• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage VII – I.2. De opzet van het onderzoek

    I.2. De opzet van het onderzoek

    Reeds in januari 1995 besliste de Enqutecommissie – mede in het
    licht van het parlementaire debat – om een externe onderzoeksgroep
    de aard, omvang en ernst van de zware, georganiseerde criminaliteit
    in kaart te laten brengen. Meer bepaald werd aan de auteurs van dit
    rapport – prof. dr. C. Fijnaut (onderzoeksleider), prof. dr. F.
    Bovenkerk, prof. dr. G. Bruinsma en prof. dr. H. van de Bunt –
    gevraagd onderzoek te doen naar drie zaken:

    lees meer

    Bijlage VII – IV.5. De diefstal van auto’s

    IV.5. De diefstal van auto’s

    In aansluiting op de laatste opmerking kan deze paragraaf over de
    diefstal van auto’s het beste worden begonnen met een herhaling van
    de reden waarom in het onderhavige onderzoeksproject speciaal deze
    vorm van diefstal onder de loep is genomen. Het argument hiervoor
    is dat ook in de internationale literatuur keer op keer wordt
    gesteld dat autodiefstallen niet alleen worden gepleegd door
    groepen beroepsdieven maar ook door criminele groepen die algemeen
    worden gerekend tot het milieu van de georganiseerde criminaliteit,
    zoals de diverse geledingen van de Italiaanse mafia. Waarom ook
    deze groepen zich bezighouden met de diefstal van auto’s, valt
    gemakkelijk te begrijpen. Enerzijds kunnen auto’s met gemak op
    betrekkelijk grote schaal worden gestolen en tegen relatief veel
    geld worden (door-)verkocht, anderzijds is de pakkans voor de
    daders erg gering en is, in het geval dat zij toch worden gepakt,
    de straf gewoonlijk laag. Blijkens de deelstudie over de
    autobranche worden er in Nederland jaarlijks tussen de 30.000 en
    35.000 (vracht)auto’s gestolen. Het grootste deel hiervan wordt
    echter teruggevonden. Het deel dat overblijft – tussen de 5.000 en
    7.000 personenauto’s en een kleine 200 vrachtauto’s – wordt dus
    echt gestolen. Wie voor laatstbedoelde diefstallen verantwoordelijk
    zijn, is niet zo duidelijk. En dit ook om de reden die in het
    voorgaande al werd gesuggereerd: de bestrijding van deze vorm van
    diefstal geniet landelijk geen prioriteit. En dus zijn ook de
    gegevens over de betrokken (groepen) dieven aan de schaarse kant.
    Uit de landelijke studie betreffende de rol van allochtone en
    buitenlandse groepen in het bedrijven van georganiseerde
    criminaliteit in Nederland, is gebleken dat er weliswaar ook in
    Surinaamse, Marokkaanse en Nigeriaans-Ghanese kringen somtijds
    bendes actief zijn die auto’s (laten) stelen om ze vervolgens naar
    hun land van herkomst te verschepen (via Rotterdam en Antwerpen),
    maar dat na de val van De Muur vooral Russische en Joegoslavische
    bendes op dit gebied actief zijn geworden. Dit is ook naar voren
    gekomen in de plaatselijke studies, zij het dat de politie in
    Amsterdam – door gebrek aan onderzoek – niet echt kijk heeft op de
    activiteiten van deze groepen. Wel heeft zij door middel van
    onderzoek vastgesteld dat er in de stad zo’n 10 groepen
    professionele autodieven van Nederlandse origine werkzaam zijn.
    Verder neemt zij aan dat tenminste enkele van deze groepen in
    contact staan met buitenlandse (Ghanees-Nigeriaanse, Russische)
    handelaren in gestolen auto’s. De meeste wetenschap die in dit
    onderzoeksproject over (de plegers van) autodiefstallen werd
    vergaard, is geput uit 30 dossiers aangaande autodiefstallen die
    ons van overal uit het land werden toegestuurd. De meeste van deze
    dossiers hebben betrekking op autochtone groepen autodieven, enkele
    op groepen die uit Oost-Europa afkomstig zijn (Rusland, Letland,
    Oekrane en voormalig Joegoslavi). Hun analyse leert dat de
    autochtone groepen gewoonlijk slechts op lokale of regionale schaal
    werken en jaarlijks tussen de 10 en 15 auto’s stelen. Gemiddeld
    tellen zij vier tot vijf man waartussen een zekere werkverdeling
    bestaat: sommigen zijn beter in het stelen en verrijden van auto’s,
    anderen beschikken over de vaardigheden die nodig zijn om auto’s om
    te katten, papieren te vervalsen, enzovoort. Deze groepen kennen
    geen echte leider, maar hebben meestal wel een centrale figuur die,
    omdat hijzelf eigenaar is van een garage, een autosloperij of een
    werkplaats, goed thuis is in de (il)legale autohandel en zodoende
    ook met enig gezag taken kan verdelen en transacties weet af te
    wikkelen. Doorgaans kennen de kernleden van deze groepen elkaar al
    lange jaren, al was het maar omdat zij familieleden zijn of in
    dezelfde buurt of op hetzelfde woonwagenkamp zijn opgegroeid. Er
    hoeven in zulke groepen dan ook geen (positieve en/of negatieve)
    sancties te worden toegepast om een vlotte, loyale samenwerking te
    verzekeren. Niettemin treffen de meeste groepen wel de bekende
    voorzorgsmaatregelen om hun illegale activiteiten af te schermen,
    zoals afzien van het gebruik van de telefoon om zaken te regelen.
    Veel verder behoeven zij ook niet te gaan, omdat zij zo goed als
    niets te duchten hebben van de politie. Overigens plegen de leden
    van deze groepen veelal niet alleen autodiefstallen, maar maken zij
    zich ook schuldig aan onder meer inbraak en heling. De buitenlandse
    groepen zijn gewoonlijk groter. Hun kern telt zo’n vijf tot acht
    leden. Daarenboven doen zij veelal beroep op andere
    personen/groepen om speciale onderdelen van de illegale handel voor
    hun rekening te nemen. Hierbij kan men zowel denken aan de
    inschakeling van buitenlanders zoals Joegoslaven, die zich in het
    plegen van autodiefstallen hebben gespecialiseerd, als aan het
    aantrekken van landgenoten die de gestolen auto’s vliegensvlug over
    de grens moeten rijden of naar de haven van Rotterdam, Amsterdam of
    Antwerpen moeten brengen. Sommige van deze groepen gebruiken
    officieel erkende garages of import- en exportbedrijven om hun
    illegale handel af te schermen.

    lees meer

    Bijlage VII – VII.1. De landelijke situatie

    VII.1. De landelijke situatie

    Er is in Nederland geen instantie die een goed beeld heeft van
    de schaal waarop door criminele groepen contrastrategien worden
    gehanteerd. Ook de BVD en de rijksrecherche beschikken niet over de
    informatie om hiervan een adequaat beeld te construeren. Dit hangt
    ten dele samen met hun positie, taak en bevoegdheden binnen het
    openbaar bestuur, ten dele met het (geheimzinnig en controversieel)
    karakter van de bedoelde strategien zelf, en ten dele zeker ook met
    de belangen die lagere en hogere overheden hebben bij het
    stilhouden van hun ervaringen met de toepassing ervan. Zelfs van
    het onderwerp waar rond de laatste jaren nog de meeste openheid tot
    stand is gebracht, namelijk politile corruptie, bestaat nergens bij
    de centrale overheid, inclusief de zojuist genoemde instanties, een
    goed overzicht (Fijnaut, 1993). En hier kan in n adem aan worden
    toegevoegd dat het grote tekort aan ambtelijk inzicht tot nu toe
    niet is goedgemaakt door adequaat empirisch wetenschappelijk
    onderzoek (Hoetjes, 1991; Huberts, 1992).

    lees meer

    Bijlage VIII – 3.4. Tot besluit

    3.4. Tot besluit

    Ter afronding van dit hoofdstuk kan allereerst met nog groter
    stelligheid dan in het begin worden beweerd, dat er in Nederland
    geen octopus is die de georganiseerde criminaliteit in het gehele
    land omspant. Een dergelijke syndicaat bestaat niet, ook niet in de
    sfeer van de drugsgroothandel. Wat men in deze handel wel ziet,
    werd hiervoor met een aantal voorbeelden duidelijk gemaakt: een
    beperkt aantal criminele groepen van heel verschillend kaliber die
    elk een deel van de hashmarkt bezetten.

    lees meer

    Bijlage VIII – 2. Over de geschiedenis van de georganiseerde criminaliteit in Nederland

    2. Over de geschiedenis van de georganiseerde criminaliteit
    in Nederland

    Nederland kan niet bepaald het land worden genoemd met een grote
    traditie op het vlak van de geschiedschrijving in de sfeer van
    misdaad en straf. Slechts sedert de jaren zeventig bestaat er een
    kleine kring van historici, antropologen en criminologen die
    interesse hebben voor de geschiedenis van de criminaliteit en de
    strafrechtspleging in Nederland. Hun geschriften hebben tot nu toe
    evenwel hoofdzakelijk betrekking op de manier waarop door overheden
    op het probleem van de criminaliteit werd gereageerd. Dit probleem
    zelf werd dan ook veelal slechts in functie van deze invalshoek
    behandeld (Faber, 1983; Spierenburg, 1984; Diederiks en Roodenburg,
    1991). Er is echter een gelukkige uitzondering: de geschiedenis van
    het bendewezen in en rond de Republiek in de achttiende eeuw.

    lees meer

    Bijlage VIII – I. ALGEMENE INLEIDING

    I. ALGEMENE INLEIDING

    Een van de hoofdvragen, waarop de Enqutecommissie een antwoord
    moet geven, is de vraag naar de aard, ernst en omvang van de
    georganiseerde criminaliteit in Nederland. Voor een ieder die in de
    voorbije jaren de berichtgeving over grotere strafzaken heeft
    gevolgd, zal het duidelijk zijn dat in dit antwoord niet alleen
    aandacht mag worden geschonken aan de rol van autochtone,
    Nederlandse, groepen in die criminaliteit, maar dat ook het nodige
    dient te worden gezegd over de rol die buitenlandse en allochtone
    groepen hierin spelen. Over deze laatste groepen gaat dan ook dit
    rapport. De rol van autochtone groepen in de georganiseerde
    criminaliteit in Nederland wordt door Cyrille Fijnaut belicht in
    het gelijknamige rapport van zijn hand.

    lees meer

    Bijlage VIII – V.1. De georganiseerde criminaliteit in Hong Kong

    V.1. De georganiseerde criminaliteit in Hong Kong

    V.1.1. Het verhaal van de triades

    Het probleem van de Chinese georganiseerde criminaliteit wordt
    nogal gemakkelijk op een lijn gesteld met het probleem van de
    triades. Maar net zoals de kwestie van de georganiseerde
    criminaliteit in Itali niet kan worden gelijkgesteld aan die van de
    mafia en haar vier geledingen, zo mag ook in dit geval de
    georganiseerde criminaliteit niet op n en dezelfde hoop worden
    gegooid. De triades – ook in hun eigentijdse uitmonstering – vormen
    slechts een deel van het probleem. En juist om ook dat andere deel
    goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat het verhaal van de
    triades wordt verteld.

    lees meer

    Bijlage VIII – VII.5. Colombianen in Nederland en hun criminaliteit

    VII.5. Colombianen in Nederland en hun criminaliteit

    Volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek hadden
    zich in 1994 2.049 personen legaal gevestigd op Nederlands
    grondgebied met een Colombiaans nationaliteit en nog eens 6.864
    Colombiaanse mensen beschikten daarnaast ook nog over de
    Nederlandse nationaliteit. Hun aantal neemt gestaag toe: in 1991
    waren dat nog slechts 1.610 mensen met enkel de Colombiaanse en
    5.605 mensen met een dubbele nationaliteit. Wie dit precies zijn is
    niet bekend. Colombianen behoren niet tot de doelgroepen van het
    Nederlandse minderhedenbeleid en, net zoals bij andere
    Latino-bevolkingen, is er geen onderzoek naar hen gedaan. En ding
    is wel heel duidelijk: ongeveer twee derde bestaat uit vrouwen. Is
    hier ook sprake, zoals in Engeland, van Colombiaanse hulpen in de
    huishouding? Het is wel waarschijnlijk dat er zich enkele politieke
    vluchtelingen onder bevinden die in de jaren zeventig zijn
    gearriveerd, maar veel kunnen dit er niet zijn. Wel volstrekt
    duidelijk is het grote aantal prostitues onder deze vrouwen. Zij
    hebben niet zelden eerst gewerkt in het beroemde prostitutiekamp
    Campo Allegre op Curaao en van daaruit hebben zij, net zoals
    prostitues uit de Dominicaanse Republiek en ook uit de Nederlandse
    Antillen zelf, de oversteek gemaakt. Dat zovele van hen een dubbele
    nationaliteit bezitten, kan betekenen dat een aantal van hen met
    Hollandse mannen (ex-klanten?) is gehuwd. Er bevinden zich ook
    nogal wat zusters onder en dat duidt op kettingmigratie. De trek
    van Colombiaanse prostitues naar Nederland is al meer dan 15 jaar
    oud en gaat vooraf aan de import van drugs. Verder leeft in
    Nederland een onbekend aantal illegale Colubianen. Wie met de
    plaatselijke politie daarover praat, krijgt gemakkelijk de indruk
    dat eigenlijk alle Colombianen in Nederland – en dat geldt zeker
    het aantal illegale Colombianen wier aantal wij per definitie niet
    kennen – wel op de een of andere manier zijn verbonden met de
    handel in drugs. Maar het gezichtspunt van de politie is
    noodzakelijkerwijs selectief en Colombianen buiten het criminele
    circuit komen niet in hun vizier. De Argentijnse criminoloog Damian
    Zaitch is met een etnografisch onderzoek naar deze gemeenschap
    begonnen. Hij treft in Amsterdam en Rotterdam een rijk
    verenigingsleven aan dat op zichzelf helemaal niet met de wereld
    van de drugs hoeft te zijn verbonden. Er zijn politieke clubs,
    culturele verenigingen, migranten-zelfhulporganisaties en
    feministische groeperingen. Hij stuit eveneens op kerkelijke
    organisaties die taalcursussen geven. Maar hij ontwaart ook een
    uitgebreid horeca-circuit, een aantal (vecht-)sportscholen waar
    Colombianen veel komen en dansgelegenheden waar de connectie met de
    cocanehandel wel bestaat. Zaitch verwondert zich over de open en
    ontspannen manier waarop onder Colombianen in Nederland met cocane
    wordt omgegaan. Op grond van wat wij daar in het bijzonder in
    Amsterdam over aantreffen en waarvan verslag is gedaan in het
    Amsterdamse rapport in deze serie, lijkt de uitspraak te verdedigen
    dat een aanmerkelijk deel van de kleine Colombiaanse gemeenschap op
    de een of andere manier wel degelijk een rol speelt bij de import
    en de distributie van drugs.

    lees meer

    Bijlage VIII – X.2. Het optreden van de Joego-mafia in Duitsland

    X.2. Het optreden van de Joego-mafia in Duitsland

    In diverse West-Europese landen vormt de criminaliteit die door
    Joegoslavische bendes wordt bedreven een niet gering probleem. Maar
    dit probleem wordt, hoe dan ook, het scherpst gevoeld in Duitsland
    – het land waar van oudsher veel Joegoslaven wonen. Zoals in de
    algemene inleiding al werd aangegeven, vormden volgens de
    Lagebilder van het Bundeskriminalamt uit 1992 en 1993
    Joegoslaven rond de 6% van alle verdachten (8.352 respectievelijk
    9.884) in de betrokken opsporingsonderzoeken. De illegale
    activiteiten waaraan dezen zich schuldig maken, liggen met name in
    de sfeer van de drugshandel en in die van de woninginbraken.
    Daarnaast zijn zij zeker ook betrokken bij
    prostitutie/vrouwenhandel, illegaal gokken, diefstal van
    (vracht)auto’s en de wapenhandel. Wat dit alles concreet zoal
    betekent, is bijna uitsluitend in de journalistieke literatuur met
    stukken en beetjes terug te vinden literatuur overigens die juist
    ook op dit punt is gebaseerd op politie-informatie (Roth en Frey,
    1992; Peters, 1994).

    lees meer

    Bijlage VIII – II.2. De emigratie naar Nederland

    II.2. De emigratie naar Nederland

    Suriname mag in politiek opzicht dan onafhankelijk zijn, in
    economisch en cultureel opzicht is het volstrekt georinteerd, om
    niet te zeggen: gefixeerd, op het voormalige moederland. Dat geldt
    zowel in positieve zin: men reist erheen, gebruikt de Nederlandse
    taal en drijft er handel mee, maar ook negatief: de Surinaamse
    identiteit wordt verstevigd door zich af te zetten tegen het
    Nederlandse neo-imperialisme. Legerleider Bouterse bewaakte zijn
    zogenaamde revolutie door steeds weer te verklaren: Ik ben klaar
    met Nederland! Een traditie van ruim honderd jaar emigratie naar
    Nederland om er te studeren vormt daar onderdeel van. Als de
    massa-emigratie in de jaren zeventig op gang komt, is Nederland
    vrijwel de enige bestemming. Er is een kolonie van enkele duizenden
    Surinamers te vinden in New York, honderdduizenden trokken naar
    Holland. Toen de Amsterdamse sociaal-geograaf H. van Amersfoort in
    1968 de eerste overzichtsstudie van Surinamers in Nederland
    schreef, telde hij een aantal van tussen de 16.000 en 18.000
    migranten. Voor een groot deel waren dat studerenden en mensen uit
    de Surinaamse middenklasse die hier werkten als verpleegsters,
    onderwijzers en ambtenaren. Voor een klein deel waren dat
    arbeiders: afgemonsterde zeevarenden, geworven metaalarbeiders voor
    de Amsterdamse scheepvaartindustrie en ambachtslieden die op de
    bonnefooi kwamen. Zij wisten hun weg in de Nederlandse samenleving
    goed te vinden en Surinamers golden voor de Hollandse bevolking als
    een exotische groep. Een detail is voor het onderwerp van deze
    studie belangrijk, zo zal verderop blijken: van oudsher zijn de
    luchthaven Schiphol en de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen voor
    Surinamers zeer geliefde werkgevers. In een rapport van het
    Landelijk Buro Racisme Bestrijding uit 1990, dat handelt over
    mogelijke discriminatie van Surinaamse werknemers bij promotie en
    ontslag wordt het belang van de nationale luchtvaartmaatschappij
    voor de werkgelegenheid van Surinaamse immigranten in Nederland
    onderstreept. Er was in de jaren zestig geen speciaal
    werkloosheidsvraagstuk, er werden geen bijzondere sociale problemen
    gesignaleerd behalve het (psychologische) aanpassingsprobleem en
    over Surinaamse criminaliteit werd nauwelijks gesproken. Van
    Amersfoort meende dat de emigratie kon worden opgevat als een vorm
    van de verstedelijking die zich in veel landen van de Derde Wereld
    in die jaren begon af te tekenen en dat was goed gezien. Paramaribo
    puilde niet uit zoals steden in Latijns Amerika, de massa-emigratie
    die in de jaren zeventig op gang kwam, richtte zich op de Randstad
    Holland. Alle sociale categorien die de Surinaamse samenleving rijk
    is, namen eraan deel. Vooral in de twee jaar voorafgaande aan de
    abrupte onafhankelijkheid zwelde de stroom aan met mensen die het
    zekere maatschappelijke bestaan van Nederland verkozen boven de
    onzekere politieke toekomst van Suriname en zolang zij
    staatsrechtelijk Nederlanders waren, kon dat ook nog. Onder de
    emigranten bevonden zich nu ook Hindoestaanse en Javaanse
    landbouwers, het stadsproletariaat en ook de hele en halve
    werklozen van alle etnische groepen. Bovenkerk (1983) liet zien dat
    alle groepen meededen aan de volksverhuizing, ook Chinezen,
    Bosnegers, Libanezen en de afstammelingen van Nederlandse
    kolonisten uit de vorige eeuw, de zogenaamde boeroes. Emigratie als
    massaverschijnsel vormde een afspiegeling van de gehele Surinaamse
    bevolking.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 7.2 De chauffeurscultuur

    7.2 De chauffeurscultuur

    Chauffeurs zijn over het algemeen laag opgeleid. Bijna zeventig
    procent van alle chauffeurs heeft een LBO-opleiding of lager; ruim
    twintig procent doorliep alleen de lagere school (Nota TLN, 1994).
    Een bevestiging van het stereotype dat wil dat deze jongens op
    school meer uit het raam naar vrachtauto’s zaten te kijken, dan in
    hun boeken. Het is ook een echte mannencultuur; het aantal vrouwen
    in het chauffeursbedrijf groeit weliswaar, maar bedroeg in 1991 nog
    maar vier procent (Nota TLN, 1994). Op de baas wordt heel wat
    afgescholden. De snelheidsbegrenzer en tachograafschijven zijn zeer
    impopulair, want die perken de vrijheid van handelen in: het aantal
    stops, de gemiddelde snelheid en het precieze aantal gereden en
    geruste uren zijn na de rit door de baas precies te controleren.
    Nog verder gaat de satelliet-controle die een groeiend aantal
    internationale transportondernemingen heeft: via schotelverbinding
    kan de ondernemer op ieder tijdstip zien waar zijn chauffeurs zich
    bevinden. Volgens een genterviewde transporteur wilden zijn
    chauffeurs in eerste instantie niets weten van deze nieuwe
    controlemogelijkheid, maar willen ze nu niet meer zonder. Vooral op
    overval-gevoelige landen biedt de directe communicatiemogelijkheid
    een gevoel van veiligheid.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 12.3 Andere vormen van smokkel

    12.3 Andere vormen van smokkel: wapens en mensen

    Wat betreft de aard en omvang van wapensmokkel, tasten we
    volledig in het duister. Aangezien er – onder andere – met name in
    voormalig Joegoslavi een behoorlijk aantal wapens nodig is, moet er
    smokkel van wapens plaatsvinden. Een genterviewde transporteur
    vertelde dat er wel zeker door Nederlandse transportbedrijven naar
    het oorlogsgebied wordt gereden, maar onduidelijk is met welke
    lading. Onlangs dook in de pers een bericht op over
    mensensmokkel in een Nederlandse vrachtauto. Het betrof een
    groep vluchtelingen uit verscheidene landen (Marokko, Tunesi,
    Somali, Irak en Iran) die vermoedelijk veel geld heeft betaald om
    in West-Europa een herkomen te vinden. Een chauffeurs-echtpaar dat
    al jaren op Marokko rijdt, vertelt over de vele verstekelingen die
    zich op de veerboot onder of in de wagens proberen te verstoppen,
    al wisten zij niet of chauffeurs ook geld aannemen van de
    verstekelingen. Na verscherpte controle aan de Marokkaanse grens,
    hebben zich mensensmokkelroutes ontwikkeld bij de Algerijnse grens,
    zo staat eveneens te lezen in het rapport dat handelt over
    allochtonen. In 1994 arresteerde de Italiaanse politie 6000
    Algerijnse, Marokkaanse en Tunesische illegalen in Zuid-Itali, zo
    vernemen we verder uit diverse Marokkaanse kranten waaronder Anoual
    (22 mei 1995). Sindsdien heeft ook Algerije maatregelen genomen en
    verplaatste de smokkel zich weer naar Marokko, van waaruit de
    migranten met bootjes naar Algeciras worden gevaren, na betaling
    van bedragen rond de 3000 gulden. Zowel de Spaanse als de
    Marokkaanse douane en politie zou betrokken zijn bij deze
    mensensmokkel, zo vernemen we uit deze Marokkaanse bronnen. Vanuit
    Spanje gaan de illegalen naar Nederland, Belgi en Frankrijk, maar
    het is onduidelijk of en hoe vaak de transportsector hierbij
    gebruikt wordt. Uit de politiedossiers blijkt dat er Nederlandse
    chauffeurs zijn aangehouden met verstekelingen uit Irak, Iran,
    Egypte, Tunesi, Marokko en Somali aan boord: verscholen achter lege
    bloemendozen in de lading. De betreffende chauffeurs verdienden
    duizend gulden per gesmokkeld persoon.

    lees meer

    IX – De branche van het wegtransport – 3.2 Bestemmingen

    3.2 Bestemmingen

    De belangrijkste landen waar de Nederlandse vervoersondernemers
    naartoe rijden zijn op volgorde van grootte: Duitsland (22 miljoen
    ton), Belgi en Luxemburg (12 miljoen ton), Frankrijk (ruim 4,5
    miljoen ton), Itali (1,3 miljoen ton), Engeland (0,7 miljoen ton)
    en Zwitserland (0,6 miljoen ton). Andere belangrijke uitvoerlanden
    zijn Denemarken en Zweden (samen 1 miljoen ton). De belangrijkste
    landen waar de Nederlandse vervoersondernemingen goederen vandaan
    halen zijn in volgorde van grootte: Duitsland, Belgi en Luxemburg,
    Frankrijk, Itali, Engeland en Zweden. Andere grotere importlanden
    zijn Denemarken, Spanje en Zwitserland en Oostenrijk.

    lees meer

    IX – De zeehaven Rotterdam en de luchthaven Schiphol – 3.2. Criminaliteit op de luchthaven Schiphol

    3.2. Criminaliteit op de luchthaven Schiphol

    De luchthaven Schiphol (inclusief Seceurop Schiphol) en de
    Koninklijke Marechaussee die vanaf 1 januari 1994 voor de
    politiezorg op Schiphol verantwoordelijk is, verklaren weinig last
    te hebben van
    criminaliteitsvormen als autokraak, autodiefstal, diefstal van
    bagage van passagiers en zakkenrollerij. Schiphol heeft relatief
    weinig met (veelvoorkomende) criminaliteit te maken. Gezien het
    grote aantal dagelijks geparkeerde auto’s (ruim 80.000) is het
    aantal van 135 (in 1993) en 185 (in 1994) ontvreemde auto’s
    relatief laag. De meeste auto’s worden voor joy-riding gebruikt
    (zie ook het deelrapport van Bruinsma over (vracht)autodiefstallen
    in Nederland). De autodiefstallen vinden gespreid over het jaar
    plaats en vertonen geen piek in bepaalde maanden. Van de autodieven
    zijn er in 1993 twee en in 1994 vier verdachten door de Koninklijke
    Marechaussee aangehouden. Van de op het terrein van Schiphol
    geparkeerde auto’s worden er per jaar ongeveer 290 opengebroken.
    Zowel voor 1993 als 1994 zijn er van diefstal uit of vanaf auto’s
    292 aangiftes gedaan. Dit aantal is vermoedelijk een onderschatting
    van het werkelijke aantal, omdat veel passagiers niet goed weten
    waar zij op Schiphol aangifte moeten doen, of na een lange
    vliegreis maar besluiten thuis aangifte te doen bij de plaatselijke
    politie. De meeste autokraken (bijna de helft) worden gepleegd in
    parkeergarage P9 die vrij dicht is gelegen bij de aankomst- en
    vertrekhal van Schiphol. Veel voorkomende delicten op openbare
    plaatsen met druk personenverkeer, zijn bijvoorbeeld zakkenrollerij
    en bagagediefstal Noot . In 1993 werd in 1722 gevallen
    aangifte gedaan door passagiers en bezoekers; in 1994 bedroeg dat
    aantal 1209. Ook bij deze aantallen kan worden aangetekend dat de
    officile aangiftes een klein deel van het werkelijke aantal beslaan
    omdat veel mensen pas na verloop van tijd hun bagage missen of hun
    papieren kwijt zijn. Bovendien denken veel mensen in eerste
    instantie dat zij een en ander hebben verloren of dat bij het
    inchecken de bagage in het verkeerde vliegtuig is terecht gekomen.
    In dat geval wordt aangifte gedaan van vermissing, niet van
    diefstal. In de aankomsthal vindt bijna de helft van de
    bagagediefstallen plaats, maar ook in de vertrekhal zijn de volle
    koffers en tassen een aantrekkelijk doelwit voor dieven. Volgens de
    Koninklijke Marechaussee worden zakkenrollerij en bagagediefstallen
    professioneel georganiseerd door groepen daders die internationaal
    opereren. Zij zijn gedurende enkele dagen op een bepaalde
    luchthaven in Europa actief om vervolgens naar een andere
    luchthaven te vertrekken voordat de opsporingsdiensten en
    veiligheidsbedrijven alert worden en actie ondernemen.
    Internationale contacten tussen opsporingsdiensten in Europa
    bevestigen dit patroon van internationaal professioneel opererende
    dieven. Het internationale karakter van de criminele groepen blijkt
    uit gegevens over het land van oorsprong van de daders die zijn
    aangehouden. Van de 78 aanhoudingen in 1993 waren 21 daders uit
    Peru afkomstig, 19 uit voormalig Joego-Slavi, 11 uit Marokko, 9 uit
    Frankrijk, 3 uit Nederland en een enkeling uit andere landen. In
    1994 zijn 82 aanhoudingen verricht terzake van zakkenrollerij en/of
    bagagediefstallen. Hiervan blijken 19 daders afkomstig te zijn uit
    ex-Joego-Slavi, 17 uit Peru, 10 uit Algerije 8 uit Marokko en 7 uit
    Chili en Frankrijk. Deze dieven werken volgens de Koninklijke
    Marechaussee veelal in groepen en maar in een enkel geval
    solistisch. Het is zeer moeilijk een hele groep gezamenlijk aan te
    houden, omdat het bewijs van medeplichtigheid meestal moeilijk is
    te leveren.

    lees meer

    IX – De autobranche en de (vracht)autocriminaliteit – 6.3. Corruptie en smeergelden bij de opsporing van gestolen auto’s

    6.3. Corruptie en smeergelden bij de opsporing van gestolen
    auto’s

    Een aantal jaren geleden is een lid van de Koninklijke
    Marechaussee op Schiphol door de rechter veroordeeld voor het feit
    dat hij zelf in diensttijd en in vrije avonden op parkeerplaatsen
    bij het vliegveld op zoek ging naar gestolen auto’s en die zelf
    meldde aan verzekeringsmaatschappijen om het terugvindloon te
    innen. In Nederland wordt in het geruchtencircuit wel vaker
    gesuggereerd dat menig politie-agent daarmee extra inkomsten
    verwerft, al dan niet met hulp van vrienden en kennissen. Gegevens
    daarover bestaan er niet. Mocht dit het geval zijn dan moeten die
    ambtenaren bij verzekeringsmaatschappijen bekend zijn. Maar deze
    informatie wordt door de verzekeringsmaatschappijen gekoesterd als
    bedrijfsgeheim. In ieder geval kan worden vastgesteld dat
    verzekeringsmaatschappijen bepaalde vormen van corruptie in de hand
    werken wanneer zij buiten de officile kanalen om
    opsporingsambtenaren zouden betalen voor hun tips. Een even sterk
    geruchtencircuit bestaat er over keurmeesters van keuringsstations
    van de RDW die betalingen zouden ontvangen om gestolen en omgekatte
    auto’s goed te keuren. Er bestaan echter geen concrete bewijzen van
    dergelijke corruptie. Zij zijn wel een kwetsbare schakel in de
    levering van gestolen auto’s aan de legale branche.

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>