• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.3. Drugs en alcohol

    2.3. Drugs en alcohol

    Het gebruik van drugs en alcohol neemt onder bepaalde groepen in
    de samenleving toe. Exacte cijfers over het Nederlands drugsgebruik
    bestaan niet; alle genoemde percentages zijn dan ook
    schattingen.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – LITERATUUR

    LITERATUUR

    A. Appel en J. Rijnaarts, Omgaan met alcohol, drugs- en
    gokverslaving,
    SVH Uitgeverij, Zoetermeer, 1993 Bedrijfschap
    Horeca, Horeca Barometer vierde kwartaal 1994, Bedrijfschap
    Horeca, Zoetermeer, 1995 Bedrijfschap Horeca, Horeca in
    cijfers
    , Bedrijfschap Horeca, Zoetermeer, 1994 Bedrijfschap
    Horeca, Criminaliteitspreventie in de horeca; Maatregelen in de
    praktijk
    Bedrijfschap Horeca, Zoetermeer, 1994

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 8. CONCLUSIE

    8. CONCLUSIE

    In deze branche-beschrijving hebben we de nadruk gelegd op het
    voorkomen van criminaliteit en de connecties met de georganiseerde
    misdaad omdat deze vraag hier aan de orde is. De lezer zou uit
    de
    opsomming van problemen gemakkelijk kunnen begrijpen dat de
    sectoren van de horeca en de gokautomaten geheel door de misdaad
    worden beheerst. Dat is niet zo. De overgrote meerderheid van
    ondernemers in beide branches hebben met georganiseerde misdaad
    hoegenaamd niets van doen en dat geldt zeker voor bepaalde
    deelsectoren zoals de hotels, restauranten en sociteiten. Maar
    tegelijkertijd is er wel een serieus probleem ontstaan en dat is,
    naar onze indruk, van betrekkelijk recente datum. De meeste
    gesignaleerde problemen van georganiseerde criminaliteit zijn vijf
    of hoogstens tien jaar oud. De branches als geheel lopen daardoor
    schade op en dan bedoelen we niet in de eerste plaats de materile
    schade van het slachtofferschap, maar veeleer het bezoedelen van de
    goede naam van de branche. De gokkasten-exploitanten zien zich
    geplaatst voor het probleem om de bedorven identiteit die de
    branche aankleeft van zich af te schudden (morele bezwaren tegen
    gokken en problemen van gokverslaving). De aanwezigheid van
    misdaadondernemers in hun gelederen maakt dit extra moeilijk. De
    horeca ondervindt in het algemeen ook hinder van de georganiseerde
    misdaad, doordat deze oneerlijke concurrentie met zich
    meebrengt.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.5. Witwassen en zwart maken

    7.5. Witwassen en zwart maken

    De Amsterdamse politie meent dat er een groot aantal
    schijn-horecagelegenheden bestaat, die louter en alleen dienen om
    geld uit het criminele circuit wit te wassen. Het gaat dan meestal
    om coffeeshops en andere vormen van droge horeca; het starten van
    een dergelijke onderneming is immers eenvoudig. De werkelijke omzet
    van deze zaken is gering: volgens het HIT-team van de Amsterdamse
    politie gaat er soms maar 1000 gulden per jaar in deze cafeetjes
    om. Maar aan de belastingdienst worden forse omzetbedragen gemeld.
    De uitbaters (vaak pachters) van dergelijke gelegenheden ontvangen
    maandelijks een bedrag van de automatenexploitant (soms ook de
    verpachter) om de zaak draaiende te houden, concludeerde het
    HIT-team. De speelautomaten zouden hier de was doen; de opbrengst
    uit de kasten is op papier op te voeren en de controle hierop is
    niet sluitend. Het HIT-team maakt melding van een automaat die een
    omzet van 180.000 per jaar zou maken. Volgens een woordvoerder van
    Economische Zaken gaat er bij dergelijke hoge bedragen wel een
    belletje rinkelen bij de belastingdienst. Echter, slechts door
    middel van observatie ter plekke kan worden aangetoond dat de
    bewuste automaat die omzet niet draait.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.4. Clustering en concentratie-vorming

    7.4. Clustering en concentratie-vorming

    Er zijn redenen om aan te nemen dat automatenhandelaren
    bepaalden districten bezetten; in bepaalde uitgaansgebieden staan
    veel automaten van eenzelfde bedrijf opgesteld; een soort van
    clustering. Uit het al eerder genoemde onderzoek van het HIT-team
    bleek dat 70 % van alle gokkasten in de Amsterdamse binnenstad in
    handen is van vijf bedrijven. Over de hele stad gemeten, beheerde
    deze handvol ondernemingen vijftig procent van alle opgesteld
    speelautomaten. In totaal zijn er bijna 150 automatenhandelaren in
    deze regio actief. Ook het recherchebureau Hoffman maakt melding
    van concentratievorming door automatenhandelaren.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.3. Verpachting en leningverstrekking die verworden tot wurgconstructies

    7.3. Verpachting en leningverstrekking die verworden tot
    wurgconstructies

    Automatenhandelaren begeven zich in toenemende mate op de markt
    van leningen voor startende horeca-ondernemers. Zij lijken hierin
    de rol van brouwerijen en banken steeds meer te hebben overgenomen.
    Doordat de lening altijd wordt gekoppeld aan de automatenplaatsing
    is het risico voor de leningverstrekker relatief klein. Een normale
    lening ligt, volgens genterviewden van de VAN, tussen de tien- en
    twintigduizend gulden en staat netjes op papier.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.2. Illegale plaatsing en illegale gokkasten

    7.2. Illegale plaatsing en illegale gokkasten

    Speelautomatenexploitatie is nog steeds lukratief. Er is geld
    mee te verdienen, en met de hoeveelheid lijkt gemakkelijk te kunnen
    worden geschoven, omdat er nog steeds geen geijkte teller is. Dit
    kan de speelautomaat maken tot een gewild instrument voor zowel de
    witte als de zwarte was. Sinds de steeds verdergaande
    plaatsingsbeperking van de kansspelautomaten, duiken de illegale
    gokhuizen weer op, zo verklaren gesprekspartners van de
    branchevereniging. In Den Bosch draaien volgens een genterviewde
    ten minste twee illegale gokhuizen vol kansspelautomaten. Ook in
    Roosendaal is een illegale gokhal. De VNG (1993) telde in 1993
    zeven illegale casino’s. Vooral sinds het verbod op de populaire
    piekautomaten bestaat het sterke vermoeden dat deze kasten in
    illegale gokhallen en – op kleinere schaal – in de bezemkasten van
    snackbars en cafs staan opgesteld. Volgens een ondernemer uit de
    speelautomatenbranche deelt de georganiseerde misdaad de wijken van
    Amsterdam nu al in: hij verwacht dat de gokindustrie in de toekomst
    voor een groot deel opnieuw ondergronds zal duiken.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.1. Inleiding

    7. CRIMINALITEIT IN DE SPEELAUTOMATEN-BRANCHE

    7.1. Inleiding

    De automatenbranche heeft het imago van een besmette sector. De
    gokwereld wordt van oudsher geassocieerd met de handel in drugs en
    andere criminele activiteiten. Veel harde feiten om de slechte
    reputatie van het gokwezen te bewijzen, zijn er niet, hoewel enkele
    gerichte onderzoeken plaatselijke gegevens opleveren die er niet om
    liegen. Het Bedrijfschap Horeca trok in 1993 aan de bel; een
    vertrouwelijk onderzoek van het recherchebureau Hoffman wees op een
    vergaande vervlechting van georganiseerde misdaad met de legale
    horeca-branche, die liep via de handel en exploitatie van
    gokautomaten. De Rotterdamse hoofdcommissaris Ottevanger beweerde
    in 1992 dat twintig procent van de speelautomatenhandelaren in de
    stad gelieerd is aan organisaties die zich bezighouden met de
    handel in verdovende middelen en andere vormen van zware
    criminaliteit. Horeca Nederland kwam met een schatting in dezelfde
    orde van grootte (Fijnaut e.a. 1993). Ook Boerman noemt in zijn
    onderzoek in Rotterdam (1994) de betrokkenheid van leidende figuren
    uit het criminele circuit in de speelautomatenhandel. Het al eerder
    genoemde politieonderzoek van het Amsterdamse HIT-team toonde aan
    dat een vijftal criminele organisaties een groot deel (70 %) van de
    speelautomaten in handen heeft, en de betrokkenen zich bezig
    hielden met de handel in drugs, wapens en prostitutie (Brief van
    Van
    Riessen aan de burgemeester van Amsterdam, 1993).
    Fijnaut cum suis (1993) stellen dat we te maken hebben met forse
    problemen van georganiseerde misdaad. Zij wijzen daarbij vooral op
    de parallel tussen de directe en indirecte gokspelen; vooral
    daar waar automaten in het geding zijn; investeringen in het
    benodigde onroerende goed, het opdringen van zakenrelaties, het
    genadeloos exploiteren van andermans inspanningen, de dreiging met
    geweld en de toepassing daarvan en meer.
    Overigens wijzen
    Fijnaut en de zijnen eveneens op de dubieuze rol die de
    gemeentelijke overheid in de bestudeerde Rotterdams zaak heeft
    gespeeld: willens en wetens werden zakelijke overeenkomsten
    gesloten met een vooraanstaand lid van de onderwereld die de
    financile middelen grotendeels verkreeg uit illegale activiteiten.
    Tegen deze persoon liep tijdens de onderhandelingen zelfs een
    grootscheeps justitieel onderzoek. Ook in de pers verschijnen
    regelmatig publikaties waarin gesproken wordt over calamiteiten die
    wijzen op inmenging van de georganiseerde criminaliteit in de
    exploitatie van speelautomaten. Zo staat in een artikel van Missets
    Horeca (1993) te lezen dat er bonussen van 10.000 tot 15.000 gulden
    worden betaald aan horeca-ondernemers voor de plaatsing van
    gokkasten. Ook het aanbieden van leningen teneinde startende
    ondernemers te binden, waarna de terugbetaling geschiedt door
    middel van automaten-exploitatie om niet. Over de aard en omvang
    van alle genoemde feiten blijft het tasten in het duister, maar dat
    er iets aan de hand is, lijkt duidelijk.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.6. De VAN

    6.6. De VAN

    De VAN – de Vereniging Automatenhandel Nederland – bestaat sinds
    1971 en verenigt iets meer dan de helft van alle
    speelautomatenhandelaren (400 van de 850). Samen exploiteren de
    VAN-leden tachtig procent van
    alle speelautomaten in Nederland, wat er op wijst dat de meeste
    grotere bedrijven bij de VAN zijn aangesloten. De organisatie
    streeft vooral naar eenduidigheid in het beleid; de huidige grote
    gemeentelijke beslissingsbevoegdheid in de regels rond het gokken
    leidt volgens de VAN tot willekeur en rechtsongelijkheid. Voorts
    wil de organisatie dat de speelautomatenwereld een politiek
    aanvaarde en maatschappelijk geaccepteerd en gerespecteerde branche
    wordt. De vereniging begon enkele jaren terug een sterke lobby om
    de negatieve beeldvorming die aan de sector kleeft te bestrijden.
    De branche moet en wil de verantwoordelijkheid nemen voor haar
    eigen vuil
    , zo schrijft de organisatie in haar beleidsplan
    (VAN, 1989: 13). De VAN-leden verplichten zich tot het handhaven
    van strengere voorwaarden rond de exploitatie van speelautomaten
    dan door de overheid wordt geist; zelfregulering. Zo geldt er bij
    de amusementshallen van VAN-leden een minimumleeftijd van 18 jaar,
    in plaats van 16 jaar elders. Ook is de VAN organisator van de
    cursus vroegsignalering van problematisch gokken aan de
    Jellinek-kliniek. Daarnaast probeert de VAN gemeentelijke
    convenanten af te sluiten omtrent het gokbeleid.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.2. Misdaad, wapenbezit en geweld

    2.2. Misdaad, wapenbezit en geweld

    Het ministerie van Justitie becijferde dat het bedrijfsleven in
    1992 bijna vier miljard schade opliep door veel voorkomende
    criminaliteit; eenderde deel van alle bedrijven wordt jaarlijks
    door n of meer vormen van criminaliteit getroffen. Gemiddeld wordt
    een Nederlands bedrijf acht keer per jaar het slachtoffer van
    criminaliteit. Het gaat dan om alle vormen van lichte
    criminaliteit, zoals diefstal, inbraak, vernieling en bedreiging.
    De detailhandel en de horeca zijn de twee branches met het hoogste
    riscio: van alle ondernemingen in deze bedrijfstakken wordt
    jaarlijks respectievelijk zestig en vijftig procent slachtoffer van
    een misdrijf.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.5. Het imago van de branche

    6.5. Het imago van de branche

    De gokautomatenbranche is een duidelijk voorbeeld van een sector
    met een besmette identiteit. Het produkt dat de
    gokautomatenproducenten, handelaren en exploitanten aanbieden is
    maatschappelijk maar ten dele geaccepteerd; men onderkent de
    bestaande menselijke behoefte aan de spanning en ontspanning van
    het gokspel, maar deze staat toch in laag aanzien. De organisatie
    voor speelautomatenfabrikanten spreekt over de Calvinistische
    moraal die het gokken afkeurt; het spelen op automaten wordt door
    velen gezien als een tijd- en geldverspillende bezigheid. Vooral
    het steeds groter wordende probleem van de gokverslaving is zeer
    schadelijk voor het imago en aanzien van de branche. De
    verslavingsproblematiek kan niet los worden gezien van
    maatschappelijke gevolgen als verwervingscriminaliteit en problemen
    van openbare orde en deze leveren een aanzienlijke kostenpost op
    voor de maatschappij en de overheid.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.4. Voorwaarden en vergunningen

    6.4. Voorwaarden en vergunningen

    Gokkasten moeten aan een aantal voorwaarden voldoen volgens het
    Speelautomatenbesluit dat voornamelijk ter bescherming van de klant
    is opgesteld. Zo moet het uitkeringspercentage gemiddeld minimaal
    60 procent bedragen en mag het gemiddelde uurverlies niet hoger dan
    vijftig gulden zijn. Ook zijn de automaten zo afgesteld dat er een
    beperkte tijd onafgeboken op gespeeld kan worden. Het Nederlands
    MeetInstituut (NMI) keurt alle modellen speelautomaten en voorziet
    ze van een merkteken. Wanneer een bepaald (buitenlands) model door
    het NMI is goedgekeurd, mag het in produktie worden genomen. De
    kasten die daaruit voortkomen, worden niet meer systematisch
    gekeurd, maar krijgen ongezien het verplichte merkteken. Het is
    alom bekend dat dit teken gemakkelijk te vervalsen is. Sinds 1993
    wordt op alle nieuwe automaten een nieuw merkteken aangebracht dat
    fraudebestendiger moet zijn.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.3. De speelautomatenmarkt algemeen

    6.3. De speelautomatenmarkt algemeen

    Onder het begrip speelautomaten vallen enerzijds
    behendigheidsautomaten en anderzijds
    kansspelautomaten: de zogenaamde fruitautomaten. Tot de
    behendigheidsautomaten rekent men alle automaten waarbij de speler
    de uitslag zelf benvloedt. Het gaat hierbij om flipperkasten en
    videospellen; ze keren geen geld uit. De kansspelautomaten doen dat
    wel. De uitslag van het spel kan door de klant niet worden
    benvloed; daarom spreken we van gokkasten. De kansspelautomaten die
    in de Holland Casino’s staan opgesteld worden in dit stuk niet
    besproken, omdat zij onder een andere wetgeving vallen. Naast de
    behendigheids- en kansspelautomaten biedt de speelautomatenbranche
    nog andere amusementsapparatuur, zoals jukeboxen en
    hobbelbeesten.
    In 86 procent van alle cafs staan n of meer gokkasten opgesteld
    (Lenting, 1990). Hier stonden in 1991 23.000 gokkasten; bijna
    eenderde van het totale aantal 73.000 automaten – dat er toen in
    heel Nederland stond (Horeca Nederland, 1992). Dit aantal bestond
    toen uit 20.300 behendigheidsautomaten en 52.700 kansspelkasten. In
    maar liefst 97 % van alle snackbars staan gokkasten (Lenting,
    1991). Het totale aantal kansspelautomaten neemt de laatste jaren
    af: in 1993 waren er 48.700; 4.000 minder dan in 1991 (Mutsaers en
    Van Loef, 1993). Deze afname komt voor rekening van de losse
    lokaties: de cafs en de snackbars. Twintig procent van alle
    fruitautomaten staat in de laagdrempelige horeca en 55 procent
    staat in cafs en restaurants (hoogdrempelige horeca). Het aantal
    gokkasten dat in speelhallen staat, neemt juist toe.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.2. Het beleid

    6.2. Het beleid

    In de jaren dertig kwamen in Nederland de eerste speelautomaten
    op de markt en omstreeks 1950 stonden ze door het hele land
    verspreid. Het spelen op de automaten was illegaal, maar werd op
    grote schaal gedoogd. In 1964 trad de Wet op de Kansspelen in
    werking die alle speelautomaten in principe verbood, op enkele
    behendigheidsautomaten na. Uitkering van prijzen of premies was
    niet toegestaan. Het was echter alom bekend dat de spelers onder de
    tapkast geld kregen uitgekeerd. In de jaren zeventig kwamen er
    steeds meer kansspelautomaten op de markt en opende bovendien een
    groot aantal speelhallen hun deuren, waar vooral fruitautomaten
    werden gexploiteerd.

    lees meer

    IX – De branches horeca en gokautomaten – 6.1. Inleiding

    6. DE GOKAUTOMATEN-BRANCHE

    6.1. Inleiding

    Wie kent hem niet:
    de fleurige, opvallende en graag geziene stamgast in bijna
    elk caf in Nederland: de fruitautomaat, voor een paar kwartjes even
    plezier beleven en een gokje wagen. Maar wie verder kijkt ziet
    meer.
    Dit is de begintekst van de frisse folder van de
    branche-organisatie van de speelautomatenhandelaren,

    de VAN. Met meer bedoelt de organisatie de sprekende aap, de
    jukebox, de flipperkast en het videospel. Maar wie echt verder
    kijkt, ziet inderdaad meer in de speelautomaat; een
    uitstekende manier om zwart geld wit te wassen, bijvoorbeeld, of
    juist om zwart geld te creeren. De branche is actief, veelzijdig en
    verantwoordelijk meent de branchevereniging. De eerste twee
    aspecten lijden geen twijfel, maar over het derde punt bestaan bij
    politie en justitie wellicht twijfels. In allerlei berichten uit de
    media wordt de speelautomatenbranche in verband gebracht met zware,
    georganiseerde criminaliteit: misdaadondernemers zouden op grote
    schaal bezig zijn met het verwerven van belangen in
    horecagelegenheden om zodoende automaten te kunnen plaatsen voor
    het witwassen van criminele gelden. De publieke opinie over gokken
    is altijd negatief geweest: er bestaat een sterke morele afkeuring
    voor deze schijnbaar zinloze en verspillende tijdsbesteding.
    Bovendien verbindt het publiek gokken en criminaliteit aan elkaar,
    zo blijkt uit onderzoek (VAN, 1992). Dit kan iets te maken hebben
    met de geschiedenis van het gokwezen in de VS: de
    strafbaarheidsstelling van het gokken speelde een grote rol in de
    opkomst van de Amerikaanse mafia. Het beeld dat in Nederland
    bestaat van de georganiseerde misdaad is sterk gebaseerd op
    mafia-literatuur uit de VS. Is dit beeld waarheid of slechts
    fictie? De branche-organisatie doet er alles aan om het imago te
    verbeteren.

    In dit gedeelte schetsen we de markt van de
    automatenexploitanten. We bekijken hier dus – tot onze spijt – niet
    het gehele spectrum van het gokwezen, maar beperken ons tot de
    bedrijfstak van de speelautomaten. We beginnen met een kort
    overzicht van het Nederlandse beleid ten aanzien van speelautomaten
    en vervolgen met een economisch overzicht van de branche. Ook
    kijken we naar de voorwaarden die verbonden zijn aan plaatsing en
    exploitatie van gokkasten. Vervolgens zetten we de potentile
    criminele ingangen in de speelautomatenwereld op een rijtje en
    bekijken wat er hierover in de literatuur bekend is. Voor dit
    onderzoek hebben we een aantal gesprekken gevoerd met betrokkenen
    uit de branche, zoals een speelautomatenexploitant,
    vertegenwoordigers van de branche-organisatie de VAN (Vereninging
    Automatenhandel Nederland) en enkele horecakenners. Verder zijn
    weer politiebronnen geraadpleegd, zoals van het Amsterdamse Horeca
    Interventie Team.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>