Bijlage XI – 4.2. De horeca en het gokwezenJanuary 1, 1999
4.2. De horeca en het gokwezen
De stad Amsterdam is ongeveer 4.000 horeca-gelegenheden rijk en
deze gelegenheden variren van hotels en restaurants tot
drinklokalen en coffeeshops. Er werken 15.000 werknemers in deze
sector en hun aantal neemt (licht) toe. De horeca vertegenwoordigt
dus een zeer aanzienlijk economisch belang. Maar de horeca is ook
op velerlei wijze bij criminaliteit betrokken: (a) de sector is er
slachtoffer van, (b) zijn openbare toegankelijkheid maakt hem
geschikt als pleegplaats ervoor en (c) er zijn horeca-ondernemers
die zichzelf aan misdaad schuldig maken. Deze drie mogelijke
relaties staan niet op zichzelf: als er misdaden in een lokaliteit
worden gepleegd is er vaak ook met de eigenaren al meer aan de hand
dan dat zij in hun eigen zaak geen overwicht hebben, of ondernemers
die veelvuldig zelf slachtoffer zijn geworden kunnen gemakkelijk in
de verleiding komen het hoofd boven water te houden op een illegale
manier.
lees meer
Bijlage XI – 4.1. InleidingJanuary 1, 1999
-
4. GEORGANISEERDE CRIMINALITEIT:
- OOK IN LEGALE BRANCHES?
4.1. Inleiding
Het belang van de rol die georganiseerde criminaliteit in een
samenleving speelt, kan aan meer worden afgemeten dan aan het
niveau van geweldgebruik, de omvang van zwarte markten en de
(on)leefbaarheid van bepaalde buurten. Dit belang wordt, algemeen,
namelijk ook afgemeten aan de mate waarin criminele groepen de
inkomsten die zij via illegale handel hebben verworven, ook uit
winstbejag omzetten in illegale, of toch op zijn minst
bedenkelijke, vormen van controle over op zichzelf hele reguliere,
legale sectoren van het economische leven. Is dit namelijk in
verregaande mate het geval, dan is er niet langer sprake van de
ontplooiing van zomaar illegale activiteiten, maar van de
afschaffing van een zo vrij mogelijke economische orde in die
sectoren, en dus van de opheffing van n van de basisbeginselen van
de maatschappij die wij kennen. En dit temeer omdat criminele
groepen die een dergelijke economische machtspositie hebben weten
uit te bouwen, veelal bereid zijn om hun monopolie in de
desbetreffende branches niet alleen met corruptie, maar
uiteindelijk ook met geweld – tegen wie dan ook – te verdedigen. De
voorbeelden van deze situatie liggen in Itali, in Japan, in de
Verenigde Staten en elders voor het oprapen! In een studie als deze
is het dus ook van groot belang om na te gaan of een dergelijke
situatie ook in Amsterdam is ontstaan, of aan het ontstaan is. Zou
zij hier inderdaad bestaan, dan zou het probleem van de
georganiseerde criminaliteit veel ernstiger zijn dan menigeen
momenteel denkt. Zou ze hier helemaal niet bestaan, dan betekent
dit dat er nog altijd een zr groot verschil is tussen het probleem
van die criminaliteit in steden als Tokyo, Kobe, Palermo, Napels en
New York, en dat in de hoofdstad van Nederland. Of ligt het niet zo
zwart-wit? Om deze vraag te kunnen
beantwoorden, hebben wij de liggende informatie over
(georganiseerde) criminaliteit in vier branches bij elkaar
gebracht: de horeca en het gokwezen, de textielnijverheid, de
bouwnijverheid en het particuliere vervoer. De keuze van deze
branches is zeker enigermate bepaald door het feit dat er reeds
enig onderzoek is verricht naar de mogelijke criminele kanten van
deze branches. Anderzijds is zij vooral ingegeven door wat
buitenlands onderzoek op dit gebied heeft opgeleverd. En dit is dat
ook de onderhavige branches om uiteenlopende redenen nogal vatbaar
zijn voor penetratie van criminele groepen. Met andere woorden: als
het probleem van de georganiseerde criminaliteit in Amsterdam – in
economisch opzicht – veel groter is dan gewoonlijk wordt gedacht,
dan moet dit aan de criminaliteit in de bedoelde branches te zien
zijn. Overigens moeten de beschrijvingen van de Amsterdamse
situatie die hierna worden gepresenteerd, worden bezien in relatie
tot de landelijke rapporten die over de desbetreffende branches
zijn geschreven.
lees meer
Bijlage XI – 3.6. Tot besluitJanuary 1, 1999
3.6. Tot besluit
Vorenstaande beschrijvingen van de drugshandel, de
vrouwenhandel, de illegale wapenhandel en de illegale autohandel in
Amsterdam zijn door gaten in ons informatiebestand zeker niet alle
even volledig. Niettemin geven zij gezamenlijk toch al een
behoorlijk genuanceerd beeld van wat in Amsterdam de betrokken
actuele vormen van traditionele georganiseerde criminaliteit
voorstellen. Wanneer men dit beeld poogt te vangen in een antwoord
op de vraag van de Parlementaire Enqutecommissie Opsporingsmethoden
naar de aard, de ernst en de omvang van de georganiseerde
criminaliteit in Nederland, dan kan dit antwoord als volgt worden
geformuleerd.
lees meer
Bijlage XI – 3.5. De handel in gestolen auto’sJanuary 1, 1999
3.5. De handel in gestolen auto’s
In de voorbije jaren zijn er bij herhaling berichten
binnengekomen dat ook in Amsterdam op internationale schaal auto’s
worden gestolen en verhandeld. Veel van deze berichten hebben nu
eens betrekking op Joegoslaven en Russen die – zo lijkt het
tenminste – op eerder individuele voet opereren, dan weer op
landgenoten van hen die dit duidelijk in georganiseerd verband
doen. Deze laatsten behoren niet alleen tot een groep die als
zodanig is onderkend, zij stelen ook op een betrekkelijk vakkundige
manier. Waarbij moet worden aangetekend dat deze internationale
diefstal van (vracht)auto’s en de handel hierin voor Amsterdam niet
nieuw is. In de loop van de jaren tachtig bleek immers dat een
groep Ghanese criminelen, die ook actief was in de vrouwenhandel,
tezelfdertijd honderden luxe-auto’s op bestelling had laten stelen
en vervolgens – via Amsterdam, Rotterdam of Antwerpen – liet
verschepen naar een of ander West-Afrikaans land. De hoofdverdachte
hield te Amsterdam kantoor onder de naam African
Express.
lees meer
Bijlage XI – 3.4. De illegale handel in vuurwapensJanuary 1, 1999
3.4. De illegale handel in vuurwapens
Van oudsher wordt de illegale handel in vuurwapens, zeker in
illegale vuurwapens, geassocieerd met georganiseerde criminaliteit.
Niet alleen omdat de grootschaliger vormen van deze handel op
zichzelf reeds gemakkelijk de kenmerken van deze criminaliteit
vertonen, maar ook omdat in alle andere vormen van georganiseerde
criminaliteit het gebruik van geweld, ook door middel van
vuurwapens, een cruciale rol speelt. De beschrijving die hiervoor
is gepresenteerd van de drugshandel in Amsterdam, laat hier geen
enkel misverstand over bestaan. Daarenboven mag niet uit het oog
worden verloren dat, juist ook vanwege het gewelddadige karakter
van veel drugshandel, groepen die in drugs doen geregeld tevens
illegaal wapens verhandelen.
lees meer
Bijlage XI – 3.3. Prostitutie, vrouwenhandel en
(kinder-)pornografieJanuary 1, 1999
3.3. Prostitutie, vrouwenhandel en
(kinder-)pornografie
Prostitutie, of in elk geval de grootschalige systematische
exploitatie van prostitutie, wordt van oudsher ook beschouwd als
een vorm van georganiseerde criminaliteit. In de jaren tachtig werd
deze visie op de Amsterdamse kermis als het ware herontdekt door
toedoen van al dan niet feministisch gemotiveerde actiegroepen die
zich keerden tegen een van de meest schrille exponenten van de
uitbuiting van prostitutie, namelijk internationale vrouwenhandel.
De Amsterdamse politie haakte, zoals in het vorige hoofdstuk werd
aangegeven, reeds in het begin van de jaren tachtig op deze nieuwe
ontwikkeling in, met haar onderzoek naar de Ghanees-Nederlandse
vrouwenhandel. Maar ook later in de jaren tachtig en in de jaren
negentig heeft zij bij herhaling onderzoek naar uitingsvormen van
deze handel verricht. Dankzij dit onderzoek zijn wij enigermate in
staat te beschrijven hoe ook via vrouwenhandel de prostitutie-markt
van Amsterdam wordt bevoorraad.
lees meer
Bijlage XI – 3.2. De drugshandelJanuary 1, 1999
3.2. De drugshandel
Het drugsbeleid wordt in Nederland niet alleen gemaakt op het
niveau van het rijk. De afzonderlijke gemeenten ontwikkelen binnen
landelijke kaders ook hun eigen beleid. De nationale
wetgevingsprocedure is log en tijdrovend, de speelruimte van de
centrale overheid wordt door de internationale verdragen beperkt.
Maar op het niveau van de gemeenten, waar men daadwerkelijk wordt
geconfronteerd met overlast in de buurt en met de vraag om medische
en andere hulp, is het mogelijk om flexibel en pragmatisch te werk
te gaan. Het opportuniteitsbeginsel vormt de basis waarop binnen
het zogenaamde driehoeksoverleg beslissingen kunnen worden genomen
die zulk een werkwijze mogelijk maken. Maar ook de financiering van
de drugshulpverlening wordt als beleidsinstrument gebruikt.
Amsterdam liep in de jaren zestig voorop met het feitelijk gedogen
van het gebruik van hash en marihuana. Er kwamen coffeeshops waar
zogenaamde huisdealers werden toegelaten. Andere grote steden
volgden. Zo werd het beleid dat in de grote steden was ontwikkeld,
langzamerhand verheven tot nationaal beleid. Een belangrijke pijler
daarvan is dat een scherp onderscheid wordt gemaakt tussen hard en
soft drugs. Het is een verschil dat buitenlanders vaak ontgaat,
maar door het beleid op dit verschil af te stemmen, wordt
geprobeerd de circuits van beide gebruikerscategorien te scheiden.
Dat is goed gelukt. Een andere pijler waarop het Nederlandse beleid
is gebaseerd, is het onderscheid tussen het gebruik van drugs en de
handel daarin. Dit onderscheid is gebaseerd op de acceptatie van
een gebruikersmarkt die in wezen goedmoedig is en een uitvloeisel
van de vrije jaren zestig. Hier openbaart zich echter ook volop de
tegenstrijdigheid van het gevoerde beleid: de handel in een goed
waarvan het gebruik wordt toegestaan, wordt fel bestreden.
lees meer
Bijlage XI – 3.1. Twee gevallen van ontvoeringJanuary 1, 1999
3.1. Twee gevallen van ontvoering
Alvorens de diverse vormen van (illegale) handel in (illegale)
goederen en/of diensten te bespreken, zullen hierna twee recente
ontvoeringen worden behandeld. Dit gebeurt niet alleen om de
continuteit aan te geven die er op dit punt in Amsterdam bestaat;
met de ontvoering van Heineken en zijn chauffeur kwam er aan de
criminele vrijheidsberoving van mensen geen einde. Ook heeft bij
het maken van deze keuze meegespeeld dat de ontvoering van mensen
in Itali en elders een welbekende activiteit van georganiseerde
misdadigers is. Die kan in dit rapport dus niet zomaar buiten
beschouwing worden gelaten.
lees meer
Bijlage XI – 3. ENKELE ACTUELE VORMEN VAN TRADITIONELE
GEORGANISEERDE CRIMINALITEITJanuary 1, 1999
3. ENKELE ACTUELE VORMEN VAN TRADITIONELE GEORGANISEERDE
CRIMINALITEIT
In aansluiting op de conclusie van het voorgaande hoofdstuk moet
er hier, om te beginnen, inderdaad aan worden herinnerd dat in het
onderzoek waarvan deze studie deel uitmaakt, een onderscheid wordt
gemaakt
tussen georganiseerde criminaliteit in haar traditionele gedaante:
de winstbeluste systematische toelevering van illegale goederen en
diensten op daarvoor bestaande zwarte markten, en in haar meer
eigentijdse gedaante: de illegale penetratie en manipulatie van
legale sectoren van economische bedrijvigheid. In dit hoofdstuk
wordt een aantal vormen van traditionele georganiseerde
criminaliteit belicht. De vraag naar het bestaan van meer
eigentijdse vormen ervan in Amsterdam wordt beantwoord in het
volgende hoofdstuk. Wat de traditionele georganiseerde
criminaliteit in Amsterdam heden ten dage over de hele linie
precies voorstelt, is moeilijk te zeggen, ook op grond van dit
onderzoek. Maar met name via de analyse van een aantal onderzoeken
die door de Amsterdamse politie zijn verricht, kan wel in grote
lijnen duidelijk worden gemaakt welke de aard en, tot op zekere
hoogte, de omvang en zodoende de ernst van de georganiseerde
criminaliteit in Amsterdam zijn. Dit wil niet zeggen dat enkel via
politie-onderzoeken is nagegaan hoe de traditionele georganiseerde
criminaliteit er momenteel in Amsterdam uitziet. Er zijn ook
gesprekken gevoerd met deskundigen van buiten de politie, evengoed
als van binnen de politie. En bovendien zijn er op een aantal
punten nogal wat gegevens geput uit allerhande zogenaamde publieke
bronnen die liggen buiten de politiesfeer.
lees meer
Bijlage XI – WOORD VOORAFJanuary 1, 1999
WOORD VOORAF
Deze studie bevat een analyse van de georganiseerde
criminaliteit in Amsterdam. Zij vormt een van de rapporten die in
opdracht van de Parlementaire Enqute-commissie Opsporingsmethoden
zijn vervaardigd omtrent de aard, ernst, omvang en ontwikkeling van
de georganiseerde criminaliteit in Nederland. Het onderzoek waarop
deze analyse berust, werd uitgevoerd in de periode 8 mei – 8 juli
1995. Aan dit rapport werd rond 20 augustus 1995 de laatste hand
gelegd, nadat het concept op 11 augustus 1995 uitvoerig was
besproken met een aantal vertegenwoordigers van politie en justitie
in Amsterdam. Deze bespreking stond natuurlijk geenszins in het
teken van enige fiattering van dit rapport. Zij had bovenal tot
doel na te gaan of bepaalde gebeurtenissen wel juist zijn
genterpreteerd, belangrijke ontwikkelingen wel naar waarde zijn
ingeschat, sommige conclusies niet overijld zijn getrokken. Het
spreekt dan ook vanzelf dat alle feilen die dit rapport ook nu nog
vertoont, geheel voor onze rekening komen.
lees meer
Inhoud Bijlage XIJanuary 1, 1999
Bijlage XI – Deelonderzoek 4
1. Een analyse van de situatie in Amsterdam
WOORD VOORAF
lees meer
Bijlage X – 3.4. RecapitulatieJanuary 1, 1999
3.4. Recapitulatie
In dit hoofdstuk is een aantal verschijningsvormen van fraude
beschreven. Daarbij is een onderscheid aangebracht tussen
fraudevormen waarin de actoren op de wettige markt primair als
slachtoffers moeten worden aangemerkt en fraudevormen waarin ook
sprake is van verwijtbare betrokkenheid van (een deel van) de
wettige nijverheid.
lees meer
Bijlage X – 3.3. Symbiose met de marktomgevingJanuary 1, 1999
3.3. Symbiose met de marktomgeving
De meeste vormen van fraude die in het onderhavige onderzoek
zijn bestudeerd, dragen een symbiotisch element in zich. Dit vindt
meestal zijn oorsprong in het feit dat door toedoen van fraudeurs
de wig tussen de kost- en de marktprijs zodanig wordt benvloed dat
ook voor de reguliere handel aanzienlijk marktvoordeel kan
ontstaan. Noot Het frauduleus handelen leidt natuurlijk
tegelijkertijd voor het deel van de handel dat zich hiervoor niet
ontvankelijk opstelt tot oneerlijke concurrentie en ontwrichting
van de markt.
lees meer
Bijlage X – 3.2. Parasitaire fraudevormenJanuary 1, 1999
3.2. Parasitaire fraudevormen
Zoals in paragraaf 1.1 is vermeld, is de essentie van fraude dat
er misbruik wordt gemaakt van het vertrouwen van de reguliere
marktpartijen. De komende paragrafen geven enig inzicht in de
verschillende gedaanten waarop bedoelde misleiding gestalte kan
krijgen. De eerste verschijningsvorm van parasitaire fraude die we
in deze paragraaf zullen behandelen, betreft het opkopen en
leegplunderen van slecht lopende bedrijven. Zoals het voorbeeld
laat zien, beperken fraudeurs zich daarbij meestal niet tot deze
hoofdactiviteit, maar wordt een scala van nevenactiviteiten
ontplooid waarmee verscheidene partijen worden benadeeld. CASUS
1
lees meer
Bijlage X – 3.1. InleidingJanuary 1, 1999
3. VERSCHIJNINGSVORMEN VAN FRAUDE
3.1. Inleiding
Bij het exploreren van het omvangrijke en complexe fraudegebied
dient ten behoeve van de overzichtelijkheid enige ordening te
worden aangebracht. Anders dan de meeste van de tot dusverre
ondernomen pogingen om tot een vorm van categorisering te komen, is
in de onderhavige studie niet het accent gelegd op het object of de
aard van de fraude – resulterend in de bekende reeks van
belasting-, premie-, beleggings-, faillisementsfraude enz., maar is
bij de beschrijving van de aangetroffen fraudepatronen gekozen voor
een tweedeling die gebaseerd is op de impact die de fraude heeft op
de reguliere marktverhoudingen. Een onderscheid is aangebracht
tussen fraudes die in hoofdzaak parasitair van aard zijn en
fraudes waarin sprake is van een symbiose met de wettige
omgeving.
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>