HOOFDSTUK 1 INLEIDING, VRAAGSTELLINGEN VERANTWOORDING
1.1 Instelling en samenstelling commissie
HOOFDSTUK 1 INLEIDING, VRAAGSTELLINGEN VERANTWOORDING
1.1 Instelling en samenstelling commissie
3.4 Criminele inlichtingendiensten
De criminele inlichtingendiensten (CID-en) vormen een
belangrijke schakel in de organisatie van de opsporing. Het
verzamelen van criminele informatie, bijvoorbeeld door middel van
contacten van informanten, wordt sinds de jaren zeventig door
aparte criminele inlichtingendiensten binnen de politie verricht.
In het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie
opsporingsmethoden is veel aandacht besteed aan dit onderdeel.
Hieruit bleek dat er geen wettelijke basis was voor de CID-en en
dat de diversiteit aan organisatievormen en werkwijzen van de CID
en in het land aanzienlijk was. (Kamerstuk 24 072, nr. 14,
1995-1996, functioneren van de CID-en.
6.3.1 Algemeen
6.3.2 Observatiemethoden
6.3.3 Informanten en infiltranten
6.3.4 Gecontroleerde aflevering en
doorlaten
6.3.5 Overige methoden
6.3.6 Opleiding
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 11
11 september 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
maandag 11 september 1995
in de vergaderzaal van de
Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt
mr. R.A.F. Gerding
Aanvang 14.00 uur
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 27
25 september 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
maandag 25 september 1995
in de vergaderzaal van de
Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt
de heer W.M. van Gemert
Aanvang 14.00 uur
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 43
4 oktober 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
woensdag 4 oktober 1995 in
de vergaderzaal van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt mr. J.
Wiarda
Aanvang 16.45 uur
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 59
19 oktober 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
donderdag 19 oktober 1995 in
de vergaderzaal van de
Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt
mr. Tj.E. van der Spoel
Aanvang 10.00 uur
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 75
27 oktober 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
vrijdag 27 oktober 1995 in de
vergaderzaal van de Eerste
Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt mr.
R.W.M. Craemer
Aanvang 16.15 uur
Openbaar verhoor enqutecommissie
Opsporingsmethoden
Verhoor 91
9 november 1995
Stenografisch verslag van het openbare verhoor van de
parlementaire
enqutecommissie opsporingsmethoden op
donderdag 9 november 1995
in de vergaderzaal van de
Eerste Kamer der Staten-Generaal te Den Haag
Verhoord wordt
prof. mr. E.M.H. Hirsch Ballin
Aanvang 12.00 uur
Henk van de Bunt (VU/WODC)
m.m.v. Roelof Jan Bokhorst en Hans Werdmlder (beiden WODC)
Tal van mensen zijn bij de totstandkoming van dit rapport
betrokken geweest. In de eerste plaats gaat mijn dank uit naar de
personen die bereid waren een gesprek te voeren over de
problematiek van de vrije-beroepsbeoefenaars in relatie tot de
georganiseerde misdaad. In bijlage 1 staan de namen van de
genterviewden vermeld. In de tweede plaats is veelvuldig en nimmer
tevergeefs een beroep gedaan op stafmedewerkers van de
beroepsorganisaties, de NOVA, de KNB, de NIVRA en de NOvAA. Ten
derde zijn door het gehele land gesprekken gevoerd en telefonische
contacten onderhouden met rechercheurs over gesignaleerde
voorvallen van verwijtbare betrokkenheid. Speciale dank ben ik
verschuldigd aan Jan Janse en Theo Akse, beiden werkzaam bij de
afdeling Finpol van de CRI, die altijd bereid waren tekst en uitleg
te geven over de Finpol-meldingen.
Advocaten, notarissen en accountants hebben de beschikking over
specifieke deskundigheid op juridisch, financieel en fiscaal
terrein. In dit opzicht zijn zij aantrekkelijk voor criminele
organisaties. Daarnaast kunnen zij dienen als een belangrijke en
betrouwbare faade, waarachter criminelen zich kunnen afschermen. In
bepaalde gevallen kunnen criminelen zelfs niet om deze
dienstverleners heen. Advocaten hebben het wettelijk monopolie van
procesvertegenwoordiging, bij het passeren en opmaken van
authentieke akten schrijft de wetgever de tussenkomst van een
notaris dwingend voor, en accountants hebben het alleenrecht om
goedkeurende verklaringen af te geven bij jaarrekeningen. In dit
rapport wordt de aandacht gevestigd op de verwijtbare betrokkenheid
van deze vrije-beroepsbeoefenaars bij hun dienstverlening aan
criminele organisaties. Deze verwijtbare betrokkenheid kan eruit
bestaan dat de beroepsbeoefenaar welbewust en opzettelijk meewerkt
aan strafbare handelingen. Daarnaast onderscheid ik verwijtbare
betrokkenheid in ruimere zin. Hiervan is sprake als de
beroepsbeoefenaar niet voldoende zorgvuldigheid in acht neemt ter
voorkoming van misbruik van zijn ambtsuitoefening voor criminele
doeleinden. Er is dan weliswaar niet sprake van het welbewust
meewerken aan strafbare handelingen, maar wel kan hem worden
verweten dat hij had moeten of kunnen weten dat van zijn diensten
misbruik werd gemaakt voor criminele doeleinden.
In hoofdstuk 4 is in het kader van de bespreking van het interne
sanctiesysteem opgemerkt dat de leidinggevenden van de criminele
groepen van verschillende middelen gebruik kunnen maken om de
naleving van regels af te dwingen en de activiteiten van de
medewerkers te controleren. Daarbij is onder meer gewezen op
intimidatie van verbale of fysieke aard, het creren van een
afhankelijkheidsrelatie in psychische of financile zin, alsmede op
positieve sancties, zoals het in het vooruitzicht stellen van een
beloning voor zwijgzame medewerkers. Ondanks deze bindende
elementen blijft het gevaar aanwezig dat leden van het lagere
echelon minder betrouwbaar blijken dan aanvankelijk werd
verondersteld en dat kennis omtrent de fraudeconstructie weglekt
naar derden. Ter verkleining van dit risico kan de
informatiehuishouding zodanig worden ingericht dat de medewerkers
van de verschillende geledingen in het ongewisse gelaten worden van
elkaars activiteiten. In het volgende fraudegeval was dit aan de
orde.
In het vorige hoofdstuk is een aantal varianten besproken van
het misbruik van rechtsfiguren. Binnen criminele groepen ontbreekt
in het algemeen de deskundigheid om deze constructies te ontwerpen
en vorm te geven. Derhalve zal men bij anderen te rade moeten gaan
om zich van geschikte afschermingsinstrumenten te voorzien. In
geval van misbruik van rechtspersonen is het bijvoorbeeld zaak om
op onopgemerkte wijze de beschikkingsmacht te verwerven over deze
rechtsvormen. Gegeven de drempels die zijn opgeworpen bij de
oprichting van BV’s en de overdracht van aandelen, is de
aanwezigheid van bemiddelaars die in dit opzicht faciliterend
kunnen optreden, van cruciaal belang.
In dit hoofdstuk zijn de drie verschijningsvormen van witwassen
besproken aan de hand van voorbeelden ontleend aan
opsporingsonderzoeken. Op de vraag hoe vaak witwassen voorkomt en
welke bedragen hiermee zijn gemoeid, kan geen gefundeerd antwoord
worden gegeven. De beschreven technieken van witwassen, die er –
populair uitgedrukt – in essentie op neer komen dat het misdaadgeld
de schijn krijgt van eerlijk geleend of eerlijk verdiend geld,
vinden niet in een maatschappelijk vacum plaats. Misdaadgeld is
voor criminele groepen pas interessant, wanneer het binnen de
legale economie vrij besteedbaar is. Om dit doel te bereiken worden
banken, adviseurs en legale markten ingeschakeld. Twee van deze
markten worden in dit hoofdstuk beschreven, de effectenhandel en de
onroerend-goedmarkt. In deze voorbeelden wordt duidelijk hoe zeer
intermediaire personen (commissionairs, onroerend-goedexploitanten)
en rechtsfiguren (economische eigendom, buitenlandse
rechtspersonen) instrumenteel zijn in het wegsluizen van
misdaadgeld in de legale economie.
Vorenstaande beschrijvingen van de drugshandel, de
vrouwenhandel, de illegale wapenhandel en de illegale autohandel in
Amsterdam zijn door gaten in ons informatiebestand zeker niet alle
even volledig. Niettemin geven zij gezamenlijk toch al een
behoorlijk genuanceerd beeld van wat in Amsterdam de betrokken
actuele vormen van traditionele georganiseerde criminaliteit
voorstellen. Wanneer men dit beeld poogt te vangen in een antwoord
op de vraag van de Parlementaire Enqutecommissie Opsporingsmethoden
naar de aard, de ernst en de omvang van de georganiseerde
criminaliteit in Nederland, dan kan dit antwoord als volgt worden
geformuleerd.