Binnenlandse VeiligheidsdienstJanuary 1, 1999
3.8 Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD)
De Binnenlandse veiligheidsdienst (BVD) heeft ingevolge de Wet
op de inlichtingenen veiligheidsdiensten (WIV) tot taak het
verzamelen van gegevens omtrent organisaties en personen die
aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar
vormen voor de democratische rechtsorde, dan wel voor de veiligheid
of voor andere gewichtige belangen van de Staat (Wet op de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten, artikel 8, tweede lid). Naast
deze taak is aan de BVD wettelijk opgedragen het verrichten van
veiligheidsonderzoeken voor de vervulling van vertrouwensfuncties
en het bevorderen van maatregelen ter beveiliging van gegevens
waarvan de geheimhouding door het belang van de Staat wordt
geboden. Deze gegevens kunnen zowel overheidsinformatie betreffen
als gegevens van het bedrijfsleven. Voor de laatste categorie geldt
dat het gegevens betreft die naar het oordeel van de
verantwoordelijke minister van vitaal belang zijn voor de
instandhouding van het maatschappelijk leven. De (zijdelingse)
betrokkenheid van de BVD met de georganiseerde criminaliteit heeft
de commissie doen besluiten aandacht te besteden aan de
werkzaamheden van de BVD. Op basis van de beslispunten van de Kamer
komt de commissie tot de volgende onderzoeksvragen:
lees meer
Korps landelijke politiedienstenJanuary 1, 1999
3.7 Korps landelijke politiediensten (KLPD)
Het Korps landelijke politie diensten (KLPD) is, naast de
vijfentwintig regiokorpsen, het zesentwintigste politiekorps met
zelfstandige en ondersteunende taken. De KLPD vervult zowel taken
die primair samenhangen met de strafrechtelijke handhaving van de
rechtsorde als taken die daarmee geen direct verband houden. Het
KLPD was ook onderwerp van onderzoek in het rapport van de
parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden. Op basis
hiervan heeft de commissie besloten de onderdelen van het KLPD te
onderzoeken op basis van de volgende onderzoeksvragen:
lees meer
KernteamsJanuary 1, 1999
3.6 Kernteams
In de tweede helft van de jaren tachtig is de belangstelling
voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit toegenomen. In
dit kader ontstond de gedachte om permanente opsporingscapaciteit
vrij te maken ter bestrijding van dit type criminaliteit. Gezien
het feit dat de criminele activiteiten zich veelal uitstrekten over
grote delen van Nederland en het buitenland werd besloten tot de
oprichting van interregionale opsporingsteams. Aanvankelijk werd
gesproken van interregionale rechercheteams (IRT’s); vanaf 1994 van
kernteams. Het zijn thans zes kernteams, te weten
Noord-Oost-Nederland, Randstad-Noord en Midden, Zuid, Rotterdam,
Haaglanden en Amsterdam-Amstelland/Gooi en Vechtstreek. Van de
kernteams wordt een prominente rol verwacht bij de bestrijding van
de georganiseerde criminaliteit.
lees meer
Tactische rechercheJanuary 1, 1999
3.5 Tactische recherche
De tactische recherche verzamelt informatie over strafbare
feiten en personen die verdacht zijn. Deze rechercheurs hebben als
taak bewijsmateriaal aan te leveren voor concrete strafzaken. In
het onderzoek van de commissie is de tactische recherche eveneens
onderwerp van onderzoek geweest. Daarbij ging de primaire aandacht
uit naar de organisatie van de tactische recherche en naar de vraag
in hoeverre er bijzondere opsporingsmethoden werden gebruikt. De
commissie heeft de onderstaande onderzoeksvragen geformuleerd:
lees meer
Criminele inlichtingendienstJanuary 1, 1999
3.4 Criminele inlichtingendiensten
De criminele inlichtingendiensten (CID-en) vormen een
belangrijke schakel in de organisatie van de opsporing. Het
verzamelen van criminele informatie, bijvoorbeeld door middel van
contacten van informanten, wordt sinds de jaren zeventig door
aparte criminele inlichtingendiensten binnen de politie verricht.
In het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie
opsporingsmethoden is veel aandacht besteed aan dit onderdeel.
Hieruit bleek dat er geen wettelijke basis was voor de CID-en en
dat de diversiteit aan organisatievormen en werkwijzen van de CID
en in het land aanzienlijk was. (Kamerstuk 24 072, nr. 14,
1995-1996, functioneren van de CID-en.
lees meer
KorpsleidingJanuary 1, 1999
3.3 Korpsleiding
In het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie
opsporingsmethoden werd kritiek uitgeoefend op de rol van de
korpsleiding met betrekking tot de opsporing. De korpsleiding had
te weinig betrokkenheid bij de opsporing en de recherche en er werd
relatief weinig aandacht besteed aan dit organisatieonderdeel. In
dit onderzoek is dan ook aandacht besteed aan de rol van de
korpsleiding.
lees meer
Na de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden: veranderingen en reorganisatiesJanuary 1, 1999
3.2 Na de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden:
veranderingen en reorganisaties
3.2.1 Veranderingen in de politieregio’s
lees meer
Internationale samenwerkingJanuary 1, 1999
3.10 Internationale samenwerking
De parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden heeft
zijdelings aandacht besteed aan verschillende aspecten van
internationale samenwerking met betrekking tot bijzondere
opsporingsmethoden. De commissie werd in haar evaluatie-onderzoek
vele malen geconfronteerd met het belang van internationale
samenwerking op dit gebied. Ten aanzien van de internationale
samenwerking constateert de commissie de volgende problemen. In de
eerste plaats is het onduidelijk welk recht geldt bij de opsporing
in Nederland door buitenlandse opsporingsorganisaties. In de tweede
plaats doen zich vele problemen voor rond de praktische
samenwerking tussen de regio’s en het buitenland. Tenslotte blijkt
de organisatie van de rechtshulpverlening niet goed te
functioneren.
lees meer
De organisatie van de opsporingJanuary 1, 1999
HOOFDSTUK 3 ORGANISATIE VAN DE OPSPORING
3.1 Inleiding
lees meer
Kennis van norrnering en opleidingenJanuary 1, 1999
2.7 Kennis van norrnering en opleidingen
In het onderzoek van de commissie is expliciet aandacht besteed
aan de kennis van opsporingsambtenaren van de geldende normering in
het bijzonder, en opleidingen van personen betrokken bij het
recherchewerk in het algemeen. Eerst zal de in de praktijk
aangetroffen kennis van de geldende regelingen en wetgeving worden
besproken (paragraaf 2.6.1). Vervolgens komt de opleiding van
politieambtenaren aan de orde (paragraaf 2.6.2). Tenslotte komt de
opleiding van leden van het openbaar ministerie aan bod (paragraaf
2.6.3).
lees meer
Normering van bevoegdheden voor de handhaving van de
openbare ordeJanuary 1, 1999
2.6 Normering van bevoegdheden voor de handhaving van de openbare
orde
In het onderzoek naar de normeringscrisis is bekeken of het
noodzakelijk is ook voor andere werkterreinen van de politie tot
nadere regelgeving voor de inzet van bepaalde methoden te komen.
Naar aanleiding van de uitkomsten van de parlementaire
enquêtecommissie opsporingsmethoden en de discussie in de
Kamer is uitdrukkelijk bepaald dat bevoegdheden expliciet
vastgelegd dienen te worden in de wet. Het terugvallen op het
algemene artikel 2 van de Politiewet wordt door velen als te
beperkt gezien als er door het gebruik van bepaalde bevoegdheden
inbreuk wordt gemaakt op de rechten en vrijheden van burgers. Op
basis van deze discussie heeft de commissie de volgende
onderzoeksvraag gehanteerd:
lees meer
Overige methodenJanuary 1, 1999
2.5 Overige methoden
De parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden heeft
in beperkte mate aandacht besteed aan verschillende aspecten van
het omgaan met informatie in het algemeen. De commissie heeft op
basis daarvan besloten in haar evaluatie- onderzoek beperkt
aandacht te besteden aan het verkennend onderzoek, bestuurlijke
rechtshandhaving en financieel rechercheren. Tevens heeft de
commissie besloten aandacht te besteden aan de door
opsporingsinstanties noodzakelijk geachte informatie-uitwisseling.
Daarbij waren de volgende onderzoeksvragen leidend:
a.Hoe krijgt bestuurlijke rechtshandhaving vorm in de praktijk van
de
opsporing?
b.Wat zijn de resultaten van financieel rechercheren?
c.Hoe krijgt financieel rechercheren in de praktijk van de
opsporing
vorm?
d.In hoeverre vindt er nog informele informatie-uitwisseling plaats
via
zogenoemde «U-bochten»?
lees meer
Gecontroleerde drro- en afleveringenJanuary 1, 1999
> 2.4 Gecontroleerde afleveringen doorlaten
2.4.1 Vragen naar aanleiding van de beslispunten
lees meer
ObservatieJanuary 1, 1999
2.2 Observatiemethoden
2.2.1 Vragen naar aanleiding van de beslispunten
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>