• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage VI – 7.6 Het Milieubijstandsteam

    7.6 Het Milieubijstandsteam

    7.6.1 De organisatie

    Het Milieubijstandsteam (MBT) valt onder de Inspectie
    milieuhygine die een onderdeel is van het Directoraat-generaal
    milieubeheer van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
    Ordening en Milieubeheer (VROM). Het MBT is opgericht in 1985. De
    Inspectie milieuhygine bestaat uit een hoofdinspectie en negen
    regionale inspecties. De hoofdinspectie bestaat onder meer uit de
    Hoofdafdeling handhaving milieuwetgeving die is belast met de
    centrale cordinatie van toezicht- en opsporingsactiviteiten van
    alle inspecties. Deze hoofdafdeling bestaat onder meer uit de
    Afdeling toezicht afvalstoffen, de Afdeling toezicht straling,
    stoffen en produkten en de Afdeling milieudelicten. Het hoofd van
    deze laatste afdeling is tevens hoofd van het MBT.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 7.5 De rechtshandhaving op Schiphol

    7.5 De rechtshandhaving op Schiphol

    7.5.1 De organisatie

    De Koninklijke marechaussee, district luchtvaart, is per 1
    januari 1994 belast met de uitvoering van de politietaken op
    Schiphol. Veel rijkspolitiemensen die hiervoor werkzaam waren op
    Schiphol zijn overgestapt naar de marechaussee. De organisatie
    omvat drie diensten: de Politiedienst (uniformdienst), die onder
    meer de handhaving van de openbare orde op Schiphol tot taak heeft,
    de Dienst grensbewaking, die zich onder meer bezig houdt met de
    opvang, de intake en het uitzetten van asielzoekers, en de
    Justitile dienst (in burger), die zich onder meer bezighoudt met
    aanhoudingen in het kader van de Opiumwet, maar ook in verband met
    vrouwenhandel en mensensmokkel. Noot De Kmar heeft een
    uitgebreid takenpakket. Zo doet de Kmar – op mandaat van de BVD
    ingevolge de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten – sinds
    drie jaar antecedentenonderzoek naar nieuwe medewerkers op
    Schiphol. Hiertoe wordt onder meer samengewerkt met de CRI. Indien
    blijkt dat iemand een criminele achtergrond heeft wordt dwingend
    geadviseerd diegene niet in dienst te nemen. Noot Tevens
    houdt zij toezicht op de particuliere beveiligingsdiensten die
    werkzaam zijn op Schiphol. Hiertoe is zij gemandateerd door de
    korpschef van de politieregio Kennemerland. Sinds 1985 beschikt het
    Kmar-district luchtvaart over een eigen criminele
    inlichtingendienst van zeven personen, een chef, een
    plaatsvervangend chef, 4 runners en een documentaliste. Tevens
    heeft de Kmar de beschikking over een observatieteam.

    lees meer

    Bijlage VI – 7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4 De Economische Controle Dienst

    7.4.1 De organisatie

    De ECD heeft als centrale taakstelling de preventie en
    bestrijding van economische (bedrijfs)criminaliteit die van een
    zodanige omvang is, dat daardoor sprake is van een belemmering van
    gezonde economische groei en van aantoonbare schade voor de
    overheid, het bedrijfsleven en/of consumenten. Noot In
    totaal werken er 202 mensen bij de ECD, waarvan 156 in de functie
    van rechercheur. De ECD organiseert samen met de AID, DRZ-VROM en
    Milieu een cursus voor de opleiding tot controleur en buitengewoon
    opsporingsambtenaar. De dienst bestaat na de laatste reorganisatie
    in 1993 uit drie hoofdafdelingen, te weten: de Economische
    Ordeningsrecherche (EOR, 60 formatieplaatsen), de Internationale
    Economische Recherche (IER, 62 formatieplaatsen) en de Financieel
    Economische Recherche (FER, 34 formatieplaatsen). Daarnaast is er
    de Centrale inlichtingen- en analysedienst, een pseudo CID. Voor
    1995 waren in totaal bijna 7000 opsporingsonderzoeken gepland.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 7.3 De Algemene inspectiedienst

    7.3 De Algemene inspectiedienst

    7.3.1 De organisatie

    In tegenstelling tot de FIOD, die exclusief gericht is op
    opsporing, heeft de AID toezicht, controle en opsporing in zijn
    takenpakket. Deze controle en opsporing is gericht op de handhaving
    van regelgeving die tot stand is gekomen onder verantwoordelijkheid
    van de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van
    relevante bepalingen van het Wetboek van Strafrecht. Bij de AID
    werken 571 personen waarvan 458 controleurs, rechercheurs en
    teamleiders en 113 stafmedewerkers. Er zijn drie regionale
    inspecties, te weten West, Zuid en Noord/Oost, een Afdeling
    recherche en een aantal stafbureaus. In het kader van dit onderzoek
    naar opsporingsmethoden staat de afdeling recherche centraal.
    De Afdeling recherche verricht veelal grootschalige
    opsporingsonderzoeken. Dit krijgt vorm door het verlenen van
    assistentie aan onderzoeken van de regionale inspecties. Tevens is
    de afdeling belast met de cordinatie van deze onderzoeken in de
    gevallen dat deze de inspectiegrenzen overschrijden, internationale
    aspecten kennen en/of een recherchematige aanpak vergen. Daarnaast
    is deze afdeling verantwoordelijk voor toezicht en controle op de
    draf- en rensport. Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 7.2 De Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD)

    7.2 De Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst
    (FIOD)

    7.2.1 De organisatie

    De FIOD valt onder het Directoraat-generaal der belastingen van
    het ministerie van Financin, en in het bijzonder onder de Directie
    algemene fiscale zaken. Bij de FIOD zijn 750 personen werkzaam,
    verdeeld over de Fiscale recherche met elf regionale teams en n
    centraal team, de Douanerecherche met zes regionale teams en twee
    centrale teams, de Inlichtingendienst, alsmede twee stafafdelingen.
    In de nabije toekomst zal een reorganisatie plaatsvinden. Er komen
    drie resultaatgebieden: documentatie, informatie en opsporing.
    Binnen het resultaatgebied opsporing wordt geen onderscheid meer
    gemaakt in aparte afdelingen douanerecherche en fiscale
    recherche.

    lees meer

    Bijlage VI – 7.1 Inleiding

    7 BIJZONDERE OPSPORINGSDIENSTEN

    7.1 Inleiding

    In het rapport van de Werkgroep vooronderzoek
    opsporingsmethoden, Opsporing gezocht, zijn de volgende
    vragen gerezen over de betrokkenheid van de bijzondere
    opsporingsdiensten bij de bestrijding van georganiseerde misdaad.
    Noot

    lees meer

    Bijlage VI – 6.8 Conclusies

    6.8 Conclusies

    1. De eerste initiatieven voor de totstandkoming van kernteams
    kwamen van de zijde van de politie. Zij waren gericht op
    onderzoeken die een bovenregionale aanpak vereisten. Later werden
    de kernteams door het ministerie van Justitie en de top van het
    openbaar ministerie ook beschouwd als instrumenten voor een
    centrale aansturing van de bestrijding van de georganiseerde
    misdaad.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.7 Sturing en controle

    6.7 Sturing en controle

    6.7.1 De korpsbeheerders en de korpsleiding

    De kernteams zijn beheers- en gezagsmatig ondergebracht bij
    bepaalde regiokorpsen en arrondissementen. Formeel ligt de
    beheersverantwoordelijkheid bij de korpsbeheerder van het
    regiokorps waar het team is gevestigd. Dat zijn de drie grote
    steden, Haarlem (kernteam Randstad Noord en Midden), Eindhoven
    (kernteam Zuid) en Zwolle (kernteam Noord-Oost-Nederland). Toch
    achten de korpsen die aan de kernteams personeel leveren, zich
    hiermee nog niet ontslagen van alle verantwoordelijkheden.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.6 Samenwerking

    6.6 Samenwerking

    Kernteams worden geacht zelfstandig en herkenbaar georganiseerd
    te zijn. Kernteam-zaken betreffen vaak complexe onderzoeken naar
    georganiseerde criminaliteit, waarbij de politie, ook intern, een
    zekere mate van geheimhouding wil garanderen. Dit is bijvoorbeeld
    begrijpelijk als van de onderzochte criminele groep verwacht wordt
    dat deze corrumptieve contacten aangaat. Zowel de organisatievorm
    van de kernteams als de aard van hun onderzoeken leiden ertoe dat
    informatie zodanig vertrouwelijk is dat deze zeer beperkt wordt
    uitgewisseld.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.5 Beslissingen over de keuze van zaken en methoden

    6.5 Beslissingen over de keuze van zaken en methoden

    6.5.1 Zaken

    De keuze van onderzoeken van de kernteams en het LRT geschiedt
    door het College van procureurs-generaal op voordracht van het
    Cordinerend beleidsoverleg (CBO). Het CBO moet bij de advisering
    over de onderzoeksdoelen van de kernteams en van het LRT het
    landelijke en het internationale belang voorop stellen. Maar de
    systematiek van de – doorgaans ressortelijk ingedeelde – kernteams
    brengt met zich mee dat het ressortelijke/interregionale belang
    veel gewicht in de schaal legt. Inmiddels wordt het gewicht dat aan
    ressortelijke/interregionale belangen wordt toegekend, als te zwaar
    ervaren en daarmee als probleem onderkend.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.4 Landelijk rechercheteam (LRT)

    6.4 Landelijk rechercheteam (LRT)

    De ontwikkelingen rond de oprichting en het functioneren van de
    kernteams lijken het belang van een LRT te onderstrepen. De
    korpschef van het Korps landelijke politiediensten (KLPD) heeft in
    september 1994 de opdracht gekregen een plan van aanpak te maken
    voor de oprichting van een LRT. Dat plan is gemaakt door de Divisie
    ondersteuning van het KLPD in samenwerking met de CRI.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.3 Organisatie kernteams

    6.3 Organisatie kernteams

    6.3.1 Een aparte structuur

    Volgens het rapport Structuur van de aanpak van
    georganiseerde misdaad
    (1994) hebben de ervaringen met de
    kernteams duidelijk geleerd dat het minder gemakkelijk is
    daadwerkelijk los te komen van het regionale belang. De kernteams
    zijn feitelijk – zowel qua organisatie als qua onderzoekskeuze – in
    staat zodanig te opereren dat landelijk dekking ontstaat en dat
    voldoende oog bestaat voor de internationale dimensie. Er bestaat
    variatie in de structuur en organisatie van de zes kernteams. Zij
    worden geacht te functioneren als identificeerbare aparte
    organisatie. Dat is het geval bij het kernteam Randstad Noord en
    Midden, het kernteam Noord-Oost-Nederland en het kernteam Zuid. Wat
    het kernteam Noord-Oost-Nederland betreft moet dit in zoverre
    worden gerelativeerd dat het team is verspreid over vier locaties.
    Aan genoemde kernteams nemen respectievelijk vier, negen en vijf
    regiokorpsen deel.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.2 Oprichting en ontwikkeling kernteams

    6.2 Oprichting en ontwikkeling kernteams

    De ontwikkeling naar de oprichting van de huidige zes kernteams
    vindt zijn oorsprong in de tachtiger jaren. In die periode groeit
    bij politie, justitie en politiek de belangstelling voor de aanpak
    van georganiseerde criminaliteit. In 1985 verschijnt het
    beleidsplan Samenleving en Criminaliteit. In dat plan kiest
    de regering in feite voor een tweesporenbeleid. Enerzijds wordt
    voor wat betreft de veel voorkomende criminaliteit gekozen voor een
    bestuurlijke, preventieve benadering. Anderzijds wordt expliciet
    meer aandacht en inspanning gevraagd voor de aanpak van de
    georganiseerde criminaliteit in Nederland. Naar aanleiding van het
    beleidsplan Samenleving en Criminaliteit (1985) heeft de
    Vergadering van procureurs-generaal de Werkgroep
    prioriteitenstelling (werkgroep-Addens) ingesteld. Deze werkgroep
    doet in 1986 en 1987 de aanbeveling om op het vlak van organisatie
    en beheer te zoeken naar manieren om – binnen het toenmalige bestel
    – te komen tot een doelmatige en doeltreffende aanpak van de
    georganiseerde criminaliteit.

    lees meer

    Bijlage VI – 6.1 Inleiding

    6 KERNTEAMS

    6.1 Inleiding

    6.1.1 Algemene introductie

    Als in de tweede helft van de tachtiger jaren de belangstelling
    voor georganiseerde criminaliteit toeneemt, komt de gedachte op
    permanente opsporingscapaciteit vrij te maken ter bestrijding
    daarvan. Dit leidt tot de oprichting van interregionale
    rechercheteams (IRT’s) die vanaf 1994 kernteams heten. Er zijn er
    zes, te weten Noord-Oost-Nederland, Randstad Noord en Midden, Zuid,
    Rotterdam, Haaglanden en Amsterdam. Aan deze teams nemen wisselende
    aantallen regionale politiekorpsen deel.

    lees meer

    Bijlage VI – 5.6 Conclusies

    5.6 Conclusies

    1. Een aantal deeltaken is in de loop van de tijd van de
    klassieke recherche afgesplitst. Zij betreffen naast de
    activiteiten rond de inwinning van criminele inlichtingen die een
    speciale expertise vereisen: de observatie (volgerij), het optreden
    in gevaarlijke situaties (aanhouding, maar ook heimelijke betreding
    van plaatsen), het financile onderzoek, het heimelijk plaatsen van
    technische hulpmiddelen (videocamera’s, peilbakens,
    afluisterapparatuur en dergelijke), en de infiltratie. Zij worden
    toegepast achtereenvolgens door de observatieteams (OT), de
    arrestatieteams (AT), de bureaus financile ondersteuning (BFO), de
    secties technische ondersteuning (STO) en de politile infiltratie
    teams (PIT).

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>