• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 9.3 Zaken en werkwijze

    9.3 Zaken en werkwijze

    9.3.1 Sturing en controle van de politie

    Artikel 13, eerste lid Politiewet 1993 bepaalt dat de politie
    onder het gezag van de officier van justitie staat, indien zij
    optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde dan wel
    diensten verricht ten dienste van justitie (onder andere
    vreemdelingentoezicht en uitvoering van de wet-Mulder). Onder
    strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde wordt verstaan:

    lees meer

    Bijlage VI – 9.2 Organisatie van het OM

    9.2 Organisatie van het OM

    De officieren van justitie staan in het hirarchische verband van
    het openbaar ministerie onder het gezag van de hoofdofficier van
    justitie, die aan het hoofd staat van n van de negentien
    arrondissementsparketten. Ieder arrondissementsparket valt onder n
    van de vijf ressortsparketten die alle worden geleid door een
    procureur-generaal. Samen vormen de vijf procureurs-generaal het
    College van procureurs-generaal dat als de centrale leiding van het
    OM fungeert. Daarenboven is de minister van Justitie zoals vermeld
    bevoegd bevelen te geven aan de individuele leden van het openbaar
    ministerie.

    lees meer

    Bijlage VI – 9.1 Inleiding

    9 OPENBAAR MINISTERIE

    9.1 Inleiding

    9.1.1 Algemene introductie

    Het openbaar ministerie (OM) is belast met de strafrechtelijke
    handhaving der rechtsorde. Daartoe beschikt het OM over het
    vervolgingsmonopolie en draagt de officier van justitie het gezag
    over de opsporing. Verder heeft het OM verschillende andere taken,
    zoals de tenuitvoerlegging van rechterlijke vonnissen en, sinds de
    inwerktreding van de Politiewet 1993, taken die voortvloeien uit
    het medebeheer van de politie. In dit hoofdstuk staat de rol van
    (de leden van) het OM bij de opsporing centraal. Met name in het
    kader van die taak komt het openbaar ministerie in aanraking met de
    georganiseerde criminaliteit en worden door het OM
    opsporingsmethoden ingezet.

    lees meer

    Bijlage VI – 8.6 Conclusies

    8.6 Conclusies

    1 De BVD verricht niet op eigen initiatief onderzoek naar
    strafbare feiten. 2 De BVD beschikt niet over een inventarisatie
    van gevallen waarin de georganiseerde criminaliteit de integriteit
    van de overheid bedreigt.

    lees meer

    Bijlage VI – 8.5 Informatievergaring, -opslag en -verstrekking

    8.5 Informatievergaring, -opslag en -verstrekking

    8.5.1 Wettelijk kader

    Artikel 13, eerste lid, WIV schrijft voor dat de diensten
    elkaar, mede door het verschaffen van gegevens, zoveel mogelijk
    medewerking verlenen. De mogelijkheid tot informatieuitwisseling
    tussen de Binnenlandse veiligheidsdienst en de Militaire
    Inlichtingendienst is daarmee onbegrensd. In artikel 14 WIV is de
    zorg voor geheimhouding van gegevens en bronnen alsmede voor de
    veiligheid van personen met wier medewerking gegevens worden
    verzameld, opgedragen aan de cordinator van de inlichtingen- en
    veiligheidsdiensten en de hoofden van deze diensten. De bepaling
    biedt daarmee onder meer bescherming aan informanten en
    agenten.

    lees meer

    Bijlage VI – 8.4 Bijzondere methoden

    8.4 Bijzondere methoden

    8.4.1 Algemeen

    Artikel 20, eerste lid WIV bepaalt dat de ambtenaren van de BVD
    geen bevoegdheid tot het opsporen van strafbare feiten hebben. De
    ambtenaren als bedoeld in artikel 18 WIV (onder wie de
    RID-rechercheurs) beschikken doorgaans uit hoofde van hun functie
    over opsporingsbevoegdheden. In geval zij werkzaamheden verrichten
    in het kader van de BVD-taak oefenen zij geen bevoegdheden tot het
    opsporen van strafbare feiten uit (artikel 20 lid 2 WIV).

    lees meer

    Bijlage VI – 8.3 De BVD en criminaliteitsbestrijding

    8.3 De BVD en criminaliteitsbestrijding

    8.3.1 Het gebruik van BVD-informatie in een
    strafproces

    Het gebruik van BVD-informatie ten behoeve van strafvordering
    doet zich in de praktijk voor, bijvoorbeeld na de aanhouding van
    actievoerders bij de ontruiming van het Wolters-Noordhoff-complex
    te Groningen op 27 mei 1990. De BVD zou met name informatie hebben
    verschaft ten behoeve van de identificatie van de aangehouden
    personen.

    lees meer

    Bijlage VI – 8.2 De Binnenlandse veiligheidsdienst

    8.2 De Binnenlandse veiligheidsdienst

    8.2.1 Organisatie

    De BVD bestaat uit zes directies die hirarchisch ressorteren
    onder het hoofd van de BVD. In de eerste directie zijn
    ondergebracht strategie, planning en controle alsmede juridische
    zaken en communicatie. Deze directie kan worden beschouwd als een
    stafafdeling. Directie twee (D2) heeft als aandachtsgebied de
    democratische rechtsorde, directie drie (D3) de veiligheid van de
    staat, en directie vier (D4) het maatschappelijk en
    economisch leven. Elk van deze drie directies heeft vijf
    afdelingen: teamleiders, onderzoek, documentatie, studie en
    bewerking, en beveiligingsadvies. De vijfde directie (operationele
    informatievergaring) geeft ondersteuning aan het primaire proces.
    In deze directie zijn de vaardigheid en deskundigheid aanwezig die
    de inzet van bijzondere middelen ter informatievergaring, zoals de
    telefoontap en de observatie van personen vereisen. Directie zes
    houdt zich bezig met managementadvies en de centrale faciliteiten
    (personeelszaken, financin e.d.). Bij de BVD zijn ongeveer 560
    personen werkzaam.

    lees meer

    Bijlage VI – 8.1 Inleiding

    8 INLICHTINGENDIENSTEN

    8.1 Inleiding

    8.1.1 Wettelijk kader

    De taak van de Binnenlandse veiligheidsdienst (BVD) is geregeld
    in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (verder af te
    korten tot WIV). Artikel 8, tweede lid formuleert haar als volgt:
    a het verzamelen van gegevens omtrent organisaties en personen
    welke door de doelen die zij nastreven, dan wel door hun
    activiteiten aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij
    een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische
    rechtsorde, dan wel voor de veiligheid of voor andere gewichtige
    belangen van de Staat;

    lees meer

    Bijlage VI – 7.8 Conclusies

    7.8 Conclusies

    1. De door de commissie onderzochte bijzondere
    opsporingsdiensten hebben een landelijke taak, worden beheerd door
    een ministerie en hebben een duidelijke gezagslijn met het OM. De
    FIOD, het MBT, de DRZ en in praktijk ook de ECD zijn primair
    opsporingsdiensten; bij de AID is toezicht en opsporing formeel
    verweven maar organisatorisch onderscheiden. De diensten ontlenen
    hun taak aan bijzondere wetten voor de handhaving waarvan hun
    departement verantwoordelijk is. Dit bepaalt hun
    prioriteitenstelling in hoge mate. 2. Strafrechtelijke handhaving
    van bijzondere wetten betreft zaken waarbij grote schadebedragen
    aan de orde kunnen zijn; in verhouding daarmee is de beschikbare
    capaciteit van het OM om vervolg te geven aan het
    opsporingsonderzoek opmerkelijk gering.

    lees meer

    Bijlage VI – 7.7 Dienst recherchezaken VROM

    7.7 Dienst recherchezaken VROM

    7.7.1 De organisatie

    De Dienst recherchezaken van het ministerie van VROM is een
    bijzondere opsporingsdienst die rechtstreeks ressorteert onder de
    secretaris-generaal. Het landelijk werkterrein is verdeeld in drie
    regio’s – West, Noord-Oost en Zuid. Op dit moment zijn er 74
    personen werkzaam, vrijwel allen met tien tot vijftien jaar
    politie-ervaring, een VROM-opleiding en een SPD-diploma
    boekhouden.

    lees meer

    Bijlage VI – 7.6 Het Milieubijstandsteam

    7.6 Het Milieubijstandsteam

    7.6.1 De organisatie

    Het Milieubijstandsteam (MBT) valt onder de Inspectie
    milieuhygine die een onderdeel is van het Directoraat-generaal
    milieubeheer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
    Ordening en Milieubeheer (VROM). Het MBT is opgericht in 1985. De
    Inspectie milieuhygine bestaat uit een hoofdinspectie en negen
    regionale inspecties. De hoofdinspectie bestaat onder meer uit de
    Hoofdafdeling handhaving milieuwetgeving die is belast met de
    centrale cordinatie van toezicht- en opsporingsactiviteiten van
    alle inspecties. Deze hoofdafdeling bestaat onder meer uit de
    Afdeling toezicht afvalstoffen, de Afdeling toezicht straling,
    stoffen en produkten en de Afdeling milieudelicten. Het hoofd van
    deze laatste afdeling is tevens hoofd van het MBT.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 7.5 De rechtshandhaving op Schiphol

    7.5 De rechtshandhaving op Schiphol

    7.5.1 De organisatie

    De Koninklijke marechaussee, district luchtvaart, is per 1
    januari 1994 belast met de uitvoering van de politietaken op
    Schiphol. Veel rijkspolitiemensen die hiervoor werkzaam waren op
    Schiphol zijn overgestapt naar de marechaussee. De organisatie
    omvat drie diensten: de Politiedienst (uniformdienst), die onder
    meer de handhaving van de openbare orde op Schiphol tot taak heeft,
    de Dienst grensbewaking, die zich onder meer bezig houdt met de
    opvang, de intake en het uitzetten van asielzoekers, en de
    Justitile dienst (in burger), die zich onder meer bezighoudt met
    aanhoudingen in het kader van de Opiumwet, maar ook in verband met
    vrouwenhandel en mensensmokkel. Noot De Kmar heeft een
    uitgebreid takenpakket. Zo doet de Kmar – op mandaat van de BVD
    ingevolge de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten – sinds
    drie jaar antecedentenonderzoek naar nieuwe medewerkers op
    Schiphol. Hiertoe wordt onder meer samengewerkt met de CRI. Indien
    blijkt dat iemand een criminele achtergrond heeft wordt dwingend
    geadviseerd diegene niet in dienst te nemen. Noot Tevens
    houdt zij toezicht op de particuliere beveiligingsdiensten die
    werkzaam zijn op Schiphol. Hiertoe is zij gemandateerd door de
    korpschef van de politieregio Kennemerland. Sinds 1985 beschikt het
    Kmar-district luchtvaart over een eigen criminele
    inlichtingendienst van zeven personen, een chef, een
    plaatsvervangend chef, 4 runners en een documentaliste. Tevens
    heeft de Kmar de beschikking over een observatieteam.

    lees meer

    Bijlage VI – 7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4.1 De organisatie

    De ECD heeft als centrale taakstelling de preventie en
    bestrijding van economische (bedrijfs)criminaliteit die van een
    zodanige omvang is, dat daardoor sprake is van een belemmering van
    gezonde economische groei en van aantoonbare schade voor de
    overheid, het bedrijfsleven en/of consumenten. Noot In
    totaal werken er 202 mensen bij de ECD, waarvan 156 in de functie
    van rechercheur. De ECD organiseert samen met de AID, DRZ-VROM en
    Milieu een cursus voor de opleiding tot controleur en buitengewoon
    opsporingsambtenaar. De dienst bestaat na de laatste reorganisatie
    in 1993 uit drie hoofdafdelingen, te weten: de Economische
    Ordeningsrecherche (EOR, 60 formatieplaatsen), de Internationale
    Economische Recherche (IER, 62 formatieplaatsen) en de Financieel
    Economische Recherche (FER, 34 formatieplaatsen). Daarnaast is er
    de Centrale inlichtingen- en analysedienst, een pseudo CID. Voor
    1995 waren in totaal bijna 7000 opsporingsonderzoeken gepland.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 7.3 De Algemene inspectiedienst

    7.3 De Algemene inspectiedienst

    7.3.1 De organisatie

    In tegenstelling tot de FIOD, die exclusief gericht is op
    opsporing, heeft de AID toezicht, controle en opsporing in zijn
    takenpakket. Deze controle en opsporing is gericht op de handhaving
    van regelgeving die tot stand is gekomen onder verantwoordelijkheid
    van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van
    relevante bepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Bij de AID
    werken 571 personen waarvan 458 controleurs, rechercheurs en
    teamleiders en 113 stafmedewerkers. Er zijn drie regionale
    inspecties, te weten West, Zuid en Noord/Oost, een Afdeling
    recherche en een aantal stafbureaus. In het kader van dit onderzoek
    naar opsporingsmethoden staat de afdeling recherche centraal.
    De Afdeling recherche verricht veelal grootschalige
    opsporingsonderzoeken. Dit krijgt vorm door het verlenen van
    assistentie aan onderzoeken van de regionale inspecties. Tevens is
    de afdeling belast met de cordinatie van deze onderzoeken in de
    gevallen dat deze de inspectiegrenzen overschrijden, internationale
    aspecten kennen en/of een recherchematige aanpak vergen. Daarnaast
    is deze afdeling verantwoordelijk voor toezicht en controle op de
    draf- en rensport. Noot

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>