- Amerongen, W.C. van
- Chef van de afdeling georganiseerde criminaliteit bij de
regiopolitie Brabant Zuid-Oost - Bakker, G.J.C.M.
- Teamleider douanerecherche bij de Fiscale inlichtingen- en
opsporingsdienst - Barendregt, B.N.
- Commissaris van politie en hoofd van de Afdeling cordinatie
criminele inlichtingen van de Divisie centrale recherche
informatie - Beaufort, jhr. mr. L.A.R.J. de
- Hoofdofficier van justitie te Haarlem
- Beek, mr. G.P. van der
- Als officier van justitie gedetacheerd bij de directie Politie
van het ministerie van Justitie , waar hij projectleider
georganiseerde criminaliteit was, vanaf 1 augustus 1995 officier
van justitie te Rotterdam - Blijswijk, mr. drs. J.A.M. van
- Hoofd van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst te
Haarlem - Blok, mr. J.A.
- Hoofdofficier van justitie te ‘s-Gravenhage
- Bovenkerk, prof. dr. F.
- Hoogleraar criminologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht
- Brand, J.L.
- Hoofdcommissaris van politie, korpschef van de regiopolitie
Haaglanden en voorzitter van de Raad van Hoofdcommissarissen. - Brinkman, mr. drs. L.C.
- Voormalig voorzitter van de CDA-fractie in de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, was voorzitter van de commissie voor de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten - Broere, A.
- Teamchef van het arrestatieteam van het regiokorps
Rotterdam-Rijnmond - Bruinsma, prof. dr. G.J.N.
- Bijzonder hoogleraar bestuurskundige criminologie aan de
Universiteit Twente - Bunt, prof. dr. H.G. van de
- Hoogleraar criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam en
hoofd van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum
van het ministerie van Justitie - Burg, mr. V.A.M. van der
- Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het CDA en
voorzitter van de vaste commissie voor Justitie van de Tweede
Kamer - Capelle, mr. M.A.A. van
- Officier van justitie te Groningen
- Corstens, prof. mr. G.J.M.
- Hoogleraar straf- en strafprocesrecht aan de Katholieke
Universiteit Nijmegen, vanaf 1 oktober 1995 raadsheer bij de Hoge
Raad der Nederlanden - Craemer, mr. R.W.M.
- Plaatsvervangend hoofdofficier van justitie in het
arrondissement Amsterdam en fungerend hoofdofficier van justitie
voor de politieregio Gooi- en Vechtstreek - Dijkstal, H.F.
- Minister van Binnenlandse Zaken, daarvoor lid van de Tweede
Kamer der
Staten-Generaal voor de VVD en lid van de vaste commissies voor de
Politie en voor Justitie - Docters van Leeuwen, mr. A.W.H.
- Procureur-generaal bij het Gerechtshof te Den Haag en
voorzitter van het College van procureurs-generaal - Dros, mr. O.R.
- Chef van het Kernteam Randstad Noord en Midden
- Duijne, dr. P.C. van
- Onderzoeker bij het ministerie van Justitie
- Fijnaut, prof. dr. C.J.C.F.
- Hoogleraar criminologie en strafrecht aan de Erasmus
Universiteit Rotterdam en aan de Katholieke Universiteit
Leuven - Gelderman, mr. E.F.G.M.
- Vice-president van de rechtbank te ‘s-Hertogenbosch in de
functie van cordinerend rechter-commissaris zware, georganiseerde
criminaliteit - Gemert, drs. ing. W.M. van
- Hoofd van het Landelijk rechercheteam bij het Korps Landelijke
Politiediensten - Gerding, mr. R.A.F.
- Plaatsvervangend hoofdofficier van justitie te Rotterdam
- Gonsalves, mr. R.A.
- Procureur-generaal bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch
- Gonzales, mw. mr. drs. I.E.W.
- Officier van justitie te Haarlem, tevens officier van justitie
zware criminaliteit en kernteamofficier - Groot, mr. F.C.V. de
- Tot medio 1995 officier van justitie voor de criminele
inlichtendiensten in het arrondissement Den Haag ( de korpsen
Haaglanden en Hollands Midden), daarna officier van justitie bij
het Landelijk bureau openbaar ministerie - Groot, mr. R. de
- Officier van justitie voor de criminele inlichtingendienst te
Rotterdam, tevens hoofd van de unit fraude, economie en milieu en
zware criminaliteit - Hellemons, A.A.M.
- Hoofd van de Dienst technische operationele ondersteuning van
de Divisie ondersteuning van het Korps Landelijke
Politiediensten - Helten, drs. N.H.E. van
- Directeur Democratische rechtsorde bij de Binnenlandse
veiligheidsdienst - Hiddema, mr. Th.U.
- Advocaat te Maastricht
- Hirsch Ballin, prof. mr. E.M.H.
- Lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal en hoogleraar
Internationaal Recht aan de Katholieke Universiteit Brabant,
voormalig minister van Justitie - Hondt, mr. E.M. d’
- Burgemeester van Nijmegen en voorzitter van het
Korpsbeheerdersberaad - Huisman, H.M.
- Hoofd van het Douane informatiecentrum
- IJzerman, P.D.
- Korpschef van de regiopolitie Twente
- Jansen, H.A.
- Commissaris van politie bij de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond,
hoofd van de regionale recherche dienst waaronder ook het kernteam
Rotterdam-Rijnmond/Zuid-Holland Zuid ressorteert - Jansen, mr. J.M.
- Hoofdofficier van justitie te ‘s-Hertogenbosch, voorzitter van
de Centrale toetsingscommissie - Karstens, R.
- Hoofd van de Afdeling nationale cordinatie
politile infiltratie bij de Divisie centrale recherche
informatie - Kloosterman, A.
- Observatierechercheur
- Koers, mr. J.
- Officier van justitie te Arnhem, hoofd van de Unit zware
criminaliteit - Korthals, mr. A.H.
- Lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de VVD,
woordvoerder voor justitie-aangelegenheden - Kuijper, K.
- Commissaris van politie, hoofd van de rijksrecherche bij het
parket procureur-generaal te Amsterdam - Langendoen, K.P.
- Projectleider/plaatsvervangend teamleider bij het Kernteam
Randstad Noord en Midden - Lith, A.
- Chef van het district Rijn en IJssel van de regiopolitie
Utrecht, voormalig teamleider van het interregionale rechercheteam
Noord-Holland/Utrecht - Looijen, J. van
- Plaatsvervangend chef van de criminele inlichtingendienst van
het regiokorps Amsterdam-Amstelland - Maan, mr. A.C.
- Officier van justitie zware, georganiseerde criminaliteit te
Amsterdam - Molen-Maesen, mw. mr. P.M.H. van der
- Landelijk terreur en BVD Officier van justitie, voorheen
CID-officier van justitie te Utrecht - Mosterd, A.M.
- Hoofd van de criminele inlichtingendienst van de politieregio
Hollands Midden - Naey, prof. dr. J.
- Hoogleraar politierecht aan de Vrije Universiteit
Amsterdam - Nordholt, drs. E.E.
- Korpschef van het regiokorps Amsterdam-Amstelland
- Patijn, mr. A.
- Raadadviseur bij de Directie Wetgeving van het ministerie van
Justitie - Paulissen, W.J.A.
- Commissaris van politie, districtschef Regiopolitie
Brabant-Noord, voormalig teamleider van het Kernteam Zuid - Pieters, mr. J.J.Th.M.
- Officier van justitie zware criminaliteit en criminele
inlichtingendienst te ‘s-Hertogenbosch - Putten, F. van der
- Hoofd van de regionale criminele inlichtingendienst van de
regiopolitie Gooi- en Vechtstreek - Randwijck, mr. R.C.J. Graaf van
- Procureur-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam
- Riessen, J.C. van
- Commissaris van politie, lid van de korpsleiding in de functie
van hoofd justitile bedrijfsvoering bij de regiopolitie
Amsterdam-Amstelland - Rutten-Roos, mw. mr. A.
- Vice-president bij het gerechtshof te Amsterdam
- Schmitz, mw. mr. E.M.A.
- Vanaf augustus 1994 staatssecretaris van Justitie, daarvoor
burgemeester van Haarlem en korpsbeheerder van de politieregio
Kennemerland - Snijders, mr. ing. J.W.P.
- Officier van justitie criminele inlichtingendienst te
Haarlem - Sorgdrager, mw. mr. W.
- Minister van Justitie, voorheen procureur-generaal bij het
gerechtshof te Den Haag en te Arnhem en officier van justitie
te
Almelo - Spoel, mr. Tj.E. van der
- Advocaat-procureur te Rotterdam
- Steeg, M. van
- Adjudant van politie, teamleider bij de criminele
inlichtingendienst - Stoffelen, mr. P.R.
- Voormalig lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de
PvdA, woordvoerder voor politie- en justitieaangelegenheden - Straver, mr. M.A.
- Hoofdcommissaris van politie en korpschef van de regiopolitie
Kennemerland - Suyver, mr. J.J.H.
- Secretaris-generaal bij het ministerie van Justitie
- Teeven, mr. F.
- Officier van justitie te Amsterdam
- Teijlingen, D. van
- Chef van de criminele inlichtingendienst van het regiokorps
Amsterdam-Amstelland - Theeuwes, H.J.C.M.
- Hoofdinspecteur van politie en
beleidsmedewerker/plaatsvervangend hoofd van de Afdeling cordinatie
criminele inlichtingen van de Divisie centrale recherche
informatie - Thijn, drs. E. van
- Voormalig minister van Binnenlandse Zaken en burgemeester van
Amsterdam, korpsbeheerder van de politieregio
Amsterdam-Amstelland - Valente, mr. J.M.
- Sinds 1 juli 1995 officier van justitie te Middelburg, voorheen
officier van justitie te Amsterdam - Veen, mr. O.C.W. van der
- Officier van justitie te Haarlem, hoofd van de Unit
specialismen, waaronder georganiseerde criminaliteit, criminele
inlichtingen en kernteam - Velt-Meijer, mw. mr. J.M.E. In ‘t
- Voorzitter van de strafkamer bij de rechtbank te Rotterdam in
de zaak Ramola - Vondel, J. van
- Voormalig informantenrunner bij de regionale criminele
inlichtingendienst van de regiopolitie Kennemerland - Voort, mr. C.V. van der
- Officier van justitie te ‘s-Gravenhage
- Vrakking, mr. J.M.
- Hoofdofficier van justitie te Amsterdam
- Waard, mr. T. de
- Advocaat, tot 1 december 1995 Algemeen Deken van de Nederlandse
orde van advocaten - Welten, B.J.A.M.
- Commissaris van politie bij de regiopolitie
Amsterdam-Amstelland, chef van de Dienst centrale recherche, tevens
verantwoordelijk voor het kernteam Amsterdam-Amstelland/Gooi- en
Vechtstreek - Wiarda, mr. J.
- Korpschef van het regiokorps Utrecht
- Wierenga, H.
- Voorzitter van de Bijzondere Onderzoekscommissie IRT
- Willems, mr. J.H.M.
- Vice-president van het gerechtshof te Amsterdam
- Wilzing, J.
- Korpschef van de regiopolitie IJsselland
- Wit, mr. L.A.J.M. de
- Hoofdofficier van justitie te Rotterdam
- Woelders, W.H.
- Chef van het kernteam Amsterdam-Amstelland/Gooi en
Vechtstreek - Wolffensperger, mr. drs. G.J.
- Voorzitter van de D66-fractie in de Tweede Kamer der
Staten-Generaal, daarvoor woordvoerder voor
justitie-aangelegenheden - Wooldrik, mr. H.P.
- Hoofd van de directie Politie van het
ministerie van Justitie, tevens belast met de leiding van de
directie Staats- en Strafrecht - Wortel, mr. J.
- Officier van justitie te Amsterdam
- Zwanenburg, mr. A.
- Secretaris van de Centrale toetsingscommissie
11.4 Inventarisatie van opsporingsmethoden in Engeland en
Wales
11.4.1 De georganiseerde misdaad in Engeland en Wales
De aard, ernst en omvang van de georganiseerde misdaad is
onderzocht door het Home Affairs Committee van het Britse
Lagerhuis. Noot De omvang is aanzienlijk en groeiende.
De committee uit haar ernstige bezorgheid en vraagt de regering
effectieve preventieve maatregelen te nemen.
Keukenkastje
HR 28 mei 1985, NJ Sv, 1985, 822 m.nt ThWvV
(Artt. 97 lid 1 sub 1SV, 2 lid 1 sub C en 9 Opiumwet
(oud))
Rechtsvraag:
Was het tegen de wil van de bewoners binnen treden, waarna cocane
werd aangetroffen bij het onderzoek in de keukenkastjes (een naast
de geiser hangend kastje), welk onderzoek zonder toestemming en
zonder te hebben voldaan aan de (oude) voorwaarden voor een
huiszoeking, onbevoegd geschied? Mag de gevonden cocane (49,6 gram)
voor het bewijs van het tenlastegelegde meewerken?
Tijdelijk register
HR 7 februari 1995, NJ 1995, 308
(Artt. 13 WPolR en 8 BPolR)
Het gaat in deze zaak om de beantwoording van de vraag of het
verwerken in processen-verbaal van persoonsgegevens uit
politieregisters die niet voldoen aan de vereisten gesteld (..) in
de WPolR moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar
ministerie dan wel uitsluiting van de in de processen-verbaal
vervatte bewijsmiddelen. Dit cassatiemiddel steunt, blijkens de
behandeling door de Hoge Raad, op twee gronden:
1. In de ten aanzien van het merendeel van de tenlastegelegde
feiten opgemaakte processen-verbaal zijn persoonsgegevens verwerkt,
voor de registratie waarvan in strijd met het bepaalde in de WPolR
niet een tijdelijk register als bedoeld in art. 13 van die wet is
aangelegd.
3.4 Feitelijk gebruik
3.4.1 Algemeen
Dynamische observatie vindt plaats door het subject op enige
afstand te volgen, zowel op de openbare weg als in voor het publiek
toegankelijke ruimten, middelen van openbaar vervoer enzovoorts.
Soms wordt hierbij gebruik gemaakt van technische hulpmiddelen
zoals verrekijkers en beeldregistratie-apparatuur. Dergelijke
activiteiten worden als regel uitgevoerd door een observatieteam
(OT), een team van opsporingsambtenaren dat hiervoor speciaal is
opgeleid en uitgerust.
5.5 Controle en samenwerking
5.5.1 De politie
De organisatie van de politile infiltratie is in handen van de
ANCPI en de PIT’s. Een politile infiltrant wordt tijdens zijn
optreden bijgestaan door een begeleidingsteam dat bestaat uit twee
of meer begeleiders. Deze begeleiding geschiedt onder
verantwoordelijkheid van de chef van het PIT en niet van het
kernteam of het regionale korps dat om de infiltratie heeft
verzocht.
7.5 Commissie-Wierenga en politieke besluitvorming
7.5.1 Instelling en rapport commissie-Wierenga
Op 26 januari 1994 lichtten de ministers van Justitie en van
Binnenlandse Zaken de Kamer in over de opheffing van het IRT.
Noot In deze brief werd gesproken over het uit de hand
lopen van een op zichzelf geoorloofde methode. In de brief en in
het daarop volgende debat werd een nader onderzoek toegezegd.
1 ALGEMENE INLEIDING
De commissie heeft als een van haar opdrachten gekregen
onderzoek te doen naar de organisatie, het functioneren van en de
controle op de opsporing. De resultaten van dit onderzoek zijn in
de voorliggende bijlage opgenomen.
4.5 Sturing van en controle op de tactische recherche
4.5.1 De korpsbeheerder Noot
De korpsbeheerders achten het in het algemeen voldoende als politie
en openbaar ministerie aangeven dat er voldoende menskracht wordt
ingezet voor de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
Noot Zij hebben als burgemeester en als voorzitter van
het regionaal college daarnaast groot belang bij de plaatselijke
criminaliteitsbestrijding. Het is waarschijnlijk geen toeval dat de
burgemeesters van de grote steden voorop lopen in de strijd tegen
de georganiseerde misdaad. Juist in die steden is de overlast van
die vorm van misdaad merkbaar. Dat betekent echter niet dat zij
steeds zeer precies worden genformeerd over de gang van zaken bij
grote onderzoeken.
6.7 Sturing en controle
6.7.1 De korpsbeheerders en de korpsleiding
De kernteams zijn beheers- en gezagsmatig ondergebracht bij
bepaalde regiokorpsen en arrondissementen. Formeel ligt de
beheersverantwoordelijkheid bij de korpsbeheerder van het
regiokorps waar het team is gevestigd. Dat zijn de drie grote
steden, Haarlem (kernteam Randstad Noord en Midden), Eindhoven
(kernteam Zuid) en Zwolle (kernteam Noord-Oost-Nederland). Toch
achten de korpsen die aan de kernteams personeel leveren, zich
hiermee nog niet ontslagen van alle verantwoordelijkheden.
9 OPENBAAR MINISTERIE
9.1 Inleiding
9.1.1 Algemene introductie
Het openbaar ministerie (OM) is belast met de strafrechtelijke
handhaving der rechtsorde. Daartoe beschikt het OM over het
vervolgingsmonopolie en draagt de officier van justitie het gezag
over de opsporing. Verder heeft het OM verschillende andere taken,
zoals de tenuitvoerlegging van rechterlijke vonnissen en, sinds de
inwerktreding van de Politiewet 1993, taken die voortvloeien uit
het medebeheer van de politie. In dit hoofdstuk staat de rol van
(de leden van) het OM bij de opsporing centraal. Met name in het
kader van die taak komt het openbaar ministerie in aanraking met de
georganiseerde criminaliteit en worden door het OM
opsporingsmethoden ingezet.
III. MOGELIJKHEDEN EN BEPERKINGEN VAN ONDERZOEK NAAR
GEORGANISEERDE
III.1. Inleiding
Het doen van wetenschappelijk onderzoek naar georganiseerde
criminaliteit is een hachelijke onderneming. In het voorgaande
hoofdstuk is als een van de drie kenmerken van georganiseerde
criminaliteit genoemd het vermogen om zich op betrekkelijk
effectieve wijze af te schermen. Georganiseerde criminaliteit is
dan ook voor wetenschappelijk onderzoekers een veel minder
toegankelijk onderzoekterrein dan bijvoorbeeld voetbalvandalisme of
druggebruik. Daarenboven zijn de traditionele informatiebronnen van
criminologische wetenschap, zoals de politie en slachtoffers,
doorgaans weinig toeschietelijk bij het verlenen van medewerking
aan onderzoek naar georganiseerde criminaliteit. De politie wil
niet graag haar informatiepositie prijsgeven (Reuter en Rubinstein,
1978) en slachtoffers zijn dikwijls beducht om te spreken. Het is
gemakkelijker om winkeliers over winkeldiefstal te interviewen dan
horeca-ondernemers over gedwongen protectie in hun bedrijfstak.
V.4. De autobranche
Voor criminele groepen die op grote schaal in gestolen auto’s
handelen is het aantrekkelijk om samenwerking te zoeken met
bonafide bedrijven. Het feit dat er per jaar ongeveer 5 tot 7.000
auto’s niet terug worden gevonden maakt duidelijk dat er wel
samenwerking met garagebedrijven in Nederland moet zijn. Criminele
groepen moeten voor deze illegale handel beschikken over veel
deskundigheid. Voor de levering van nummerplaten, valse
kentekenbewijzen, het plaatsen van nieuwe sloten, het veranderen
van chassisnummers en het eventueel overspuiten van auto’s is veel
vakkennis nodig en veel handelingen kunnen ook niet op straat en in
het openbaar gebeuren. Daarvoor heeft een criminele groep een
gespecialiseerde werkplaats nodig en vakspecialisten om de diverse
werkzaamheden uit te voeren. Voor criminele groepen of andere
professionele daders is het nauwelijks interessant een volledig
garagebedrijf op te kopen en dit zelf te voorzien van apparatuur en
personeel. De kans dat een garage zonder klanten op de een of
andere manier bij de politie bekend wordt, is redelijk groot; het
kan via de legale handelsactiviteiten de illegale niet goed
camoufleren. Wanneer toch een normaal garagebedrijf wordt opgekocht
neemt de afhandeling van de (noodzakelijke) gewone clientle te veel
tijd in beslag, is de administratieve rompslomp te groot in
verhouding tot de opbrengsten en komt er controlerend personeel van
diverse instanties over de vloer. Infiltratie van garages is met
andere woorden onaantrekkelijk voor criminele groepen. Ook de
beperkte hoeveelheid geld die via dit type bedrijven kan worden
witgewassen, maakt deze optie minder interessant.
VIII.3. Verwachtingen voor de nabije toekomst
Vorenstaande kwesties doen allicht de vraag rijzen naar de
ontwikkeling van de georganiseerde criminaliteit in Nederland in de
komende jaren. Deze vraag is echter gemakkelijker gesteld dan
beantwoord. Niet alleen is het onderzoek zomaar om te zetten in
bouwstenen voor een voorspelling van wat komen gaat, maar ook het
feit dat – vanuit methodologisch oogpunt gezien – niet verantwoord
om de resultaten van een hoofdzakelijk descriptief de
georganiseerde criminaliteit tegenwoordig zo internationaal van
karakter is en er op allerhande plaatsen in de wereld op grotere en
kleinere schaal allerlei maatregelen tegen worden genomen, maakt
het inderdaad zeer moeilijk om vooruit te zeggen wat er de komende
jaren gaat gebeuren. Waar dan nog bij komt dat eigenlijk niet van
de georganiseerde criminaliteit kan worden gesproken, maar telkens
weer opnieuw moet worden gevarieerd naar de aard van de betrokken
criminele groepen en de illegale activiteiten die zij organiseren.
Het verklarend inzicht in de vroegere en gaande ontwikkeling van de
georganiseerde criminaliteit in Europa is niet zo groot dat voor
allerlei vormen van georganiseerde criminaliteit kan worden bepaald
hoe zij er de komende jaren uit zullen gaan zien. Toch is het,
zeker vanuit een oogpunt van beleid, alleszins redelijk om naar de
toekomst van de georganiseerde criminaliteit te vragen. En dus kan
het niet onredelijk zijn om hier tenminste in grote lijnen enkele
verwachtingen voor haar toekomst aan het papier toe te vertrouwen.
Deze verwachtingen zijn mede gebaseerd op de weinige publikaties
waarin met meer of minder succes is geprobeerd enkele gedachten te
formuleren omtrent de ontwikkeling van de georganiseerde
criminaliteit in de toekomst, wereldwijd, op Europees niveau, in
sommige landen om ons heen (United Nations, 1994; Williams, 1995;
Carter, s.d.; Joutsen, 1993; Bundeskriminalamt, 1995).
