Bijlage VIII – X.1. JoegoslaviJanuary 1, 1999
X.1. Joegoslavi: permanent toneel van geweld
Joegoslavi staat niet bekend als een land dat van oudsher
bepaalde vormen van georganiseerde criminaliteit heeft gekend. En
ook in de criminologische literatuur zijn van een dergelijke
traditie geen sporen te ontdekken. Hierom zou men kunnen denken dat
er geen reden is om nog langer stil te staan bij het verleden van
het voormalige Joegoslavi. Maar dit is een misvatting. Zeker om de
ongehoorde gewelddadigheid van de Joegoslavische bendes te kunnen
begrijpen, is het van groot belang voortdurend te beseffen dat ook
het Joegoslavische deel van de Balkan al eeuwen geen vreedzaam
gebied is. Integendeel, het is een deel van Europa waar bijna
onophoudelijk oorlog is gevoerd, was het niet tussen de
opeenvolgende Europese grootmachten zelf, dan wel tussen de staten
en de volkeren die hier waren gevestigd of daar waren
neergestreken. Het valt buiten het bestek van dit rapport om de
geschiedenis van deze haast permanente strijd in herinnering te
roepen, maar – met het oog op een goed begrip van het optreden van
Joegoslavische bendes in Nederland – is het wel van belang een paar
punten aan te stippen (Detrez, 1993; Weithmann, 1993). Ten eerste
dat deze gewelddadige geschiedenis niet zonder gevolgen is gebleven
voor de cultuur in voormalig Joegoslavi. Recente studies geven
immers aan dat geweld, tomeloos geweld, ja, de keuze voor de
toepassing van zulk geweld, in brede lagen van de bevolking niet
zonder meer als een negatieve keuze, als iets verwerpelijks, wordt
beschouwd. Van de Port heeft in zijn onderzoek naar het gedrag van
Servirs in zigeunercafs in Klein-Joegoslavi, laten zien hoe het
beeld van de wilde zigeuner voor vele Serven een soort projectie is
van hun eigen, door de geschiedenis mee-gevormde driftleven,
waaraan in tijden van vrede slechts op bepaalde plaatsen, zoals de
zigeunercafs, mag worden toegegeven, maar dat in tijden van oorlog
volop mag worden botgevierd, ook voor het oog van de buitenwereld
(Van de Port, 1994). In de tweede plaats moet worden onderstreept
dat het gebruik van ongehoord geweld door velen in voormalig
Joegoslavi niet enkel legitiem wordt geacht in tijd van oorlog. In
zijn studie naar de geschiedenis van de machtsverhoudingen in een
dorp op het Bosnische platteland, Medjugorje, heeft Bax aangetoond
dat hier de oorlog bij wijze van spreken net zo normaal is als de
vrede elders in Europa. Concreet beschrijft hij dat in het genoemde
dorp, waar in 1981 een zogenaamde Maria-verschijning plaatsvond,
enkele clans verwikkeld geraakten in een strijd op leven en dood om
de inkomsten die op allerlei manieren konden worden gehaald uit de
bedevaarten van vrome pelgrims. In zo’n tien jaar tijd leverde deze
strijd 140 doden op, 60 vermisten en 600 vluchtelingen op, en dit
op een bevolking van ongeveer 3.000 mensen! (Bax, 1995). En passant
toonde Bax met dit voorbeeld eveneens aan dat ook onder Tito
openbare orde en rust in Joegoslavi een zeer relatief begrip was
(Bax, 1995).
lees meer
Bijlage VIII – X. NEDERLAND ALS OPERATIEGEBIED VAN
JOEGOSLAVISCHE BENDESJanuary 1, 1999
X. NEDERLAND ALS OPERATIEGEBIED VAN JOEGOSLAVISCHE
BENDES
De voorbije jaren zijn de beelden van de burgeroorlog in
voormalig Joegoslavi alsmaar scherper op ons netvlies gebrand.
Tezelfdertijd hebben de media veel berichten verspreid over het
optreden van Joegoslavische criminele bendes op Nederlands
grondgebied. En meer dan eens is gewezen op de samenhang, de
gelijkenis zelfs, tussen wat er ginds en wat er hier gebeurt.
Symbool voor deze verwevenheid staat de figuur van Arcan: in het
nabije verleden pleegde hij (ook) in Nederland een hele reeks van
ernstige delicten, ontsnapte uit de Bijlmer-bajes, in het heden is
hij aanvoerder van een van de meest beruchte Servische milities en
lid van het zelf geproclameerde Servische parlement in Bosni. Maar
de parallel gaat verder. Niet alleen zijn er berichten dat althans
een deel van de Joegoslavische bendes die Noord-West-Europa tot hun
operatiegebied hebben gemaakt, worden aangestuurd vanuit
Klein-Joegoslavi, of op z’n minst geregelde betrekkingen
onderhouden met een of meer machthebbers in dit land. Wat ook
opvalt, is dat de bendes die hier actief zijn, vaak ongemeen
gewelddadig en soms ook zr wreedaardig opereren, zowel binnen als
buiten hun eigen gelederen. En in dit opzicht ligt wat er in
Nederland en in de omringende landen gebeurt, tot op zekere hoogte
in het verlengde van wat ons dagelijks door de media wordt
voorgeschoteld over de burgeroorlog in voormalig Joegoslavi.
lees meer
Bijlage VIII – IX.5. ConclusieJanuary 1, 1999
IX.5. Conclusie
Volgens de gegevens die ons ter beschikking staan, is het zo dat
de Russische mafia op een enkel vlak – en vooral dat van afpersing
– zeker al wel tekenen van leven in Nederland heeft gegeven, maar
dat de omvang van haar activiteiten voorlopig niet moet worden
overdreven. Deze conclusie wordt niet alleen gedragen door de
feiten en berichten die wij zelf onder ogen hebben gehad. Zij
strookt ook volledig met de bevindingen waartoe belangrijke Duitse
en Amerikaanse politiediensten zijn gekomen aangaande de
verbreiding van de Russische mafia in West-Europa. Hun rapporten
laten immers ook zien dat deze mafia zich in allerhande Amerikaanse
en Westeuropese metropolen en grote steden heeft genesteld, behalve
in de Nederlandse. De Fastowski-zaak toont wellicht aan dat dit aan
het veranderen is, maar deze verandering heeft zich op dit moment
dan toch nog niet duidelijk doorgezet. In elk geval werd nergens
vastgesteld dat misdadigers of criminele groepen van Russische
origine zich hebben schuldig gemaakt aan pogingen tot corrumpering
van de Nederlandse overheid, laat staan aan de toepassing van
intimidatie of geweld in haar richting. Dat het vorenstaande geen
reden kan zijn om de komende tijd geen acht te slaan op de
Russische (georganiseerde) criminaliteit in ons land, moge voor
zichzelf spreken.
lees meer
Bijlage VIII – I.4. Het onderzoek zelfJanuary 1, 1999
I.4. Het onderzoek zelf
De keuze van groepen
lees meer
Bijlage VIII – IX.4. Enkele concrete voorbeelden van de
Nederlands-Russische criminele betrekkingenJanuary 1, 1999
IX.4. Enkele concrete voorbeelden van de Nederlands-Russische
criminele betrekkingen
Uit het vorenstaande moge duidelijk zijn geworden dat er nog
niet teveel gevallen zijn waarin onomstotelijk is vastgesteld dat
de Russische mafia op Nederlands grondgebied opereert. Die gevallen
zijn er wel. En we hebben ze hiervoor ook aangeduid. Maar zij zijn
tot nu toe meer de uitzondering dan de regel in de
Nederlands-Russische betrekkingen op crimineel gebied. De regel is
nog steeds dat Nederlandse misdaadondernemers meer of minder
georganiseerd illegale zaken doen met collega’s uit de voormalige
Sovjet-Unie.
lees meer
Bijlage VIII – IX.3. De activiteiten van Russische criminele
groepen in NederlandJanuary 1, 1999
IX.3. De activiteiten van Russische criminele groepen in
Nederland
Hoe oud de economische banden tussen Rusland en Nederland ook
mogen zijn, de Russische gemeenschap in Nederland is nooit erg
groot geweest. In de voorbije jaren is haar omvang procentueel wel
sterk toegenomen, maar in absolute aantallen stelt zij nog steeds
niet veel voor. Op 1 januari 1993 verbleven er in ons land
officieel zo’n 4.500 mensen uit het voormalige Sovjet-Unie (Muus,
1994). Dat de Russische georganiseerde criminaliteit in ons land
dan ook nooit een rol van betekenis heeft gespeeld, ligt voor de
hand. Natuurlijk spraken ook hier de berichten over het optreden
van Russische criminele groepen in het buitenland, vooral
Duitsland, al jaren tot de verbeelding. Maar het drong slechts in
het bewustzijn van velen door dat deze
groepen ook Nederland niet links lieten liggen, toen in de media de
aandacht werd gevestigd op de pogingen van Russische misdadigers om
een machtspositie op te bouwen in de prostitutiesector, zowel in
sommige grote steden als op het platteland. De ontvoering van Boris
Fastovski, op 11 januari 1995 in Amsterdam, en niet zozeer de
liquidatie van Marianashvili, is echter voor velen het signaal
geweest dat het nu echt menens begon te worden (Van Amerongen,
1995). Maar wat betekent dit laatste in realiteit? Uit een globaal
overzicht van de onderzoeken die in de jaren ’90-’94 werden
ingesteld naar vormen van georganiseerde criminaliteit waarin
Oost-Europa een belangrijke rol speelde, kan worden afgeleid dat er
in deze periode 12 van dergelijke onderzoeken werden verricht. In
deze onderzoeken ging het bovenal om (7) gevallen van EG-fraude, en
verder om (1) autodiefstal, (1) moord en (3) vrouwenhandel (deels
in n geval gecombineerd met moord). Verder laat de gepleegde
analyse zien dat het in elk geval bij de EG-fraudes niet ging om
Oosteuropese criminele groepen die hier op eigen houtje hun slag
probeerden te slaan. Integendeel! Keer op keer was het initiatief
juist uitgegaan van Nederlandse ondernemers die voor het welslagen
van hun frauduleus handelen Oosteuropese ondernemers inschakelden.
Of het in de andere 5 gevallen ook zo lag, of juist andersom, wordt
in het onderhavige rapport niet duidelijk gemaakt. Wel wordt de
suggestie gewekt dat in deze gevallen de situatie juist andersom
lag. Maar of dit ook werkelijk zo was? Hierna zal aan de hand van
enkele voorbeelden worden gedemonstreerd dat het ook in gevallen
van autodiefstal of vrouwenhandel gewoonlijk niet of-of is. Ook in
deze gevallen is in de regel juist van samenwerkingsverbanden
sprake. In het kader van deze studie is het voorts van belang erop
te wijzen dat het hiervoor gaat over Oosteuropese, en niet over
Russische, georganiseerde criminaliteit. Want wordt dit
onderscheid wel gemaakt, dan is het zo dat slechts in 2 (en
indirect 3) gevallen de betrokkenheid van Russische criminele
groepen werd aangetoond (1 geval van autodiefstal en 1 geval van
vrouwenhandel). In alle andere gevallen ging het om criminele
groepen uit Polen, Litouwen, Slowakije, Tsjechi, Oekrane en
Letland.
lees meer
Bijlage VIII – IX.2. De internationalisering van Russische
criminele groepenJanuary 1, 1999
IX.2. De internationalisering van Russische criminele
groepen
Gezien de evolutie van de Russische mafia in de voorbije
decennia ligt het voor de hand dat haar internationalisering niet
van vandaag of gisteren dateert. Hoe zou zij de vroegere zwarte
markten voor luxe-goederen hebben kunnen bevoorraden zonder
relaties met legale ondernemingen en criminele groepen? De ophef
die de laatste jaren over de komst van criminele bendes uit Rusland
wordt gemaakt, doet dan ook nogal onwezenlijk aan. Zij is in elk
geval veelzeggend voor het gebrekkige inzicht van de Westerse media
en politiediensten in de ontwikkeling van de (Russische)
georganiseerde criminaliteit in binnen- en buitenland. Dit neemt
niet weg dat de val van de Muur de internationalisering van de
organisatie en activiteiten van Russische criminele groepen zeker
heeft bevorderd, zoals zij ook in de hand heeft gewerkt dat
allerhande criminele groepen uit het Westen hun operatiegebied naar
het Oosten hebben verlegd, naar Midden- en Oost-Europa. En dan
dient te worden gedacht aan Italiaanse mafia-clans, maar ook aan
groepen uit Duitsland, Nederland, Belgi, Frankrijk en nog andere
landen. Ook deze zagen in het Oosten zowel mogelijkheden voor de
produktie van illegale goederen (synthetische drugs) als voor de
distributie van op zichzelf legale goederen (-gestolen- auto’s).
Van hun kant zagen Russische criminele groepen in het Westen grote
mogelijkheden voor de afzet van wapens en drugs (vooral herone),
kunstvoorwerpen, luxe-eetwaren als kaviaar en hout. De onderlinge
samenwerking tussen criminele groepen uit Oost en West is overigens
met name ook in de vrouwenhandel volop aan het licht gekomen.
lees meer
Bijlage VIII – IX.1. Opkomst, samenstelling en bedrijvigheid
van de Russische mafia in RuslandJanuary 1, 1999
IX.1. Opkomst, samenstelling en bedrijvigheid van de Russische
mafia in Rusland
Om te beginnen moet worden gesteld dat wetenschappelijke
literatuur over de opkomst, samenstelling en werkwijze van de rode
mafia zo goed als onbestaand is. De redenen hiervan zijn niet ver
te zoeken. Tot een paar jaar geleden bestond er in Rusland
officieel geen georganiseerde criminaliteit en sinds haar bestaan
wordt erkend zijn er nauwelijks onderzoekers die er in behoorlijke
omstandigheden zelfstandig onderzoek naar hebben kunnen doen. Ook
voor een relaas als dit moet noodgedwongen worden teruggevallen op
politieberichten en journalistieke impressies.
lees meer
Bijlage VIII – IX. DE UITLOPERS VAN DE RUSSISCHE MAFIA IN
NEDERLANDJanuary 1, 1999
IX. DE UITLOPERS VAN DE RUSSISCHE MAFIA IN
NEDERLAND
In zijn Jaarverslag 1994 besteedde de BVD slechts enkele
regels aan het optreden van criminele bendes uit het GOS, maar de
weerslag ervan op de berichtgeving over georganiseerde
criminaliteit in Nederland was enorm. Dit kwam zeker ook door de
manier waarop de BVD hun optreden omschreef: Gebleken is dat de
aanwezigheid van de Russische mafia in Nederland toeneemt en haar
organisatiegraad hoger wordt. De mafia recruteert haar leden
voornamelijk uit de stroom asielzoekers. Zij houdt zich onder
andere bezig met vrouwenhandel en prostitutie, grootscheepse
autodiefstal, afpersing, witwasactiviteiten en immigrantensmokkel.
Daarnaast worden mogelijkheden voor drugssmokkel en wapenhandel
onderzocht. Tot zover het BVD-verslag. Hierna wordt conform het
schema dat ook in de voorgaande hoofdstukken is gehanteerd, eerst
ingegaan op de opkomst en samenstelling van de zogenaamde rode
mafia in Rusland zelf. Vervolgens zal een en ander te berde worden
gebracht over de internationalisering van de organisaties die er
deel van uitmaken. En tenslotte zal aan de hand van een aantal
concrete zaken de huidige situatie in Nederland worden
uiteengezet.
lees meer
Bijlage VIII – VIII.3. ConclusieJanuary 1, 1999
VIII.3. Conclusie
Het vorenstaande zal duidelijk hebben gemaakt dat de Nigeriaanse
en Ghanese netwerken zeker ook in Nederland actief zijn. Maar
hierbij dient wel te worden bedacht dat het in ons land slechts
gaat om onderdelen, zoniet uiteinden, van deze netwerken. Want dit
verklaart wellicht waarom hier eigenlijk niets, of toch niet veel,
wordt teruggevonden van de grote hirarchische structuren waarvan in
Nigeria zelf sprake lijkt te zijn, volgens politiebronnen. Dit
maakt de Nederlandse vertakkingen overigens niet minder effectief:
hun geringe omvang en losse organisatie stelt ze in staat om zeer
flexibel te opereren in de internationale drugshandel. Dat deze
organisatie voor de leidende figuren ook de nodige zorgen met zich
meebrengt, staat vast; denk aan de controle op koeriers. Maar
nadelen als deze wegen waarschijnlijk niet op tegen de voordelen.
Alles wijst er verder op dat de Nigeriaanse en Ghanese
(georganiseerde) criminaliteit in ons land zich eenzijdig heeft
ontwikkeld. Bovenal speelt zij zich af in de drugshandel, en verder
nog steeds in de autohandel en, wellicht, de vrouwenhandel. Op
welke schaal deze illegale activiteiten tegenwoordig worden
bedreven, is echter goeddeels een raadsel. Gelet op de
onheilstijdingen die zo nu en dan over hun omvang de wereld in
worden gestuurd, zou het wel goed zijn wanneer er eens wat nader
onderzoek zou worden verricht, zowel om mythevorming te voorkomen
als om opsporing te bewerkstelligen waar zij geboden is. De
oplichterspraktijken die vanuit Nigeria worden bedreven, kunnen
overigens moeilijk worden gekenschetst als vormen van
(georganiseerde) criminaliteit die echt op Nederlandse bodem worden
bedreven. In dit verband vallen er in
Nederland alleen slachtoffers, niet zelden als gevolg van hun eigen
naviteit en/of hebzucht. Het feit dat de onderhavige netwerken zich
in Nederland alleen maar manifesteren in de gedaante van kleine
cliques smokkelaars, verklaart wellicht mede waarom er hier zo goed
als geen sprake is van geweldgebruik, en van corruptie slechts op
de meeste gerede plaatsen in de Nederlandse economie en de
Nederlandse ambtenarij. En niet uitgesloten moet worden geacht dat
juist ook dit een van de voornaamste redenen is waarom aan deze
(uitlopers van de ) Nigeriaanse en Ghanese georganiseerde
criminaliteit haast geen aandacht wordt geschonken.
lees meer
Bijlage VIII – VIII.2. De situatie in NederlandJanuary 1, 1999
VIII.2. De situatie in Nederland
Hoe de toestand in Nederland ligt, valt eigenlijk ook niet te
beoordelen, gewoon door het gebrek aan gericht onderzoek, zowel op
lokaal als op nationaal niveau. Niettemin is het voor alles van
belang om iets te zeggen over de grootte van de Nigeriaanse en
Ghanese gemeenschappen in Nederland. Met name ook omdat de
uitspraken van de Amsterdamse hoofdcommissaris hierover, alweer
enkele jaren geleden, voor veel commotie hebben gezorgd. Volgens de
officile cijfers liepen de aantallen Nigerianen en Ghanezen in ons
land op het einde van de jaren tachtig en in het begin van de jaren
negentig snel op. Het aantal Nigeriaanse asielzoekers bedroeg in
1987 nog slechts 167, in 1990 was het 901 en in 1991.740. Dat van
de Ghanese asielzoekers wisselde nog sterker: in 1987 was het
2.515, in 1990.715 en in 1991.465. In totaal in de periode
1987-1991 bedroeg het aantal Nigeriaanse en Ghanese asielzoekers
2.356 respectievelijk 5.427. Per 1 januari 1993
verbleven er 9.385 mensen van Ghanese herkomst in ons land, en
2.407 van Nigeriaanse herkomst. Waarbij natuurlijk direct moet
worden aangetekend dat hiermee nog niets is gezegd over het aantal
Nigerianen respectievelijk Ghanezen dat toen en nu illegaal in ons
land verbleef/verblijft. Maar enigermate betrouwbare landelijke
schattingen van hun aantal zijn niet voorhanden. Wij onthouden ons
dan ook van elke uitspraak op dit punt (Muus, 1994). De grootste
concentratie van Ghanezen en Nigerianen wordt, hoe dan ook,
aangetroffen in Amsterdam, in het bijzonder in Zuidoost
(Bijlmermeer). Hun maatschappelijke situatie ziet er in het
algemeen niet rooskleurig uit. Tezamen met het feit dat velen de
Nederlandse taal niet machtig zijn en (ook hierom) hun eigen
cultuur blijven koesteren, is hun integratie in de Nederlandse
samenleving bepaald niet vanzelfsprekend (Nimako, 1993). Ofschoon
deze groepen nog maar weinig aansluiting hebben gevonden bij
Nederlanders, bestaan er wel contacten met (creoolse)
Surinamers.
lees meer
Bijlage VIII – VIII.1. Enkele achtergrondgegevensJanuary 1, 1999
VIII. DE NIGERIAANSE EN GHANESE CRIMINELE NETWERKEN: HUN
VERTAKKINGEN IN NEDERLAND
VIII.1. Enkele achtergrondgegevens
In de voorbije jaren zijn vooral de Nigeriaanse criminele
netwerken bij herhaling in het nieuws geweest. Zowel naar
aanleiding van concrete voorvallen als in algemene reportages werd
keer op keer bericht over hun betrokkenheid bij de internationale
drugshandel, over hun vrij geraffineerde oplichtingspraktijken en
over hun rol in wereldwijde vrouwenhandel. En vooral in verband met
deze laatste activiteit werd hun naam nogal eens in n adem genoemd
met die van Ghanese criminele netwerken. In het bijzonder gedurende
het onderzoek
dat een onderzoekscommissie van de Belgische Kamer in de jaren
1992-1994 heeft ingesteld naar een structureel beleid met het oog
op de bestraffing en de uitvoering van de mensenhandel, is deze
connectie tussen de Nigeriaanse en Ghanese vrouwenhandel meer dan
eens aan het licht getreden (Belgische Kamer van
Volksvertegenwoordigers, 1994).
lees meer
Bijlage VIII – VII.7. ConclusieJanuary 1, 1999
VII.7. Conclusie
Uit dit relaas is duidelijk geworden dat de Colombiaanse
kartelorganisaties in Nederland zeer actief zijn. Het gaat hier om
organisaties die in zeer korte tijd een reusachtige economische en
politieke macht hebben opgebouwd en die in staat zijn niet enkel te
onderhandelen met hun eigen regering over de eventuele condities
waarop zij zich zouden willen overgeven, maar die met hun houding
ook de Amerikaanse regering bruskeren. Nederland is voor de kartels
van logistiek belang, omdat zij hun handelswaar in belangrijke mate
per zeevracht en in containers Europa binnenvaren via Nederlandse
havens. Het is opvallend te constateren dat zij daarbij eigenlijk
niet goed kans hebben gezien hetzelfde spel te spelen als in
Zuid-Amerika door de overheid of althans een aantal van haar
dienaren te corrumperen. Het niveau waarop vertegenwoordigers van
de Colombiaanse kartels contact hebben gemaakt met de Nederlandse
drugshandelaren is evenmin indrukwekkend. Het kan ermee te maken
hebben dat de handelaren in soft drugs, waar Nederlanders immers
het sterkst in zijn, de risicovolle cocane liever mijden. De
Colombiaanse leden van de kartels zijn hier wel verantwoordelijk
voor kwalitatief nieuwe acties op de weg naar de georganiseerde
misdaad door moorden te laten uitvoeren volgens de stijl van
sicario’s en door de eerste succesvolle gecombineerde
ontsnappingsactie met hulp van het bewakend personeel te
organiseren. Ofschoon we het betrekkelijke succes van de
Colombiaanse organisaties niet op het conto kunnen schrijven van de
Colombiaanse gemeenschap hier te lande, is het toch wel
waarschijnlijk dat een groot deel van de weinige Colombianen op
enigerlei wijze bij deze drugshandel is betrokken. Hun criminele
activiteiten gaan voor een groot deel over de hoofden van de
Nederlandse bevolking heen doordat de wereld van de cocanehandel
uitzonderlijk internationaal is samengesteld.
lees meer
Bijlage VIII – VII.6. De huidige situatieJanuary 1, 1999
VII.6. De huidige situatie
De Nederlandse politie heeft naar verhouding veel werk gemaakt
van de Colombiaanse drugssmokkel omdat hier zulke forse partijen
mee gemoeid zijn. Er is vrij veel bekend over de Colombiaanse
organisaties die op Nederlandse bodem actief zijn. Er zijn binnen
deze groepen ook al moorden gepleegd op de manier van sicario’s
(onder andere in Amsterdam, zoals blijkt uit ons relaas over die
stad) en iets van hun geweldscultuur is overgewaaid naar ons land.
Een bekende manier om achter de herkomst van drugs te komen is om
de chemische samenstelling te onderzoeken en te bezien welke
partijen bij elkaar horen, en dan terug te redeneren naar
organisaties. Colombiaanse drugslords hebben het de politie
gemakkelijk gemaakt door hun eigen merk in de partijen te ponsen en
de drugs op karakteristieke wijze te verpakken. Op grond van die
logo’s, een analyse van de netwerken van betrekkingen die
ontstonden toen zij de namen en telefoonnummers die ze in
zakboekjes aantroffen op basis van CID-informatie en
getuigenverklaringen, was de CRI in staat om de puzzel te leggen
door vier bekende grote organisaties die in Europa actief zijn, ook
in Nederland te situeren. In 1990 was 78% van alle in Nederland in
beslaggenomen cocane direct door deze Colombiaanse organisaties
ingevoerd. De rest was voornamelijk Surinaams of Antilliaans. In
1991 was het aandeel van de Colombianen 25%, in 1992 60%, in 1993
35% en in 1994 78%. De handelscontacten worden in Nederland gelegd
door een stel van enkele tientallen vertegenwoordigers van de
kartels die in verschillende plaatsen in Nederland een kantoor
hebben gevestigd. Er is ook marihuana aangetroffen verstopt in
gedroogd fruit en in textiel. De aanvoerroute loopt direct vanuit
Zuid-Amerika of via een land in West-Afrika. De contacten met het
Nederlandse milieu lopen veelvuldig via Antillianen en daar zal hun
(bijna) gemeenschappelijke taal wel debet aan zijn. Voor Nederland
is de belangrijkste organisatie die van de firma A. In Colombia is
deze firma bekend als een van de allergrootste handelshuizen en op
het eerste gezicht werkt men hier niet clandestien. De vader en
zijn vele zonen A bezitten steenkoolmijnen, wijngaarden en grote
warenhuizen. De grote partij in IJmuiden was van deze organisatie
afkomstig en aan de volmaakt professionele wijze waarop de drugs
waren verpakt, was duidelijk dat dit door een hele grote
onderneming moest zijn gedaan omdat daar dure en gespecialiseerde
apparatuur voor nodig was geweest. Toen de naam van deze
gerespecteerde firma op deze onaangename wijze in het nieuws kwam,
heeft de grote baas voor de Colombiaanse media verklaard dat er
helaas sprake was van een zwart schaap in de familie die op z’n
eigen houtje van de firma misbruik had gemaakt. Onderzoek van de
Nederlandse FIOD naar de bestemming van de winsten van de
drugshandel in de vorm van cheques aan toonder leverde het
onverwachte resultaat op dat de directeur van het familiebedrijf
wel degelijk in eigen persoon de cheque had gendosseerd.
lees meer
Bijlage VIII – I.3. De theoretische legitimiteit van nader
onderzoekJanuary 1, 1999
I.3. De theoretische legitimiteit van nader onderzoek
In het voorgaande hebben we nog geen duidelijk onderscheid
aangebracht tussen enerzijds internationale criminele organisaties
van uitheemse herkomst die in Nederland neerstrijken en anderzijds
de mate van betrokkenheid van reeds gevestigde etnische groepen bij
de georganiseerde misdaad. Beginnen we met het eerste.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>