water te houden. Men kan natuurlijk
    ook gewoon uit zijn op het maken van – oneerlijke winst. Hiervoor
    kunnen de volgende methoden worden gebruikt: wurgconstructies,
    CAO-fraude, Euro-fraude en smokkel. De eerste twee vormen van
    criminaliteit komen hieronder aan de orde, de laatstgenoemde
    methoden worden in de twee volgende hoofdstukken besproken.
    Bedrijven die in de klem zitten, besteden steeds vaker het minder
    winstgevende vervoer uit aan kleine bedrijfjes, meestal aan eigen
    rijders. Deze bedrijfjes worden in toenemende mate afhankelijk van
    de grotere bedrijven. Dit kan uitmonden in een
    wurgconstructie: de ene ondernemer helpt de andere
    ondernemer met de

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 9. LEGALE MANIEREN OM HET HOOFD BOVEN WATER TE HOUDEN

    9. LEGALE MANIEREN OM HET HOOFD BOVEN WATER TE
    HOUDEN

    In dit hoofdstuk komen de legale middelen aan de orde die
    bedrijven toepassen om het hoofd te bieden aan de economische
    problemen. Het gaat achtereenvolgens om het omlaagbrengen van
    loonkosten, het uitbesteden van werk, het terugdringen van het
    aantal lege kilometers, het leasen van de voertuigen en het tanken
    van goedkope brandstof.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 8. DE ECONOMISCHE POSITIE VAN DE WEGVERVOERSBRANCHE

    8. DE ECONOMISCHE POSITIE VAN DE WEGVERVOERSBRANCHE:
    CONCLUSIE

    Het goederenvervoer over de weg is n van de snelst groeiende
    branches op de internationale markt. De produktie en consumptie
    nemen wereldwijd al decennia lang toe en aan deze ontwikkeling
    lijkt voorlopig geen eind te komen. De wereldhandel en daarmee het
    internationaal verkeer van goederen groeit en blijft groeien. Op de
    Europese markt profiteert het goederenvervoer over de weg van deze
    toenemende goederenstroom. Nederland heeft hierin een prominente
    plaats; met Rotterdam als haven dient het land als de belangrijkste
    poort van het continent. Het openen van de Europese binnengrenzen
    heeft de handelsstroom nog verder doen toenemen en ook hiervan
    profiteert het Nederlands wegtransport ruimschoots. De recente
    balansen van organisaties als het Koninklijk Nederlands Vervoer of
    Transport en Logistiek Nederland schetsen een achteruitgang in de
    financieel-economische positie van de branche: de opbrengsten
    lijken op
    alle fronten fors terug te lopen. De laatste rentabiliteitscijfers
    van de Nederlandse ondernemingen zijn inderdaad teleurstellend.
    Maar wanneer de cijfers over langere termijn worden bekeken, blijkt
    de zaak toch anders te liggen. De Nederlandse wegvervoersbranche
    heeft een aantal goede jaren – vooral 1986 en 1987 – achter de rug.
    Wanneer de huidige resultaten aan de cijfers uit die jaren
    gespiegeld worden, zien ze er droevig uit. Veel statistieken in de
    economische rapporten van de branche beginnen dus ook met de
    bedrijfsresultaten uit 1986; een sterk dalende lijn vanaf dat jaar
    is dan het logische gevolg. Wanneer de huidige economische
    resultaten worden afgezet tegen eerdere jaren, geeft dit een heel
    ander beeld; over langere tijd gezien vertonen bijna alle
    resultaten een positief stijgende lijn.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 7.2 De chauffeurscultuur

    7.2 De chauffeurscultuur

    Chauffeurs zijn over het algemeen laag opgeleid. Bijna zeventig
    procent van alle chauffeurs heeft een LBO-opleiding of lager; ruim
    twintig procent doorliep alleen de lagere school (Nota TLN, 1994).
    Een bevestiging van het stereotype dat wil dat deze jongens op
    school meer uit het raam naar vrachtauto’s zaten te kijken, dan in
    hun boeken. Het is ook een echte mannencultuur; het aantal vrouwen
    in het chauffeursbedrijf groeit weliswaar, maar bedroeg in 1991 nog
    maar vier procent (Nota TLN, 1994). Op de baas wordt heel wat
    afgescholden. De snelheidsbegrenzer en tachograafschijven zijn zeer
    impopulair, want die perken de vrijheid van handelen in: het aantal
    stops, de gemiddelde snelheid en het precieze aantal gereden en
    geruste uren zijn na de rit door de baas precies te controleren.
    Nog verder gaat de satelliet-controle die een groeiend aantal
    internationale transportondernemingen heeft: via schotelverbinding
    kan de ondernemer op ieder tijdstip zien waar zijn chauffeurs zich
    bevinden. Volgens een genterviewde transporteur wilden zijn
    chauffeurs in eerste instantie niets weten van deze nieuwe
    controlemogelijkheid, maar willen ze nu niet meer zonder. Vooral op
    overval-gevoelige landen biedt de directe communicatiemogelijkheid
    een gevoel van veiligheid.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 2.1. De sterke positie van Nederland

    2. DE EUROPESE EN NATIONALE VERVOERSMARKT

    2.1. De sterke positie van Nederland: enkele cijfers

    Het internationaal goederenvervoer over de weg in Europa neemt
    enorm toe. In 1981 werd er op het continent 138 miljoen ton aan
    goederen over de weg vervoerd. In twaalf jaar tijd verdubbelde deze
    hoeveelheid zich tot
    275 miljoen ton in 1993 (TLN, 1994). Het aandeel van Nederland
    daarbinnen is op verschillende manieren te meten. Kijken we eerst
    naar de relatieve positie ten opzichte van andere Europese landen,
    dan is Nederland thans de grootste transporteur van goederen over
    de weg. Ons land verzorgde in 1991 bijna 28 procent van het totale
    Europese goederenvervoer. Frankrijk volgt op afstand met iets meer
    dan 18 procent en Duitsland staat derde met bijna zeventien
    procent. Het Belgische aandeel bedraagt zestien procent en maakt
    dit land tot de vierde vervoerder binnen de Unie. Verder volgen,
    naar grootte: Itali, Spanje, Engeland, Denemarken, Portugal,
    Luxemburg, Ierland en Griekenland (TLN, 1994).

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 7.1 De bedrijfscultuur van de transportondernemer

    7. HET KARAKTER VAN DE BRANCHE

    7.1 De bedrijfscultuur van de transportondernemer

    De meeste goederenvervoersbedrijven zijn klein. Veel
    transportondernemingen zijn, al dan niet uitgegroeide,
    familiebedrijven. Meestal is het bedrijf van vader op zoon
    overgegaan en werkt een aantal broers samen. Vader is klein
    begonnen; soms nog met een fiets- of paardekar. De bedrijfscultuur
    is conservatief. Mede gevoed door het jarenlang sterk beperkend
    capaciteitsbeleid van de overheid, zijn ondernemers in deze branche
    sterk gericht op uitbreiding van hun wagenpark. Hieraan wordt het
    succes afgemeten. Groot is lekker lijkt de gemiddelde ondernemer te
    denken en hij wordt hierin aangemoedigd door de verlokkingen van
    ogenschijnlijk gemakkelijke leasecontracten. Nog steeds wordt
    iedere cent het liefst omgezet in een uitbreiding van het tonnage,
    ook al gaat dit tegen de economische ontwikkelingen in.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 6.2. Diefstal en overvallen

    6.2. Diefstal en overvallen

    In 1992 werden tweehonderd gestolen vrachtwagens bij Transport
    en Logistiek Nederland gemeld; ruim dertien procent meer dan het
    jaar daarvoor. Deze stijging alarmeerde transporteurs, hun
    branche-organisatie en verzekeraars en voor het eerst ontstond er
    in de vervoerswereld serieuze aandacht voor de
    diefstalproblematiek. De jaren daarop nam het aantal gestolen
    wagens en ladingen echter meteen weer af: In 1993 werden 173 trucks
    ontvreemd, in 1994 waren dat er 147 en in de eerste helft van 1995
    zijn er relatief nog minder diefstallen gemeld. Met het oprollen
    van twee grote diefstalbendes in 1994, is de angel verwijderd,
    meent TLN. Harde tellingen van het aantal gestolen vrachtwagens
    zijn er echter niet, omdat de politie rubriceert op bedrijfswagens
    waaronder ook alle voertuigen die op grijs kenteken rijden, worden
    geteld. De tellingen via verzekeringsmaatschappijen zijn eveneens
    niet bruikbaar, omdat voor n transport vaak bij meedere
    maatschappijen – soms zelfs in verschillende landen – is verzekerd:
    de trekker hier, de oplegger daar en de lading weer ergens anders.
    Vergelijk de deelstudie autocriminaliteit in deze serie van G.
    Bruinsma: ook hij stelt vast dat er geen harde cijfers van
    vrachtwagendiefstal bestaan, en noemt schattingen die
    overeenstemmen met de getallen die in dit rapport staan
    geschreven.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 6.1 De relevantie voor het onderzoek

    6. DE BRANCHE ALS SLACHTOFFER VAN DIEFSTAL EN
    OVERVALLEN

    6.1 De relevantie voor het onderzoek

    Op basis van kansberekening is het logisch dat Nederlandse
    vrachtwagens in Europees verband het meest aan diefstal onderhevig
    zijn: Nederland heeft immers het grootste aandeel in dit vervoer.
    Daar komt nog eens bij dat de Nederlandse vervoerders relatief de
    meest hoogwaardige goederen vervoeren, en daarmee ook met de meest
    kostbare ladingen rondrijden: de Nederlandse transporteur is immers
    befaamd om zijn hoge arbeidskwaliteit. Het is niet raar dat deze
    rondrijdende juwelen doelwit worden van diefstalbendes. Waarom
    staan we in een verslag over de georganiseerde misdaad stil bij de
    vraag in hoeverre een branche als die van het wegtransport
    slachtoffers telt van kleine criminaliteit? De eerste reden ligt
    voor de hand. Als de schadepost ten gevolge van diefstal en
    roofovervallen hoog is, draagt dat bij tot ongunstige
    bedrijfsresultaten en daaraan kennen we in dit verslag veel waarde
    toe als het erom gaat te begrijpen waarom ondernemers met de
    georganiseerde misdaad in zee gaan. Bovendien kost de kleine
    criminaliteit veel aan preventie (beveiliging van bedrijfsterreinen
    en van vrachtwagens) en een hoge verzekeringspremie. Ten tweede zou
    hier heel goed hetzelfde mechanisme kunnen werken dat we in de
    algemene inleiding tot dit rapport over de branches hebben leren
    kennen als de invloed van slachtofferschap op de morele overtuiging
    van mensen en normovertredend gedrag. Dit geldt in het bijzonder
    als de overtuiging bestaat dat de overheid de belangen van de
    branche niet meer behartigt. Dat dit laatste het geval is blijkt
    uit het volgende hoofdstuk 7 waar de bedrijfscultuur aan de orde
    komt.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 5.5 De gevolgen van open grenzen Europa

    5.5 De gevolgen van open grenzen Europa

    De positieve gevolgen zijn over het algemeen: 1) de toename van
    het grensoverschrijdende goederenvervoer over de weg, vooral naar
    de voormalige oostblok-landen, 2) het vrijgeven van cabotage, dat
    wil zeggen: binnenlands vervoer door Nederlandse vervoerbedrijven
    in het buitenland, waardoor de wagens intensiever gebruikt kunnen
    worden omdat ze minder vaak leeg hoeven te rijden, en 3) de minder
    lange wachttijden aan de grenzen (besparing van tijd en geld). Als
    negatieve gevolgen gelden: 1) verhogingen van de dieselaccijnzen,
    2) een beperking van de fiscale aftrekmogelijkheden, 3) verhogingen
    van de motorrijtuigenbelasting, 4) de invoering van het
    Euro-vignet, en 5) de toegenomen concurrentie met de
    lage-lonenlanden.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>