• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – X.1. Joegoslavi

    X.1. Joegoslavi: permanent toneel van geweld

    Joegoslavi staat niet bekend als een land dat van oudsher
    bepaalde vormen van georganiseerde criminaliteit heeft gekend. En
    ook in de criminologische literatuur zijn van een dergelijke
    traditie geen sporen te ontdekken. Hierom zou men kunnen denken dat
    er geen reden is om nog langer stil te staan bij het verleden van
    het voormalige Joegoslavi. Maar dit is een misvatting. Zeker om de
    ongehoorde gewelddadigheid van de Joegoslavische bendes te kunnen
    begrijpen, is het van groot belang voortdurend te beseffen dat ook
    het Joegoslavische deel van de Balkan al eeuwen geen vreedzaam
    gebied is. Integendeel, het is een deel van Europa waar bijna
    onophoudelijk oorlog is gevoerd, was het niet tussen de
    opeenvolgende Europese grootmachten zelf, dan wel tussen de staten
    en de volkeren die hier waren gevestigd of daar waren
    neergestreken. Het valt buiten het bestek van dit rapport om de
    geschiedenis van deze haast permanente strijd in herinnering te
    roepen, maar – met het oog op een goed begrip van het optreden van
    Joegoslavische bendes in Nederland – is het wel van belang een paar
    punten aan te stippen (Detrez, 1993; Weithmann, 1993). Ten eerste
    dat deze gewelddadige geschiedenis niet zonder gevolgen is gebleven
    voor de cultuur in voormalig Joegoslavi. Recente studies geven
    immers aan dat geweld, tomeloos geweld, ja, de keuze voor de
    toepassing van zulk geweld, in brede lagen van de bevolking niet
    zonder meer als een negatieve keuze, als iets verwerpelijks, wordt
    beschouwd. Van de Port heeft in zijn onderzoek naar het gedrag van
    Servirs in zigeunercafs in Klein-Joegoslavi, laten zien hoe het
    beeld van de wilde zigeuner voor vele Serven een soort projectie is
    van hun eigen, door de geschiedenis mee-gevormde driftleven,
    waaraan in tijden van vrede slechts op bepaalde plaatsen, zoals de
    zigeunercafs, mag worden toegegeven, maar dat in tijden van oorlog
    volop mag worden botgevierd, ook voor het oog van de buitenwereld
    (Van de Port, 1994). In de tweede plaats moet worden onderstreept
    dat het gebruik van ongehoord geweld door velen in voormalig
    Joegoslavi niet enkel legitiem wordt geacht in tijd van oorlog. In
    zijn studie naar de geschiedenis van de machtsverhoudingen in een
    dorp op het Bosnische platteland, Medjugorje, heeft Bax aangetoond
    dat hier de oorlog bij wijze van spreken net zo normaal is als de
    vrede elders in Europa. Concreet beschrijft hij dat in het genoemde
    dorp, waar in 1981 een zogenaamde Maria-verschijning plaatsvond,
    enkele clans verwikkeld geraakten in een strijd op leven en dood om
    de inkomsten die op allerlei manieren konden worden gehaald uit de
    bedevaarten van vrome pelgrims. In zo’n tien jaar tijd leverde deze
    strijd 140 doden op, 60 vermisten en 600 vluchtelingen op, en dit
    op een bevolking van ongeveer 3.000 mensen! (Bax, 1995). En passant
    toonde Bax met dit voorbeeld eveneens aan dat ook onder Tito
    openbare orde en rust in Joegoslavi een zeer relatief begrip was
    (Bax, 1995).

    lees meer

    Bijlage VIII – X. NEDERLAND ALS OPERATIEGEBIED VAN JOEGOSLAVISCHE BENDES

    X. NEDERLAND ALS OPERATIEGEBIED VAN JOEGOSLAVISCHE
    BENDES

    De voorbije jaren zijn de beelden van de burgeroorlog in
    voormalig Joegoslavi alsmaar scherper op ons netvlies gebrand.
    Tezelfdertijd hebben de media veel berichten verspreid over het
    optreden van Joegoslavische criminele bendes op Nederlands
    grondgebied. En meer dan eens is gewezen op de samenhang, de
    gelijkenis zelfs, tussen wat er ginds en wat er hier gebeurt.
    Symbool voor deze verwevenheid staat de figuur van Arcan: in het
    nabije verleden pleegde hij (ook) in Nederland een hele reeks van
    ernstige delicten, ontsnapte uit de Bijlmer-bajes, in het heden is
    hij aanvoerder van een van de meest beruchte Servische milities en
    lid van het zelf geproclameerde Servische parlement in Bosni. Maar
    de parallel gaat verder. Niet alleen zijn er berichten dat althans
    een deel van de Joegoslavische bendes die Noord-West-Europa tot hun
    operatiegebied hebben gemaakt, worden aangestuurd vanuit
    Klein-Joegoslavi, of op z’n minst geregelde betrekkingen
    onderhouden met een of meer machthebbers in dit land. Wat ook
    opvalt, is dat de bendes die hier actief zijn, vaak ongemeen
    gewelddadig en soms ook zr wreedaardig opereren, zowel binnen als
    buiten hun eigen gelederen. En in dit opzicht ligt wat er in
    Nederland en in de omringende landen gebeurt, tot op zekere hoogte
    in het verlengde van wat ons dagelijks door de media wordt
    voorgeschoteld over de burgeroorlog in voormalig Joegoslavi.

    lees meer

    Bijlage VIII – IX.5. Conclusie

    IX.5. Conclusie

    Volgens de gegevens die ons ter beschikking staan, is het zo dat
    de Russische mafia op een enkel vlak – en vooral dat van afpersing
    – zeker al wel tekenen van leven in Nederland heeft gegeven, maar
    dat de omvang van haar activiteiten voorlopig niet moet worden
    overdreven. Deze conclusie wordt niet alleen gedragen door de
    feiten en berichten die wij zelf onder ogen hebben gehad. Zij
    strookt ook volledig met de bevindingen waartoe belangrijke Duitse
    en Amerikaanse politiediensten zijn gekomen aangaande de
    verbreiding van de Russische mafia in West-Europa. Hun rapporten
    laten immers ook zien dat deze mafia zich in allerhande Amerikaanse
    en Westeuropese metropolen en grote steden heeft genesteld, behalve
    in de Nederlandse. De Fastowski-zaak toont wellicht aan dat dit aan
    het veranderen is, maar deze verandering heeft zich op dit moment
    dan toch nog niet duidelijk doorgezet. In elk geval werd nergens
    vastgesteld dat misdadigers of criminele groepen van Russische
    origine zich hebben schuldig gemaakt aan pogingen tot corrumpering
    van de Nederlandse overheid, laat staan aan de toepassing van
    intimidatie of geweld in haar richting. Dat het vorenstaande geen
    reden kan zijn om de komende tijd geen acht te slaan op de
    Russische (georganiseerde) criminaliteit in ons land, moge voor
    zichzelf spreken.

    lees meer

    Bijlage VIII – I.4. Het onderzoek zelf

    I.4. Het onderzoek zelf

    De keuze van groepen

    lees meer

    Bijlage VIII – IX.4. Enkele concrete voorbeelden van de Nederlands-Russische criminele betrekkingen

    IX.4. Enkele concrete voorbeelden van de Nederlands-Russische
    criminele betrekkingen

    Uit het vorenstaande moge duidelijk zijn geworden dat er nog
    niet teveel gevallen zijn waarin onomstotelijk is vastgesteld dat
    de Russische mafia op Nederlands grondgebied opereert. Die gevallen
    zijn er wel. En we hebben ze hiervoor ook aangeduid. Maar zij zijn
    tot nu toe meer de uitzondering dan de regel in de
    Nederlands-Russische betrekkingen op crimineel gebied. De regel is
    nog steeds dat Nederlandse misdaadondernemers meer of minder
    georganiseerd illegale zaken doen met collega’s uit de voormalige
    Sovjet-Unie.

    lees meer

    Bijlage VIII – IX.3. De activiteiten van Russische criminele groepen in Nederland

    IX.3. De activiteiten van Russische criminele groepen in
    Nederland

    Hoe oud de economische banden tussen Rusland en Nederland ook
    mogen zijn, de Russische gemeenschap in Nederland is nooit erg
    groot geweest. In de voorbije jaren is haar omvang procentueel wel
    sterk toegenomen, maar in absolute aantallen stelt zij nog steeds
    niet veel voor. Op 1 januari 1993 verbleven er in ons land
    officieel zo’n 4.500 mensen uit het voormalige Sovjet-Unie (Muus,
    1994). Dat de Russische georganiseerde criminaliteit in ons land
    dan ook nooit een rol van betekenis heeft gespeeld, ligt voor de
    hand. Natuurlijk spraken ook hier de berichten over het optreden
    van Russische criminele groepen in het buitenland, vooral
    Duitsland, al jaren tot de verbeelding. Maar het drong slechts in
    het bewustzijn van velen door dat deze
    groepen ook Nederland niet links lieten liggen, toen in de media de
    aandacht werd gevestigd op de pogingen van Russische misdadigers om
    een machtspositie op te bouwen in de prostitutiesector, zowel in
    sommige grote steden als op het platteland. De ontvoering van Boris
    Fastovski, op 11 januari 1995 in Amsterdam, en niet zozeer de
    liquidatie van Marianashvili, is echter voor velen het signaal
    geweest dat het nu echt menens begon te worden (Van Amerongen,
    1995). Maar wat betekent dit laatste in realiteit? Uit een globaal
    overzicht van de onderzoeken die in de jaren ’90-’94 werden
    ingesteld naar vormen van georganiseerde criminaliteit waarin
    Oost-Europa een belangrijke rol speelde, kan worden afgeleid dat er
    in deze periode 12 van dergelijke onderzoeken werden verricht. In
    deze onderzoeken ging het bovenal om (7) gevallen van EG-fraude, en
    verder om (1) autodiefstal, (1) moord en (3) vrouwenhandel (deels
    in n geval gecombineerd met moord). Verder laat de gepleegde
    analyse zien dat het in elk geval bij de EG-fraudes niet ging om
    Oosteuropese criminele groepen die hier op eigen houtje hun slag
    probeerden te slaan. Integendeel! Keer op keer was het initiatief
    juist uitgegaan van Nederlandse ondernemers die voor het welslagen
    van hun frauduleus handelen Oosteuropese ondernemers inschakelden.
    Of het in de andere 5 gevallen ook zo lag, of juist andersom, wordt
    in het onderhavige rapport niet duidelijk gemaakt. Wel wordt de
    suggestie gewekt dat in deze gevallen de situatie juist andersom
    lag. Maar of dit ook werkelijk zo was? Hierna zal aan de hand van
    enkele voorbeelden worden gedemonstreerd dat het ook in gevallen
    van autodiefstal of vrouwenhandel gewoonlijk niet of-of is. Ook in
    deze gevallen is in de regel juist van samenwerkingsverbanden
    sprake. In het kader van deze studie is het voorts van belang erop
    te wijzen dat het hiervoor gaat over Oosteuropese, en niet over
    Russische, georganiseerde criminaliteit. Want wordt dit
    onderscheid wel gemaakt, dan is het zo dat slechts in 2 (en
    indirect 3) gevallen de betrokkenheid van Russische criminele
    groepen werd aangetoond (1 geval van autodiefstal en 1 geval van
    vrouwenhandel). In alle andere gevallen ging het om criminele
    groepen uit Polen, Litouwen, Slowakije, Tsjechi, Oekrane en
    Letland.

    lees meer

    Bijlage VIII – IX.2. De internationalisering van Russische criminele groepen

    IX.2. De internationalisering van Russische criminele
    groepen

    Gezien de evolutie van de Russische mafia in de voorbije
    decennia ligt het voor de hand dat haar internationalisering niet
    van vandaag of gisteren dateert. Hoe zou zij de vroegere zwarte
    markten voor luxe-goederen hebben kunnen bevoorraden zonder
    relaties met legale ondernemingen en criminele groepen? De ophef
    die de laatste jaren over de komst van criminele bendes uit Rusland
    wordt gemaakt, doet dan ook nogal onwezenlijk aan. Zij is in elk
    geval veelzeggend voor het gebrekkige inzicht van de Westerse media
    en politiediensten in de ontwikkeling van de (Russische)
    georganiseerde criminaliteit in binnen- en buitenland. Dit neemt
    niet weg dat de val van de Muur de internationalisering van de
    organisatie en activiteiten van Russische criminele groepen zeker
    heeft bevorderd, zoals zij ook in de hand heeft gewerkt dat
    allerhande criminele groepen uit het Westen hun operatiegebied naar
    het Oosten hebben verlegd, naar Midden- en Oost-Europa. En dan
    dient te worden gedacht aan Italiaanse mafia-clans, maar ook aan
    groepen uit Duitsland, Nederland, Belgi, Frankrijk en nog andere
    landen. Ook deze zagen in het Oosten zowel mogelijkheden voor de
    produktie van illegale goederen (synthetische drugs) als voor de
    distributie van op zichzelf legale goederen (-gestolen- auto’s).
    Van hun kant zagen Russische criminele groepen in het Westen grote
    mogelijkheden voor de afzet van wapens en drugs (vooral herone),
    kunstvoorwerpen, luxe-eetwaren als kaviaar en hout. De onderlinge
    samenwerking tussen criminele groepen uit Oost en West is overigens
    met name ook in de vrouwenhandel volop aan het licht gekomen.

    lees meer

    Bijlage VIII – IX.1. Opkomst, samenstelling en bedrijvigheid van de Russische mafia in Rusland

    IX.1. Opkomst, samenstelling en bedrijvigheid van de Russische
    mafia in Rusland

    Om te beginnen moet worden gesteld dat wetenschappelijke
    literatuur over de opkomst, samenstelling en werkwijze van de rode
    mafia zo goed als onbestaand is. De redenen hiervan zijn niet ver
    te zoeken. Tot een paar jaar geleden bestond er in Rusland
    officieel geen georganiseerde criminaliteit en sinds haar bestaan
    wordt erkend zijn er nauwelijks onderzoekers die er in behoorlijke
    omstandigheden zelfstandig onderzoek naar hebben kunnen doen. Ook
    voor een relaas als dit moet noodgedwongen worden teruggevallen op
    politieberichten en journalistieke impressies.

    lees meer

    Bijlage VIII – IX. DE UITLOPERS VAN DE RUSSISCHE MAFIA IN NEDERLAND

    IX. DE UITLOPERS VAN DE RUSSISCHE MAFIA IN
    NEDERLAND

    In zijn Jaarverslag 1994 besteedde de BVD slechts enkele
    regels aan het optreden van criminele bendes uit het GOS, maar de
    weerslag ervan op de berichtgeving over georganiseerde
    criminaliteit in Nederland was enorm. Dit kwam zeker ook door de
    manier waarop de BVD hun optreden omschreef: Gebleken is dat de
    aanwezigheid van de Russische mafia in Nederland toeneemt en haar
    organisatiegraad hoger wordt. De mafia recruteert haar leden
    voornamelijk uit de stroom asielzoekers. Zij houdt zich onder
    andere bezig met vrouwenhandel en prostitutie, grootscheepse
    autodiefstal, afpersing, witwasactiviteiten en immigrantensmokkel.
    Daarnaast worden mogelijkheden voor drugssmokkel en wapenhandel
    onderzocht. Tot zover het BVD-verslag. Hierna wordt conform het
    schema dat ook in de voorgaande hoofdstukken is gehanteerd, eerst
    ingegaan op de opkomst en samenstelling van de zogenaamde rode
    mafia in Rusland zelf. Vervolgens zal een en ander te berde worden
    gebracht over de internationalisering van de organisaties die er
    deel van uitmaken. En tenslotte zal aan de hand van een aantal
    concrete zaken de huidige situatie in Nederland worden
    uiteengezet.

    lees meer

    Bijlage VIII – VIII.3. Conclusie

    VIII.3. Conclusie

    Het vorenstaande zal duidelijk hebben gemaakt dat de Nigeriaanse
    en Ghanese netwerken zeker ook in Nederland actief zijn. Maar
    hierbij dient wel te worden bedacht dat het in ons land slechts
    gaat om onderdelen, zoniet uiteinden, van deze netwerken. Want dit
    verklaart wellicht waarom hier eigenlijk niets, of toch niet veel,
    wordt teruggevonden van de grote hirarchische structuren waarvan in
    Nigeria zelf sprake lijkt te zijn, volgens politiebronnen. Dit
    maakt de Nederlandse vertakkingen overigens niet minder effectief:
    hun geringe omvang en losse organisatie stelt ze in staat om zeer
    flexibel te opereren in de internationale drugshandel. Dat deze
    organisatie voor de leidende figuren ook de nodige zorgen met zich
    meebrengt, staat vast; denk aan de controle op koeriers. Maar
    nadelen als deze wegen waarschijnlijk niet op tegen de voordelen.
    Alles wijst er verder op dat de Nigeriaanse en Ghanese
    (georganiseerde) criminaliteit in ons land zich eenzijdig heeft
    ontwikkeld. Bovenal speelt zij zich af in de drugshandel, en verder
    nog steeds in de autohandel en, wellicht, de vrouwenhandel. Op
    welke schaal deze illegale activiteiten tegenwoordig worden
    bedreven, is echter goeddeels een raadsel. Gelet op de
    onheilstijdingen die zo nu en dan over hun omvang de wereld in
    worden gestuurd, zou het wel goed zijn wanneer er eens wat nader
    onderzoek zou worden verricht, zowel om mythevorming te voorkomen
    als om opsporing te bewerkstelligen waar zij geboden is. De
    oplichterspraktijken die vanuit Nigeria worden bedreven, kunnen
    overigens moeilijk worden gekenschetst als vormen van
    (georganiseerde) criminaliteit die echt op Nederlandse bodem worden
    bedreven. In dit verband vallen er in
    Nederland alleen slachtoffers, niet zelden als gevolg van hun eigen
    naviteit en/of hebzucht. Het feit dat de onderhavige netwerken zich
    in Nederland alleen maar manifesteren in de gedaante van kleine
    cliques smokkelaars, verklaart wellicht mede waarom er hier zo goed
    als geen sprake is van geweldgebruik, en van corruptie slechts op
    de meeste gerede plaatsen in de Nederlandse economie en de
    Nederlandse ambtenarij. En niet uitgesloten moet worden geacht dat
    juist ook dit een van de voornaamste redenen is waarom aan deze
    (uitlopers van de ) Nigeriaanse en Ghanese georganiseerde
    criminaliteit haast geen aandacht wordt geschonken.

    lees meer

    Bijlage VIII – VIII.2. De situatie in Nederland

    VIII.2. De situatie in Nederland

    Hoe de toestand in Nederland ligt, valt eigenlijk ook niet te
    beoordelen, gewoon door het gebrek aan gericht onderzoek, zowel op
    lokaal als op nationaal niveau. Niettemin is het voor alles van
    belang om iets te zeggen over de grootte van de Nigeriaanse en
    Ghanese gemeenschappen in Nederland. Met name ook omdat de
    uitspraken van de Amsterdamse hoofdcommissaris hierover, alweer
    enkele jaren geleden, voor veel commotie hebben gezorgd. Volgens de
    officile cijfers liepen de aantallen Nigerianen en Ghanezen in ons
    land op het einde van de jaren tachtig en in het begin van de jaren
    negentig snel op. Het aantal Nigeriaanse asielzoekers bedroeg in
    1987 nog slechts 167, in 1990 was het 901 en in 1991.740. Dat van
    de Ghanese asielzoekers wisselde nog sterker: in 1987 was het
    2.515, in 1990.715 en in 1991.465. In totaal in de periode
    1987-1991 bedroeg het aantal Nigeriaanse en Ghanese asielzoekers
    2.356 respectievelijk 5.427. Per 1 januari 1993
    verbleven er 9.385 mensen van Ghanese herkomst in ons land, en
    2.407 van Nigeriaanse herkomst. Waarbij natuurlijk direct moet
    worden aangetekend dat hiermee nog niets is gezegd over het aantal
    Nigerianen respectievelijk Ghanezen dat toen en nu illegaal in ons
    land verbleef/verblijft. Maar enigermate betrouwbare landelijke
    schattingen van hun aantal zijn niet voorhanden. Wij onthouden ons
    dan ook van elke uitspraak op dit punt (Muus, 1994). De grootste
    concentratie van Ghanezen en Nigerianen wordt, hoe dan ook,
    aangetroffen in Amsterdam, in het bijzonder in Zuidoost
    (Bijlmermeer). Hun maatschappelijke situatie ziet er in het
    algemeen niet rooskleurig uit. Tezamen met het feit dat velen de
    Nederlandse taal niet machtig zijn en (ook hierom) hun eigen
    cultuur blijven koesteren, is hun integratie in de Nederlandse
    samenleving bepaald niet vanzelfsprekend (Nimako, 1993). Ofschoon
    deze groepen nog maar weinig aansluiting hebben gevonden bij
    Nederlanders, bestaan er wel contacten met (creoolse)
    Surinamers.

    lees meer

    Bijlage VIII – VIII.1. Enkele achtergrondgegevens

    VIII. DE NIGERIAANSE EN GHANESE CRIMINELE NETWERKEN: HUN
    VERTAKKINGEN IN NEDERLAND

    VIII.1. Enkele achtergrondgegevens

    In de voorbije jaren zijn vooral de Nigeriaanse criminele
    netwerken bij herhaling in het nieuws geweest. Zowel naar
    aanleiding van concrete voorvallen als in algemene reportages werd
    keer op keer bericht over hun betrokkenheid bij de internationale
    drugshandel, over hun vrij geraffineerde oplichtingspraktijken en
    over hun rol in wereldwijde vrouwenhandel. En vooral in verband met
    deze laatste activiteit werd hun naam nogal eens in n adem genoemd
    met die van Ghanese criminele netwerken. In het bijzonder gedurende
    het onderzoek
    dat een onderzoekscommissie van de Belgische Kamer in de jaren
    1992-1994 heeft ingesteld naar een structureel beleid met het oog
    op de bestraffing en de uitvoering van de mensenhandel, is deze
    connectie tussen de Nigeriaanse en Ghanese vrouwenhandel meer dan
    eens aan het licht getreden (Belgische Kamer van
    Volksvertegenwoordigers, 1994).

    lees meer

    Bijlage VIII – VII.7. Conclusie

    VII.7. Conclusie

    Uit dit relaas is duidelijk geworden dat de Colombiaanse
    kartelorganisaties in Nederland zeer actief zijn. Het gaat hier om
    organisaties die in zeer korte tijd een reusachtige economische en
    politieke macht hebben opgebouwd en die in staat zijn niet enkel te
    onderhandelen met hun eigen regering over de eventuele condities
    waarop zij zich zouden willen overgeven, maar die met hun houding
    ook de Amerikaanse regering bruskeren. Nederland is voor de kartels
    van logistiek belang, omdat zij hun handelswaar in belangrijke mate
    per zeevracht en in containers Europa binnenvaren via Nederlandse
    havens. Het is opvallend te constateren dat zij daarbij eigenlijk
    niet goed kans hebben gezien hetzelfde spel te spelen als in
    Zuid-Amerika door de overheid of althans een aantal van haar
    dienaren te corrumperen. Het niveau waarop vertegenwoordigers van
    de Colombiaanse kartels contact hebben gemaakt met de Nederlandse
    drugshandelaren is evenmin indrukwekkend. Het kan ermee te maken
    hebben dat de handelaren in soft drugs, waar Nederlanders immers
    het sterkst in zijn, de risicovolle cocane liever mijden. De
    Colombiaanse leden van de kartels zijn hier wel verantwoordelijk
    voor kwalitatief nieuwe acties op de weg naar de georganiseerde
    misdaad door moorden te laten uitvoeren volgens de stijl van
    sicario’s en door de eerste succesvolle gecombineerde
    ontsnappingsactie met hulp van het bewakend personeel te
    organiseren. Ofschoon we het betrekkelijke succes van de
    Colombiaanse organisaties niet op het conto kunnen schrijven van de
    Colombiaanse gemeenschap hier te lande, is het toch wel
    waarschijnlijk dat een groot deel van de weinige Colombianen op
    enigerlei wijze bij deze drugshandel is betrokken. Hun criminele
    activiteiten gaan voor een groot deel over de hoofden van de
    Nederlandse bevolking heen doordat de wereld van de cocanehandel
    uitzonderlijk internationaal is samengesteld.

    lees meer

    Bijlage VIII – VII.6. De huidige situatie

    VII.6. De huidige situatie

    De Nederlandse politie heeft naar verhouding veel werk gemaakt
    van de Colombiaanse drugssmokkel omdat hier zulke forse partijen
    mee gemoeid zijn. Er is vrij veel bekend over de Colombiaanse
    organisaties die op Nederlandse bodem actief zijn. Er zijn binnen
    deze groepen ook al moorden gepleegd op de manier van sicario’s
    (onder andere in Amsterdam, zoals blijkt uit ons relaas over die
    stad) en iets van hun geweldscultuur is overgewaaid naar ons land.
    Een bekende manier om achter de herkomst van drugs te komen is om
    de chemische samenstelling te onderzoeken en te bezien welke
    partijen bij elkaar horen, en dan terug te redeneren naar
    organisaties. Colombiaanse drugslords hebben het de politie
    gemakkelijk gemaakt door hun eigen merk in de partijen te ponsen en
    de drugs op karakteristieke wijze te verpakken. Op grond van die
    logo’s, een analyse van de netwerken van betrekkingen die
    ontstonden toen zij de namen en telefoonnummers die ze in
    zakboekjes aantroffen op basis van CID-informatie en
    getuigenverklaringen, was de CRI in staat om de puzzel te leggen
    door vier bekende grote organisaties die in Europa actief zijn, ook
    in Nederland te situeren. In 1990 was 78% van alle in Nederland in
    beslaggenomen cocane direct door deze Colombiaanse organisaties
    ingevoerd. De rest was voornamelijk Surinaams of Antilliaans. In
    1991 was het aandeel van de Colombianen 25%, in 1992 60%, in 1993
    35% en in 1994 78%. De handelscontacten worden in Nederland gelegd
    door een stel van enkele tientallen vertegenwoordigers van de
    kartels die in verschillende plaatsen in Nederland een kantoor
    hebben gevestigd. Er is ook marihuana aangetroffen verstopt in
    gedroogd fruit en in textiel. De aanvoerroute loopt direct vanuit
    Zuid-Amerika of via een land in West-Afrika. De contacten met het
    Nederlandse milieu lopen veelvuldig via Antillianen en daar zal hun
    (bijna) gemeenschappelijke taal wel debet aan zijn. Voor Nederland
    is de belangrijkste organisatie die van de firma A. In Colombia is
    deze firma bekend als een van de allergrootste handelshuizen en op
    het eerste gezicht werkt men hier niet clandestien. De vader en
    zijn vele zonen A bezitten steenkoolmijnen, wijngaarden en grote
    warenhuizen. De grote partij in IJmuiden was van deze organisatie
    afkomstig en aan de volmaakt professionele wijze waarop de drugs
    waren verpakt, was duidelijk dat dit door een hele grote
    onderneming moest zijn gedaan omdat daar dure en gespecialiseerde
    apparatuur voor nodig was geweest. Toen de naam van deze
    gerespecteerde firma op deze onaangename wijze in het nieuws kwam,
    heeft de grote baas voor de Colombiaanse media verklaard dat er
    helaas sprake was van een zwart schaap in de familie die op z’n
    eigen houtje van de firma misbruik had gemaakt. Onderzoek van de
    Nederlandse FIOD naar de bestemming van de winsten van de
    drugshandel in de vorm van cheques aan toonder leverde het
    onverwachte resultaat op dat de directeur van het familiebedrijf
    wel degelijk in eigen persoon de cheque had gendosseerd.

    lees meer

    Bijlage VIII – I.3. De theoretische legitimiteit van nader onderzoek

    I.3. De theoretische legitimiteit van nader onderzoek

    In het voorgaande hebben we nog geen duidelijk onderscheid
    aangebracht tussen enerzijds internationale criminele organisaties
    van uitheemse herkomst die in Nederland neerstrijken en anderzijds
    de mate van betrokkenheid van reeds gevestigde etnische groepen bij
    de georganiseerde misdaad. Beginnen we met het eerste.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>