IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.2. Illegale
plaatsing en illegale gokkastenJanuary 1, 1999
7.2. Illegale plaatsing en illegale gokkasten
Speelautomatenexploitatie is nog steeds lukratief. Er is geld
mee te verdienen, en met de hoeveelheid lijkt gemakkelijk te kunnen
worden geschoven, omdat er nog steeds geen geijkte teller is. Dit
kan de speelautomaat maken tot een gewild instrument voor zowel de
witte als de zwarte was. Sinds de steeds verdergaande
plaatsingsbeperking van de kansspelautomaten, duiken de illegale
gokhuizen weer op, zo verklaren gesprekspartners van de
branchevereniging. In Den Bosch draaien volgens een genterviewde
ten minste twee illegale gokhuizen vol kansspelautomaten. Ook in
Roosendaal is een illegale gokhal. De VNG (1993) telde in 1993
zeven illegale casino’s. Vooral sinds het verbod op de populaire
piekautomaten bestaat het sterke vermoeden dat deze kasten in
illegale gokhallen en – op kleinere schaal – in de bezemkasten van
snackbars en cafs staan opgesteld. Volgens een ondernemer uit de
speelautomatenbranche deelt de georganiseerde misdaad de wijken van
Amsterdam nu al in: hij verwacht dat de gokindustrie in de toekomst
voor een groot deel opnieuw ondergronds zal duiken.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.1.
InleidingJanuary 1, 1999
7. CRIMINALITEIT IN DE SPEELAUTOMATEN-BRANCHE
7.1. Inleiding
De automatenbranche heeft het imago van een besmette sector. De
gokwereld wordt van oudsher geassocieerd met de handel in drugs en
andere criminele activiteiten. Veel harde feiten om de slechte
reputatie van het gokwezen te bewijzen, zijn er niet, hoewel enkele
gerichte onderzoeken plaatselijke gegevens opleveren die er niet om
liegen. Het Bedrijfschap Horeca trok in 1993 aan de bel; een
vertrouwelijk onderzoek van het recherchebureau Hoffman wees op een
vergaande vervlechting van georganiseerde misdaad met de legale
horeca-branche, die liep via de handel en exploitatie van
gokautomaten. De Rotterdamse hoofdcommissaris Ottevanger beweerde
in 1992 dat twintig procent van de speelautomatenhandelaren in de
stad gelieerd is aan organisaties die zich bezighouden met de
handel in verdovende middelen en andere vormen van zware
criminaliteit. Horeca Nederland kwam met een schatting in dezelfde
orde van grootte (Fijnaut e.a. 1993). Ook Boerman noemt in zijn
onderzoek in Rotterdam (1994) de betrokkenheid van leidende figuren
uit het criminele circuit in de speelautomatenhandel. Het al eerder
genoemde politieonderzoek van het Amsterdamse HIT-team toonde aan
dat een vijftal criminele organisaties een groot deel (70 %) van de
speelautomaten in handen heeft, en de betrokkenen zich bezig
hielden met de handel in drugs, wapens en prostitutie (Brief van
Van
Riessen aan de burgemeester van Amsterdam, 1993).
Fijnaut cum suis (1993) stellen dat we te maken hebben met forse
problemen van georganiseerde misdaad. Zij wijzen daarbij vooral op
de parallel tussen de directe en indirecte gokspelen; vooral
daar waar automaten in het geding zijn; investeringen in het
benodigde onroerende goed, het opdringen van zakenrelaties, het
genadeloos exploiteren van andermans inspanningen, de dreiging met
geweld en de toepassing daarvan en meer. Overigens wijzen
Fijnaut en de zijnen eveneens op de dubieuze rol die de
gemeentelijke overheid in de bestudeerde Rotterdams zaak heeft
gespeeld: willens en wetens werden zakelijke overeenkomsten
gesloten met een vooraanstaand lid van de onderwereld die de
financile middelen grotendeels verkreeg uit illegale activiteiten.
Tegen deze persoon liep tijdens de onderhandelingen zelfs een
grootscheeps justitieel onderzoek. Ook in de pers verschijnen
regelmatig publikaties waarin gesproken wordt over calamiteiten die
wijzen op inmenging van de georganiseerde criminaliteit in de
exploitatie van speelautomaten. Zo staat in een artikel van Missets
Horeca (1993) te lezen dat er bonussen van 10.000 tot 15.000 gulden
worden betaald aan horeca-ondernemers voor de plaatsing van
gokkasten. Ook het aanbieden van leningen teneinde startende
ondernemers te binden, waarna de terugbetaling geschiedt door
middel van automaten-exploitatie om niet. Over de aard en omvang
van alle genoemde feiten blijft het tasten in het duister, maar dat
er iets aan de hand is, lijkt duidelijk.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.6. De
VANJanuary 1, 1999
6.6. De VAN
De VAN – de Vereniging Automatenhandel Nederland – bestaat sinds
1971 en verenigt iets meer dan de helft van alle
speelautomatenhandelaren (400 van de 850). Samen exploiteren de
VAN-leden tachtig procent van
alle speelautomaten in Nederland, wat er op wijst dat de meeste
grotere bedrijven bij de VAN zijn aangesloten. De organisatie
streeft vooral naar eenduidigheid in het beleid; de huidige grote
gemeentelijke beslissingsbevoegdheid in de regels rond het gokken
leidt volgens de VAN tot willekeur en rechtsongelijkheid. Voorts
wil de organisatie dat de speelautomatenwereld een politiek
aanvaarde en maatschappelijk geaccepteerd en gerespecteerde branche
wordt. De vereniging begon enkele jaren terug een sterke lobby om
de negatieve beeldvorming die aan de sector kleeft te bestrijden.
De branche moet en wil de verantwoordelijkheid nemen voor haar
eigen vuil, zo schrijft de organisatie in haar beleidsplan
(VAN, 1989: 13). De VAN-leden verplichten zich tot het handhaven
van strengere voorwaarden rond de exploitatie van speelautomaten
dan door de overheid wordt geist; zelfregulering. Zo geldt er bij
de amusementshallen van VAN-leden een minimumleeftijd van 18 jaar,
in plaats van 16 jaar elders. Ook is de VAN organisator van de
cursus vroegsignalering van problematisch gokken aan de
Jellinek-kliniek. Daarnaast probeert de VAN gemeentelijke
convenanten af te sluiten omtrent het gokbeleid.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.2. Misdaad,
wapenbezit en geweldJanuary 1, 1999
2.2. Misdaad, wapenbezit en geweld
Het ministerie van Justitie becijferde dat het bedrijfsleven in
1992 bijna vier miljard schade opliep door veel voorkomende
criminaliteit; eenderde deel van alle bedrijven wordt jaarlijks
door n of meer vormen van criminaliteit getroffen. Gemiddeld wordt
een Nederlands bedrijf acht keer per jaar het slachtoffer van
criminaliteit. Het gaat dan om alle vormen van lichte
criminaliteit, zoals diefstal, inbraak, vernieling en bedreiging.
De detailhandel en de horeca zijn de twee branches met het hoogste
riscio: van alle ondernemingen in deze bedrijfstakken wordt
jaarlijks respectievelijk zestig en vijftig procent slachtoffer van
een misdrijf.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.5. Het imago van
de brancheJanuary 1, 1999
6.5. Het imago van de branche
De gokautomatenbranche is een duidelijk voorbeeld van een sector
met een besmette identiteit. Het produkt dat de
gokautomatenproducenten, handelaren en exploitanten aanbieden is
maatschappelijk maar ten dele geaccepteerd; men onderkent de
bestaande menselijke behoefte aan de spanning en ontspanning van
het gokspel, maar deze staat toch in laag aanzien. De organisatie
voor speelautomatenfabrikanten spreekt over de Calvinistische
moraal die het gokken afkeurt; het spelen op automaten wordt door
velen gezien als een tijd- en geldverspillende bezigheid. Vooral
het steeds groter wordende probleem van de gokverslaving is zeer
schadelijk voor het imago en aanzien van de branche. De
verslavingsproblematiek kan niet los worden gezien van
maatschappelijke gevolgen als verwervingscriminaliteit en problemen
van openbare orde en deze leveren een aanzienlijke kostenpost op
voor de maatschappij en de overheid.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.4. Voorwaarden
en vergunningenJanuary 1, 1999
6.4. Voorwaarden en vergunningen
Gokkasten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen volgens het
Speelautomatenbesluit dat voornamelijk ter bescherming van de klant
is opgesteld. Zo moet het uitkeringspercentage gemiddeld minimaal
60 procent bedragen en mag het gemiddelde uurverlies niet hoger dan
vijftig gulden zijn. Ook zijn de automaten zo afgesteld dat er een
beperkte tijd onafgeboken op gespeeld kan worden. Het Nederlands
MeetInstituut (NMI) keurt alle modellen speelautomaten en voorziet
ze van een merkteken. Wanneer een bepaald (buitenlands) model door
het NMI is goedgekeurd, mag het in produktie worden genomen. De
kasten die daaruit voortkomen, worden niet meer systematisch
gekeurd, maar krijgen ongezien het verplichte merkteken. Het is
alom bekend dat dit teken gemakkelijk te vervalsen is. Sinds 1993
wordt op alle nieuwe automaten een nieuw merkteken aangebracht dat
fraudebestendiger moet zijn.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.3. De
speelautomatenmarkt algemeenJanuary 1, 1999
6.3. De speelautomatenmarkt algemeen
Onder het begrip speelautomaten vallen enerzijds
behendigheidsautomaten en anderzijds
kansspelautomaten: de zogenaamde fruitautomaten. Tot de
behendigheidsautomaten rekent men alle automaten waarbij de speler
de uitslag zelf benvloedt. Het gaat hierbij om flipperkasten en
videospellen; ze keren geen geld uit. De kansspelautomaten doen dat
wel. De uitslag van het spel kan door de klant niet worden
benvloed; daarom spreken we van gokkasten. De kansspelautomaten die
in de Holland Casino’s staan opgesteld worden in dit stuk niet
besproken, omdat zij onder een andere wetgeving vallen. Naast de
behendigheids- en kansspelautomaten biedt de speelautomatenbranche
nog andere amusementsapparatuur, zoals jukeboxen en
hobbelbeesten.
In 86 procent van alle cafs staan n of meer gokkasten opgesteld
(Lenting, 1990). Hier stonden in 1991 23.000 gokkasten; bijna
eenderde van het totale aantal 73.000 automaten – dat er toen in
heel Nederland stond (Horeca Nederland, 1992). Dit aantal bestond
toen uit 20.300 behendigheidsautomaten en 52.700 kansspelkasten. In
maar liefst 97 % van alle snackbars staan gokkasten (Lenting,
1991). Het totale aantal kansspelautomaten neemt de laatste jaren
af: in 1993 waren er 48.700; 4.000 minder dan in 1991 (Mutsaers en
Van Loef, 1993). Deze afname komt voor rekening van de losse
lokaties: de cafs en de snackbars. Twintig procent van alle
fruitautomaten staat in de laagdrempelige horeca en 55 procent
staat in cafs en restaurants (hoogdrempelige horeca). Het aantal
gokkasten dat in speelhallen staat, neemt juist toe.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.2. Het
beleidJanuary 1, 1999
6.2. Het beleid
In de jaren dertig kwamen in Nederland de eerste speelautomaten
op de markt en omstreeks 1950 stonden ze door het hele land
verspreid. Het spelen op de automaten was illegaal, maar werd op
grote schaal gedoogd. In 1964 trad de Wet op de Kansspelen in
werking die alle speelautomaten in principe verbood, op enkele
behendigheidsautomaten na. Uitkering van prijzen of premies was
niet toegestaan. Het was echter alom bekend dat de spelers onder de
tapkast geld kregen uitgekeerd. In de jaren zeventig kwamen er
steeds meer kansspelautomaten op de markt en opende bovendien een
groot aantal speelhallen hun deuren, waar vooral fruitautomaten
werden gexploiteerd.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.1.
InleidingJanuary 1, 1999
6. DE GOKAUTOMATEN-BRANCHE
6.1. Inleiding
- Wie kent hem niet:
- de fleurige, opvallende en graag geziene stamgast in bijna
elk caf in Nederland: de fruitautomaat, voor een paar kwartjes even
plezier beleven en een gokje wagen. Maar wie verder kijkt ziet
meer. Dit is de begintekst van de frisse folder van de
branche-organisatie van de speelautomatenhandelaren,
de VAN. Met meer bedoelt de organisatie de sprekende aap, de
jukebox, de flipperkast en het videospel. Maar wie echt verder
kijkt, ziet inderdaad meer in de speelautomaat; een
uitstekende manier om zwart geld wit te wassen, bijvoorbeeld, of
juist om zwart geld te creeren. De branche is actief, veelzijdig en
verantwoordelijk meent de branchevereniging. De eerste twee
aspecten lijden geen twijfel, maar over het derde punt bestaan bij
politie en justitie wellicht twijfels. In allerlei berichten uit de
media wordt de speelautomatenbranche in verband gebracht met zware,
georganiseerde criminaliteit: misdaadondernemers zouden op grote
schaal bezig zijn met het verwerven van belangen in
horecagelegenheden om zodoende automaten te kunnen plaatsen voor
het witwassen van criminele gelden. De publieke opinie over gokken
is altijd negatief geweest: er bestaat een sterke morele afkeuring
voor deze schijnbaar zinloze en verspillende tijdsbesteding.
Bovendien verbindt het publiek gokken en criminaliteit aan elkaar,
zo blijkt uit onderzoek (VAN, 1992). Dit kan iets te maken hebben
met de geschiedenis van het gokwezen in de VS: de
strafbaarheidsstelling van het gokken speelde een grote rol in de
opkomst van de Amerikaanse mafia. Het beeld dat in Nederland
bestaat van de georganiseerde misdaad is sterk gebaseerd op
mafia-literatuur uit de VS. Is dit beeld waarheid of slechts
fictie? De branche-organisatie doet er alles aan om het imago te
verbeteren.
In dit gedeelte schetsen we de markt van de
automatenexploitanten. We bekijken hier dus – tot onze spijt – niet
het gehele spectrum van het gokwezen, maar beperken ons tot de
bedrijfstak van de speelautomaten. We beginnen met een kort
overzicht van het Nederlandse beleid ten aanzien van speelautomaten
en vervolgen met een economisch overzicht van de branche. Ook
kijken we naar de voorwaarden die verbonden zijn aan plaatsing en
exploitatie van gokkasten. Vervolgens zetten we de potentile
criminele ingangen in de speelautomatenwereld op een rijtje en
bekijken wat er hierover in de literatuur bekend is. Voor dit
onderzoek hebben we een aantal gesprekken gevoerd met betrokkenen
uit de branche, zoals een speelautomatenexploitant,
vertegenwoordigers van de branche-organisatie de VAN (Vereninging
Automatenhandel Nederland) en enkele horecakenners. Verder zijn
weer politiebronnen geraadpleegd, zoals van het Amsterdamse Horeca
Interventie Team.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 5. DE
SCHADEJanuary 1, 1999
5. DE SCHADE
Alvorens te kijken naar de schade die de georganiseerde
criminaliteit veroorzaakt in de horeca-branche, staan we stil bij
de voordelen die de misdaadwereld de horeca-ondernemers biedt. De
kwetsbaarheid van de horecabranche hangt namelijk sterk samen met
de aantrekkelijkheden van sommige diensten van de misdaadwereld.
Zoals we in hoofdstuk 2 hebben gesteld, heeft de horecabranche te
maken met bepaalde omgevingskenmerken die de bedrijfsvoering
benvloeden: zo wordt er door het uitgaanspubliek meer geweld
gebruikt, bestaat er bij de bezoekers een niet aflatende vraag naar
drugs en goedkope goederen en is de concurrentie tussen ondernemers
sterk. Deze externe invloeden vragen vanzelfsprekend om maatregelen
vanuit de horecabranche. En sommige produkten die de georganiseerde
misdaad biedt, lijken een oplossing te kunnen bieden. De toenemende
onveiligheid in het uitgaanscircuit jongeren dragen vaker wapens
bij zich dan vroeger is een gat in de markt voor aanbieders van
bescherming. De politie kan de horeca-ondernemers hierin
onvoldoende dienen en legale bewakingsdiensten zijn voor veel
bedrijven onbetaalbaar. Deurmannen met contacten in de
georganiseerde misdaad hoeven hun diensten steeds minder vaak af te
dwingen: uit onderzoek (Bovenkerk en Derksen, 1994) blijkt dat de
horeca-ondernemers en de personen die zich aandienen als
beschermers steeds vaker in samenspanning werken. Ook malafide
geldverstrekkers bieden een produkt waarnaar in de horecabranche
een grote vraag bestaat: kapitaal. Het aantal starters neemt nog
steeds toe, terwijl de reguliere geldmarkt niet scheutig is
richting de branche. Bovendien moeten horeca-ondernemers bij de
tijd blijven om hun publiek te boeien; daar zijn investeringen voor
nodig en, alweer, kapitaal. Hier springen geldverstrekkers met
bijbedoelingen gretig op in. De publieke toegankelijkheid maakt het
horecabazen moeilijk om bepaalde bezoekers te weren en zo
frequenteren ook ondernemers uit misdaadwereld de horecabedrijven.
Hierbij moet niet worden vergeten dat het vaak om vermogende
klanten gaat, die sommige cafbazen juist graag in huis hebben: men
heeft immers wat te besteden en wellicht hangt er voor de eigenaar
ook een voordeeltje aan vast.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 4.8.
Pachtconstructies die verworden tot wurgconstructiesJanuary 1, 1999
4.8. Pachtconstructies die verworden tot
wurgconstructies
In sommige gevallen is er geen sprake van concensus tussen de
malafide kapitaalverlener en de uitbater van een horecabedrijf,
zoals dat (meestal) wel het geval is bij de katvangers. Er zit dan
een extra schakel in de construktie; de pachter. Deze kan het
slachtoffer worden van een malafide ondernemer. De laatste treedt
op als geldschieter voor de aankoop van een horecabedrijf, maar
laat het caf – in wederzijds overleg – op naam zetten van een
katvanger. Deze zoekt een pachter voor de onderneming: een
onschuldige derde denkt op winstgevende wijze het horeca-bedrijf te
runnen, maar wordt in een financile houdgreep genomen, vanwege een
exorbitant hoge pachtsom: het zogenaamde wurgcontract. De pachter
kan dan gedwongen worden tot het plaatsen van gokkasten, waarmee de
hoge pachtsom deels kan worden voldaan. Vanwege de financile
afhankelijkheid heeft de pachter niets meer te vertellen in zijn
zaak en deze kan worden gebruikt voor beoogde criminele doeleinden.
De pachter kan tevens gedwongen worden drugshandel in zijn zaak toe
te laten. Deze constructie staat in het Hoffman-rapport te lezen.
Vooral allochtone ondernemers lijken hiervoor een gemakkelijke
prooi, schrijft het onderzoeksbureau verder.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 4.7.
HelingJanuary 1, 1999
4.7. Heling
Het openbare en anonieme karakter van de horeca biedt alle
mogelijkheid voor de heling van gestolen goederen. Een samenspel
van factoren bepaalt of een caf al dan niet een potentile
heel-lokatie is. Hierin spelen de eigenaar, het publiek, de
omgeving, de sfeer en het personeel een bepalende rol. Homburg cum
suis (1990) stellen dat een bonafide zaak binnen twee weken rijp
kan zijn gemaakt voor heling. Dit gebeurt bij voorbeeld wanneer de
eigenaar, als gevolg van dalende resultaten, steeds meer louche
types tot zijn zaak toelaat en minder frisse zaken tolereert.
Binnen korte tijd verandert een caf dan van karakter; het gewone
publiek laat het steeds meer afweten en het aandeel van malafide
bezoekers wordt groter. De omzet van de eigenaar daalt hierdoor,
waarna de overstap naar het algeheel gedogen of zelfs meewerking
aan helingspraktijken klein is. Kroegen in
stadsvernieuwingsgebieden zijn gevoelig voor dergelijke invloeden,
omdat zij in korte tijd een groot deel van het vertrouwde publiek
kwijtraken en daarmee een zekere sociaal controlerende functie. De
sfeer van een horecagelegenheid bepaalt of en welke goederen er
geheeld worden; een fietsenjunk loopt langs terrassen waar veel
studenten zitten, terwijl de handelaar met een gestolen Mercedes
eerder bij de portier van een luxe nachtclub zal aankloppen. Het
aloude buurtcaf is de klassieke heellokatie, omdat heling meestal
via het ons-kent-ons-circuit loopt. Ook de omgeving van het caf
speelt een rol: in etablissementen rond markten wordt het meest
geheeld (Homburg c.s., 1990). De horecagelegenheid kan zowel dienen
als direct verkooppunt aan de klant (soms de eigenaar of het
personeel zelf), maar ook als doorverkoop-punt. Sommige cafs dienen
als opslag- en verzamellokatie van gestolen goederen. In andere
gevallen vormt het caf een belangrijke schakel in het proces van
diefstal, bewerking en uitzetting van goederen, en houdt men er
zich bij voorbeeld actief bezig met het vervalsen van gestolen
cheques. Homburg cum suis (1990) komen tot een ruwe schatting; in
de Amsterdamse horeca ging in 1987 circa 2,5 miljoen gulden om aan
heling; een kwart van de totale helingsomzet in de hoofdstad (in
het jaar 1988). Volgens een horeca-exploitant wordt praktisch
iedere ondernemer uit de branche regelmatig benaderd door helers om
illegale sigaretten, koffie en drank te kopen, tegen zeer
aantrekkelijke prijzen. Horeca-ondernemers kunnen hiermee hun
winstmarge flink vergroten: de produkten zijn niet alleen goedkoper
in aanschaf, maar blijven ook buiten de belasting. Ook Homburg cum
suis (1990) maken melding van deze vorm van heling. De inkoop van
zwarte produkten door de caf-eigenaar gebeurt echter meestal op
bestelling en vindt daardoor niet per definitie in de
horecagelegenheid plaats.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 4.6. Afzet van
harddrugsJanuary 1, 1999
4.6. Afzet van harddrugs
Volgens een schatting van het NIAD, Nederlands Instituut voor
Alcohol en Drugs, werden er in veertig procent van de
soft-drugscoffeeshops ook hard-drugs verkocht (Kuipers, 1991). Het
Amsterdams Horeca Interventie Team kon in de hoofdstad echter geen
verband ontdekken, zodat we met deze bewering voorzichtig moeten
zijn. Juist dit deel van het Nederlandse drugsbeleid – de scheiding
tussen de markten van soft en harddrugs – lijkt immers redelijk
gelukt. Volgens een genterviewde van Horeca Nederland worden in
Overijssel, Gelderland en Drente horeca-zaken opgekocht – vooral
discotheken – om een afzetmarkt voor (hard)drugs te creren.
Portiersorganisaties zouden vervolgens zorgen dat de dealers binnen
komen. Ook het recherchebureau Hoffman maakt melding van deze
werkwijze. Uit het rapport blijkt dat er grote bedragen zijn
betaald voor een geopende discotheek: tot 20.000 gulden.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 4.5. Horeca als
ontmoetingsplaatsJanuary 1, 1999
4.5. Horeca als ontmoetingsplaats
Caf’s en andere uitgaansgelegenheden kunnen dienen als
ontmoetingsplaats voor illegale zaken; hier kunnen deals worden
gesloten, gestolen goederen en illegale produkten worden
verhandeld. Volgens een genterviewde uit de Rotterdamse
horecabranche is de horeca de natuurlijke omgeving voor een
groot aantal bekenden van de politie; de lokatie waar ze zich
dag en nacht ophouden. Het caf kan worden gebruikt als de
winkel van dieven en drugshandelaren; de klanten en
tussenhandelaren weten waar ze moeten zijn. De horeca-onderneming
dient dan slechts als decor voor het werkelijke bedrijf.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.1.
InleidingJanuary 1, 1999
2. OMGEVINGSKENMERKEN VAN DE BRANCHE HORECA
2.1. Inleiding
Welke redenen zijn er om te veronderstellen dat de branche
horeca interessant is voor de georganiseerde criminaliteit? De
horecasector heeft te maken met bepaalde omgevingskenmerken die van
invloed zijn op de criminaliteit waarmee de branche wordt
geconfronteerd. Zo is het geweldsgebruik onder jongeren toegenomen;
de horeca wordt steeds vaker slachtoffer van overvallen en andere
vormen van beroving en geweldspleging. Omdat het wapenbezit
eveneens toeneemt, wordt het geweldsgebruik ernstiger. Verder
bestaat er onder de klanten van de horeca vraag naar drugs, gokken
en goedkope – gestolen goederen. Bij de horeca zelf bestaat een
grote vraag naar kapitaal; om een bedrijf te starten of uit te
breiden. In dit hoofdstuk schetsen we deze externe invloeden.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>