Bijlage VI – 12.5 ConclusiesJanuary 1, 1999
12.5 Conclusies
1 Van de zijde van het ministerie van Justitie is niet of
nauwelijks bij het openbaar ministerie gevraagd naar het gebruik
van opsporingsmethoden en de daarbij ondervonden problemen, ondanks
het feit dat enkele ambtenaren hiervoor de aandacht hebben
gevraagd.
lees meer
Bijlage VI – 4.4 SamenwerkingJanuary 1, 1999
4.4 Samenwerking
4.4.1 Samenwerking tactische recherche-eenheden van
verschillende regiokorpsen
De regionalisering van de politie lijkt goeddeels een einde te
hebben gemaakt aan de veelvuldige ad hoc verbanden waarin
recherche-afdelingen van verschillende korpsen onderzoeken
aanpakten. Onderzoeken door gecombineerde teams van centrale
tactische recherche-afdelingen uit verschillende regiokorpsen zijn
minder noodzakelijk dan vroeger. De regionale rechercheteams zijn
van een behoorlijke omvang en kunnen meestal ook nog putten uit
recherchecapaciteit bij de districten. Voor grote,
regio-overschrijdende onderzoeken zijn bovendien kernteams
werkzaam.
lees meer
Bijlage VI – 6.6 SamenwerkingJanuary 1, 1999
6.6 Samenwerking
Kernteams worden geacht zelfstandig en herkenbaar georganiseerd
te zijn. Kernteam-zaken betreffen vaak complexe onderzoeken naar
georganiseerde criminaliteit, waarbij de politie, ook intern, een
zekere mate van geheimhouding wil garanderen. Dit is bijvoorbeeld
begrijpelijk als van de onderzochte criminele groep verwacht wordt
dat deze corrumptieve contacten aangaat. Zowel de organisatievorm
van de kernteams als de aard van hun onderzoeken leiden ertoe dat
informatie zodanig vertrouwelijk is dat deze zeer beperkt wordt
uitgewisseld.
lees meer
Bijlage VI – 8.6 ConclusiesJanuary 1, 1999
8.6 Conclusies
1 De BVD verricht niet op eigen initiatief onderzoek naar
strafbare feiten. 2 De BVD beschikt niet over een inventarisatie
van gevallen waarin de georganiseerde criminaliteit de integriteit
van de overheid bedreigt.
lees meer
Bijlage VII – II.3. BesluitJanuary 1, 1999
II.3. Besluit
Tot besluit van dit hoofdstuk is het aangewezen om de definitie
van georganiseerde criminaliteit die in de vorige paragraaf werd
ontwikkeld, te situeren in de discussie die in Nederland is gevoerd
over deze kwestie. De ene hoofdlijn in deze discussie betreft de
vraag of georganiseerde criminaliteit primair moet worden
gedefinieerd in termen van de maatschappelijke functies en belangen
die zij vervult respectievelijk dient, dan wel in termen van de
groepen die dergelijke criminaliteit plegen. Hiervoor is niet
alleen duidelijk gemaakt dat in dit onderzoek is gekozen voor de
tweede optie, maar ook waarom deze keuze is gemaakt. De andere
hoofdlijn in die discussie draait om de kwestie of georganiseerde
criminaliteit het best op een algemene, open manier wordt
gedefinieerd, dan wel op een bijzondere, meer gesloten manier.
Hiervoor is duidelijk
gekozen voor de laatste benadering, omdat anders de term
georganiseerde criminaliteit al te zeer aan betekenis inboet, dus
een betekenisloze term wordt, die al te gemakkelijk op alle
mogelijke soorten criminaliteit wordt geplakt. Zeker met het oog op
empirisch onderzoek is het nodig dat zo specifiek mogelijk wordt
bepaald wat onder georganiseerde criminaliteit wordt verstaan. Maar
ook vanuit een oogpunt van beleid is dit wenselijk. Gezien de
negatieve lading die de term georganiseerde criminaliteit doorgaans
heeft, kan een ongebreidelde toepassing van deze term gemakkelijk
beleidsontwikkelingen teweegbrengen die niet in verhouding staan
tot de werkelijke ernst van het probleem.
lees meer
Bijlage VII – V.3. Het transport over de weg, over zee en
via de luchtJanuary 1, 1999
V.3. Het transport over de weg, over zee en via de
lucht
De geografische ligging van Nederland heeft gevolgen voor de
aard en de omvang van de georganiseerde criminaliteit in Nederland.
De uitstekende transportverbindingen en de aanwezigheid van enkele
vitale transportknooppunten van diverse internationale
handelsroutes, de haven Rotterdam en de luchthaven Schiphol, bieden
internationale smokkelaars de mogelijkheid hun illegale waar naar
de gewenste plaatsen te vervoeren. De smokkelwaar, waaronder drugs,
wapens, gestolen auto’s, gevaarlijk afval, bedreigde dieren- en
plantensoorten, is verstopt in de massale goederenstromen die over
de weg of via beide havens dagelijks Nederland binnen worden
gebracht. Er wordt door de (inter)nationale georganiseerde
criminaliteit gewoon geprofiteerd van de aanwezige infrastructuur
in ons land.
lees meer
Bijlage VII – VIII.2. Een aantal zorgelijke kwestiesJanuary 1, 1999
VIII.2. Een aantal zorgelijke kwesties
Het feit dat het op dit moment moeilijk, en in bepaalde
opzichten zelfs onmogelijk, is om in algemene zin de ernst van de
situatie op een adequate manier precies te bepalen, impliceert
geenszins dat er niets zou kunnen worden gezegd over een aantal
aspecten van de (aard van de) tegenwoordige georganiseerde
criminaliteit in Nederland die als zorgwekkend betiteld kunnen
worden. Uitgaande van de hier gehanteerde definitie van
georganiseerde criminaliteit is dit namelijk heel goed mogelijk.
Want waar gaat het volgens deze definitie in essentie om bij
georganiseerde criminaliteit? Uiteindelijk om de vreedzaamheid van
een maatschappij, om de integriteit van de democratische
rechtsstaat, de vrijheid van het economisch leven en de rechten van
individuele burgers. En dus kan worden nagegaan of zich momenteel
in de sfeer van de georganiseerde criminaliteit ontwikkelingen
voordoen die deze algemene waarden in het gedrang brengen of zouden
kunnen brengen. De kwesties waarover men zich op grond van het
onderhavige onderzoek zorgen over moet maken, kunnen – conform de
opeenvolgende componenten van de definitie van georganiseerde
criminaliteit – als volgt worden samengevat.
lees meer
Bijlage VIII – 4.3. De Hells AngelsJanuary 1, 1999
4.3. De Hells Angels: een netwerk apart
Hierboven – bij de beschrijving van twee netwerken die actief
zijn in de produktie van synthetische drugs – kwam al naar voren
dat n van deze netwerken een deel van de amphetamine verkocht aan
Hells Angels in Amsterdam, die dat dan weer onmiddellijk
doorverkochten naar Engeland. Wat bij de bespreking van het andere
netwerk niet werd aangestipt, maar hier wel moet worden gemeld, is
dat een bepaalde hoeveelheid van de illegaal ingevoerde
grondstoffen, via omwegen in Brabant, ook terecht kwam bij de Hells
Angels in de hoofdstad. Geconfronteerd met zulke feiten, moet men
zich wel de vraag stellen wat de rol van de Angels in de
georganiseerde criminaliteit is.
lees meer
Bijlage VIII – Woord voorafJanuary 1, 1999
Woord vooraf
Over de vraag in hoeverre gevestigde etnische minderheden met
politie en justitie in aanraking komen, is sedert de opheffing van
de samenzwering van zwijgzaamheid naar aanleiding van de discussie
over een Amsterdams rapport over Marokkaanse straatroof in 1989
zeer veel geschreven, maar in die literatuur wordt geen aparte
aandacht besteed aan de mate waarin etnische minderheden betrokken
zijn bij de zware en georganiseerde criminaliteit. Komt de
lucratieve georganiseerde misdaad in deze kring eigenlijk wel voor
of bevinden de allochtonen zich ook in dit opzicht onder aan de
criminele ladder aangezien zij vooral worden aangehouden voor
lichte en niet winstgevende vergrijpen? Zijn op Nederlands
grondgebied transnationale criminele organisaties actief (vergelijk
de mafia) die in zoverre van uitheemse herkomst zijn dat zij vanaf
elders worden aangestuurd? Politie en justitie weten hier naar
verhouding weinig van af en dat komt onder andere doordat deze
groepen moeilijk benaderbaar zijn en ook omdat zij geneigd kunnen
zijn hun geschillen af te doen in de beslotenheid van hun eigen
milieu. Voor zover zij er iets over weten, leggen hun
vertegenwoordigers een zekere terughoudendheid aan de dag, omdat
het taboe dat er op dit type misdaad rust nog grotendeels intact is
en niemand dat graag doorbreekt. Ook ingeburgerde immigranten die
ons erover zouden kunnen berichten weten soms maar weinig over hun
onderwerelden af en voor zover zij ervan weten, bestaat bij hen de
begrijpelijke angst dat openhartigheid hun hele groep in diskrediet
kan brengen. Zonder deskundig commentaar uit deze kring zou het
evenwel niet eenvoudig zijn geweest om de grote hoeveelheid
feitelijk materiaal die wel bij de politie aanwezig is en die wij
hier, net als bij alle rapporten over aard, omvang en ontwikkeling
van de georganiseerde misdaad ten behoeve van de Enqutecommissie,
tot uitgangspunt nemen van onze analyse, in volle omvang te
doorgronden. Uitingen van georganiseerde misdaad in allochtone
gemeenschappen in Nederland zijn moeilijk te begrijpen zonder dat
insiders iets vertellen over de politieke context waarbinnen deze
criminaliteit tot bloei kwam in het land van herkomst, over de
economische belangen die ermee zijn gemoeid en over de manifestatie
ervan binnen de etnische gemeenschap hier te lande.
lees meer
Bijlage VIII – IV.2. De ontwikkeling van de georganiseerde
misdaad in MarokkoJanuary 1, 1999
IV.2. De ontwikkeling van de georganiseerde misdaad in
Marokko
De opkomst van de georganiseerde misdaad in Marokko is niet te
begrijpen als we niet weten dat een zeer groot gedeelte van de
Marokkaanse staatshuishouding zich afspeelt in de grijze en zwarte
zones van de zogenaamde informele economie. Deze term staat voor
alle bedrijvigheid die niet officieel is geregistreerd en geteld,
maar die desondanks veel werkgelegenheid verschaft. Marokko geldt
in de eerste plaats als een agrarisch land, dertig procent van de
bevolking vindt er werk in de landbouw. De industrie is weinig
ontwikkeld en biedt weinig werkgelegenheid. Het klinkt vreemd in
Westerse oren, maar zoals in veel landen van de Derde Wereld vormt
de informele economie in feite de belangrijkste economische sector.
Er bestaan schattingen dat de staatshuishouding daar voor de helft
van het Bruto Nationaal Produkt op drijft. Behalve de verbouw van
en handel in hash, zijn in deze informele sector activiteiten
aanwijsbaar die wij zonder meer tot het terrein van de
georganiseerde misdaad mogen rekenen. Vanuit Marokko wordt op
uiteenlopende manieren aan mensensmokkel gedaan. Er worden met
vissersboten en kleine scheepjes tegen betaling (van bijvoorbeeld
f.3.000,-) illegale trekarbeiders of emigranten de veertig
kilometer overgezet die Europa en Afrika van elkaar scheiden ter
hoogte van de Straat van Gibraltar. Er zijn berichten dat de
Italiaanse mafia hierbij is betrokken en dat leden van de kustwacht
in Marokko en Spanje zijn omgekocht om deze menselijke vrachten
door te laten. Deze mensen zoeken werk in de tuinbouw en de oude
takken van industrie in Spanje en Itali. Er worden vrouwen
uitgevoerd om als prostitue te werken. Voorheen was hun markt te
vinden in Saoedi-Arabi en andere rijke Golfstaten, maar mede op
aandrang van de orthodoxe beweging in de Islam om dit te stoppen,
wordt dit verkeer nu in de richting van Spanje en Frankrijk en
noordelijker gedirigeerd. Met deze vormen van mensenhandel gaat een
levendige produktie en handel in valse reisdocumenten gepaard.
Voorts is sprake van georganiseerde autodiefstal uit Europa. Tussen
de reusachtige stroom gemotoriseerde Marokkaanse vakantiegangers
valt een enkel gestolen exemplaar nauwelijks op. Vooral in Spanje
en Itali zijn Marokkaanse bendes op dit terrein actief; daar worden
ook de papieren vervalst. In april heeft de Spaanse politie twee
bendes opgerold, waarvan er overigens n bestond uit vier
Nederlanders en een Brit. De georganisiseerde misdaad in Marokko is
verder actief in alle mogelijk vormen van smokkel. Smokkelen vormt
trouwens ook voor andere ondernemende individuen een bron van
inkomsten zoals iedereen aan de grens zelf gemakkelijk kan
waarnemen. Via de twee kleine vrijhandelszones in het noorden
(Ceuta en Melilla) en via de Canarische eilanden in het Zuiden van
het land worden Amerikaanse sigaretten en hifi-apparatuur
binnengesmokkeld zonder dat de verschuldigde belasting wordt
betaald en er is ook al een zwarte markt voor nieuwe, en voor
tweedehands kleding en voor vers, maar zelfs ook voor overjarig
voedsel in conservenblikjes. In Marokko zijn verder zwarte markten
voor wapens, goud en buitenlandse geld. Marokko kende in de loop
van 1994 en 1995 een reeks belangrijke fraudeschandelen en dan gaat
het onder andere om ambtenaren die voor eigen rekening door de
Verenigde Naties geschonken graan aan boeren verkochten
(Derro-project, 1993); de directeur van een dochteronderneming van
Royal Air Maroc die in 1995 werd aangehouden op verdenking van het
verduisteren van grote bedragen die gemoeid waren bij het tot stand
komen van koopcontracten met Duitse en Turkse bedrijven;
medewerkers van de Algemene Bank Marokko (een filiaal van ABN-AMRO)
die grote financile transacties zouden hebben gepleegd ten koste
van het Amerikaanse autobandenbedrijf Goodyear. Deze voorbeelden
van georganiseerde misdaad en fraude in Marokko zijn echter
kinderspel vergeleken bij de handel in cannabis en in toenemende
mate ook hard drugs. Nederland is daarbij als importland (het
belangrijkste?) van vitale betekenis. Hoe valt die ontwikkeling te
verklaren? We willen over drie specifieke voorwaarden iets zeggen:
(a) de rentabiliteit van de cannabis-verbouw, (b) de losbandige en
autonome traditie van het herkomstgebied en (c) de ontwikkeling van
de emigratie. Eerst (a): de teelt van het produkt. De boeren in een
klein gebied in het Noorden (Beni-Khaled of Ketama) dat ongeveer
100 kilometer ten Zuidwesten ligt van de plaats Al Hoceima – dit
ligt in de streek waar de gastarbeiders naar Nederland vandaan
komen – telen reeds meer dan tien eeuwen cannabis ten behoeve van
een bescheiden binnenlands gebruik. Koning Hassan I heeft het in
1890 met zoveel woorden toegestaan in vijf dorpen in dit gebied.
Toen de noordelijke zone van Marokko in 1912 onder Spaans beheer
kwam, legde het koloniale bestuur deze boeren geen strobreed in de
weg. In deze ruige streek van het hoge Rif-gebergte leveren de
verbouw van gerst, de opbrengst van fruitbomen, de teelt van geiten
en de produkten van bosbouw (hout, kurk, houtskool) te weinig op om
een zeker bestaan te lijden. Er zijn dan ook regelmatig
hongersnoden in dit gebied uitgebroken, nog in 1944/45 verloor een
vijfde tot een kwart van alle bewoners van de Centrale Rif het
leven (De Mas, 1995). Hash vormt een hoognodige en zekere
aanvulling van het inkomen, want dat wil ook in droge jaren nog wel
groeien. In het gebied waar De Mas reeds jarenlang onderzoek
verricht, heeft hij geconstateerd dat waar de bevolking in 1972 nog
voor 3 5 procent van haar inkomsten van de teelt van cannabis
afhankelijk was, dit percentage nu (1993) is gestegen tot 25 30%.
In Marokko worden drie groepen van hash-produkten onderscheiden.
Kif is de
Berberse benaming van de plant zelf in het Marokkaans. Ze wordt
gedroogd en ruim een jaar bewaard voor verdere bewerking. Sjiera is
het poeder dat bij het dorsen van de gedroogde plant achterblijft.
Hiervan wordt de beste kwaliteit cannabis, de zogenaamde 00 (double
zro) vervaardigd. Cannabis-olie wordt gemaakt door de sjiera-poeder
met zuivere alcohol op te lossen en verder te bewerken. Ofschoon
strijdig met de godsdienstige voorschriften, voor Marokkaanse
producenten en consumenten is hash heel gewoon: goede handel en een
prettig genotmiddel. Kif werd gerookt door oude mannen,
thans wordt dit op veel plaatsen ook voor jongeren gedoogd. Het
verbod in Europa komt de meeste betrokken Marokkanen als
merkwaardig voor. Of liever als buitenkans, want dankzij de
strafbaarstelling kan de prijs worden opgedreven. Deze houding
levert de huidige drugshandelende Marokkanen ook in Nederland de
neutraliseringstechniek op die nodig is de morele grens naar het
plegen van strafbare feiten over te steken. Waarom zouden zij dit
onschuldige produkt niet leveren op een grote koopkrachtige
markt?
lees meer
Bijlage VIII – I.2. De maatschappelijke legitimiteit van
nader onderzoekJanuary 1, 1999
I.2. De maatschappelijke legitimiteit van nader
onderzoek
Onderzoek naar georganiseerde criminaliteit door buitenlandse en
allochtone groepen is een gevoelige aangelegenheid. Het kan, als er
niet zorgvuldig mee wordt omgegaan, gemakkelijk voedsel geven aan
racistische vooroordelen en politieke organisaties die
vreemdelingenhaat kapitaliseren in de kaart spelen. Dat dit geen
loze bewering is, werd hiervoor al aangegeven. In de Verenigde
Staten, vanwaar veel criminologische inzichten afkomstig zijn, is
de georganiseerde misdaad en in het bijzonder de
Italiaans-Amerikaanse mafia, bij herhaling verheven tot soortbegrip
en voorgesteld als een geheime samenzwering die elders wordt
opgezet en waarvan de deelnemers de in zichzelf gezonde politiek,
economie en samenleving van Amerika hebben overrompeld en
gecorrumpeerd. De angst voor deze sinistere buitenlandse octopus
komt in de Amerikaanse politiek op gezette tijden naar boven om in
een wervelend samenspel van de media, de politiek, het Openbaar
Ministerie, de politie, comits van bezorgde burgers, populaire
wetenschap, en ook film en bellettrie, te worden afgeschilderd als
onzegbaar machtig. Dit draagt het gevaar van de Amerikaanse
moral panic in zich (Chambliss, 1995). Het werk van veel
vakcriminologen is tot op zekere hoogte een voor de hand liggende
reactie op deze angstige voorstelling van zaken. Zij hebben
veelvuldig getracht deze these van de alien conspiracy te
weerleggen. Wat op zijn beurt weer aanleiding kan zijn om het
probleem ten onrechte te bagatelliseren en dan zijn we nog verder
van huis want het verschijnsel verdwijnt niet vanzelf. In een
recent rapport van de Verenigde Naties (United Nations, 1994) wordt
de internationalisering van de activiteiten die de hiervoor
genoemde buitenlandse groepen ontplooien, vooral toegeschreven aan
de algehele globalisering van het maatschappelijk leven, en verder
– gespecificeerd voor individuele landen – in verband gebracht met
enerzijds de mogelijkheden om ergens op een illegale manier snel
groot geld te verdienen en anderzijds de mate van risico om op een
doeltreffende manier door de overheden aldaar te worden bestreden.
Met andere woorden, in dit rapport wordt uitgegaan van de
grondgedachte dat daar waar hoge winsten zijn te behalen en de
overheid – om wat voor reden dan ook: onvoldoende organisatie,
corruptie en intimidatie, acceptatie van bepaalde ontwikkelingen –
zwak is of berust in de gang van zaken, de bekende transnationale
groepen zullen neerstrijken. Over de rol die (ook) binnenlandse
allochtone criminele groepen en de gemeenschappen waarvan zij deel
uitmaken, in zo’n een proces kunnen spelen, wordt met geen woord
gerept. Waarom aan hun belangrijke rol wordt voorbijgegaan, wordt
niet verantwoord. Maar vreemd is het wel, want het is onderhand
bijvoorbeeld een feit van algemene bekendheid dat de snelle
penetratie van Italiaanse mafia-groepen in Duitsland alles te maken
heeft met de aanwezigheid van grote Italiaanse gemeenschappen in
veel Duitse steden. Mafiosi kunnen gemakkelijk onderduiken in deze
gemeenschappen en zich zo onttrekken aan de greep van de Justitie
in hun eigen of een ander land. Het is voor bepaalde mafiosi en hun
handlangers veiliger om vanuit deze gemeenschappen crimineel actief
te zijn in Itali dan vanuit de plaatselijke gemeenschappen in dit
land zelf. En het is vanzelfsprekend ook niet zo moeilijk voor hen
om eerst en vooral in zo’n grote Italiaanse gemeenschap als die in
Duitsland medestanders te recruteren. Hoe dan ook, dit merkwaardige
stilzwijgen in het desbetreffende rapport maakt iets van het
ongemak zichtbaar waarmee over de betrokkenheid van allochtonen,
etnische minderheden of immigranten in het algemeen, bij de
georganiseerde criminaliteit wordt gesproken.
lees meer
Bijlage VIII – VIII.3. ConclusieJanuary 1, 1999
VIII.3. Conclusie
Het vorenstaande zal duidelijk hebben gemaakt dat de Nigeriaanse
en Ghanese netwerken zeker ook in Nederland actief zijn. Maar
hierbij dient wel te worden bedacht dat het in ons land slechts
gaat om onderdelen, zoniet uiteinden, van deze netwerken. Want dit
verklaart wellicht waarom hier eigenlijk niets, of toch niet veel,
wordt teruggevonden van de grote hirarchische structuren waarvan in
Nigeria zelf sprake lijkt te zijn, volgens politiebronnen. Dit
maakt de Nederlandse vertakkingen overigens niet minder effectief:
hun geringe omvang en losse organisatie stelt ze in staat om zeer
flexibel te opereren in de internationale drugshandel. Dat deze
organisatie voor de leidende figuren ook de nodige zorgen met zich
meebrengt, staat vast; denk aan de controle op koeriers. Maar
nadelen als deze wegen waarschijnlijk niet op tegen de voordelen.
Alles wijst er verder op dat de Nigeriaanse en Ghanese
(georganiseerde) criminaliteit in ons land zich eenzijdig heeft
ontwikkeld. Bovenal speelt zij zich af in de drugshandel, en verder
nog steeds in de autohandel en, wellicht, de vrouwenhandel. Op
welke schaal deze illegale activiteiten tegenwoordig worden
bedreven, is echter goeddeels een raadsel. Gelet op de
onheilstijdingen die zo nu en dan over hun omvang de wereld in
worden gestuurd, zou het wel goed zijn wanneer er eens wat nader
onderzoek zou worden verricht, zowel om mythevorming te voorkomen
als om opsporing te bewerkstelligen waar zij geboden is. De
oplichterspraktijken die vanuit Nigeria worden bedreven, kunnen
overigens moeilijk worden gekenschetst als vormen van
(georganiseerde) criminaliteit die echt op Nederlandse bodem worden
bedreven. In dit verband vallen er in
Nederland alleen slachtoffers, niet zelden als gevolg van hun eigen
naviteit en/of hebzucht. Het feit dat de onderhavige netwerken zich
in Nederland alleen maar manifesteren in de gedaante van kleine
cliques smokkelaars, verklaart wellicht mede waarom er hier zo goed
als geen sprake is van geweldgebruik, en van corruptie slechts op
de meeste gerede plaatsen in de Nederlandse economie en de
Nederlandse ambtenarij. En niet uitgesloten moet worden geacht dat
juist ook dit een van de voornaamste redenen is waarom aan deze
(uitlopers van de ) Nigeriaanse en Ghanese georganiseerde
criminaliteit haast geen aandacht wordt geschonken.
lees meer
Bijlage VIII – Bibliografie Hoofdstuk IIIJanuary 1, 1999
-
Bibliografie Hoofdstuk III:
- Turkse criminele groepen in Nederland
Akgndz, A., Een analytische studie naar de arbeidsmigratie van
Turkije naar West-Europa, in het bijzonder naar Duitsland en
Nederland (1960-1974), in Sociologische Gids, jaargang 40,
1993, p. 352-385.
lees meer
IX – De branche van het wegtransport – 4.3 Verkoopcijfers
vrachtwagensJanuary 1, 1999
4.3 Verkoopcijfers vrachtwagens
De aankoop van nieuwe vrachtauto’s en trekkers daalde tussen
1992 en 1993 sterk; er werden in 1994 vijfendertig procent minder
vrachtauto’s en vijfenveertig procent minder trekkers verkocht dan
in 1992; volgens Transport en Logistiek Nederland was dit een
belangrijke indicator voor de algeheel slechte situatie bij de
transportbedrijven (TLN, 1994). Maar in 1994 neemt het aantal
verkopen van vrachtwagens en opleggers ineens weer sterk toe: er
worden 13 % meer trucks verkocht en bijna 44 % meer opleggers dan
in het voorgaande jaar (TLN, 1995). Hieruit kan worden
geconcludeerd dat de dalende resultaten definitief tot een einde
zijn gekomen. Ook het aantal geleaste wagens neemt de
laatste jaren sterk toe. In 1990 werd ongeveer zestien procent van
de vrachtwagens en trekkers geleast, in 1991 groeide dit percentage
tot negentien procent en in 1992 was het al ongeveer 22 procent
(CBS, 1994).
lees meer
IX – De branche van het wegtransport – 11.2
ExpediteursJanuary 1, 1999
11.2 Expediteurs
De transportdocumenten worden tegen betaling opgemaakt door
douane-expediteurs, meestal in opdracht van een verlader,
soms rechtstreeks van fabrikanten. Sommige verladers of
transportondernemers maken zelf hun documenten op, maar dit komt
niet vaak voor. De expediteur regelt het vervoer van A naar B, van
vliegtuig tot schip tot vrachtwagen. Voor het vervoer over de weg
schakelt de expediteur n of meer transportbedrijven in. Per
douane-document moet een borgsom gestort worden, maar
expeditie-bedrijven hebben een doorlopende borg uitstaan. Wanneer
de papieren niet aangezuiverd worden, is de expediteur
verantwoordelijk tegenover de fiscus voor de misgelopen
belastinggelden of ten onrechte betaalde subsidies. Wanneer er geen
bewijs komt dat de goederen de EU hebben verlaten, klopt de
Nederlandse belastingdienst bij de expediteur aan met een naheffing
voor de misgelopen gelden. In 1994 kregen twintig expediteurs een
dergelijke rekening in de bus; zo moesten twee grote bedrijven
samen meer dan honderd miljoen ophoesten. De branche-organisatie
van expediteurs Fenex schat dat de fiscus op deze manier jaarlijks
zo’n 1,5 miljard aan belastinginkomsten misloopt. Sommige
expediteurs huren een bewakingsbedrijf in voor gevoelige
transporten; een bewakingsagent rijdt dan in zijn personenwagen
achter de vracht aan en houdt het douane-document gescheiden van de
wagen. Het komt ook voor dat werknemers van het expeditie-bedrijf
met hun neus op het laden en lossen staan. Verder schijnen sommige
expeditie-bedrijven camera’s in hun kantoor hebben hangen, waarop
het moment dat de chauffeur de papieren inklaart op film wordt
vastgelegd. Volgens Fenex, die deelneemt aan de pas opgerichte
werkgroep Fraudepreventie, is het de georganiseerde misdaad die
slim inspringt op de onoverzichtelijkheid van de open grenzen en zo
de expediteurs een loer draait. Maar zijn alle expediteurs wel zo
onschuldig? En welke rol spelen de plaatselijk overheden? We
bespreken nu verschillende varianten in subsidie-, belasting- en
accijnsfraude.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>