Bijlage X – 2.1. Het begrip fraude in historisch
perspectiefJanuary 1, 1999
2. ONTWIKKELINGEN OP HET GEBIED VAN DE FRAUDE
2.1. Het begrip fraude in historisch perspectief
Fraude is een verschijnsel waaraan in de afgelopen decennia
velerlei connotaties verbonden zijn geweest. Brants en Brants
(1991) hebben de ontwikkeling van het fraudebegrip nauwgezet in
kaart gebracht. De auteurs omschrijven het stereotype fraudeur van
de jaren zestig als het slimme doch misdadige individu, dat zonder
enige scrupules te werk ging. Een decennium later werd het begrip
vooral in verband gebracht met steun- en belastingfraude, waarbij
de in die jaren welig tierende koppelbazerij de meeste justitile
aandacht kreeg. Het geruchtmakende rapport over de omvang van
belastingfraude van Van Bijsterveld (1980) zorgde vervolgens
opnieuw voor een aanzienlijke verschuiving in de beeldvorming. Dit
rapport maakte duidelijk dat niet alleen uitkeringstrekkers en
koppelbazen sjoemelden en knoeiden, maar dat ook de gewone burgers
en bedrijven zich regelmatig op hun belastingformulier verschreven.
Langzaam maar zeker deed het beeld opgeld dat fraude een
wijdverbreid maatschappelijk verschijnsel, was dat zich overal,
zelfs bij gerespecteerde bedrijven en overheden, manifesteerde. Het
begrip breidde zich uit naar machtsmisbruik, vertrouwensschennis en
naar het oneigenlijke gebruik van wetten in het grijze circuit.
Hele beroepsgroepen en bedrijfstakken raakten in opspraak. Ook kwam
een tot op dat moment nauwelijks belicht fenomeen in de
schijnwerpers te staan, te weten milieucriminaliteit.
lees meer
Bijlage X – LITERATUURJanuary 1, 1999
LITERATUUR
Altena, M. J. van
Crimineel geld: de aanpak bij banken, In: C. D. van der Vijver
(red.),
lees meer
Bijlage X – 12. SLOTBESCHOUWINGJanuary 1, 1999
12. SLOTBESCHOUWING
Onder de algemene noemer fraude is een scala van illegale
activiteiten in de reguliere economie beschreven. Deze
verschijningsvormen hebben n belangrijk kenmerk met elkaar gemeen:
er wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat de kurk is waarop
de interacties en transacties in het reguliere economische verkeer
drijven. Het rapport onderstreept eens te meer dat georganiseerde
criminaliteit meer behelst dan drughandel. Het feit dat fraude zich
in wettige bedrijfstakken en sectoren afspeelt, rechtvaardigt
misschien zelfs extra aandacht voor deze vorm van georganiseerde
criminaliteit. Het gevaar van verstrengeling van zakelijke en
criminele belangen is immers juist ten aanzien van fraudedelicten
aanwezig. Het rapport bestaat uit drie onderdelen: een analyse van
18 fraudezaken, een beschrijving van het misbruik van rechtsfiguren
om illegale activiteiten af te schermen en ten slotte een
beschrijving van de wijzen waarop misdaadgeld in de legale economie
wordt gesluisd. De in de beide laatste delen beschreven
afschermings- en witwastechnieken hebben naast fraude ook
betrekking op de drughandel.
lees meer
Bijlage X – 11.7 RecapitulatieJanuary 1, 1999
11.7 Recapitulatie
In dit hoofdstuk zijn de drie verschijningsvormen van witwassen
besproken aan de hand van voorbeelden ontleend aan
opsporingsonderzoeken. Op de vraag hoe vaak witwassen voorkomt en
welke bedragen hiermee zijn gemoeid, kan geen gefundeerd antwoord
worden gegeven. De beschreven technieken van witwassen, die er –
populair uitgedrukt – in essentie op neer komen dat het misdaadgeld
de schijn krijgt van eerlijk geleend of eerlijk verdiend geld,
vinden niet in een maatschappelijk vacum plaats. Misdaadgeld is
voor criminele groepen pas interessant, wanneer het binnen de
legale economie vrij besteedbaar is. Om dit doel te bereiken worden
banken, adviseurs en legale markten ingeschakeld. Twee van deze
markten worden in dit hoofdstuk beschreven, de effectenhandel en de
onroerend-goedmarkt. In deze voorbeelden wordt duidelijk hoe zeer
intermediaire personen (commissionairs, onroerend-goedexploitanten)
en rechtsfiguren (economische eigendom, buitenlandse
rechtspersonen) instrumenteel zijn in het wegsluizen van
misdaadgeld in de legale economie.
lees meer
Bijlage X – 11.6. Witwassen en investeren op de onroerend
goedmarktJanuary 1, 1999
11.6. Witwassen en investeren op de onroerend
goedmarkt
Meer dan bij de handel in effecten is de handel in onroerend
goed niet alleen een middel maar ook een doel. Het is een
eindbestemming van misdaadgeld. Twee verschijningsvormen van de
route naar deze bestemmingen worden hieronder gepresenteerd.
lees meer
Bijlage X – 11.5. Misdaadgeld witwassen via de
effectenhandelJanuary 1, 1999
11.5. Misdaadgeld witwassen via de effectenhandel
11.5.1. Inleiding
Eind oktober 1994 ontstond in de effectenwereld grote beroering
toen uitlekte dat een werkgroep van politie- en justitieambtenaren
een onderzoek hadden gedaan naar mogelijke infiltratie door
criminele organisaties in de effectenhandel. De landelijk
MOT-officier lichtte de werkzaamheden van deze zogeheten
Fieccom-groep (fiscaaleconomische combinatie) vervolgens toe. De
Fieccom zou hoofdzakelijk openbare bronnen (emissieprospectussen,
jaarverslagen, kranten) hebben geraadpleegd alsmede enkele
processen-verbaal en de politieregisters voor de strafrechtelijke
antecedenten. De speurtocht naar mogelijke criminaliteit in het
effectenwezen zou uiteindelijk hebben geresulteerd in drie concrete
verdenkingen van witwaspraktijken in de effectenwereld.
lees meer
Bijlage X – 11.4. Het creren van inkomstenJanuary 1, 1999
11.4. Het creren van inkomsten
Een aantal van de witwasmethodieken kan onder de noemer worden
gebracht van het (kunstmatig) creren van inkomsten door onder
andere het fingeren van een hoge omzet of lucratieve transacties.
Doorslaggevend is dat de winst ten overstaan van fiscus of politie
aannemelijk gemaakt (ergo: witgewassen) kan worden.
lees meer
Bijlage X – 11.3. Het overdragen van vermogenJanuary 1, 1999
11.3. Het overdragen van vermogen
Het overdragen van vermogen van de ene naar de andere persoon
kan onder verschillende wettelijke titels plaats vinden,
namelijk:
* het schenken van vermogen
* het ontvangen van gelden in het kader van gokken
* het lenen van gelden.
lees meer
Bijlage X – 11.2. Het voorwenden van
vermogensstijgingJanuary 1, 1999
11.2. Het voorwenden van vermogensstijging
Deze methodiek van witwassen kan worden toegepast in de gevallen
dat men de beschikking heeft over activa die moeilijk objectief
waardeerbaar zijn, zoals kan voorkomen bij onroerend goed, antiek
en kunst. Door een lucratieve verkoop van dit soort activa voor te
wenden aan een schijnbaar onafhankelijke derde, kan een crimineel
op schijnbaar legale wijze in het bezit komen van zijn
misdaadgeld.
lees meer
Bijlage X – 1.3. Opbouw van het rapportJanuary 1, 1999
1.3. Opbouw van het rapport
Zoals is gesteld in paragraaf 1.1, bestaat het rapport uit drie
onderdelen. In deel 1 worden de grondfeiten, de verschijningsvormen
van grote fraudes, beschreven. Begonnen wordt met een beknopt
overzicht van de ontwikkelingen op fraudegebied. In deze
beschouwing zijn zowel bevindingen uit de literatuur als de
opvattingen van met name de gesprekspartners van de BOD’s verwerkt.
Vanaf hoofdstuk 3 zal een beschrijving worden gegeven van de
bestudeerde fraudezaken. Achtereenvolgens zal worden stilgestaan
bij de verschillende fraudevormen die zijn aangetroffen (hoofdstuk
3), de criminele groepen die zich in de legale nijverheid ophouden
(hoofdstuk 4), de gebruikte afschermingsmethoden (hoofdstuk 5) en
ten slotte de teweeggebrachte schades, de gegeneerde opbrengsten en
de investeringen van de criminele groepen (hoofdstuk 6).
lees meer
Bijlage X – 11.1. InleidingJanuary 1, 1999
11. WITWASSEN
11.1. Inleiding
Witwassen, zo werd in hoofdstuk 9 gesteld, is het omzetten van
de verborgen, niet te verantwoorden herkomst van inkomsten in een
wel te verantwoorden herkomst. In het vorige hoofdstuk is duidelijk
geworden dat misdaadgeld in een land zonder financile, fiscale of
strafrechtelijke controle op de herkomst van geld, gemakkelijk
genvesteerd kan worden in de legale economie. Wanneer een criminele
organisatie misdaadgeld dat in Nederland is verdiend, wil
investeren in een dergelijk land is het voldoende dat het geld
verplaatst wordt. Aangezien veel misdaadgeld wordt verdiend met de
handel in herone en cocane door Turkse en Zuidamerikaanse
organisaties (zie het rapport over de allochtone groepen), die
nauwelijks in ons land investeren, komt het verplaatsen van
misdaadgeld veel vaker voor dan de andere fasen in het
witwasproces.
lees meer
Bijlage X – 10.4. De rol van de wisselkantorenJanuary 1, 1999
10.4. De rol van de wisselkantoren
Wisselkantoren konden tot voor kort gemakkelijk worden
opgericht. Men behoeft er geen speciale opleiding voor te hebben
genoten. Het was dus ook mogelijk dat criminele organisaties hun
eigen wisselkantoortjes stichtten. Wisselkantoren mogen – uiteraard
– geen bancaire activiteiten verrichten; ze mogen bijvoorbeeld geen
kredieten verstrekken en rekeningen aanhouden. In het kader van
witwassen van misdaadgeld blijken wisselkantoortjes een belangrijke
rol te spelen. Het is, zoals eerder gesteld, voor criminele
organisaties van groot belang dat zij de kleine coupures die met
straathandel in drugs worden verdiend, in grotere kunnen omzetten
of in vreemde valuta kunnen omwisselen. De bijdrage van
wisselkantoren wordt ook wel eens de voorwas genoemd: de
noodzakelijke eerste schoning van soms letterlijk vuil straatgeld,
alvorens de hoofdwas begint.
lees meer
Bijlage X – 10.3. Girale verplaatsingenJanuary 1, 1999
10.3. Girale verplaatsingen
10.3.1. Ondergronds bankieren
Een van de mogelijkheden om geld over te maken zonder een
papieren spoor achter te laten, wordt geboden door ondergrondse
banken (o.a. Robinson, 1994, pp. 16-18). Sinds de officile banken
gehouden zijn betere controle uit te oefenen op financile
transacties, hebben deze banken de wind mee gekregen. Het
ondergrondse bankieren heeft in verschillende culturen
verschillende namen: Hawalla banking (India), Hundi (Midden
Oosten), Chiti (Azi), Stash House (VS, Latijns Amerika). Hundi
staat voor vertrouwen en vertrouwen is de pijler waarop het
ondergrondse bankieren berust. Want het voordeel van ondergronds
bankieren, althans voor crimineel gebruik, is voor westerlingen
tegelijkertijd de achilleshiel: de afwezigheid van schriftelijke
overeenkomsten en bewijsstukken die juridische geldingskracht
hebben. Ondergronds bankieren is een systeem waarbij een persoon in
het ene land geld of geldwaarde overbrengt naar een begunstigde in
een ander land zonder dat de autoriteiten daarvan in beide landen
ook maar enige kennis of bewijsmateriaal bezitten. Ondergronds
bankieren trekt, zoals gesteld, een zware wissel op het onderlinge
vertrouwen. Vermoedelijk om deze reden vindt ondergronds bankieren
meestal plaats binnen familiale of langs etnische lijnen
samengestelde netwerken. Maar hieraan moet worden toegevoegd dat
deze centrale pijler van vertrouwen ook geschraagd wordt door angst
voor represailles (Squires, 1987, p. 4).
lees meer
Bijlage X – 10.2. Fysieke verplaatsingenJanuary 1, 1999
10.2. Fysieke verplaatsingen
Het fysiek verplaatsen van geld door middel van weekendtassen of
per post komt, blijkens de informatie die uit opsporingsonderzoeken
is verkregen, geregeld voor. Deze wijze van transport kan
plaatsvinden in het kader van betalingen binnen de drughandel.
Herone en cocane die vanuit Nederland wordt uitgevoerd naar het
Verenigd Koninkrijk, blijkt bijvoorbeeld veelal te worden betaald
met het geld dat met de straathandel is verdiend. Dit straatgeld,
merendeels bestaande uit kleine coupures, wordt in tassen gepropt
en door geldkoeriers naar Nederland gebracht (Van Duyne, 1995, p.
167).
lees meer
Bijlage X – 10.1. Fasen in het proces van witwassenJanuary 1, 1999
10. WEGSLUIZEN ZONDER WITWASSEN
10.1. Fasen in het proces van witwassen
Het proces van het witwassen doorloopt een aantal fasen, dat in
de literatuur als volgt worden omschreven (Baldwin en Munro, 1993;
Bosworth-Davies en Saltmarsh, 1994; Savona en Defeo, 1994):
lees meer
<< oudere artikelen nieuwere artikelen >>