IX – De branches horeca en gokautomaten – 3.9.
ModegevoeligheidJanuary 1, 1999
3.9. Modegevoeligheid
De horeca is een branche die sterk aan mode onderhevig is. De
smaak van het – veelal jonge – publiek wisselt snel en rigoreus.
Het lijkt soms alsof de windrichting bepaalt welke zaken de
places to be zijn en welke niet. In de jaren zestig
verschenen de meeste bars en discotheken. Tien jaar later kwamen
vooral de politieke en culturele (film-)cafs op en zij maakten in
de jaren tachtig plaats voor de trendy Grand Cafs. Voor het jonge
modegevoelige publiek verdwijnt het bruine caf steeds meer naar de
achtergrond en dat merken de betreffende cafbazen. Nog steeds is
bijna de helft van alle cafs bruin of middelbruin (Lenting &
partners, 1990). Ook discotheken moeten bijblijven om hun publiek
te blijven boeien. Het eens zo populaire Utrechtse Cartouch raakte
op sterven na dood omdat de stijl niet meer naar de tijd werd
aangepast. Inmiddels is de discotheek overgenomen en werden naam,
interieur en identiteit totaal vernieuwd: de nieuwe zaak wordt druk
bezocht. Waren tien jaar geleden de spiegelbal en verlichte
dansvloer nog favoriet, tegenwoordig zijn deze interieurelementen
hopeloos verouderd en dus fout. Er schieten mega-dancings
uit de grond, zoals de Metropool in Rotterdam, waar veel meer
mogelijk is dan dansen en drinken alleen; er is een coctailbar, er
zijn snacks verkrijgbaar en worden shows opgevoerd. In veel grotere
dancings zijn verschillende hoeken ingericht die ieder hun eigen
sfeer ademen; van junglebar en ijssalon tot lasergame-room.
Afgezien van de echte buurtcafs – waar zelfs het wassen van de
gordijntjes klanten kost-, moet de ondernemer van een moderne
horecagelegenheid flexibel zijn en zich naar de modes richten. Het
publiek verwacht verrassingen en de conservatieve ondernemer gaat
niet lang mee. Het is de vraag of een branche waarin veel kleine,
onvermogende en laag opgeleide ondernemers opereren een dergelijke
flexibiliteit kan opbrengen. Uit onderzoek (Lenting en Partners,
1990) blijkt dat vooral de grotere ondernemer (hoge omzet, meer en
grotere horecagelegenheden) regelmatig geld uitgeeft aan reclame om
zijn zaak te promoten. Dezelfde ondernemer volgt de
marktontwikkelingen, bezoekt regelmatig beurzen en is lid van
Horeca Nederland. Zijn assortiment is breed, zowel op het gebied
van voedstel en drank, als wat amusement aangaat. De kleine
caf-eigenaar besteedt daarentegen nog geen honderd gulden per maand
aan reclame (27%) en laat ook de meeste andere middelen om bij te
blijven voor wat ze zijn. De gemiddeld korte levensduur van
horecagelegenhedenspreekt boekdelen.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.2. Misdaad,
wapenbezit en geweldJanuary 1, 1999
2.2. Misdaad, wapenbezit en geweld
Het ministerie van Justitie becijferde dat het bedrijfsleven in
1992 bijna vier miljard schade opliep door veel voorkomende
criminaliteit; eenderde deel van alle bedrijven wordt jaarlijks
door n of meer vormen van criminaliteit getroffen. Gemiddeld wordt
een Nederlands bedrijf acht keer per jaar het slachtoffer van
criminaliteit. Het gaat dan om alle vormen van lichte
criminaliteit, zoals diefstal, inbraak, vernieling en bedreiging.
De detailhandel en de horeca zijn de twee branches met het hoogste
riscio: van alle ondernemingen in deze bedrijfstakken wordt
jaarlijks respectievelijk zestig en vijftig procent slachtoffer van
een misdrijf.
lees meer
IX – De bouwnijverheid – 3.2. Het bouwprocesJanuary 1, 1999
3.2. Het bouwproces
Bouwprodukten zijn elementaire produkten waaraan altijd behoefte
bestaat. Zij kennen een grote verscheidenheid zowel naar aard als
naar omvang. Het produktieproces is tot op vandaag de dag ondanks
alle technologische vernieuwingen nog steeds arbeidsintensief
(Jansen, 1995, p. 8). De start van een bouwproces ligt bij een
opdrachtgever. Deze opdrachtgever kan de daadwerkelijke gebruiker
zijn, een beheerder, zoals een woningbouwcorporatie, of een
projectontwikkelaar. De wensen en behoeften van de opdrachtgever
worden omgezet in een Programma van Eisen, dat gebruikerseisen,
functies, prestaties en voorwaarden bevat en aan de basis staat van
het ontwerp. Op basis van het ontwerp wordt het bestek gemaakt,
de beschrijving van een bouwkundig werk. In het bestek is opgenomen
welke bouwstoffen- en materialen moeten worden gebruikt en aan
welke kwaliteitseisen ze moeten voldoen. Als het bouwplan
besteksgereed is, worden bij diverse aannemers om prijsopgaven
gevraagd. De opdrachtgever laat dit doorgaans over aan een
architect. De opdrachtgever gunt het werk vervolgens in een
openbare aanbesteding aan de laagste aanbieder.
lees meer
IX – De bouwnijverheid – 7.1. Infiltratie, afpersing en
protectie in de bouwnijverheidJanuary 1, 1999
7. GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT IN DE
BOUWNIJVERHEID?
7.1. Infiltratie, afpersing en protectie in de
bouwnijverheid
In dit hoofdstuk gaan wij nog eens de indicatoren langs zoals
die in het tweede hoofdstuk aan de orde zijn gesteld. Het is van
belang nogmaals te onderstrepen dat niet n indicator op zich
voldoende is om de aan- of aanwezigheid van georganiseerde misdaad
in de bouwnijverheid aan te tonen. Waar nodig zal gebruik worden
gemaakt van aanvullend materiaal.
lees meer
IX – De afvalverwerkingsbranche – 5.5. De rol van
afvalmakelaarsJanuary 1, 1999
5.5. De rol van afvalmakelaars
In de wereld van de afvalbranche is een bijzondere plaats
ingeruimd voor de afvalmakelaar. Dit is een persoon of een
onderneming (in BV-vorm) die bemiddelt tussen de diverse partijen
binnen de afvalketen. Wanneer een bedrijf af wil van gevaarlijk
afval, dan kan die onderneming een afvalmakelaar inschakelen die er
voor zorgt dat een afvaltransportbedrijf dat afval komt ophalen en
vervolgens deponeert bij een daartoe gequipeerd verwerkingsbedrijf.
De afvalmakelaars weten waar nog verwerkingscapaciteit is, wie
ruimte over heeft voor het transport en waar eventueel de
verdiensten kunnen liggen. Hij of zij, en doorgaans zijn dat
ondernemingen die uit niet meer dan een of twee personen bestaan,
heeft veel kennis van de afvalketen en voor deze kennis moeten
bemiddelingskosten worden betaald. In veel gevallen kopen makelaars
het afval zelf tegen het hoogste ontdoenerstarief en gaan zij op
zoek naar een verwerkingplaats met de minste kosten.
lees meer
IX – De afvalverwerkingsbranche – 5. DE
GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE AFVALVERWERKINGBRANCHEJanuary 1, 1999
5. DE GELEGENHEIDSSTRUCTUUR VAN DE
AFVALVERWERKINGBRANCHE
Vanaf het moment dat de publieke opinie en de overheid meer oog
hebben gekregen voor de belasting van economische activiteiten voor
de fysieke omgeving, is een groot aantal wetgevingsvoorstellen door
de opeenvolgende kabinetten ter goedkeuring naar het parlement
gestuurd. Het doel van deze wetgeving was de bescherming van het
milieu tegen allerlei schadelijke praktijken waardoor de volgende
generaties in ieder geval zouden kunnen leven in een leefbaar
milieu.
lees meer
IX – De wildlifebranche – 3.1. De officieel geregistreerde
wildlifecriminaliteitJanuary 1, 1999
3.1. De officieel geregistreerde wildlifecriminaliteit
In Nederland bestaan geen afzonderlijke
CBS-criminaliteitsstatistieken in de rubriek wildlife. De
werkelijke omvang van de smokkel en illegale handel in Nederland is
derhalve onbekend. Als indicatie voor de omvang kunnen de
opbrengsten van de controles aan de landsgrenzen dienen. De douane
controleert in samenwerking met de AID de import van wildlife.
Wildlifevrachten die op Schiphol aankomen en voor de Nederlandse
markt bestemd zijn, worden door de AID de ene keer aan de hand van
de papieren gecontroleerd en de andere keer door middel van een
grondige inspectie wanneer vermoedens bestaan over illegale
zendingen. In 1990 werden 5.344 op het oog legale wildlifevrachten
naar Nederland vervoerd, in 1991 7.038 en in 1992 was het aantal
vrachten toegenomen tot 7.060.
lees meer
Eindrapport – 2.4 Onderzoek georganiseerde
criminaliteitJanuary 1, 1999
2.4 Onderzoek georganiseerde criminaliteit
De commissie heeft de vier hoogleraren gevraagd onderzoek te
doen naar drie onderdelen:
lees meer
Eindrapport – 3.7 Betrokkenheid FIOD/douanerechercheJanuary 1, 1999
3.7 Betrokkenheid FIOD/douanerecherche
3.7.1 Doorlaten van containers
De douane en de douanerecherche waren van wezenlijk belang voor de
uitvoering van deze methode. De douane diende op verzoek van de
politie controle van bepaalde containers achterwege te laten, ook
al waren er signalen dat zich in de containers drugs bevonden. Het
Douane Informatie Centrum (DIC) selecteerde de containers waarmee
mogelijk iets aan de hand was. Ongeveer 30 tot 40 % van de
geselecteerde containers werd op verzoek van de politie
doorgelaten.
lees meer
Eindrapport – 6.3 BevindingenJanuary 1, 1999
6.3 Bevindingen
6.3.1 Pseudo-koop en pseudo-verkoop
In het midden van de jaren zeventig werd in Nederland
pseudo-koop ingezet bij de bestrijding van de drughandel. Inmiddels
vindt het middel pseudo-koop nog slechts incidenteel toepassing. De
effectiviteit is in de loop der tijd geringer geworden aangezien de
criminelen goed op de hoogte zijn van het gebruik van dit middel.
Dat neemt niet weg dat in combinatie met andere vormen van
infiltratie pseudo-koop is aangetroffen. Met enige regelmaat worden
vertrouwensaankopen of proefaankopen gedaan door infiltranten om te
kunnen beslissen of overgegaan moet worden tot een gecontroleerde
aflevering of doorlating. Hiermee zijn nog aanzienlijke bedragen
gemoeid:
lees meer