• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage VIII – VII.2. De razendsnelle opkomst van de Colombiaanse kartels

    VII.2. De razendsnelle opkomst van de Colombiaanse
    kartels

    De opkomst van de drugskartels volgt logisch op de groei van de
    vraag naar dit verdovende middel. In de jaren zestig en zeventig
    was het witte poeder het genotmiddel van de avant-garde en
    culturele elite en in tegenstelling tot de onbeschaafde herone was
    het de champagne onder de drugs. In de tweede helft van de jaren
    zeventig zonk dit cultuurgoed naar lagere welstandsklassen en in de
    Verenigde Staten werd het tegenwoordig niet enkel meer gesnoven,
    maar ook gerookt (free-basen) en gebruikt in de vorm van crack.
    Crack is de rookbare variant van cocane HCL. In de Verenigde Staten
    wordt het zuur vermengd met bakpoeder, in Nederland met ammonia.
    Crack is in Nederland moeilijk te vinden (nochtans bleken bij
    cocanemonsters in 1994 in Rotterdam wel degelijk crack of freebase
    voor te komen, NRC/Handelsblad, 12.11.1994), de zwarte getto’s van
    de Verenigde Staten zijn er verschrikkelijk door getroffen.
    Coca-bladeren werden in Zuid-Amerika door plaatselijke bevolkingen
    wel gebruikt om op te kauwen en daardoor het werk langer vol te
    houden. De mijnwerkers in Peru konden het werk niet aan zonder hun
    coca-pruim en zij werden voor een gedeelte van hun loon ook in coca
    uitbetaald. Het verhaal van de wereldwijde opkomst van coke is
    veelvuldig beschreven: de vraag steeg reusachtig en het moderne
    transport maakte het mogelijk aan een toenemende vraag te voldoen.
    Alvorens poeder of de cocanebase uit te kunnen voeren moeten de
    bladeren in keukens of laboratoria worden gekookt (met behulp van
    onder andere petroleum) en de zo gewonnen pasta wordt vervolgens
    geraffineerd (met behulp van onder andere ether en aceton) en tot
    poeder gemaakt (dat is het zuur cocanehydrochloride). Die laatste
    bewerking kan ook elders plaatsvinden, want de pasta is voldoende
    geconcentreerd om in kleine exporthoeveelheden toch nog veel op te
    brengen. Vandaar de suggestie dat in het doorvoerland Suriname zelf
    cocane zou worden geraffineerd. Overigens is ook in Europa en in
    Nederland al cocanebase aangetroffen. Colombia is voor de genoemde
    chemische hulpvloeistoffen afhankelijk van het Westen en sinds de
    export daarvan is verboden, zit men soms zonder.

    lees meer

    Bijlage VIII – VII.1. Inleiding

    VII. DE ROL VAN DE COLOMBIAANSE KARTELS IN
    NEDERLAND

    VII.1. Inleiding: einde van het Cali-kartel?

    In de zomer van 1995 werden kort na elkaar de twee onbetwiste
    leiders van het zogenaamde Cali-kartel gearresteerd: de broeders
    Gilberto en Miguel Rodriguez Orejuela en in hun kielzog nog vier of
    vijf personen in de top. Op 2 december 1993 was de absolute voorman
    van het kartel van Medelln, Pablo Escobar, op de vlucht uit zijn
    huis doodgeschoten door een combinatie van Amerikaanse en
    Colombiaanse militairen en politiemensen die een speciale
    opsporingsgroep (Bloque de busqueda) hadden gevormd. Andere
    topfiguren van het Medelln-kartel (de broers Ochoa, Calos Lehder en
    anderen) waren al eerder gearresteerd. Met de arrestatie in Rome
    van de topman van het Pereira-kartel in 1992, Tony Duran, was het
    snelst groeiende nieuwe kartel in zijn opkomst gesmoord. De
    politie-strategie van de jarenlang volgehouden speuracties heeft
    gewerkt, de grootste kartels zijn onthoofd en ontdaan van hun
    grootste organisatorische talenten. Het graf van Don Pablo
    (Escobar) wordt dagelijks door tientallen mensen bezocht en in dat
    opzicht leeft deze voorbeeldfiguur voor de armen nog steeds, maar
    overigens symboliseert dit dat zijn concrete organisatie echt
    voorbij is. Is daarmee een einde gekomen aan de wereldomspannende
    handel in cocane en de herone die in toenemende mate ook uit
    Colombia komt? Waarschijnlijker is dat zich een verplaatsingseffect
    zal voordoen. De oude Colombiaanse organisaties van Bogot, Medelln,
    Cali en Pereira zullen zich hergroeperen en nieuwe talenten komen
    op. Binnen Colombia zal het zwaartepunt worden verlegd naar nieuwe
    hoofdsteden van de cocane waar de autoriteiten nu nog weinig zicht
    op hebben. Er zijn kartels gesignaleerd in de regio’s van de
    noordelijke kustvlakte en in de bergen. Voorts is het
    waarschijnlijk dat andere landen in betekenis toenemen. Nu al waren
    de Colombiaanse kartels druk doende hun activiteiten te spreiden
    over meer Zuidamerikaanse landen teneinde de risico’s te verkleinen
    en hun invloedssfeer te vergroten. Thans lijkt Mexico een goede
    kandidaat om de leidende rol van Colombia over te nemen. Ook hier
    bestaan machtige kartels en Mexico heeft boven andere landen het
    voordeel van een tweeduizend kilometer lange grens met de Verenigde
    Staten, die belangrijke consument, die zich niet laat bewaken. Het
    zou van naveteit getuigen te veronderstellen dat de
    onthoofdingsstrategie werkelijk effect heeft op de omvang van de
    internationale handel in drugs. De arrestatie van kopstukken heeft
    een morele boodschap voor zover het alles wat met drugs te maken
    heeft in een kwaad daglicht stelt. De wandaden en de door en door
    slechte karakters van de druglords worden in de media en in de
    fictie daarom heen (vergelijk de nieuwe filmtrend waarin de eenzame
    Amerikaanse held het opneemt tegen de almachtige
    kartelorganisaties) breed uitgemeten en het publiek leert dat de
    opsporingsinstanties wel degelijk in staat zijn om ze ook op het
    hoogste niveau nog schurken te pakken. Maar deze ingrepen zullen
    weinig anders doen dan de topografie van het landschap veranderen,
    de economische geografie blijft bestaan. De Verenigde Staten vormen
    een markt van vele miljoenen consumenten, Canada en Australi zijn
    daar bijgekomen en de markt in Europa is potentieel nog groter dan
    eerste drie bij elkaar. In Colombia en ook andere Zuidamerikaanse
    landen zijn alles samengenomen naar schatting van het Amerikaanse
    Ministerie van Justitie tussen de 800.000 en anderhalf miljoen
    mensen van de produktie van drugs voor hun levensonderhoud
    afhankelijk en deze economie heeft een hele nieuwe welvarende
    klasse van mensen naar voren gebracht. De bronlanden vormen hele of
    halve narco-staten waarin (individuele personen in) politiek en
    bestuur belang hebben bij de continuering van deze economie. Op dit
    ogenblik is Colombia ongetwijfeld het belangrijkste
    cocane-exporterende land en de handelaren zijn uitgezwermd over
    alle landen waar koopkrachtige vraag bestaat naar het produkt. Dat
    neemt niet weg dat ook Brazilianen, Peruanen, Chilenen, Bolivianen
    en Venezolanen in deze sector worden aangetroffen. Op dit moment in
    de geschiedenis nemen Colombianen echter nog steeds veruit de meest
    vooraanstaande posities in. Dat geldt ook voor Nederland en daarom
    besteden we in dit hoofdstuk speciaal aandacht aan deze groep.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.5. Conclusie

    VI.5. Conclusie

    Het staat dus buiten kijf dat de Italiaanse mafia, en in het
    bijzonder de camorra, op Nederlands grondgebied opereert, en dat
    haar optreden hier als het ware de harde kern vormt van veel
    ruimere criminele betrekkingen tussen Nederland en Itali. Met deze
    constatering is helemaal niet gezegd dat er in Nederland ook
    Italiaanse toestanden zouden heersen. Want, ook voorzover het om de
    mafia-groepen gaat, is het zo dat zij Nederland vr alles nog
    beschouwen als een marktplaats waar tegen betrekkelijk geringe
    kosten illegale goederen, en speciaal dan drugs, kunnen worden
    ingekocht. In de mate dat zij zich in Nederland zelf organiseren –
    horecabedrijven opkopen, makelaars uitsturen – gaat het dan ook
    grotendeels om het treffen van logistieke voorzieningen die een
    adequate uitgangspositie op die markt garanderen.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.4. De Italiaanse mafia

    VI.4. De Italiaanse mafia: ook in Nederland een
    probleem?

    De gevestigde Italiaanse gemeenschap in Nederland is
    publiekelijk nimmer uitdrukkelijk in verband gebracht met
    Italiaanse georganiseerde misdaad, laat staan met de Italiaanse
    mafia. Als er van deze misdaad, deze mafia, al een binnenlands
    probleem werd gemaakt, dan hield dit rechtstreeks verband met
    concrete, tijdelijke acties van Italiaanse misdadigers die hier van
    buiten Nederland optraden. Het bekendste voorbeeld hiervan is de
    kidnapping van mevrouw Van der Valk in 1982. Een voorbeeld dat pas
    later meer de aandacht heeft
    getrokken, betreft de poging van de Italiaans-Amerikaanse mafia om
    zich meester te maken van het gokwezen in Amsterdam (Middelburg,
    1988). En ook nog andere, onbekende, voorbeelden suggereren dat in
    elk geval tot voor kort het optreden van de Italiaanse mafia op
    Nederlandse bodem niets van doen had met de Italiaanse gemeenschap
    in ons land. In het levensverhaal dat een van de bekendste
    pentiti uit de kring van de cosa nostra, Antonino Calderone,
    onlangs opbiechtte aan Pino Arlacchi, vertelt hij dat de leider van
    een groepje camorristi in de jaren zeventig geregeld rechtstreeks
    naar Rotterdam kwam om hier grote partijen sigaretten te kopen voor
    de zwarte markt in Zuid-Itali (Arlacchi, 1993: 123).

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.3. De Italiaanse gemeenschap in Nederland

    VI.3. De Italiaanse gemeenschap in Nederland

    Ofschoon zowel in Duitse als in Franse rapporten sporadisch
    wordt gewezen op activiteiten van de Italiaanse mafia in Nederland,
    is haar (eventuele) optreden hier zeker geen thema in de
    internationale literatuur. Of dit terecht is of niet, zal in de
    volgende paragraaf uit de doeken worden gedaan. Tot goed begrip van
    de bevindingen waartoe ons eigen onderzoek in deze heeft geleid, is
    het van belang eerst iets te zeggen over de geschiedenis, de
    samenstelling en de bedrijvigheid van de Italiaanse gemeenschap in
    Nederland. Want, zoals eerder werd aangegeven, de aanwezigheid van
    zulk een gemeenschap vormt gewoonlijk een strategische voorwaarde
    voor de ontplooiing van mafia-activiteiten.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.2. De uitwaaiering van de Italiaanse mafia over Europa

    VI.2. De uitwaaiering van de Italiaanse mafia over
    Europa

    Maar de Italiaanse mafia is niet binnen de grenzen van Itali
    gebleven. Heden ten dage opereren in elk geval de cosa nostra, de
    ‘ndrangheta en de camorra wereldwijd. Deze internationalisering, om
    niet te zeggen:
    globalisering, van de Italiaanse mafia kan niet in haar geheel met
    een paar woorden worden verklaard. Vrij algemeen wordt aangenomen
    dat dit proces als het ware op gang is gebracht door de massale
    emigratie van Italianen uit het Zuiden van hun land naar
    Noord-Amerika, Australi en, ook niet onbelangrijk, West-Europa. Hun
    emigratie bracht niet alleen met zich mee dat zich in een aantal
    Italiaanse gemeenschappen in het buitenland al vlug dezelfde
    mafiose praktijken ontwikkelden als in het vaderland, althans in
    Sicili en Calabri, maar impliceerde ook dat de mafia-families die
    in Itali zo goed en zo kwaad als het ging, trachtten te overleven,
    in die buitenlandse gemeenschappen als vanzelf de nodige
    natuurlijke bondgenoten vonden voor internationale criminele
    activiteiten. En hiermee wordt geraakt aan de tweede factor die de
    internationalisering van de Italiaanse mafia zo heeft bevorderd: de
    illegale handel in de verboden verdovende middelen en dus, op de
    achtergrond, de strafbaarstelling van het gebruik van deze middelen
    (Rey en Savona, 1993). Hoe dit proces in zijn werk is gegaan, werd
    met name onderzocht in de Verenigde Staten. Waarom dit onderzoek
    juist hier, en niet in Australi, Canada of West-Europa, plaatsvond,
    behoeft geen ingewikkelde verklaring. Precies in dit land heeft de
    mafia zich vanaf het einde van de 19e eeuw in hoog tempo ontwikkeld
    tot een cosa nostra die in macht en rijkdom niet onderdoet voor
    haar Siciliaanse tegenhanger (Nelli, 1976; Rimanelli, 1992).
    Aanvankelijk, op het einde van de vorige eeuw, manifesteerde de
    Italiaans-Amerikaanse mafia zich vooral in de vorm van criminele
    bendes immigranten, waaronder gewezen leden van de Siciliaanse
    mafia en de Napolitaanse camorra, die zich binnen de Italiaanse
    gemeenschappen zelf, vooral die in New Orleans en New York,
    schuldig maakten aan allerhande criminaliteit, maar zeker ook aan
    afpersing. In de kring van de tweede generatie-immigranten uit
    Itali deed zich in het begin van deze eeuw evenwel een nieuwe
    ontwikkeling voor. Ondernemende figuren in hun midden probeerden
    zich toen meester te maken van de klassieke zwarte markten in de
    grote steden: illegaal gokken, prostitutie en verdovende middelen.
    En niet zonder succes. Dit bleek zonneklaar op het moment dat de
    Drooglegging werd afgekondigd in 1920: samen met vooral Joodse en
    Ierse groepen werkten zij zich al snel op tot grootmeesters in de
    illegale produktie en distributie van alcohol. Na de Drooglegging
    (1920-1932) investeerden zij grote delen van hun fortuin niet
    alleen in het (il)legale gokwezen en de prostitutie, maar ook in
    legale sectoren van de economie, zoals de bouw- en
    textielnijverheid. In de jaren vijftig en zestig tenslotte begaven
    de Italiaans-Amerikaanse mafia-families zich volop in de illegale
    drugshandel. De zogenaamde Pizza Connection liet onverbloemd zien
    hoe eendrachtig zij hierbij samenwerkten met de Siciliaanse cosa
    nostra (Alexander, 1988; Jacobs, 1994; Jamieson, 1992).

    lees meer

    Bijlage VIII – VI.1. De mafia in Itali

    VI.1. De mafia in Itali: een eigentijds beeld van de
    situatie

    Het tegenwoordige probleem van de georganiseerde misdaad in
    Itali is ongetwijfeld nauw verbonden met de transformatie die de
    mafia in Sicili na de Tweede Wereldoorlog heeft ondergaan. De
    andere mafia’s staan immers niet alleen in organisatorisch opzicht
    sterk onder invloed van de Siciliaanse mafia, maar zij werken ook
    op steeds grotere schaal met deze mafia samen. Hierom wordt eerst
    deze metamorfose besproken. Vervolgens zal aan de hand van een
    recent rapport van het ministerie van Binnenlandse Zaken in Rome de
    hedendaagse fenomenologie van de georganiseerde misdaad in Itali in
    het algemeen worden uiteengezet.

    lees meer

    Bijlage VIII – I.2. De maatschappelijke legitimiteit van nader onderzoek

    I.2. De maatschappelijke legitimiteit van nader
    onderzoek

    Onderzoek naar georganiseerde criminaliteit door buitenlandse en
    allochtone groepen is een gevoelige aangelegenheid. Het kan, als er
    niet zorgvuldig mee wordt omgegaan, gemakkelijk voedsel geven aan
    racistische vooroordelen en politieke organisaties die
    vreemdelingenhaat kapitaliseren in de kaart spelen. Dat dit geen
    loze bewering is, werd hiervoor al aangegeven. In de Verenigde
    Staten, vanwaar veel criminologische inzichten afkomstig zijn, is
    de georganiseerde misdaad en in het bijzonder de
    Italiaans-Amerikaanse mafia, bij herhaling verheven tot soortbegrip
    en voorgesteld als een geheime samenzwering die elders wordt
    opgezet en waarvan de deelnemers de in zichzelf gezonde politiek,
    economie en samenleving van Amerika hebben overrompeld en
    gecorrumpeerd. De angst voor deze sinistere buitenlandse octopus
    komt in de Amerikaanse politiek op gezette tijden naar boven om in
    een wervelend samenspel van de media, de politiek, het Openbaar
    Ministerie, de politie, comits van bezorgde burgers, populaire
    wetenschap, en ook film en bellettrie, te worden afgeschilderd als
    onzegbaar machtig. Dit draagt het gevaar van de Amerikaanse
    moral panic in zich (Chambliss, 1995). Het werk van veel
    vakcriminologen is tot op zekere hoogte een voor de hand liggende
    reactie op deze angstige voorstelling van zaken. Zij hebben
    veelvuldig getracht deze these van de alien conspiracy te
    weerleggen. Wat op zijn beurt weer aanleiding kan zijn om het
    probleem ten onrechte te bagatelliseren en dan zijn we nog verder
    van huis want het verschijnsel verdwijnt niet vanzelf. In een
    recent rapport van de Verenigde Naties (United Nations, 1994) wordt
    de internationalisering van de activiteiten die de hiervoor
    genoemde buitenlandse groepen ontplooien, vooral toegeschreven aan
    de algehele globalisering van het maatschappelijk leven, en verder
    – gespecificeerd voor individuele landen – in verband gebracht met
    enerzijds de mogelijkheden om ergens op een illegale manier snel
    groot geld te verdienen en anderzijds de mate van risico om op een
    doeltreffende manier door de overheden aldaar te worden bestreden.
    Met andere woorden, in dit rapport wordt uitgegaan van de
    grondgedachte dat daar waar hoge winsten zijn te behalen en de
    overheid – om wat voor reden dan ook: onvoldoende organisatie,
    corruptie en intimidatie, acceptatie van bepaalde ontwikkelingen –
    zwak is of berust in de gang van zaken, de bekende transnationale
    groepen zullen neerstrijken. Over de rol die (ook) binnenlandse
    allochtone criminele groepen en de gemeenschappen waarvan zij deel
    uitmaken, in zo’n een proces kunnen spelen, wordt met geen woord
    gerept. Waarom aan hun belangrijke rol wordt voorbijgegaan, wordt
    niet verantwoord. Maar vreemd is het wel, want het is onderhand
    bijvoorbeeld een feit van algemene bekendheid dat de snelle
    penetratie van Italiaanse mafia-groepen in Duitsland alles te maken
    heeft met de aanwezigheid van grote Italiaanse gemeenschappen in
    veel Duitse steden. Mafiosi kunnen gemakkelijk onderduiken in deze
    gemeenschappen en zich zo onttrekken aan de greep van de Justitie
    in hun eigen of een ander land. Het is voor bepaalde mafiosi en hun
    handlangers veiliger om vanuit deze gemeenschappen crimineel actief
    te zijn in Itali dan vanuit de plaatselijke gemeenschappen in dit
    land zelf. En het is vanzelfsprekend ook niet zo moeilijk voor hen
    om eerst en vooral in zo’n grote Italiaanse gemeenschap als die in
    Duitsland medestanders te recruteren. Hoe dan ook, dit merkwaardige
    stilzwijgen in het desbetreffende rapport maakt iets van het
    ongemak zichtbaar waarmee over de betrokkenheid van allochtonen,
    etnische minderheden of immigranten in het algemeen, bij de
    georganiseerde criminaliteit wordt gesproken.

    lees meer

    Bijlage VIII – VI. DE ITALIAANSE MAFIA

    VI. DE ITALIAANSE MAFIA:

    HAAR AANWEZIGHEID OP NEDERLANDSE BODEM

    In de voorbije jaren is bij herhaling de vraag opgeworpen of er
    sprake is van penetratie van de Italiaanse mafia

    lees meer

    Bijlage VIII – V.5. Conclusie

    V.5. Conclusie

    De conclusie van dit hoofdstuk kan moeilijk een andere zijn dan
    dat de Chinese georganiseerde criminaliteit zich ook in Nederland
    in vele varianten manifesteert. Zowel waar het gaat om het soort
    van illegale activiteiten als waar het gaat om de groepen die
    betrokken zijn bij hun uitvoering. Naast groepen die moeten worden
    gerekend tot de meer traditionele triades (in hun moderne
    organisatievorm) vinden we ook stilaan groepen die daar, zo
    onmiddellijk tenminste, niet mee in verband kunnen worden gebracht
    en, zoals in de Verenigde Staten, ook niet met andersoortige
    Chinese genootschappen (tongs). Belangrijk is ook om op te merken
    dat het er op begint te lijken dat deze vorm van georganiseerde
    criminaliteit niet alleen meer wordt bedreven door personen en
    groepen die als het ware van buitenaf de Nederlandse samenleving
    binnendringen, maar ook door Chinezen die al lange(re) tijd, zelfs
    al in de tweede of wellicht in de derde generatie, in Nederland
    wonen. Dit betekent dat – wl net als in Amerika – ook hier de
    Chinese georganiseerde criminaliteit minder en minder een vreemd
    verschijnsel zal worden, maar onderdeel van de Nederlandse
    samenleving. Zij het ook direct met de kanttekening dat dit heel
    goed kan samengaan met de verdere internationalisering van de
    manier waarop deze criminaliteit ook in West-Europa wordt
    georganiseerd en gepleegd. De berichten die ons hieromtrent vanuit
    het Verenigd Koninkrijk bereiken, houden steek.

    lees meer

    Bijlage VIII – V.4. De Chinese georganiseerde criminaliteit in Nederland

    V.4. De Chinese georganiseerde criminaliteit in
    Nederland

    V.4.1. Een blik op het nabije verleden

    Hiervoor werd aangegeven dat in de (inter)nationale literatuur
    de Chinese gemeenschap in Nederland wordt aangemerkt als een
    brandhaard van Chinese georganiseerde criminaliteit in Europa, zo
    niet in het Westen, in elk geval op het terrein van de
    heronehandel. Men moet er zich echter rekenschap van geven dat de
    berichten hieromtrent vooral slaan op de gebeurtenissen die in de
    jaren zestig en zeventig plaatsgrepen in Amsterdam. De betreffende
    auteurs gaan enerzijds voorbij aan de (ondergeschikte) rol die
    Nederlandse Chinezen voor de oorlog beslist hebben gespeeld in de
    smokkel van (Turkse) opium naar Nederland en naar Nederlands-Indi;
    de groothandel was toen veeleer in handen van Joden en Grieken
    (Kallenborn, 1953; Block, 1994). Anderzijds wordt in elk geval in
    de internationale literatuur niet of nauwelijks acht geslagen op de
    actuele ontwikkeling van de Chinese georganiseerde criminaliteit in
    Nederland. Terwijl er helemaal geen reden is om deze ontwikkeling
    te bagatelliseren, zoals verderop zal worden aangetoond. De
    gebeurtenissen die zich in Amsterdam in de jaren zestig-zeventig
    voordeden, vormen de achtergrond van wat er tegenwoordig aan de
    hand is.

    lees meer

    Bijlage VIII – V.3. De Chinese gemeenschap in Nederland

    V.3. De Chinese gemeenschap in Nederland

    Anders dan de Italiaanse gemeenschap wordt de Chinese
    gemeenschap in Nederland, zeker in de (inter-)nationale literatuur,
    veelvuldig geassocieerd met georganiseerde criminaliteit en vooral
    met drugshandel, bedreven door triades en soortgelijke criminele
    organisaties. Alvorens nader in te gaan op deze
    associaties, is het dan ook van belang eerst deze gemeenschap
    enigermate in kaart te brengen. Want net als in het geval van de
    Italiaanse mafia vormt de aanwezigheid van een Chinese gemeenschap
    kennelijk een strategische, haast noodzakelijke voorwaarde voor de
    ontplooiing van Chinese georganiseerde criminaliteit. Zonder zulk
    een gemeenschap zou zij in een bepaald land waarschijnlijk niet
    kunnen gedijen. Er is in elk geval geen land bekend waar Chinese
    georganiseerde criminaliteit floreert zonder dat er sprake is van
    een bloeiende Chinese gemeenschap ter plaatse.

    lees meer

    Bijlage VIII – V.2. De Chinese georganiseerde criminaliteit in de omringende landen

    V.2. De Chinese georganiseerde criminaliteit in de omringende
    landen

    Voorgaande ontmythologisering van de tegenwoordige triades in
    het Oosten is reeds bepaald belangrijk om de huidige Chinese
    georganiseerde criminaliteit in Nederland te kunnen begrijpen. Maar
    ze vormt nog geen voldoende voorwaarde voor een adequate analyse.
    Om die te kunnen maken is het noodzakelijk om vooraf ook de
    situatie van de Chinese georganiseerde criminaliteit elders in
    West-Europa in ogenschouw te nemen. Ofschoon reeds sedert lang
    kleine en grotere Chinese gemeenschappen in Westeuropese steden
    bestaan, is er tot voor kort niet of nauwelijks gericht onderzoek
    gedaan naar de criminaliteit in hun midden. Ook het verhaal van de
    triades heeft wat dit betreft kennelijk weinig indruk gemaakt.
    Wetenschappelijk onderzoek van enige omvang en diepgang naar
    Chinese georganiseerde criminaliteit in West-Europa werd nimmer
    verricht. Pas de laatste jaren is de belangstelling voor dit
    onderwerp aan het ontwaken. Hierna kan dan ook slechts aan de hand
    van journalistieke reportages en politile rapporten een impressie
    worden gegeven van wat er in de landen om ons heen aan de hand is.
    Waarbij direct voor Belgi een uitzondering moet worden gemaakt,
    omdat er zover wij weten geen deugdelijke publiek document bestaat
    betreffende de algemene situatie in dit buurland. Blijkens verhalen
    in de pers is het niettemin zoiets als een publiek geheim dat in
    steden als Brussel en Antwerpen triades, althans hieraan gelieerde
    groepen, actief zijn.

    lees meer

    Bijlage VIII – V.1. De georganiseerde criminaliteit in Hong Kong

    V.1. De georganiseerde criminaliteit in Hong Kong

    V.1.1. Het verhaal van de triades

    Het probleem van de Chinese georganiseerde criminaliteit wordt
    nogal gemakkelijk op een lijn gesteld met het probleem van de
    triades. Maar net zoals de kwestie van de georganiseerde
    criminaliteit in Itali niet kan worden gelijkgesteld aan die van de
    mafia en haar vier geledingen, zo mag ook in dit geval de
    georganiseerde criminaliteit niet op n en dezelfde hoop worden
    gegooid. De triades – ook in hun eigentijdse uitmonstering – vormen
    slechts een deel van het probleem. En juist om ook dat andere deel
    goed te kunnen begrijpen, is het van belang dat het verhaal van de
    triades wordt verteld.

    lees meer

    Bijlage VIII – V. DE CHINESE GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT IN NEDERLAND

    V. DE CHINESE GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT IN
    NEDERLAND

    In het verleden werd Nederland bij tijd en wijle nadrukkelijk
    geconfronteerd met de gewelddadige gevolgen van de oorlogen die
    Chinese criminele groepen tegen elkaar voerden om de macht in
    bepaalde sectoren van hun illegale bedrijvigheid. In 1918 kwamen er
    drie Chinezen in deze stad om als gevolg van een conflict tussen
    een geheim Chinees genootschap en zijn slachtoffers. En in 1922
    vielen hier opnieuw verschillende doden en gewonden, ditmaal bij de
    strijd om de macht tussen de groepen Sam Tin en de Po-on. Beter in
    het geheugen liggen de moorden die in 1975-1976 in deze stad
    plaatsvonden. Eerst werd – op 3 maart 1975 – Chung Mon, de grote
    baas (tai lo) van de 14K-triade, doodgeschoten door moordenaars van
    de Wo Lee Kwan. Een jaar later – op 3 maart 1976 onderging zijn
    opvolger, Chan Yuen Muk, het zelfde lot: huurmoordenaars schoten
    hem dood op de Geldersekade. Ook in de jaren tachtig hing er
    oorlogsdreiging in de lucht. Ditmaal vooral tussen de Tai Huen Chai
    enerzijds en de 14K en Ah Kong anderzijds. Tot een regelrechte
    ontlading van de spanningen kwam het niet. Die bleven, zoals uit
    allerhande incidenten bleek, maar voortzinderen. Ondertussen
    manifesteerden zich echter nieuwe fenomenen: gewelddadige
    overvallen op Chinese restaurants, moorden op Chinezen in hun
    priv-woning, systematische afpersing van Chinese zakenlieden. Dit
    gebeurde niet alleen in Amsterdam, maar ook in de rest van
    Nederland. Deze hausse van geweld was in juni 1994 aanleiding tot
    de oprichting van het ZOA (Zuid-Oost-Azi)-project bij de CRI.
    Voorzover hierna de hedendaagse situatie in Nederland ter sprake
    wordt gebracht, berust haar beschrijving voor een groot deel op de
    gegevens die in het kader van dit project zijn verzameld. Daarnaast
    is onbeschroomd gebruik gemaakt van een aantal rapportages over het
    probleem afkomstig uit ettelijke regionale politiekorpsen. En dit
    alles is aangevuld met gesprekken met diverse politiespecialisten.
    Met het oog op een goed begrip van de situatie in ons land wordt
    hierna echter eerst de herkomst van de Chinese georganiseerde
    criminaliteit belicht, en vervolgens de wijze waarop zij in andere,
    ook omringende, landen wordt bedreven en verder hoe zij, door
    analisten, wordt genterpreteerd (Van Straten, 1976; Van der Roer,
    1989).

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>