• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Bijlage X – 2.1. Het begrip fraude in historisch perspectief

    2. ONTWIKKELINGEN OP HET GEBIED VAN DE FRAUDE

    2.1. Het begrip fraude in historisch perspectief

    Fraude is een verschijnsel waaraan in de afgelopen decennia
    velerlei connotaties verbonden zijn geweest. Brants en Brants
    (1991) hebben de ontwikkeling van het fraudebegrip nauwgezet in
    kaart gebracht. De auteurs omschrijven het stereotype fraudeur van
    de jaren zestig als het slimme doch misdadige individu, dat zonder
    enige scrupules te werk ging. Een decennium later werd het begrip
    vooral in verband gebracht met steun- en belastingfraude, waarbij
    de in die jaren welig tierende koppelbazerij de meeste justitile
    aandacht kreeg. Het geruchtmakende rapport over de omvang van
    belastingfraude van Van Bijsterveld (1980) zorgde vervolgens
    opnieuw voor een aanzienlijke verschuiving in de beeldvorming. Dit
    rapport maakte duidelijk dat niet alleen uitkeringstrekkers en
    koppelbazen sjoemelden en knoeiden, maar dat ook de gewone burgers
    en bedrijven zich regelmatig op hun belastingformulier verschreven.
    Langzaam maar zeker deed het beeld opgeld dat fraude een
    wijdverbreid maatschappelijk verschijnsel, was dat zich overal,
    zelfs bij gerespecteerde bedrijven en overheden, manifesteerde. Het
    begrip breidde zich uit naar machtsmisbruik, vertrouwensschennis en
    naar het oneigenlijke gebruik van wetten in het grijze circuit.
    Hele beroepsgroepen en bedrijfstakken raakten in opspraak. Ook kwam
    een tot op dat moment nauwelijks belicht fenomeen in de
    schijnwerpers te staan, te weten milieucriminaliteit.

    lees meer

    Bijlage X – LITERATUUR

    LITERATUUR

    Altena, M. J. van
    Crimineel geld: de aanpak bij banken, In: C. D. van der Vijver
    (red.),

    lees meer

    Bijlage X – 12. SLOTBESCHOUWING

    12. SLOTBESCHOUWING

    Onder de algemene noemer fraude is een scala van illegale
    activiteiten in de reguliere economie beschreven. Deze
    verschijningsvormen hebben n belangrijk kenmerk met elkaar gemeen:
    er wordt misbruik gemaakt van het vertrouwen, dat de kurk is waarop
    de interacties en transacties in het reguliere economische verkeer
    drijven. Het rapport onderstreept eens te meer dat georganiseerde
    criminaliteit meer behelst dan drughandel. Het feit dat fraude zich
    in wettige bedrijfstakken en sectoren afspeelt, rechtvaardigt
    misschien zelfs extra aandacht voor deze vorm van georganiseerde
    criminaliteit. Het gevaar van verstrengeling van zakelijke en
    criminele belangen is immers juist ten aanzien van fraudedelicten
    aanwezig. Het rapport bestaat uit drie onderdelen: een analyse van
    18 fraudezaken, een beschrijving van het misbruik van rechtsfiguren
    om illegale activiteiten af te schermen en ten slotte een
    beschrijving van de wijzen waarop misdaadgeld in de legale economie
    wordt gesluisd. De in de beide laatste delen beschreven
    afschermings- en witwastechnieken hebben naast fraude ook
    betrekking op de drughandel.

    lees meer

    Bijlage X – 11.7 Recapitulatie

    11.7 Recapitulatie

    In dit hoofdstuk zijn de drie verschijningsvormen van witwassen
    besproken aan de hand van voorbeelden ontleend aan
    opsporingsonderzoeken. Op de vraag hoe vaak witwassen voorkomt en
    welke bedragen hiermee zijn gemoeid, kan geen gefundeerd antwoord
    worden gegeven. De beschreven technieken van witwassen, die er –
    populair uitgedrukt – in essentie op neer komen dat het misdaadgeld
    de schijn krijgt van eerlijk geleend of eerlijk verdiend geld,
    vinden niet in een maatschappelijk vacum plaats. Misdaadgeld is
    voor criminele groepen pas interessant, wanneer het binnen de
    legale economie vrij besteedbaar is. Om dit doel te bereiken worden
    banken, adviseurs en legale markten ingeschakeld. Twee van deze
    markten worden in dit hoofdstuk beschreven, de effectenhandel en de
    onroerend-goedmarkt. In deze voorbeelden wordt duidelijk hoe zeer
    intermediaire personen (commissionairs, onroerend-goedexploitanten)
    en rechtsfiguren (economische eigendom, buitenlandse
    rechtspersonen) instrumenteel zijn in het wegsluizen van
    misdaadgeld in de legale economie.

    lees meer

    Bijlage X – 11.6. Witwassen en investeren op de onroerend goedmarkt

    11.6. Witwassen en investeren op de onroerend
    goedmarkt

    Meer dan bij de handel in effecten is de handel in onroerend
    goed niet alleen een middel maar ook een doel. Het is een
    eindbestemming van misdaadgeld. Twee verschijningsvormen van de
    route naar deze bestemmingen worden hieronder gepresenteerd.

    lees meer

    Bijlage X – 11.5. Misdaadgeld witwassen via de effectenhandel

    11.5. Misdaadgeld witwassen via de effectenhandel

    11.5.1. Inleiding

    Eind oktober 1994 ontstond in de effectenwereld grote beroering
    toen uitlekte dat een werkgroep van politie- en justitieambtenaren
    een onderzoek hadden gedaan naar mogelijke infiltratie door
    criminele organisaties in de effectenhandel. De landelijk
    MOT-officier lichtte de werkzaamheden van deze zogeheten
    Fieccom-groep (fiscaaleconomische combinatie) vervolgens toe. De
    Fieccom zou hoofdzakelijk openbare bronnen (emissieprospectussen,
    jaarverslagen, kranten) hebben geraadpleegd alsmede enkele
    processen-verbaal en de politieregisters voor de strafrechtelijke
    antecedenten. De speurtocht naar mogelijke criminaliteit in het
    effectenwezen zou uiteindelijk hebben geresulteerd in drie concrete
    verdenkingen van witwaspraktijken in de effectenwereld.

    lees meer

    Bijlage X – 11.4. Het creren van inkomsten

    11.4. Het creren van inkomsten

    Een aantal van de witwasmethodieken kan onder de noemer worden
    gebracht van het (kunstmatig) creren van inkomsten door onder
    andere het fingeren van een hoge omzet of lucratieve transacties.
    Doorslaggevend is dat de winst ten overstaan van fiscus of politie
    aannemelijk gemaakt (ergo: witgewassen) kan worden.

    lees meer

    Bijlage X – 11.3. Het overdragen van vermogen

    11.3. Het overdragen van vermogen

    Het overdragen van vermogen van de ene naar de andere persoon
    kan onder verschillende wettelijke titels plaats vinden,
    namelijk:
    * het schenken van vermogen
    * het ontvangen van gelden in het kader van gokken
    * het lenen van gelden.

    lees meer

    Bijlage X – 11.2. Het voorwenden van vermogensstijging

    11.2. Het voorwenden van vermogensstijging

    Deze methodiek van witwassen kan worden toegepast in de gevallen
    dat men de beschikking heeft over activa die moeilijk objectief
    waardeerbaar zijn, zoals kan voorkomen bij onroerend goed, antiek
    en kunst. Door een lucratieve verkoop van dit soort activa voor te
    wenden aan een schijnbaar onafhankelijke derde, kan een crimineel
    op schijnbaar legale wijze in het bezit komen van zijn
    misdaadgeld.

    lees meer

    Bijlage X – 1.3. Opbouw van het rapport

    1.3. Opbouw van het rapport

    Zoals is gesteld in paragraaf 1.1, bestaat het rapport uit drie
    onderdelen. In deel 1 worden de grondfeiten, de verschijningsvormen
    van grote fraudes, beschreven. Begonnen wordt met een beknopt
    overzicht van de ontwikkelingen op fraudegebied. In deze
    beschouwing zijn zowel bevindingen uit de literatuur als de
    opvattingen van met name de gesprekspartners van de BOD’s verwerkt.
    Vanaf hoofdstuk 3 zal een beschrijving worden gegeven van de
    bestudeerde fraudezaken. Achtereenvolgens zal worden stilgestaan
    bij de verschillende fraudevormen die zijn aangetroffen (hoofdstuk
    3), de criminele groepen die zich in de legale nijverheid ophouden
    (hoofdstuk 4), de gebruikte afschermingsmethoden (hoofdstuk 5) en
    ten slotte de teweeggebrachte schades, de gegeneerde opbrengsten en
    de investeringen van de criminele groepen (hoofdstuk 6).

    lees meer

    Bijlage X – 11.1. Inleiding

    11. WITWASSEN

    11.1. Inleiding

    Witwassen, zo werd in hoofdstuk 9 gesteld, is het omzetten van
    de verborgen, niet te verantwoorden herkomst van inkomsten in een
    wel te verantwoorden herkomst. In het vorige hoofdstuk is duidelijk
    geworden dat misdaadgeld in een land zonder financile, fiscale of
    strafrechtelijke controle op de herkomst van geld, gemakkelijk
    genvesteerd kan worden in de legale economie. Wanneer een criminele
    organisatie misdaadgeld dat in Nederland is verdiend, wil
    investeren in een dergelijk land is het voldoende dat het geld
    verplaatst wordt. Aangezien veel misdaadgeld wordt verdiend met de
    handel in herone en cocane door Turkse en Zuidamerikaanse
    organisaties (zie het rapport over de allochtone groepen), die
    nauwelijks in ons land investeren, komt het verplaatsen van
    misdaadgeld veel vaker voor dan de andere fasen in het
    witwasproces.

    lees meer

    Bijlage X – 10.4. De rol van de wisselkantoren

    10.4. De rol van de wisselkantoren

    Wisselkantoren konden tot voor kort gemakkelijk worden
    opgericht. Men behoeft er geen speciale opleiding voor te hebben
    genoten. Het was dus ook mogelijk dat criminele organisaties hun
    eigen wisselkantoortjes stichtten. Wisselkantoren mogen – uiteraard
    – geen bancaire activiteiten verrichten; ze mogen bijvoorbeeld geen
    kredieten verstrekken en rekeningen aanhouden. In het kader van
    witwassen van misdaadgeld blijken wisselkantoortjes een belangrijke
    rol te spelen. Het is, zoals eerder gesteld, voor criminele
    organisaties van groot belang dat zij de kleine coupures die met
    straathandel in drugs worden verdiend, in grotere kunnen omzetten
    of in vreemde valuta kunnen omwisselen. De bijdrage van
    wisselkantoren wordt ook wel eens de voorwas genoemd: de
    noodzakelijke eerste schoning van soms letterlijk vuil straatgeld,
    alvorens de hoofdwas begint.

    lees meer

    Bijlage X – 10.3. Girale verplaatsingen

    10.3. Girale verplaatsingen

    10.3.1. Ondergronds bankieren

    Een van de mogelijkheden om geld over te maken zonder een
    papieren spoor achter te laten, wordt geboden door ondergrondse
    banken (o.a. Robinson, 1994, pp. 16-18). Sinds de officile banken
    gehouden zijn betere controle uit te oefenen op financile
    transacties, hebben deze banken de wind mee gekregen. Het
    ondergrondse bankieren heeft in verschillende culturen
    verschillende namen: Hawalla banking (India), Hundi (Midden
    Oosten), Chiti (Azi), Stash House (VS, Latijns Amerika). Hundi
    staat voor vertrouwen en vertrouwen is de pijler waarop het
    ondergrondse bankieren berust. Want het voordeel van ondergronds
    bankieren, althans voor crimineel gebruik, is voor westerlingen
    tegelijkertijd de achilleshiel: de afwezigheid van schriftelijke
    overeenkomsten en bewijsstukken die juridische geldingskracht
    hebben. Ondergronds bankieren is een systeem waarbij een persoon in
    het ene land geld of geldwaarde overbrengt naar een begunstigde in
    een ander land zonder dat de autoriteiten daarvan in beide landen
    ook maar enige kennis of bewijsmateriaal bezitten. Ondergronds
    bankieren trekt, zoals gesteld, een zware wissel op het onderlinge
    vertrouwen. Vermoedelijk om deze reden vindt ondergronds bankieren
    meestal plaats binnen familiale of langs etnische lijnen
    samengestelde netwerken. Maar hieraan moet worden toegevoegd dat
    deze centrale pijler van vertrouwen ook geschraagd wordt door angst
    voor represailles (Squires, 1987, p. 4).

    lees meer

    Bijlage X – 10.2. Fysieke verplaatsingen

    10.2. Fysieke verplaatsingen

    Het fysiek verplaatsen van geld door middel van weekendtassen of
    per post komt, blijkens de informatie die uit opsporingsonderzoeken
    is verkregen, geregeld voor. Deze wijze van transport kan
    plaatsvinden in het kader van betalingen binnen de drughandel.
    Herone en cocane die vanuit Nederland wordt uitgevoerd naar het
    Verenigd Koninkrijk, blijkt bijvoorbeeld veelal te worden betaald
    met het geld dat met de straathandel is verdiend. Dit straatgeld,
    merendeels bestaande uit kleine coupures, wordt in tassen gepropt
    en door geldkoeriers naar Nederland gebracht (Van Duyne, 1995, p.
    167).

    lees meer

    Bijlage X – 10.1. Fasen in het proces van witwassen

    10. WEGSLUIZEN ZONDER WITWASSEN

    10.1. Fasen in het proces van witwassen

    Het proces van het witwassen doorloopt een aantal fasen, dat in
    de literatuur als volgt worden omschreven (Baldwin en Munro, 1993;
    Bosworth-Davies en Saltmarsh, 1994; Savona en Defeo, 1994):

    lees meer

    << oudere artikelen  nieuwere artikelen >>