Bijlage XI – 6.2. Benvloeding van de branchesJanuary 1, 1999
6.2. Benvloeding van de branches
Racketeering van legale branches is een van de klassieke
activiteiten van criminele groepen in Itali, Japan en de Verenigde
Staten. Criminelen pogen zwakke bedrijven door middel van (het
dreigen met) geweld in de macht te krijgen, af te persen en/of
protectie te laten betalen of eventueel door middel van hun eigen
illegale bedrijven de legale concurrentie uit te schakelen.
lees meer
Bijlage XI – 6.1. Benvloeding van de overheid en
vrije-beroepsbeoefenaarsJanuary 1, 1999
6. DE INVLOED VAN DE GEORGANISEERDE MISDAAD OP DE
STAD
6.1. Benvloeding van de overheid en
vrije-beroepsbeoefenaars
In welke mate wordt de integriteit van het overheidsgezag en van de
vrije-beroepsbeoefenaars in de drie steden bedreigd? Welke
aanwijzingen zijn er dat criminele organisaties pogen informatie te
verkrijgen waarmee zij hun voordeel kunnen doen of zelfs
beslissingen ten gunste van zichzelf kunnen benvloeden? Wij zullen
bij het beschrijven van de gesignaleerde gevallen overigens geen
onderscheid naar stad maken. Een tweede opmerking vooraf is dat de
meeste gevallen zich bij de politie afspeelden. Alle gevallen
hebben zich afgespeeld in de periode 1990-1994.
lees meer
Bijlage XI – 5.3. De verschijningsvormenJanuary 1, 1999
5.3. De verschijningsvormen
5.3.1. Harddrugs
Herone
lees meer
Bijlage XI – 5.2. Couleur localeJanuary 1, 1999
5.2. Couleur locale
Ook de Arnhemse politie kreeg haar deel van de roerige jaren
zestig. Jongeren hielden demonstraties, scholen samen rond een
fontein in het centrum en verstoorden een Taptoe. De jaren zestig
leven in de herinnering van de politiemensen in Arnhem echter niet
voort als de jaren van de ludieke provocaties en hasjrokende
langharige jongeren. De herinneringen worden beheerst door een
bedreiging uit geheel andere hoek, namelijk de stevige
machtspositie van enkele onderwereldfamilies. Zij zouden de rosse
buurt en het uitgaansleven rondom de Korenmarkt, het
uitgaanscentrum van de stad, geheel in hun greep hebben. Zij
sloegen onmiddellijk munt uit de liberaler wordende opvattingen
over pornografie en betaalde seks. Ook zij tartten op hun manier
het gezag, net zoals de kabouters en krakers na hen. Bovendien
zouden zij regelmatig betrokken zijn bij de vele intimidaties en
gewelddadigheden die in die tijd tegen horecapersoneel en gasten
plaatsvonden. De betrokken zware jongens leken boven de wet te
staan. Zij konden ongestraft opzichtige parkeerovertredingen plegen
met hun even opzichtige auto’s en zij werden niet (meer)
gecontroleerd op vuurwapenbezit. In de plaatselijke krant werd
regelmatig gesteld dat de Arnhemse politie overschrijding van
sluitingstijden van cafs door de vingers zag en bepaalde cafs zelfs
niet langer durfde te betreden. Eind 1969 werd door de korpsleiding
een opmerkelijke stap gezet om de impasse te doorbreken. Er werd
een aparte brigade opgericht onder leiding van een brigadier,
waarvoor een zestal jonge, energieke surveillanten werd uitgekozen.
Zij zouden de groep bijzondere opdrachten (GBO) gaan vormen, met
een directe hirarchische lijn naar de korpsleiding. De groep kreeg
zeer flexibele diensttijden, en diende zich ongeniformeerd te
bewegen door de rosse buurt en het uitgaanscentrum. Zij kreeg het
consigne hard op te treden en geen enkele confrontatie uit de weg
te gaan.
lees meer
Bijlage XI – 5.1. InleidingJanuary 1, 1999
5. ARNHEM
5.1. Inleiding
5.1.1. De stad Arnhem
De naam van de stad Arnhem is onverbrekelijk verbonden met de
Tweede Wereldoorlog. Als gevolg van de slag om Arnhem werd een
groot deel van de binnenstad verwoest. Als gevolg van beschietingen
van de geallieerden en plunderingen door de Duitsers werd de stad
naderhand nog verder verwoest. Arnhem bleek na de oorlog de zwaarst
beschadigde stad van Nederland te zijn. Na de oorlog werd de stad
grotendeels gerestaureerd en verschenen aanvankelijk alleen aan de
noordzijde van de Rijn, later ook aan de zuidzijde grote
woonwijken.
lees meer
Bijlage XI – 4.3. VerschijningsvormenJanuary 1, 1999
4.3. Verschijningsvormen
4.3.1. Harddrugs
Nijmegen neemt in de heronehandel vergeleken met Arnhem een
tweederangs positie in. Dit is vermoedelijk toe te schrijven aan
het feit dat de Turkse gemeenschap in Nijmegen in hoofdzaak niet
van Koerdische komaf is. Veel van de circa 3.500 in Nijmegen
woonachtige Turken zijn zogenaamde Zwarte Zee Turken. Zij komen
voornamelijk uit het oostelijke, bergachtige gedeelte. Enkele
honderden zijn afkomstig uit een aldaar gelegen dorpje.
lees meer
Bijlage XI – VOORWOORDJanuary 1, 1999
VOORWOORD
Het onderzoek in de drie steden heeft een zware wissel getrokken
op de medewerking en inzet van vele personeelsleden van de
betrokken regiokorpsen. Daarom zijn wij erg dankbaar voor de
openheid en steun die wij van iedereen tijdens ons werk hebben
ondervonden. In bijlage 1 is een lijst opgenomen van veel van onze
gesprekspartners. Ongetwijfeld zijn wij nog enkele mensen vergeten
die wij in de wandelgangen of telefonisch hebben gesproken en
ondervraagd.
lees meer
Bijlage XI – 2.5. Tot besluitJanuary 1, 1999
2.5. Tot besluit
Vorenstaande schets van de opkomst van de georganiseerde
criminaliteit in Amsterdam en van de (re)actie van de Amsterdamse
politie in dit verband, zegt natuurlijk niet alles over de aard,
ernst, omvang en ontwikkeling van deze criminaliteit in deze stad
vanaf de jaren zestig tot in het begin van de jaren negentig.
Niettemin is het aangewezen – ook met het oog op hetgeen nog volgt
– om enkele van onze belangrijkste algemene indrukken aan het
papier toe te vertrouwen.
lees meer
Bijlage XI – 2.4. De georganiseerde criminaliteit in
AmsterdamJanuary 1, 1999
2.4. De georganiseerde criminaliteit in Amsterdam: het beeld
rondom 1990
Het beeld van de georganiseerde criminaliteit in Amsterdam
rondom 1990 ziet er in de stukken van de Amsterdamse politie heel
wat gecompliceerder uit dan het beeld dat hiervoor van de jaren
zeventig/tachtig is geschetst. Niet zozeer wat de vorm van deze
criminaliteit betreft. Want net als toen lag ook nu de klemtoon op
de bestrijding van de internationale handel in verdovende middelen.
Aan andere vormen van georganiseerde criminaliteit – illegale
gokhuizen, afpersingen, vrouwenhandel – werd op papier zeker wel
aandacht geschonken, maar zij waren geen speerpunten in het
opsporingsbeleid. Wl ziet dit meer recente beeld er ingewikkelder
uit omdat er rond 1990 – zo lijkt het althans – meer verschillende
groepen in Amsterdam veel nadrukkelijker waren betrokken bij de
drugshandel dan 20-25 jaar daarvoor, zowel bij de handel voor de
lokale en binnenlandse markt als bij die voor de buitenlandse en
internationale markt. En bovendien heeft het er veel van weg dat de
bereidheid van een betrekkelijk groot aantal van deze (autochtone
en buitenlandse-allochtone) groepen om geweld te gebruiken
ondertussen ook veel groter was geworden, met als gevolg dat enkele
van hen erin slaagden een voordien ongekende machtspositie op te
bouwen.
lees meer
Bijlage XI – 2.3. De reorganisatie van het Amsterdamse
politiekorpsJanuary 1, 1999
2.3. De reorganisatie van het Amsterdamse politiekorps
Bij de bespreking van de waarde van de politiebronnen die door
ons zijn geraadpleegd, werd er al op gewezen dat de informatie die
zij bevatten, niet alleen veel zegt over de georganiseerde
criminaliteit in de stad, maar zeker ook over het politile beleid
dat ten aanzien van deze criminaliteit is gevoerd. Hierom past het
om in dit hoofdstuk over de historische context van de actuele
ontwikkelingen ook stil te staan bij de reorganisatie van het
Amsterdamse politiekorps in de voorbije jaren, althans voorzover
die raakt aan de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit.
Immers, de mate waarin haar bestrijding tot prioriteit is verheven
en ook in de organisatie van het korps tot uitdrukking is gebracht,
is in hoge mate bepalend voor het politile beeld van de
georganiseerde criminaliteit in Amsterdam.
lees meer
Bijlage XI – 2.2. Het veranderende beeld van de
(georganiseerde) criminaliteitJanuary 1, 1999
2.2. Het veranderende beeld van de (georganiseerde)
criminaliteit
Het beeld van de zware criminaliteit in Amsterdam in de jaren
zeventig en tachtig wordt nog altijd sterk bepaald door de
ontvoering van Caransa in oktober 1977 en die van Heineken (en
Doderer) in november 1983. De redenen hiervan liggen vrij voor de
hand. Nederland was tot in die jaren goeddeels gespaard gebleven
voor zulke criminele feiten. In beide gevallen ging het niet alleen
om zeer vermogende maar ook heel bekende Amsterdamse mensen. En ook
de wijze waarop deze beide ontvoeringen werden voorbereid,
uitgevoerd en afgehandeld, maakte indruk. Ze werden gepleegd door
vrij geharde beroepsmisdadigers. In het geval van Heineken door
Amsterdamse misdadigers en het geval van Caransa (vermoedelijk)
door Italiaanse professionals die handelden in opdracht van
figuren in en rond de Amsterdamse penose (De Vries, 1985; De Vries,
1987).
lees meer
Bijlage XI – 2.1. De grootstedelijke contextJanuary 1, 1999
2. AMSTERDAM IN DE KERING
2.1. De grootstedelijke context
In de grote stad beginnen alle sociale veranderingen eerder en
ze openbaren zich hier vaak ook heftiger dan daarbuiten. Sommige
verschijnselen doen zich ook alleen maar in de grote stad voor, of
komen hier op een schaal voor die buiten een stedelijk verband
ondenkbaar is. Als er in Nederland sprake is van georganiseerde
criminaliteit, mogen we verwachten dat die in Amsterdam begint, dat
zij er omvangrijker is dan elders in het land en dat zij hier
gedaanten aanneemt die elders niet worden waargenomen. In dit
hoofdstuk willen we een aantal kenmerken van de grote stad noemen
en ontwikkelingen en trends laten zien die ruimte geven voor de
ontwikkeling van georganiseerde criminaliteit. We behandelen kort
de volgende aspecten: de topografie van de georganiseerde
criminaliteit in Amsterdam, de demografische en economische
ontwikkelingen die de stad in de voorbije decennia heeft ondergaan,
en haar culturele metamorfose sinds de jaren zestig.
lees meer
Bijlage XI – 1.3. De opzet van dit rapportJanuary 1, 1999
1.3. De opzet van dit rapport
De opzet van dit rapport komt in grote lijnen overeen met de
tweedeling in georganiseerde criminaliteit die ligt besloten in de
definitie van dit verschijnsel. Dit wil zeggen dat eerst wordt
ingegaan op enkele vormen van georganiseerde criminaliteit waarbij
het gaat om het aanbieden van illegale goederen en diensten, met
name de drugshandel en de vrouwenhandel in relatie tot de
prostitutie-business in de stad. Daarna worden enkele legale
branches onder de loupe genomen om te bezien of zich hierbinnen
bepaalde vormen van georganiseerde criminaliteit manifesteren. Om
de samenhang tussen al de betrokken vormen van georganiseerde
criminaliteit te belichten, wordt deze bespreking van de
verschijningsvormen van georganiseerde criminaliteit in Amsterdam
afgerond met een analyse van de situatie binnen en buiten het
Wallen-gebied in het centrum van de stad.
lees meer
Bijlage XI – 8. BIBLIOGRAFIEJanuary 1, 1999
8. BIBLIOGRAFIE
Aalberts, M.M.J. en Dijkhof, N., Illegale vreemdelingen,
vreemdelingenbewaring en uitzetting, in Justitile
Verkenningen, jaargang 8, 1992, p. 8-29.
Altink, S., Dossier vrouwenhandel; De feiten, de verhalen, de
ervaringen, Sua, Amsterdam, 1993. Amerongen, A. van, Boris en
de mafia, in De Groene Amsterdammer, 3 mei 1995. Amersfoort,
J.M.M. van, De Antillianen, in H. Verwey-Jonker (red.), Allochtonen
in Nederland, Ministerie van Cultuur, Recreatie en
Maatschappelijk Werk, ‘s-Gravenhage, 1971.
lees meer
Bijlage XI – 7. ALGEMEEN BESLUITJanuary 1, 1999
7. ALGEMEEN BESLUIT
Het probleem van de georganiseerde criminaliteit in Amsterdam is
hoofdzakelijk nog een probleem van de (illegale) levering van
(illegale) goederen en diensten. Op beperkte schaal doet dit
probleem zich voor in de vorm van vrouwenhandel en wapenhandel. Het
manifesteert zich bovenal in de drugshandel. Amsterdam is op dit
gebied nu eenmaal een wereldmarkt. En dus is het geen wonder dat
niet alleen klassieke georganiseerde-misdaad-groepen als de
Italiaanse mafia en de Chinese triades op deze markt opereren, maar
ook criminele groepen die hetzij rechtstreeks uit de bronlanden
komen (Colombia bijvoorbeeld), hetzij onrechtstreeks, via de
allochtone gemeenschappen in ons land (Turken, Marokkanen en
Surinamers). Is georganiseerde criminaliteit in deze sector dan
alleen een kwestie van buitenlandse en allochtone criminele
groepen? Nee, bepaald niet. In de voorbije dertig jaren is de
vertrouwde Amsterdamse penose goeddeels vervangen door autochtone
criminele groepen – van verschillend formaat – die in menig opzicht
helemaal niet onderdoen voor die andere groepen. Zij zijn met name
groot geworden met de internationale handel in hash,
maar meer in het geniep zijn zij ook betrokken bij de groothandel
in hard drugs, in het bijzonder cocane. Zeker zo belangrijk is
evenwel de andere kant, het complement zo men wil, van vorenstaande
conclusie, namelijk dat in Amsterdam geen ernstige sporen van
georganiseerde criminaliteit te ontdekken zijn in reguliere
economische sectoren als de bouwnijverheid, de textielnijverheid en
het particuliere vervoer. Want dit wil zeggen dat deze
criminaliteit hier lang niet zo ernstig is als in sommige
Amerikaanse, Italiaanse of Japanse steden, waar n of meer van de
bedoelde branches grotendeels door criminele groepen worden
gecontroleerd. Maar deze conclusie mag nu ook weer geen reden zijn
om te denken dat het in Amsterdam dus allemaal wel meevalt. Wij
hebben immers ook geconstateerd dat vooral autochtone criminele
groepen er in de voorbije jaren in zijn geslaagd om in de stad,
maar speciaal in de binnenstad en hier weer met name op de Wallen,
machtsposities uit te bouwen in zowel de horeca en het gokwezen als
in het onroerend goed. En deze economische machtsposities,
hoogstwaarschijnlijk voor een belangrijk deel gebouwd op kapitaal
dat met de drugshandel is verdiend, stellen hen niet alleen in
staat de gewone economische verhoudingen in de betrokken branches,
ook met (dreiging met) geweld, te fnuiken, maar verschaffen hen ook
de infrastructuur, de logistiek, voor verdere ontplooiing van
allerhande illegale activiteiten – drugshandel, vrouwenhandel,
(illegaal) gokken en andere. Door deze ontwikkeling heeft het
stadsbestuur op het vlak van de openbare orde en zedelijkheid
feitelijk een belangrijk deel van zijn beleidsruimte in de
binnenstad verloren. De groepen die in Amsterdam bij het plegen van
georganiseerde criminaliteit zijn betrokken, kunnen niet over n en
dezelfde kam worden geschoren. De onderlinge verschillen tussen wat
hiervoor gemakshalve maar groepen zijn genoemd, zijn zelfs zo
groot, dat deze term – wanneer ze niet wordt geconcretiseerd –
nauwelijks nog betekenis lijkt te hebben. Wanneer er in het geval
van de Italiaanse mafia of de Ghanese respectievelijk Nigeriaanse
netwerken van groepen wordt gesproken, moet men zich goed
realiseren dat het hier in feite hoofdzakelijk gaat om
handelsvertegenwoordigers, makelaars, van de criminele organisaties
die in betrokken landen van herkomst actief zijn. Bij de Chinese
en, tot op zekere hoogte, de Joegoslavische groepen ligt het
duidelijk anders. Hier is werkelijk sprake van bendes die ook als
zodanig opereren in Amsterdam. Wat alleen niet altijd zo duidelijk
is, dat zijn de verbindingen tussen deze bendes en bepaalde grote,
internationaal opererende criminele organisaties. De term groepen
is ook verwarrend in relatie tot de Surinaamse, Turkse en
Marokkaanse drugshandel, tenzij er direct wordt bijverteld dat de
groothandelaren uit de betrokken gemeenschappen niet op zichzelf
werken, maar echte sleutelfiguren in deze gemeenschappen vormen:
zij schakelen tal van hun lotgenoten in om de drugshandel te
organiseren. En wanneer we tenslotte kijken naar de autochtone
criminele groepen, dan zien die er weer anders uit. Hier gaat het
niet om enkelingen, ook niet om kleine bendes die al dan niet deel
uitmaken van internationale organisaties, en evenmin om delen van
bepaalde bevolkingsgroepen. Waar het wel om gaat, zijn losjes
georganiseerde, betrekkelijk zelfstandig opererende eenheden, die
qua formaat variren van groepen die enkele tientallen personen
tellen, tot groepen van 100 tot 150 man die weer uit verschillende
kleinere groepen bestaan. Wat al deze groepen niettemin gemeen
hebben, is hun bereidheid om geweld, dodelijk geweld, te gebruiken.
Deze essentile karakteristiek van georganiseerde criminaliteit
springt gewoonlijk het meest in het oog bij de buitenlandse en
allochtone criminele groepen. En het mag dan inderdaad al zo zijn
dat de bedoelde groepen naar verhouding meer liquidaties op hun
conto hebben staan dan autochtone Amsterdamse groepen, ook de
grotere onder de laatstbedoelde groepen laten zich in dezen bepaald
niet onbetuigd. Het voorbeeld van de Bruinsma-clan heeft in de
jaren negentig navolging gevonden. Onnodig te zeggen dat ook dit
feit onderstreept dat de georganiseerde criminaliteit van eigen
bodem niet dient te worden uitgevlakt. Ook al is het zo dat tot nu
toe eigenlijk alleen Joegoslavische bendes te kennen hebben gegeven
dat zij bereid zijn grof geweld tegen de politie te gebruiken
wanneer deze systematisch en gericht in hun richting zou beginnen
te werken. Dat het hier niet om een loze waarschuwing gaat, mag
bekend worden verondersteld.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>