IX – De bouwnijverheid – 4. DE BOUWNIJVERHEID ALS
SLACHTOFFER VAN CRIMINALITEITJanuary 1, 1999
4. DE BOUWNIJVERHEID ALS SLACHTOFFER VAN
CRIMINALITEIT
Burgers, bedrijven en instellingen lopen altijd het risico
slachtoffer te worden van een of andere vorm van criminaliteit. In
de bouwnijverheid is dat risico extra groot: er is veel en duur
materiaal aanwezig omdat ter plaatse moet worden gebouwd en de
beveiliging van die goederen ter plekke is vaak moeilijk te
realiseren. De variteit aan denkbare delicten in de bouwnijverheid
is groot. Zoals aangegeven beperken wij ons tot de bespreking van
enkele eerder genoemde vormen van criminaliteit waarvan de
bouwnijverheid slachtoffer kan worden. De meeste kunnen
betrekking hebben op racketeeringactiviteiten.
lees meer
IX – De bouwnijverheid – 3.3. De vakbondenJanuary 1, 1999
3.3. De vakbonden
Juist in zo’n arbeidsintensieve bedrijfstak als de
bouwnijverheid is het niet verwonderlijk dat vakbonden van
werknemers een prominente plaats innemen. In Nederland heeft de
vakbond een lange historie achter zich. Zij heeft zich een
legitieme en invloedrijke positie verworven die voor een belangrijk
deel binnen een verzuilde samenleving gestalte heeft gekregen. In
1872 werd de eerste vakcentrale opgericht: het Algemeen Nederlands
Werkliedenverbond (ANWV). Deze organisatie heeft de kiem gelegd
voor drie belangrijke stromingen in de vakbeweging: de
socialistische, de katholieke en de protestantse. De eerste
afsplitsing van de ANWV kwam in 1881 bij de oprichting van de SDB
van Domela Nieuwenhuis en resulteerde in 1906 in het NVV. De eerste
protestants-christelijke vakbond was het Patrimonium van Klaas
Kater, waarna na drie jaar het CNV werd opgericht dat een meer
interconfessioneel karakter had. De katholieke evenknie werd vlak
voor de pauselijke Encycliek Rerum Novarum in 1888
opgericht. In 1925 werden verschillende katholieke vakbonden
samengevoegd tot het Rooms Katholiek Werkliedenverbond (het latere
NKV). Tijdens de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog legden de
werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties, ieder vanuit hun
eigen verantwoordelijkheid, zich toe op samenwerking. Die
samenwerking resulteerde onder andere in de oprichting van de SER
en van de invoering van een geleide loonpolitiek. In tegenstelling
tot de VS is van een harde, laat staan gewelddadige strijd in
Nederland nooit sprake geweest. Vakbonden zijn er in Nederland
altijd op uit geweest via onderhandelingen met werkgevers hun
doelen te bereiken. Stakingen, werkonderbrekingen, enzovoort werden
zo lang mogelijk uitgesteld en als uiterste pressiemiddel gezien en
ingezet. En was er sprake van een staking dan werd die altijd
gecordineerd door de vakbonden. Wilde stakingen wilden kaderleden
en bestuurders van vakbonden altijd zo veel voorkomen. In
tegenstelling tot de Verenigde Staten is van het toepassen van
geweld als strategie nimmer sprake geweest.
lees meer
IX – De bouwnijverheid – 3.2. Het bouwprocesJanuary 1, 1999
3.2. Het bouwproces
Bouwprodukten zijn elementaire produkten waaraan altijd behoefte
bestaat. Zij kennen een grote verscheidenheid zowel naar aard als
naar omvang. Het produktieproces is tot op vandaag de dag ondanks
alle technologische vernieuwingen nog steeds arbeidsintensief
(Jansen, 1995, p. 8). De start van een bouwproces ligt bij een
opdrachtgever. Deze opdrachtgever kan de daadwerkelijke gebruiker
zijn, een beheerder, zoals een woningbouwcorporatie, of een
projectontwikkelaar. De wensen en behoeften van de opdrachtgever
worden omgezet in een Programma van Eisen, dat gebruikerseisen,
functies, prestaties en voorwaarden bevat en aan de basis staat van
het ontwerp. Op basis van het ontwerp wordt het bestek gemaakt,
de beschrijving van een bouwkundig werk. In het bestek is opgenomen
welke bouwstoffen- en materialen moeten worden gebruikt en aan
welke kwaliteitseisen ze moeten voldoen. Als het bouwplan
besteksgereed is, worden bij diverse aannemers om prijsopgaven
gevraagd. De opdrachtgever laat dit doorgaans over aan een
architect. De opdrachtgever gunt het werk vervolgens in een
openbare aanbesteding aan de laagste aanbieder.
lees meer
IX – De bouwnijverheid – VOORWOORDJanuary 1, 1999
Gerben Bruinsma Universiteit Twente
VOORWOORD
De bouwnijverheid is een van de grootste bedrijfstakken waarin
ongeveer per jaar 60 miljard gulden omgaat. De aard van de
werkzaamheden maakt deze branche uiterst kwetsbaar voor infiltratie
door criminele groepen. In het buitenland zoals in Itali, Japan,
Colombia en de Verenigde Staten, heeft de georganiseerde misdaad
deze branche vrijwel volledig in handen. Aannemers worden gedwongen
protectiegelden te betalen, concurrerende legale bedrijven worden
met brandstichting en geweld uit de markt gewerkt en aanbestedingen
worden geregeld via corruptie bij publieke en private
opdrachtgevers.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 3.1.
InleidingJanuary 1, 1999
3. EXTERNE EN INTERNE KENMERKEN VAN DE BRANCHE
3.1. Inleiding
In dit hoofdstuk bekijken we de kenmerken van de branche horeca:
hoe is de economische positie en wat is er nodig om op de markt toe
te treden. Bepaalde interne kenmerken maken de bedrijfstak zwak en
bieden daardoor mogelijk ingangen voor criminaliteit. Ook bespreken
we in dit hoofdstuk branche-specifieke eigenschappen die de horeca
gevoelig maken voor criminaliteit, zoals de publieke
toegankelijkheid, de geringe organisatiegraad en de
modegevoeligheid. In dit hoofdstuk maken we onder andere gebruik
van gegevens uit twee onderzoeken die het commercile
horeca-adviesbureau Lenting en Partners in opdracht van uitgeverij
Missets Horeca heeft uitgevoerd; het gaat hier weliswaar niet om
wetenschappelijke publikaties, maar de cijfers en trends die
Lenting en Partners aangeven berusten op betrouwbare enqutes onder
horeca-ondernemers.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.5. De behoefte
aan kapitaalJanuary 1, 1999
2.5. De behoefte aan kapitaal
Zoals in iedere branche, is er in de horeca behoefte aan
kapitaal. De beginnende horeca-ondernemer heeft startkapitaal nodig
of zoekt een zaak in pacht. De banken zijn niet royaal met leningen
aan ondernemers uit de horeca, en daarom is er ruimte ontstaan voor
leningverstrekking door anderen dan banken. Van oudsher vervullen
brouwerijen de rol van kapitaalverstrekker. Volgens meer
genterviewden verschuift de leningverstrekking de laatste jaren
steeds meer van brouwerijen naar speelautomatenbedrijven die voor
hun broodwinning bijna volledig van de horeca afhankelijk zijn.
Cijfers om deze veronderstelling te staven, zijn er niet.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.4. Gestolen
goederen en helingJanuary 1, 1999
2.4. Gestolen goederen en heling
Er bestaat in Nederland een grote vraag naar en dus een
levendige handel in gestolen en zwarte goederen. Gruter (1989) zegt
dat de moraal van de stedelingen zo is veranderd dat een toenemend
aantal consumenten geen bezwaar heeft tegen het kopen van goederen
die duidelijk afkomstig zijn van diefstal. Ook de smokkel van
ongemerkte sigaretten (waarover geen BTW is betaald) leidt tot een
groot grijs goederenaanbod. De horeca vormt een dankbare
afzetmarkt: in bepaalde horecakringen is het een publiek geheim dat
er goedkope tabak te krijgen is. Uit een Amerikaans onderzoek bleek
dat n op de drie hot-spots van heling horecagelegenheden
zijn (Sherman e.a 1989 in Homburg e.a. 1990). Zowel bij politie,
justitie als het publiek staat de horeca bekend als een van de
prominente plaatsen waar heling plaatsvindt. Homburg c.s. (1990)
schatten dat in 1987 een kwart van de handel in gestolen waren
plaatsvindt in de horeca.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 2.3. Drugs en
alcoholJanuary 1, 1999
2.3. Drugs en alcohol
Het gebruik van drugs en alcohol neemt onder bepaalde groepen in
de samenleving toe. Exacte cijfers over het Nederlands drugsgebruik
bestaan niet; alle genoemde percentages zijn dan ook
schattingen.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – LITERATUURJanuary 1, 1999
LITERATUUR
A. Appel en J. Rijnaarts, Omgaan met alcohol, drugs- en
gokverslaving, SVH Uitgeverij, Zoetermeer, 1993 Bedrijfschap
Horeca, Horeca Barometer vierde kwartaal 1994, Bedrijfschap
Horeca, Zoetermeer, 1995 Bedrijfschap Horeca, Horeca in
cijfers, Bedrijfschap Horeca, Zoetermeer, 1994 Bedrijfschap
Horeca, Criminaliteitspreventie in de horeca; Maatregelen in de
praktijk Bedrijfschap Horeca, Zoetermeer, 1994
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 8.
CONCLUSIEJanuary 1, 1999
8. CONCLUSIE
In deze branche-beschrijving hebben we de nadruk gelegd op het
voorkomen van criminaliteit en de connecties met de georganiseerde
misdaad omdat deze vraag hier aan de orde is. De lezer zou uit
de
opsomming van problemen gemakkelijk kunnen begrijpen dat de
sectoren van de horeca en de gokautomaten geheel door de misdaad
worden beheerst. Dat is niet zo. De overgrote meerderheid van
ondernemers in beide branches hebben met georganiseerde misdaad
hoegenaamd niets van doen en dat geldt zeker voor bepaalde
deelsectoren zoals de hotels, restauranten en sociteiten. Maar
tegelijkertijd is er wel een serieus probleem ontstaan en dat is,
naar onze indruk, van betrekkelijk recente datum. De meeste
gesignaleerde problemen van georganiseerde criminaliteit zijn vijf
of hoogstens tien jaar oud. De branches als geheel lopen daardoor
schade op en dan bedoelen we niet in de eerste plaats de materile
schade van het slachtofferschap, maar veeleer het bezoedelen van de
goede naam van de branche. De gokkasten-exploitanten zien zich
geplaatst voor het probleem om de bedorven identiteit die de
branche aankleeft van zich af te schudden (morele bezwaren tegen
gokken en problemen van gokverslaving). De aanwezigheid van
misdaadondernemers in hun gelederen maakt dit extra moeilijk. De
horeca ondervindt in het algemeen ook hinder van de georganiseerde
misdaad, doordat deze oneerlijke concurrentie met zich
meebrengt.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.5. Witwassen en
zwart makenJanuary 1, 1999
7.5. Witwassen en zwart maken
De Amsterdamse politie meent dat er een groot aantal
schijn-horecagelegenheden bestaat, die louter en alleen dienen om
geld uit het criminele circuit wit te wassen. Het gaat dan meestal
om coffeeshops en andere vormen van droge horeca; het starten van
een dergelijke onderneming is immers eenvoudig. De werkelijke omzet
van deze zaken is gering: volgens het HIT-team van de Amsterdamse
politie gaat er soms maar 1000 gulden per jaar in deze cafeetjes
om. Maar aan de belastingdienst worden forse omzetbedragen gemeld.
De uitbaters (vaak pachters) van dergelijke gelegenheden ontvangen
maandelijks een bedrag van de automatenexploitant (soms ook de
verpachter) om de zaak draaiende te houden, concludeerde het
HIT-team. De speelautomaten zouden hier de was doen; de opbrengst
uit de kasten is op papier op te voeren en de controle hierop is
niet sluitend. Het HIT-team maakt melding van een automaat die een
omzet van 180.000 per jaar zou maken. Volgens een woordvoerder van
Economische Zaken gaat er bij dergelijke hoge bedragen wel een
belletje rinkelen bij de belastingdienst. Echter, slechts door
middel van observatie ter plekke kan worden aangetoond dat de
bewuste automaat die omzet niet draait.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.4. Clustering en
concentratie-vormingJanuary 1, 1999
7.4. Clustering en concentratie-vorming
Er zijn redenen om aan te nemen dat automatenhandelaren
bepaalden districten bezetten; in bepaalde uitgaansgebieden staan
veel automaten van eenzelfde bedrijf opgesteld; een soort van
clustering. Uit het al eerder genoemde onderzoek van het HIT-team
bleek dat 70 % van alle gokkasten in de Amsterdamse binnenstad in
handen is van vijf bedrijven. Over de hele stad gemeten, beheerde
deze handvol ondernemingen vijftig procent van alle opgesteld
speelautomaten. In totaal zijn er bijna 150 automatenhandelaren in
deze regio actief. Ook het recherchebureau Hoffman maakt melding
van concentratievorming door automatenhandelaren.
lees meer
IX – De branches horeca en gokautomaten – 7.3. Verpachting
en leningverstrekking die verworden tot wurgconstructiesJanuary 1, 1999
7.3. Verpachting en leningverstrekking die verworden tot
wurgconstructies
Automatenhandelaren begeven zich in toenemende mate op de markt
van leningen voor startende horeca-ondernemers. Zij lijken hierin
de rol van brouwerijen en banken steeds meer te hebben overgenomen.
Doordat de lening altijd wordt gekoppeld aan de automatenplaatsing
is het risico voor de leningverstrekker relatief klein. Een normale
lening ligt, volgens genterviewden van de VAN, tussen de tien- en
twintigduizend gulden en staat netjes op papier.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>